De wijsheid is dwaas gemaakt

Want er staat geschreven: Ik zal de wijsheid van de wijzen verloren doen gaan en het verstand van de verstandigen zal Ik tenietdoen. Waar is de wijze? Waar de Schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze wereld? Heeft God niet de wijsheid van deze wereld dwaas gemaakt?

1 Corinthiërs 19-20

Gisteren bedacht ik opeens dat ik teveel denk. Ik moet meer in het hier en nu leven. Mindfulness, zo heet dat tegenwoordig, ‘Mindfulness’ – zo lees ik op Wikipedia – ‘is een gemoedstoestand die getypeerd wordt door de bewustwording van de eigen fysieke ervaringen, gevoelens en gedachten, zonder onmiddellijk over te gaan op automatische reacties. Om toe te werken naar Mindfulness doet men onder andere trainingen, meditatie en andere aandachtsoefeningen. ‘

Tsja , dat moet ik dan ook maar eens doen, want zo kan het niet langer. Ik hang de hele dag rond op sociale media, op zoek naar nieuwe prikkels en ervaringen. Ik twitter, Facebook en ik mail dat het een lieve lust is. En het ís een lieve lust. Wat heet, mijn lust en mijn leven. Dat heb je als je neuraal-vegetatief systeem van slag is. Verliefdheid is een geestesziekte, zo hoorde ik laatst iemand tegen mij zeggen. Als dat waar is dan ben ik in de terminale fase beland. Hopeloos verliefd. Artsen keren zich af van mijn ziekbed en lopen zwijgend van me weg. Niet denken, dat is het enige medicijn dat misschien nog helpen kan.

Dit wordt de grote vakantie van het niet denken. Dat heb ik me heilig voorgenomen. Er zijn mensen die hun hele leven niets anders doen, maar ik heb er grote moeite mee. Mijn gedachten koken over alsof ze te lang op het gas hebben gestaan. Als ik op straat loop, vind ik opeens iedereen mooi. Beautiful people. Het is alsof alle mensen glimlachen en aardig  tegen me zijn. Ik spreek ook mensen aan. Zomaar. Zoiets doe ik anders nooit.

Kortom, ik gedraag me als een dwaas. Maar wat is wijsheid als de liefde je te pakken heeft? Liefde ís dwaasheid. Gisteren liep ik op straat en ik merkte dat ik ongemerkt naar de wolken aan het staren was. En toen viel het kwartje. Ik betrapte mezelf erop dat ik sinds tijden even niet nadacht. Heel eventjes maar. Dat kostbare gevoel wil ik koesteren, hoe moeilijk dat ook is. Zodra je immers moeite gaat doen om niet te denken, ben je alweer aan het denken.

Zo is het met dromen ook een beetje. Dromen moeten vanzelf gaan. Misschien heb ik mijzelf wel bij de staart met dit idiote plan om elke dag een droom op te schrijven. De afgelopen nacht heb ik droomloos doorgebracht. Misschien houdt het dromen wel op als je overdag niet meer denkt. Of juist omgekeerd: misschien verdwijnt het dromen als je teveel denkt. Of nog anders: misschien hou je overdag pas op met denken, als je ’s nachts niet meer droomt.

Dat doet me denken aan een verhaal van Guy de Maupassant. In Parijs woonde een man met de langste baard van de wereld. Op een dag in de Jardin du Luxembourg kwam een jongetje naar hem toe en vroeg; “Slaapt u nou met uw baard boven of onder de dekens, mijnheer?” De oude man streek eens door zijn baard en moest het antwoord schuldig blijven. ’s Avonds in bed lag hij uren te woelen. Boven, onder, boven, onder….? Hij kwam er niet uit en deed geen oog meer dicht. Ook de nachten daarna kon hij niet meer slapen. Om de rust in zijn hoofd weer terug te krijgen, moest hij uiteindelijk naar de kapper. De baard ging eraf en het gepieker hield op.

Niet denken dus, dat is de moraal van dit verhaal. Ik ga niet denken, denk ik. De wijsheid van deze wereld is dwaas gemaakt. Quia absurdum, dat is God, dat is de mens, dat is de liefde…

Reageren is niet mogelijk.