A dangling conversation

Schiermonnikoog, 1988

Op een wat stormachtige dag bezoekt een ingenieur de bouwlocatie van een wolkenkrabber bij de bouw waarvan hij betrokken is. En zoals dat wel meer gebeurt, door één moment van onoplettendheid verliest hij zijn evenwicht. Hij valt vanaf de 55ste verdieping in de peilloze diepte naar beneden. Aldus begint de novelle Voorval van Harry Mulisch die in 1989 als boekenweekgeschenk verscheen. Deze novelle is in feite de geschiedenis van een val die slechts enkele seconden duurt. Tijdens zijn val bedenkt de ingenieur met de luciditeit van een ter dood veroordeelde dat de natuur de kennis van hem en zijn leven niet zal vernietigen. Er moet iets zijn dat zal blijven bestaan. Alles verandert in de wereld en bij uitstek in de vliegende vaart tijdens een doodsmak.

Zo bedenkt hij in een flits allerlei manieren waardoor hij niet te pletter zal vallen. Hij valt met zijn hoofd naar beneden, maar onderwijl rekent hij uit op bij welke verdieping hij weer rechtop in de lucht zal hangen. En terwijl de gedachten hem zo in razende vaart door het hoofd schieten, krijgt hij versnelde fragmenten te zien van zijn leven. Het is befaamde levensfilm die een mens vlak voor zijn sterven voorgeschoteld krijgt als een laatste mentale bioscoopvoorstelling. Tenminste, als men de verslagen van bijna-dood- ervaringen mag geloven. Uiteindelijk wordt hij plotseling op de 49e verdieping door een harde windvlaag weer naar binnen gesleurd, waar hij op de vloer terechtkomt in een baal dikke glaswoldekens. Niemand wil zijn wonderbaarlijke verhaal geloven. Daarom besluit de ingenieur zijn val als niet gebeurd te beschouwen.

Het is duidelijk dat deze novelle voor 9/11 is geschreven, want daarna is de val uit een wolkenkrabber nooit meer geworden wat hij ooit moet zijn geweest. Een duizelingwekkende ervaring die de verbeelding van schrijvers in beweging brengt. Maar er is nog iets opmerkelijks in het verhaal van Mulisch en dat is de ontkenning achteraf van het gebeuren. Omdat niemand zijn verhaal wil geloven besluit de ingenieur om zijn verhaal als niet gebeuren te beschouwen. Het was een overbodige calamiteit die uit het geheugen wordt geschrapt. Dan bestaat het opeens niet meer. De werkelijkheid is fictie geworden. En het zal niet lang duren of de ingenieur zal er zelf ook aan gaan twijfelen of hij dit wel in het echt heeft meegemaakt. Hij heeft het gedroomd, zo zal hij zeggen. Het was een boze droom die voorbij was toen hij ontwaakte.

Dat was een wijs besluit van de ingenieur. Het doet me denken aan een oude Indische wijsheid die zegt dat als iets ergs je overkomt je er het beste aan doet om net te doen of het niet gebeurd is. Dan zal blijken dat de ramp uiteindelijk een zegen wordt. In onze huidige tijd van traumaverwerking en geestelijke nazorg bij rampen en calamiteiten klinkt dit wat wonderlijk in de oren. We organiseren tegenwoordig al een stille tocht als er een hond is overreden op het zebrapad.

Daarnaast is er duidelijke sprake van selectieve rouwverwerking. Toen enkele jaren geleden in Amstelveen iemand per abuis op straat geliquideerd werd, omdat er sprake was van een persoonsverwisseling, kwam niemand op het idee van een stille tocht. Het drama moet kennelijk aan bepaalde criteria voldoen, wil er sprake zijn van collectieve rouw. De ramp moet mediageniek zijn, tranen trekkend en aanleiding geven tot empathie. Met zijn allen rouwen heeft ook iets moois, maar er mogen geen nare connotaties in het geding zijn.

Maar ik dwaal af. Waar hadden het over? Over de weldadige ontkenning van de tragiek. Laatst sprak ik iemand die als kind in de jaren vijftig haar vader had verloren die omkwam bij een auto-ongeluk. Ze groeide op in een steng gereformeerd gezin in Drenthe en daar werd nooit over dat tragisch verlies gesproken. Ze heeft er geen trauma of andere psychische ongemakken aan overgehouden. Ik geloof dan ook stellig dat er een kern van waarheid zit in de oude wijsheid, dat je het leed dat je overkomt zo snel mogelijk moet vergeten.

Vaak is het beter de dingen niet te zien zoals ze zijn. Draai het om. Ga op je kop staan. Bezie de wereld ondersteboven en de gebeurtenissen van achteren naar voren. Of beter nog, wis het weg uit je geheugen. Verdring het in de meest duistere spelonken van je onderbewustzijn. Verban het uit de werkelijkheid en je zult herademen en herstellen. Het is maar hoe je het wilt zien. Zien is kénnen en al ziende maak je voortdurend keuzes. Je ziet slechts wat je wilt zien. Hou het daar dan ook bij. Dit tranendal is al treurig genoeg. Iedereen gaat dood. Waarom zullen we dan dan nog eindeloos over de dood blijven spreken? Laten we het over iets anders hebben. Parlons d’autre chose.

Reageren is niet mogelijk.