Hitlers genealogie van het kwaad

Hitler op 16-jarige leeftijd, getekend door een klasgenoot. In die tijd bracht Hitler de zomervakanties door in de Oostenrijkse regio Waldviertel.

‘Aan de hand van de diagnose van Hitler als borderline-persoonlijkheid kunnen we een verklaring geven van het feit dat hij nooit de grens overschreed en terecht kwam op het terrein  van de psychosen ( hoewel het mogelijk is dat hij wel psychotische periodes heeft meegemaakt) hij kon zijn eigen ‘neurosen’ projecteren en buiten zichzelf plaatsen, hij kon ze rationaliseren en officieel uitroepen tot ‘wereldbeeld’ en overheidsbeleid.’

Aldus Robert G.L. Waite in zijn boek The psychopatic God Aldolf Hitler, dat in 1977 verscheen en in het Nederlands werd vertaald als Adolf Hitler als psychopaat. Waite zelf werd in zijn leven geplaagd door terugkerende depressies en dat zal zeker van invloed zijn geweest voor zijn fascinatie voor de gestoorde geest van Hitler. Zijn boek heeft veel discussie opgeroepen en onder meer P. F. M. Fontaine geïnspireerd tot zijn boek De onbekende Hitler (1992).

Robert G.L.Waite (1919-1999) was psycho-historicus. In de psycho-historie worden historische processen met behulp van de psychologie en de psychoanalyse geanalyseerd. Waite vond deze methode verantwoord omdat de levensloop van Hitler volgens hem vragen oproept die noch alleen door de psychologie, noch alleen door de geschiedschrijving beantwoord kunnen worden.

Psycho-historie is tegenwoordig een omstreden tak van wetenschap. Het zou beter zijn om de sociologische processen te analyseren, die het ontstaan van Nazi-Duitsland mogelijk maakten, dan te focussen op de gestoorde geest van een enkel individu, hoe bepalend dat individu ook geweest mag zijn. Dat neemt niet weg dat de analyses van Waite fascinerend zijn om te lezen. Bovendien heeft hij veel informatie verzameld over Hitlers eigenaardigheden.

Bart FM Droog, die zich de laatste jaren opwerpt als ontmaskeraar van allerlei historische fabels over Hitler, noemt Waite een pseudo-wetenschapper. Dat is natuurlijk makkelijk gezegd, want dan kun je alles wat Waite heeft beweerd met een pennenstreek afdoen als onzin. Een ander specifiek bezwaar tegen de psycho-historie toegepast op Adolf Hitler is het probleem van de schuld. Alles verklaren is alles vergeven. Als Hitler psychisch gestoord was  – en daar zijn heel wat aanwijzingen voor te vinden – dan was hij ook niet of minder toerekeningsvatbaar. Je kunt je zelfs afvragen of Hitler een crimineel gen heeft gehad. Zat er in een van zijn chromosomen soms een haakje los? 

Het is nooit bekend worden wie zijn grootvader was van vaders zijde. Er gingen zelfs gerichten dat dit een Jood moest zijn geweest. Maar de afstamming van zijn grootmoeder van vaderszijde was duidelijk. Volgens Waite waren dat voornamelijk landarbeiders geweest in het lieflijke golvende landschap van het Oostenrijkse Waldviertel, een streek in het grensgebied van Oostenrijk en het huidige Tsjechië, waar destijds inteelt en incest niet ongewoon waren. Zijn grootmoeders familie stond bekend om hun buitengewoon ingewikkelde familierelaties en om een verleden van geestelijke en lichamelijke afwijkingen. Drie kinderen van een neef van Hitlers vader waren geestelijke gehandicapt en een van hen pleegde zelfmoord in een zwakzinnigeninrichting. Kortom, de streek waar een groot deel van Hitlers voorgeslacht vandaan kwam stond eind negentiende eeuw bekend als een wat achterlijke regio. Het was in ieder geval niet een streek om trots op te zijn. 

Uit dit alles rijst de vraag op of Hitler soms genetisch gepredestineerd was tot het kwaad. Dit  probleem doet mij denken aan de zaak Jasper S. die veroordeeld werd voor de moord op Marianne Vaatstra. Dit gebeuren speelde zich af in Zwaagwesteinde en omgeving, een regio die – voorzichtig gezegd – van oudsher niet bekend staat als de minst criminele regio in Nederland. Hoe komt dat? 

Ik kan me herinneren dat er in 1988 door het plaatselijk belang van Zwaagwesteiunde het initiatief werd genomen om een standbeeld op te richten voor Salomon Levy, de Joodse koopman die zich in achttiende eeuw in deze regio gevestigd heeft. H. de Haan schreef in 1961 een dik boek over deze wonderlijke figuur die een bijzondere betekenis heeft voor deze omgeving. Voor Rink van der Velde stond hij model voor de roman In fin maear as in bears (1995).

