Alleen van liefde wil ik spreken

vannacht zag ik het wrak
van een gigantisch schip.
het was bedolven onder roest
koraal en alle schelpen van de oceaan
het was daar akelig en diep
de plaats waar ik ooit heen zal gaan

ik zag een hoofd met holle ogen
voor op de boeg van die verlaten boot
een bronzen kop, vergroeid met moeder aarde
het kinderlijkje in de branding was al jaren dood

er klonk een taal, door niemand nog gehoord
waarvan het kind de code voor zichzelf bewaarde
nu rest daarvan nog slechts een enkel woord

god, maar wie is god. alleen van liefde wil ik spreken

jij koningskind van dodenkou
wat lig je daar toch vredig in de zee
vondeling en vaargezel met wie ik was bevriend
getallen wil ik wisselen met jou
als nummers van de telefoon

ik zal je zeemansgraf bestormen
met liefde, haat en hoon
die je verdient

Reageren is niet mogelijk.