En dan, so what?

‘Als een groot leed op je levensweg komt, negeer het dan. Vroeg of laat zal dit leed vanzelf in een zegen veranderen.’

Deze taoïstische wijsheid staat haaks op onze hedendaagse opvattingen over het verwerken van traumatische gebeurtenissen. Leed moet je niet negeren, je moet er over praten en nog eens praten. Professionele zielenknijpers laten je de pijn het liefst eindeloos herbeleven. Alleen door je verdriet te cultiveren tot een therapeutisch vertoog, zul je er ooit weer vanaf kunnen komen.

Niet dus, volgens de Tao. In die zin komt de Tao overeen met het katholicisme. Je moet het lijden accepteren. Sterker nog, je moet het ondergaan en daarmee negeren. Het kruis van Christus staat in het hart van ieder mens. Het lijden houdt nooit op. Maar tegelijk is alles al gebeurd. Alles staat straks op internet. We kunnen 3D-simulaties maken elke bestaande ruimte. Op Google-streetview blijft straks de hele wereld bewaard, ook die van gisteren en eergisteren. Niets verdwijnt. Alles is er al en zal er altijd zijn. De uitersten gaan elkaar raken. Alpha en Omega. Er gaat iets tollen in het hier en nu.

Onontkoombaar zijn we op weg naar de ultieme verruimtelijking van de tijd. Heden, verleden en toekomst worden in de nabije toekomst ontsloten voor een nieuw soort pioniers in de tijdruimte van Einstein. Het is de verborgen uitdaging van de techniek om een verbinding tot stand te brengen tussen de gelijktijdigheid van de historische ruimte  en de gelijktijdigheid van de geografische ruimte. Alles, maar dan ook alles, komt open te liggen. Het is slechts een kwestie van tijd, dit spel van de cirkel en de lijn, een elektronische cycloïde tussen I Tjing en de universele veldtheorie. Het is het nieuwe ritme, de nieuwe dans met woorden.

Ongemerkt zijn we inmiddels een cruciaal station gepasseerd. Zelfs de Verlossing heeft al plaatsgevonden. (Bent u er nog? Even volhouden!) ) Dit leven is slechts een tussentijd, een overnachting in een slechte herberg, een levenslange herhaling van een oergebeuren tussen Verlossing en Wederkomst. Vluchten hoeft niet meer. Alleen gelatenheid leidt tot een draaglijke lichtheid van het bestaan. Dat is de brug tussen Tao en Christus, een brug die loopt via internet, het mystieke lichaam van de geïncarneerde God in de virtuele ruimte van de nieuwe media. Onderwijl trekt Thierry Baudet zich af in het boudoir van de ondergang. 

(Hè, hè.. dat is er uit!)

Over Napoleon gaat het verhaal dat hij eens – schielijk een boudoir binnengeschoten – de woorden sprak: Ik ben hier niet gekomen om een toespraak te houden. (Bron: Wikipedia). Welnu, ik ben hier gekomen om een toespraak te houden. Wat heet een rede, een redevoering! Yes we can! Maar laat ik het kort houden. Ik kom to the point. 

Laatst sprak ik iemand die zich verdiept heeft in het taoïsme en zenboeddhisme. Hij vertelde me dat veel Japanners tegenwoordig gefascineerd zijn door het katholicisme. Ze zien het als iets exotisch, als een diepe wijsheid die het Westen heeft voortgebracht en die in veel opzichten superieur is aan oosterse religies en denkwijzen. Omgekeerd schieten heel wat Europeanen door in een ademloze bewondering als ze een paar taoïstische teksten lezen. Ze lijken iets te herkennen dat heel vertrouwde voorkomt, bijna oer-christelijk. Kortom, de Tao herinnert aan iets wat verdrongen is in het recente verleden. Het is een vorm van geheugenverlies dat alleen via een omweg te herstellen is.

