Woorden van wijsheid

Laurens ten Cate, 1922-1984 (foto Wikipedia)

Ik kan me herinneren dat ik in 1972 tijdens een zomervakantie een dag in Friesland verbleef en in Leeuwarden op het station een Leeuwarder Courant heb gekocht. Terug in de trein las ik een hoofdredactioneel commentaar van Laurens ten Cate dat veel indruk op mij maakte. Het waren woorden van wijsheid. Ik fantaseerde toen hoe het zou zijn om in Friesland te wonen en te werken, niet wetend dat ik hier later nog eens terecht zou komen. Toen ik hier uiteindelijk aankwam – in 1977 – was Ten Cate in zijn nadagen. Hij had een ernstig auto-ongeluk gehad, waarbij hij een hersenbeschadiging had opgelopen, zodat hij moeite had met schrijven en vooral met zijn geheugen.

Dat ongeluk vond plaats op 12 juli 1972. Ten Cate reed met zijn auto over de W.A. Nijenhuisweg, vlak bij zijn woonplaats Nieuwe-Horne. De auto vloog uit de bocht en Ten Cate werd door de voorruit geslingerd en bleef bewusteloos liggen. Van dat ongeluk is hij nooit meer geheel hersteld. Niettemin schreef hij nog vaak in de krant, maar zijn teksten waren wat moeilijk te lezen. Het was een staccato-achtige robottaal die in de verste verte niet leek op de taal van de oude Ten Cate. Hij overleed op 7 april 1984, berooid en onder curatele, in zijn toenmalige woning in Joure, waar alleen nog een stoel en tafel en een boekenkast stond.

In december 1983 – vier maanden voor zijn dood – heb ik Laurens ten Cate persoonlijk ontmoet. Dat was bij een tentoonstelling in Wolvega, die hij toen opende. Ikzelf had de catalogustekst geschreven. We hebben toen nog even staan praten, hoewel hij nauwelijks nog kon staan. Het was een indrukwekkend verhaal dat hij daar bij de opening afstak. De laatste woorden van zijn toespraak zijn later opgenomen in het boekje Project 1984 van Henk van Gerner, Carlo Kroon en Geert Schaap, waar deze tentoonstelling deel van uitmaakte. Die woorden luidden als volgt:

‘Wij doen allen wat wij moeten, omdat wij het moeten, zonder te weten waarom wij het moeten en wat er zou gebeuren als wij het niet deden.’

Op 14 maart 2011 werd ik gebeld door Dietje Maria ten Cate-Bos. Zij is de eerste echtgenote van Laurens ten Cate. Ik kende haar nog als beeldend kunstenares. Ze had de ‘Laurens ten Cate’ ingetypt op Google en was zo op mijn site terechtgekomen. Ze vertelde honderd uit over haar leven met die eigenaardige en kleurrijke man. Over haar scheiding, maar ook dat Laurens kort voor zijn dood weer toenadering tot haar had gezicht. Hij was voor haar op zijn knieën gevallen en had om vergeving gevraagd. ‘Ik kan het  vergeven, maar niet vergeten.‘ heeft zij toen gezegd. Woorden van wijsheid.

Jaren geleden las ik het boek Laurens ten Cate, portret van een socialistisch journalist (2012) van Ayolt de Groot. Echt een biografie kun je dit boek niet noemen, want het geeft vooral een beeld van zijn journalistieke en politieke loopbaan. Vooral het politieke toneel aan het eind van de roerige jaren zestig wordt fraai geschetst: de ‘nacht van Schmelzer’, de opkomst van Nieuw Links, het conflict tussen Ten Cate en Den Uyl, de Maagdenhuisbezetting en vooral ook het Provo-concilie in Borgharen, dat mede door Nieuw links was geïnitieerd. Ten Cate was in die tijd overal, in ieder geval steeds op de juiste plek. De pet van de journalist en die van de politicus haalde hij wel eens door elkaar. Al met al is het een beknopt en helder geschreven boek dat ik met veel genoegen en ook bewondering heb gelezen. Ayolt de Groot vat de essentie goed samen. Laurens ten Cate komt naar voren als een onafhankelijke geest, een charismatisch figuur zoals je tegenwoordig haast niet meer ziet. Zeker niet in de politiek, om over de journalistiek maar te zwijgen.

Wat onderbelicht blijft in dit boek – het valt ook buiten het kader van deze studie – is de belangrijke rol die Laurens ten Cate heeft gespeeld in het culturele Leven van Friesland in de jaren zestig. Ook daar stond hij middenin. Hij had veel affiniteit met de beeldende kunst, getuige alleen al de fraaie briefwisseling met Boele Bregman, die ook door Ayolt de Groot heel even ter sprake wordt gebracht. Die briefwisseling werd destijds gepubliceerd in het tijdschrift Trotwaer. Het is een wonderlijke dialoog. Laurens den Cate, de geletterde en zorgvuldig formulerende intellectueel die zijn tegenpool vindt in de eenvoudige schilder die hij bewondert, aanmoedigt, geruststelt en hier en daar ook de les leert.