 In mijn functie van provinciaal kunstadviseur raakte ik destijds betrokken bij dit plan voor een standbeeld voor Salomon Levy. Dit initiatief stuitte destijds op grote weerstand bij de bevolking. Salomon Levy, zo ging het verhaal, zou vele tientalen buitenechtelijke kinderen hebben verwekt in Zwaagwesteinde en omgeving. Genetisch gezien zou deze koopman verantwoordelijk zijn voor de hoge criminaliteitscijfers die deze streek sindsdien heeft. Je zou de nakomelingen van Salomon Levy zelfs kunnen herkennen aan de doorlopende wenkbrauwen, die volgens de theorie van Lombroso kenmerkend zijn voor een genetische aanleg voor criminaliteit. Het plan voor een standbeeld resulteerde uiteindelijk in een ontwerp van Suze Boschma Berkhout voor de ‘Westereinder keapman‘, een nogal knullig beeldje waarvoor de Provincie Friesland, op advies van de Provinciale adviescommissie beeldende kunst (waarvan ik destijds secretaris was), geen subsidie verleende.

Kortom, de figuur van Salomon Levy ligt gevoelig in Zwaagwesteinde. Je kunt je zelfs afvragen of achteraf bezien bij de zaak Vaatstra genetische factoren in het geding zijn geweest die met deze figuur te maken hebben. In 2007 werd er nog aan getwijfeld of een grootschalig Y-chromosaal DNA-onderzoek wel zin had, omdat veel Zwaagwesteinders en mensen uit de omgeving afstammen van Salomon Levy (zie: LC van 30.4.2007). Kan het misschien zo zijn dat een ‘crimineel gen’ van Salomon Levy bij Jasper S. plotseling opspeelde toen hij zijn misdaad beging? Het lijkt absurd, maar toch zou over deze kwestie graag eens de mening van een criminoloog willen horen. 

In de jaren zestig speelde de affaire Buikhuisen. Destijds was het in linkse kringen een taboe om te beweren dat bij criminaliteit erfelijke factoren in het geding kunnen zijn. Maar in ons tijdperk van DNA-determinisme en hersenwetenschap is de balans tussen nature en nurture compleet doorgeslagen naar de andere kant. De vrije wil bestaat niet meer, als we de neurosofen moeten geloven. Wij zijn ons brein en we doen wat we doen. Dat wil zeggen, we doen wat onze genen en hersenen zeggen wat we genoodzaakt zijn om te moeten doen. De predestinatieleer van Calvijn is na vijf eeuwen terug van weggeweest. Heb mededogen met de misdadiger, want hij wilde niet wat hij wilde, en hij wist niet wat hij deed. (zie ook mijn log: Psychiatrie en religie)

Maar er is nog iets. Het hedendaagse Zwaagwesteinde is tot op zekere hoogte te vergelijken met de vooroorlogse situatie in het Brabantse plaatsje Oss. Willem Nagel (ook bekend onder zijn schrijversnaam J.B. Charles) schreef al in 1949 een dissertatie over de criminaliteit in Oss. Nagel ging bij zijn onderzoek niet uit van de vraag, door welke interne oorzaak mensen tot een criminele daad komen, maar welke rem bij hen voor het plegen van de daad is weggevallen. Hij zocht de verklaring voor de hoge criminaliteitscijfers in Oss dan ook niet in de erfelijke factoren van de betrokken families, maar in de sociale gevolgen van de opkomende industrie. Maar toch, ook Nagel ging uit van een verband tussen een bepaalde regio en een verhoogde kans op criminaliteit. 

Is het uitzonderlijk misdadige karakter van Hitler deels te herleiden tot de regio waar een belangrijk deel van zijn voorgeslacht vandaan kwam? Als dat zo zou zijn, dan was Hitler zelf des een product van Blut und Boden. Dat mag toch niet waar zijn! Hoe dan ook, zeker is dat zijn aard hoogst uitzonderlijk was. Het heeft weinig zin, vrees ik, om daarvoor allerlei psychiatrische etiketten uit de kast te halen. Voor wie de gestoorde persoonlijkheid van Hitler psychiatrisch wil duiden is de huidige DSM-5 waarschijnlijk niet voldoende. Er bestaat geen handboek om deze gestoorde geest in kaart te brengen, ook geen handboek van de psychiatrie. 

En toch, borderline in combinatie met een onopgelost oedipaal conflict is misschien toch de meest adequate diagnose voor Hitlers psychische storing. Hitler had heel zijn leven last van zich plotseling aandienende, hevige driftbuien. Bovendien leek hij diep in zichzelf een splitsing te hebben aangebracht tussen al het goede dat denkbaar was en dat in hemzelf schuilging, en al het kwade dat buiten hemzelf werd geplaatst. Het goede was de edele genetische erfenis die hij van zijn moeder had mogen ontvangen en die hij vervolgens op Duitsland als een nieuw ‘moederlichaam’ projecteerde. Dat ‘Duitse moederlichaam’ moest tot elke prijs gezuiverd worden van alle smetten van de incest en het kwaad.

Hitlers vaderfiguur, die hij deepdown nog altijd wilde vermoorden, werd het kwaad dat hij projecteerde in de figuur van de Joodse, marxistische intellectuelen, en vervolgens in alle Joden. De smetten in het Duitse moederlichaam kwamen immers van buiten, van ‘De Eeuwige Jood’. Al met al was dit een vorm van projectieve identificatie die vaker voorkomt bij een borderline-syndroom. Goed en kwaad splitsen zich uit in binnen en buiten, en alles wat achterblijft is in wezen een lege huls die zich slechts vult met wanen. Toen die waanconstructie zich eenmaal in zijn psyche had geformeerd, kon niet alleen Duitsland, maar ook de hele wereld volgens dit zuivere en gezonde format verlost en genezen worden.

 

Reageren is niet mogelijk.