Maar nu wat anders. Stel dat opeens in de hele wereld de stroom uitvalt, bijvoorbeeld door een stralingsbombardement dat wordt uitgevoerd door een stel buitenaardse wezens. Dat zou een giga-ramp betekenen. De ultieme terroristische aanslag. Mondiale chaos is het gevolg, overal plunderingen roof, moord en doodslag. De aardse beschaving zou in één klap naar het stenen tijdperk worden gebombardeerd. Zo kwetsbaar zijn we dus geworden met al onze technologie. Ik hoop niet dat Al Qaida mijn weblog leest. Dat is trouwens helemaal niet zo onwaarschijnlijk. Volgens Google Analytics heb ik dagelijks twee lezers in Iran en drie in Pakistan. Who are those guys? zo vraag  ik mij wel eens af. Zijn het potentiële terroristen of wordt ik paranoïde omdat ik teveel op internet ziet. Internet heeft veel met paranoia van doen. Wie volgt mij allemaal? Big Brother is watching me.

En dan, so what? Ik heb niets te verbergen. Sterker nog, ik maak alles van mezelf openbaar. En wat niet openbaar is, bestaat niet. Elk privédomein is een illusie. Zelfs mijn vrije wil is een illusie. Alles waartoe we besluiten is in feite al binnen het brein besloten op een lager niveau van complexiteit. De bewustwording van dit besluit komt altijd achteraf, waarna de voorgeschiedenis van dit signaal meteen wordt gewist zodat de illusie van autonoom gestuurd gedrag ontstaat. Met dit besef kan een mens echter niet leven, vandaar dat dit gegeven – eenmaal bewust geworden – ook meteen weer in het onbewuste wordt weggestopt. 

Als dit alles waar is – en het is waar, het kost alleen nog wat tijd om dit volledig te beseffen   komt de vraag in beeld: wat betekent dit voor de kunst? Heeft de kunst van het individu nog wel bestaansrecht nu de autonomie van het individu steeds meer door de cognitieve wetenschap en de nieuwe netwerkmedia op losse schroeven komt te staan. Is het fenomeen kunst niet bij uitstek de bekroning geweest van ‘de mythe van de individuele mens’ die in de Renaissance als ‘homo universalis’ werd verheerlijkt. De mens, die in zichzelf de spiegel van het gehele universum ontdekte. Het artistieke genie werd zo de spiegel van God en het kunstwerk een goddelijke scheppingsdaad in miniatuur. 

Hoe meer het besef doordringt dat God dood is, hoe meer het creatieve proces van de kunstenaar vergoddelijkt lijkt te worden. Maar deze overcompensatie spat een keer uit elkaar. Het mythische onderpand van de kunst is bij het faillissement van de hemel verbeurd verklaard. De kleren van de keizer komen pijnlijk in beeld. Of beter gezegd: de kunst staat in zijn hemd. Kunst is een creatieve activiteit van de mens. Niets meer en niets minder.

De mythische zone van de esthetica wordt in de hedendaagse kunstkritiek doorgaans niet alleen ontweken, maar ook zorgvuldig in tact gehouden. Zo wordt kunstkritiek een ritueel dat zich onttrekt aan de verbeelding en daarmee verzandt in steriliteit of zich onttrekt aan het verstand en daarmee ontaardt in getolereerde mystificaties die naadloos aansluiten op ontwikkelingen die zich in de kunst zelf aandienen. 

Kunst is een naar zich zelf verwijzend systeem dat zich zelf ook in standhoudt door de biologisch verankerde persistentie ven de mythe. We houden krampachtig de illusie in stand dat er in het kunstwerk sprake is van een hogere – spirituele – ordening van de materie. Maar de materie kent geen hiërarchie van – al dan niet – spirituele ordeningen, alleen een hiërarchie van complexiteiten. Sterker nog, de laatste mythe van de hiërarchie is de hiërarchie zelf.