Ten Cate had gave van het woord. Als spreker kon hij een zaal bezielen en ook in zijn teksten zaten vaak rake formuleren. Daar geeft Ayolt de Groot tal van voorbeelden van. Ik vond het boeiend om iets meer te vernemen over het karakter van de man. Uiterst begaafd maar tegelijk ook ijdel en behept met een structureel gebrek aan zelfkritiek. Flexibel in zijn denken, maar ook met een naïef vooruitgangsgeloof, dat na zijn ongeluk plotseling omsloeg in pessimisme en misantropie. Hij was een Messias uit de provincie, maar landelijk een outsider, die weliswaar grote bewondering wekte, maar de verwachtingen eigenlijk nooit waar maakte.

Over zijn dramatische levensloop kom je in dit boek iets meer te weten, maar ook weer niet echt veel. Ten Cate tekende in 1943 de loyaliteitsverklaring zonder daar verder voordeel uit te trekken (hij studeerde nooit af). Het zou hem zijn hem zijn leven lang een schuldcomplex bezorgen. Hij trouwde in 1946 met Dietje Maria ten Cate-Bos en had kort daarna – net vader geworden – een buitenechtelijke relatie met een 13 jaar oudere vrouw, waarbij Dietje enige tijd bij de ouders van Laurens in Bolsward introk. Hun enige zoon Marius overleed op 29-jarige leeftijd aan kanker. Na de scheiding van zijn ouders wilde Marius zijn vader nooit meer zien. Hij had zelfs laten vastleggen dat de vader niet op zijn begrafenis mocht komen.

Dat zijn de kale feiten. Maar wie was de vrouw voor wie Laurens ten Cate zijn vrouw verliet? Esther Saartje Gosschalk (1947-2007), zo meldt Ayolt de Groot. Ten Cate trouwde met haar op 28 december 1977, maar verder verneemt de lezer niets over haar, wellicht uit piëteit voor Dietje Maria ten Cate-Bos, die een belangrijke bron is geweest voor Ayolt de Groot.

Ik heb Esther Gosschalk één keer gezien, maar niet gesproken. Dat was in april 1992, bij de opening van een tentoonstelling in Theater Romein ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de BNA, de Bond van Nederlandse architecten. Er waren die zaterdagochtend allemaal landelijke bobo’s naar Leeuwarden gekomen. Esther Gosschalk kwam binnen als een soort Mathilde Willink in het pocketformaat. Ze had een wonderlijke hoed op. Toch was haar gestalte eerder onooglijk, in ieder geval allesbehalve voluptueus. Desalniettemin moet zij in haar goeie dagen een fenomeen zijn geweest, een echte  femme fatale, die – nadat zij Ten Cate veroverd had – hem geestelijk en materieel berooid heeft achtergelaten. Sies Bleeker, die haar persoonlijk gekend heeft, vertelde mij ooit dat zij meerdere mannen op deze wijze verslonden heeft.

Gerlof Leistra schreef een kort portret van Esther Gosschalk in zijn boek Gewone leven, necrologieën van onbekende Nederlanders (2008). Daarin komt zij naar voren als ‘de koningin van Café Welling‘, de beroemde kroeg achter het Amsterdamse Concertgebouw. Ik heb daar in april 2008 eens een nacht doorgezakt, waar ik onder meer aan de praat raakte met Particia van Mierlo, die toen net haar boek De namen van Maria had voltooid. Paticia van Mierlo was de hartsvriendin van Esther Gosschalk, zo meldt Gerlof Leistra. Toch kan ik me niet herinneren dat toen  de naam van Eshter Gosschalk is gevallen. Jammer, want ik had graag wat meer over haar willen horen.

Je moet altijd oppassen om jezelf te vergelijken met iemand die een veel grotere statuur heeft dan jezelf. Voor je het weet beland je in het verhaal van de muis en de olifant. Toch voel ik een zekere verwantschap met het karakter van Laurens ten Cate. Ik waag te beweren dat ik niet mag klagen over de talenten die mij zijn toebedeeld. Ik voel me – net als Ten Cate – ook redelijk onafhankelijk in mijn denken.  Maar daarnaast ben ik behept met een zekere zwakte, een weekheid misschien zelfs.

Laurens ten Cate was een man met grote gaven, maar ook met een aantal pijnlijke zwakheden. Een vat vol tegenstrijdigheden, zoals dat heet. In de laatste zin van zijn boek vat Ayolt de Groot het fraai samen. ‘Als hij zijn eigen gedrag had moeten becommentariëren, had hij zichzelf er ongenadig van langs gegeven.’

Ook dat zijn woorden van wijsheid.

1 Reactie »

  1. Jos Heitmann

    17 oktober 2018 op 01:32

    Ik kan me zijn stem nog herinneren.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)