Terug in Oldeberkoop

Opening van de tentoonstelling ‘Verhalen in het landschap’, gisteren in Oldeberkoop

Gisteren was ik in Oldeberkoop om daar de opening van tentoonstelling ‘Verhalen in het landschap’ bij te wonen. Tout le monde was er, daar in the middle of nowere. Het is ook een hele mooie tentoonstelling. Ik had er bijna vier uur over gedaan om met de fiets in Oldeberkooop te komen. Maar ik was veel te vroeg. Dus heb ik nog twee uur op een terras gezeten met halve liters pils. Het was stralend weer, dus wat wil je nog meer in oktober. Mijn gedachten dwaalden af naar vroeger, toen ik hier nog wel eens kwam. Voor de Open Stal uiteraard, want dat is Oldeberkoop in de zomer…

We schrijven juli 1978. Samen met George Kreleger, die in 1994 overleed, zat ik in auto bij Hans de Haan, de toenmalige provinciale museumconsulent. We reden naar Oldeberkoop om de Open Stal te zien. Daar trokken we in juli altijd een dagje voor uit. Er was dan toch niet zo veel te doen en onderweg hoorde je nog eens wat roddels van elkaar. De autoradio stond aan. Vlak voordat we Oldeberkoop binnenreden hoorde ik Sultans of Swing van Dire Straits. Voor het eerst van mijn leven, want die plaat was net uit. Ik luisterde geobsedeerd naar de muziek. Even dacht ik dat het van Bob Dylan was, maar dat was duidelijk niet het geval.

Toen ik Mark Knopfler later op tv zag leek hij sprekend op Robbie Rensenbrink die in Argentinie op de paal had gechoten. Hoe dan ook, de accoorden swingden de pan uit. Die gitaarsolo’s waren ongehoord. Aangekomen op het parkeerterrein voor het restaurant van Appie Tjalma draaide Hans de Haan de knop om. ‘Wat doe je nou?’ zei ik, ‘zet die muziek aan!’ Ik draaide het volume flink omhoog. Zo hebben we daar nog samen een paar minuten zitten luisteren. De omstanders moeten wel gedacht hebben: ‘Wat een stelletje aso’s met zo’n keiharde autoradio!’. Nog altijd als ik de sultans weer hoor swingen, denk ik aan Oldeberkoop.

4 april, 1980(3)0001

(Voor vergroting: even klikken)

In 2002 werd ik gevraagd om De Open Stal in Oldeberkoop te openen. Zo stond ik op een zaterdagochtend voor een volle zaal met mensen. “En dan geef ik nu het woord aan de directeur van Keunstwurk…’ hoorde ik de voorzitter van het bestuur nog zeggen. Ik heb hem beleefd gecorrigeerd alvorens met mijn speech te beginnen, maar ik zag hem olijk kijken. Hij gaf zelfs een knipoog aan de zaal. “Altijd vol grapjes, die man”, zo hoorde ik hem denken. Dat ik de directeur van Keunstwurk was, hebben veel mensen vaak gedacht. De enige manier om met dit misverstand te leven, dat pijnlijk was voor alle betrokkenen, was de aanvaarding. Ik was iets, wat ik niet was, en dat zal misschien ook altijd zo blijven. Het was altijd Hosanna, of kruisigt hem. Wie ik werkelijk was leek niet veel mensen te interesseren. ‘Don’t you forget about me?’ Wie zong dat ook al weer? Ach ja,  Simple Minds:

‘Will you recognize me?
Call my name or walk on by
Rain keeps falling, rain keeps falling
Down, down, down, down.’

Het wijdverbreide misverstand dat ik de directeur van Keunstwurk was nam soms zelfs epidemische vormen aan. Ik heb een tijd gehad dat ik dat ik deze fout ging corrigeren. Dan stuurde achteraf ik een briefje of een mailtje aan de betreffende journalist, waarin ik uitdrukkelijk verklaarde dat ik geen directeur van Keunstwurk was. Totdat ik van iemand een mailtje terugkreeg met de vraag: ’Hoe heet die instelling dan, waar u directeur van bent?’

Daarna ben ik ermee gestopt. Er is bijna geen krant of omroep geweest, die ik nog niet op deze fout heb kunnen betrappen. Omrop Fryslân, Friesch Dagblad, De LC, maar ook landelijke media als de Volkskrant, NRC en zelfs het NPO-journaal hebben in het verleden mij abusievelijk tot ‘directeur’ bestempeld. Al had ik visitekaartjes laten drukken met de tekst ‘geen directeur van Keunstwurk’, dan nog zou dat de verwarring alleen maar groter zijn geworden.

Misschien komt nog eens op mijn grafsteen te staan. ‘Huub Mous, bij leven vermeend directeur van Keunstwurk’.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)