Het wordt hoog tijd om de mythe van het goddelijk individu van de kunstenaar definitief achter ons te laten. Een kunstwerk is een menselijk artefact en geen spirituele ordening van materie. Die geestelijke dimensie is op zich zelf een illusie. Dat is hij ook altijd geweest. De mens zelf word uiteindelijk een klein, maar uiterst complex neuraal netwerkje, dat zo af en toe ‘in kan loggen’ in allerlei tijdelijke stamverbanden, hetzij in de fysieke ruimte, hetzij in de virtuele ruimte van de nieuwe media. In het tijdperk van internet begint de mensheid – of we dit nu leuk vinden of niet – steeds meer de trekken van een gigantische mierenhoop te vertonen.

Tegelijk brengt het summum aan individuele versplintering op macroniveau ook de meest wonderbaarlijke communicatie- en organisatiepatronen voort. ‘De wereld versplintert en wordt één’ – dat is de ultieme paradox, niet alleen van een steeds verder uitwaaierende globalisering, maar ook van alles wat met nieuwe media van doen heeft. Met de kunst is iets vergelijkbaars aan de hand: de kunst de-materialiseert in de materie, ontmythologiseert in de mythe, versplintert in de ordening en vervloeit uiteindelijk tot iets nieuws waar niemand nog weet van heeft. Kunst wordt kunst die geen kunst meer is. 

In dit veranderende landschap lijkt er ook een nieuw type kunstenaar te ontstaan: een soort cultureel ingenieur. Zo iemand als ik dus. (Sorry… Ach wat ook, ik laat het gewoon staan).  Een kunstenaar moet voortaan in staat zijn om op creatieve wijze in processen te denken, binnen een team te opereren en ingevoerd zijn in de mogelijkheden die de nieuwe media te bieden hebben. Hij dient niet te zeer gericht te zijn op het realiseren van een autonoom kunstwerk (hoewel dat niet bij voorbaat uitgesloten is). De digitalisering van de cultuur voegt niet alleen kunstvormen aaneen die voorheen gescheiden waren, maar stelt ook de grenzen van de kunst zelf ter discussie. 

Deze ontwikkelingen passen in een bredere tendens. De creativiteit van kunstenaars, technici en wetenschappers worden gaandeweg binnen één en dezelfde optiek benaderd. Vanuit een economisch gezichtspunt bezien komt de activiteit van de autonome kunstenaar steeds meer op één lijn te liggen met de creatieve daad die ten grondslag licht aan wetenschappelijke vooruitgang en technische innovatie. Creativiteit krijgt letterlijk een plek op de kaart in city- en regiomarketing en wordt verbonden met nieuwe opvattingen over stedelijkheid.

Crisis alom dus. Maar is dat wel zo? Sommigen vragen zich af of het einde van de kunst in zicht is. Anderen wijzen op het gevaar dat kunst haar eigen bestaansrecht verliest als haar vrijheid en onafhankelijkheid wordt opgeheven. Ik zelf denk dat de autonome kunst nog wel even vooruit kan, maar de dagen zijn wel geteld. In de netwerk-cultuur van de nieuwe media bestaat straks geen ‘binnen’ en ‘buiten’ meer. Er is straks ook geen vrijplaats meer voor de esthetische ervaring. 

In alle deelgebieden van de samenleving worden de structuren losser. Alles gaat steeds meer met alles samenhangen. Er worden steeds meer tijdelijke allianties gevormd. Vaste instituten, centra en podia voor de kunst zullen binnen afzienbare tijd gaan verdwijnen. Kunst wordt geen belofte van toekomstig geluk, maar het creëren van een uitzonderlijke beleving in het hier en nu. Nog even en alles wat voorheen ‘cultuur’ werd genoemd is ‘beleving’ geworden. We zijn op weg naar de ultieme belevenis. Dat is dan ook meteen het einde. We zijn op weg naar het einde. Punt. 

Maar nogmaals, so what? Elk einde is een nieuw begin. 

‘Als een groot leed op je levensweg komt, negeer het dan. Vroeg of laat zal dit leed vanzelf in een zegen veranderen.’

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)