Terug naar de oude kustlijn

Ja mensen, het is zover. Ik ben weer opnieuw begonnen. En dit besluit is onherroepelijk. Erg consequent is het niet, ik weet het. Maar een mens heeft het recht om zichzelf tegen te spreken. Hoe dan ook, de blogkoorts heeft me andermaal te pakken. Ik kies voor mijn verslaving, wat de gevolgen ook mogen zijn. Ik kan niet telkens weer stoppen, tegen beter weten in. Ik zal ermee doorgaan tot het bittere eind. Ik keer terug naar mijn oude kustlijn.

Ik had een droom vannacht, daardoor kwam het dat ik op mijn besluit ben teruggekomen. Aan het voeteneind van mijn bed zag ik een vuurtoren staan. Ik schreeuwde het hele huis bij elkaar. Opeens kwam mijn oude moeder de slaapkamer binnen en deed het licht aan. Ze had krulspelden in en onder haar duster zag ik haar rubbercorset. Ze sprak me geruststellend toe en zei dat ik me veel te druk maak de laatste tijd. Ik moet wat meer op mijn innerlijk licht vertrouwen, zei ze: ‘Keer terug naar de kust!’

‘Maar er staat een vuurtoren in de kamer!’ riep ik. Mijn moeder keek om haar heen en zag niets. ‘Waar dan?’ vroeg ze. ‘Daar!’ riep ik. ‘Daar bij het raam !’ Maar mijn moeder liet me zien dat er geen vuurtoren was. En toch, toen ze het licht weer uit deed en de kamer uitging, stond hij er weer met zijn ronddraaiend licht in de nacht.

Ik weet niet wat Freud hiervan gedacht zou hebben. Voor de surrealisten was de vuurtoren het symbool voor het onbewuste verlangen. Zoiets moet het zijn wellicht, de angst voor het verlangen. Het verlangen dat nooit vervuld kan worden, maar toch blijft bestaan. Tegen beter weten in. Ik verlang misschien iets wat eigenlijk niet kan bestaan. Misschien ben ik bang voor mijn eigen verlangen.

Uiteindelijk sliep ik weer in en droomde van de zee. Ik liep alleen op een pier aan een haven en hoorde het de geluiden van golven die zich mengden met de klaaglijke roep van een misthoorn. Maar ook het geluid van de vuurtoren hoorde ik, dezelfde vuurtoren die ver van deze pier in mijn eigen slaapkamer te horen was…

Of zoals Vasalis ooit dichtte:

En ’t avondland na’t avondeten
– de vaders in het gras gezeten
aan het kanaal dat nauwlijks stroomde
maar zachtjes smakte langs de kant.
En dat het stil werd over ’t land,
de zee zich meer en meer liet horen
soms overstemd door kinderkoren
‘blijf zitten waar je zit en verroer je niet!’
Een ijl en toch doordringend lied –
het einde van een zomerdag.

Gewassen, haar gekamd, in bed gelegd
nog één verhaaltje, nog en nóg een kus,
raam open en gordijnen bijna dicht
en buiten in de straat nog lokkend licht,
voetstappen, af en toe helder gelach
’t gerekte roepen van een kindernaam
die eenzaam zoekend in de lucht bleef hangen
en ons benauwde tot een antwoord kwam –
ons fluistrend praten, lang, van bed naar bed
dan ’t stille kijken naar ’t vuurtoren-licht
dat streek langs het nu donkere plafond.
De witte, zachte vingers, regelmatig
draaiend en dovende en keer op keer,
wisten de dag en veegden ons in slaap
– swish, swish-

M. Vasalis. Uit: De oude kustlijn (2002)

Reageren is niet mogelijk.