Het lied van Jacky

Zelfs als ik ooit nog eens zou zingen
voor een zaal vol ouwe wijven,
de tango dan, vol vuur en vlam,
met valse snik, gewrichten stram,
Ik weet weet dat ik geen spijt zou krijgen,
als eentje nog in mijn bed zou hijgen.

Antonio, zou ik dan heten,
de bruggen achter mij verbrand.
En als ik dan gaf wat zij verlangde,
verwachtte ik er niets voor terug,
met al dat vlees dan op haar rug,
zou ik stralen in mijn mannelijkheid.
Jawel, met zo’n belegen teef in bed,
neergestreken als jonge meid.

Die roze olifanten, waar ik mijn zaad
dan straalbezopen in verschoot…
Ik zong mijn lied met schaterlach
over toen ze mij nog Jacky noemden.

Kon ik maar voor één enkel uur,
één enkel uurtje maar per dag…
O kon ik maar één uur, één uur…
knap zijn en knettergek gelijk !

Als ik ooit die apenrots beklom,
als souteneur van alle vrouwen,
ik zou een nieuw bordeel gaan bouwen.
Mijn lied zou in de hitlist staan.
Die vrouwen kochten al mijn platen.
Naar de top zagen ze mij gaan.

Ik zou dan ‘knappe Jacky’ heten,
verkocht een schip vol opium,
drugs, hasjiesj en flessen rum,
ware queens en valse maagden.
Aan elke vinger dan een bank.
Een vinger ook in elk land !
En elk land was het domein,
waar ik een keizer wilde zijn,
om daar in mijn opiumkit te wezen,
omgeven door een paar Chinezen,
zong ik het lied dat ze ooit roemden
over toen ze mij nog Jacky noemden.

Kon ik maar voor één enkel uur,
één enkel uurtje maar per dag…
O kon ik maar één uur, één uur…
knap zijn en knettergek gelijk !

Zeg, zou het niet heel aardig zijn,
als ik daarboven in het paradijs
voor alle vrouwen zingen zou,
en zij dan zingen daar met mij.
We zouden blij zijn daar te zijn,
want hier beneden, dat was niks.
Mijn naam zou zijn dan: Jupiter !

Eindelijk was ik waar ik hoor,
almachtig op een morgenster,
mijn baard zo lang als een engelenkoor.
Ik zou dan spelen doof, blind, stom.…
Met de mensen had ik medelijden.
Mijn hart brak om alles recht te breien
En toch, ook dan wist ik dat elke nacht,
als ‘t goddelijk werk weer was gedaan,
een engel – alsook de duivelsmacht –
dat kinderlied van start liet gaan.

Over toen ze mij nog Jacky noemden
Kon ik maar voor één enkel uur
Eén enkel uurtje maar per dag
O kon ik maar één uur, één uur…
knap zijn en knettergek gelijk.

Jacques Brel (vertaling: Huub Mous)

Reageren is niet mogelijk.