And this is nowhere

Mijn zus Trees en ik, gisteren in Alkmaar

Achter de uiterste grens bevindt zich altijd weer iets anders, maar op de grens zelf is er alleen maar het ‘nietsende niets’, zoals Heidegger dat noemde, alsof het woord wordt losgeweekt van zijn betekenis. Grens, grens, grens, grens…. De grens zelf bestaat niet, net zomin al een grens-ervaring. Die ervaring is ondenkbaar, zoals ook de ervaring van de dood ondenkbaar is. We hebben er geen beelden bij. Deepdown sluimert een vermoeden dat de dood niet bestaat, net zomin als de grens bestaat. Het leven leeft op een bodem van tijdloosheid. Het onbewuste kent grens noch dood. Beide zijn uitvindingen van het bewustzijn. En bewustzijn doet pijn. De dood is de laatste grens en daarmee het meest onvoorstelbare van alles wat onvoorstelbaar is. Het is een woord, meer niet. Een slotwoord dat verwijst naar nergens: This is nowhere.

Een wereld zonder grenzen heeft alleen in het paradijs bestaan. Toen de onschuld verdween, verscheen de engel aan de poort als de eerste grenswachter. De wereld is ontstaan door een grens te trekken. Ze eindigt bovendien, zoals ze ooit is begonnen : met een grens. Petrus aan de hemelpoort, de oude veerman Charon met de driekoppige hond Cerberus die de bloedeloze schimmen in een wrakkig bootje over de Styx heen zet – het is altijd een grens die deze wereld scheidt van welke andere dan ook. En toch, ook het woord ‘grens’ is maar een woord …

Grens: v (m) [-zen] scheidingslijn; uiterste kant; einde.

Er is iets met de betekenis van het woord ‘grens’, iets dat zo vanzelfsprekend is dat het waarschijnlijk niet klopt. Ga maar na, hoe dichter je een grens nadert – welke dan ook – hoe verder zij zich lijkt te verwijderen. Een grens valt nooit in haar exacte gedaante te betrappen. De essentie van een grens is misschien wel haar onbestaanbare bestaan, dat wil zeggen: haar ondeelbaarheid, haar gebrek aan substantie en uitgestrektheid, waardoor zij in feite niet kan bestaan terwijl zij toch voortdurend van haar bestaan getuigt. De grens zelf heeft geen grensgebied, ze is zelf onvindbaar in tijd en ruimte. Een grens heeft haar uiterste limietwaarde in het niets of in het oneindige. Dood is dood. Meer is er niet. Maar hoe doder de dood wordt, des te ondenkbaarder wordt de gedachte dat de dood niets anders kan zijn dan dat. De dood is overal en nergens tegelijk. And this is nowhere…. Hoe je het ook wendt of keert, het leven stelt niet zoveel voor.

Reageren is niet mogelijk.