Herinneringen aan Rouen

Sinds vrijdag j.l. staat dit beeldje van Jeanne d’Arc bij mij op de schoorsteen. Het is niet zo groot, schoenmaat 38 zou Gerard Reve zeggen. Ik kocht het bij het antiquairtje aan de Oostergrachtswal, op een steenworp afstand van mijn huis. Daar had ik haar al een tijdje in de etalage zien staan, maar van de week ben ik bezweken. Het is van biscuit gebakken aardewerk. Dat is een vorm van keramiek dat slechts eenmaal zonder glazuur is gebakken en vervolgens van een dunne glazuurlaag is voorzien. Waarschijnlijk is het eind negentiende eeuw gemaakt, ergens in Noord-Frankrijk. Het gipsen wapen van Jeanne d’Arc, dat achter het beeldje aan de muur hangt is afkomstig uit Rouen, waar Jeanne d’Arc in 1431 stierf op de brandstapel. Ik kreeg dit wapen ooit van Jelle Breuker die twee jaar geleden overleed. Hij had het voor me meegenomen uit Rouen. Zo komt alles nu op zijn plaats.

Ik heb iets met Jeanne d’Arc. Ooit schreef ik een hoorspel Herinneringen aan Rouen. In 1962 won een ik een declamatiewedstrijd in de aula van het Ignatiuscollege met het gedicht Rouen van Liane Bruylants.

ROUEN

Hier werd en vrouw verbrand; de huizen zijn zeer oud,
en somber ook, gesloten als de lucht.
Een stad, die men gelijk een dief ontvlucht
bij schemering, in angst en kwetsbaar tot de dood,
Schrikkend bij elk gewoon, bekend gerucht.
Hier werd een vrouw verbrand; maar wat raakt mij dat vuur?
Wat raakt het mij, die vlammen in de wind
waarvan ik droom, verbijsterd en verblind,
starende op de smalle, zwartgebrande muur,
waarlangs de vlam spookachtig herbegint?
Hier werd een vrouw verbrand; het huiverende woord
klinkt als de echo, als de luide kreet
van helse pijn, die door haar lichaam sneed;
o God, o God! en allen die haar hebt gehoord,
verleent mij, dat ik haar vandaag vergeet!
Hier werd een vrouw verbrand; de huizen zijn zeer oud,
en als een dief ben ik de stad ontvlucht,
die ruikt naar bloed en vuur heeft in haar lucht:
o Sint Jeanne d’Arc de hemel is zeer groot,
maar nog waart om dit plein uw fluisterende zucht…

Mijn wijze van declameren moet destijds op de aanwezigen in de aula veel indruk hebben gemaakt, met name vanwege de lang aangehouden stiltes, die telkens weer doorbroken werden door de dramatische regel…’Hier werd een vrouw verbrand..’ Na afloop van de schoolwedstrijd werd ik door mijn klasgenoten op de schouders genomen en in triomf rondgedragen op de cour, de binnenplaats van het Ignatiuscollege. Het was mijn ultieme overwinning. Sterker nog, het was een wonder!  Ik had Jeanne d’Arc tot leven gewekt !

Het beeld van Jeanne d’Arc op de brandstapel moet zich sindsdien diep in mijn ziel genesteld hebben. Ik ben zelf nooit in Rouen geweest. Wel in Domrémy, het dorp waar ze geboren is. Ik was daar in augustus 1963, samen met mijn ouders. Drie jaar later begon ik – net als Jeanne d’Arc – plotseling stemmen te horen. Net als zij was ik 18 jaar oud. Ik meende dat ik dat ik van een opdracht te horen kreeg, die ik binnen een jaar vervullen moest. Toen ging ik dagenlang dwalen door de stad. Ik had niet alleen een zwaard bij me, maar ook een boekje op zak: Dans un mois, dans un an van Francoise Sagan. Wat mijn opdracht was, is uit mijn geheugen gewist.

Iets van het verhaal van Jeanne d’ Arc is op een wonderlijke wijze verbonden geraakt met mijn levensloop. Op cruciale momenten in mijn leven duikt ze altijd weer op, als een gedachte, een herinnering of een coïncidentie. Ik ben niet meer zo gelovig, laat staan bijgelovig. ‘Eigenlijk geloof ik niets…,’ zo zeg ik Reve na, maar het mysterie van Jeanne d’Arc raakt nog altijd iets diep in mij. Wie weet was ik in een vorig leven enige tijd een soldaat in haar leger, zoals ook Leonard Cohen wel eens heeft gedacht. Misschien is het haar eenzaamheid die mij fascineert, haar levenskracht, haar totale onafhankelijkheid van geest waardoor zij uiteindelijk ook zelf voor haar noodlottige dood koos.  In zijn boek Onze lieve Vrouwe van de schemering (2009) schrijft Willem-Jan Otten het volgende:

‘]eanne moest, door haar menselijke, al te menselijke loochening, gelijk aan ons worden, om ten slotte, als ze haar loochening weer ingetrokken heeft, de ondoorgrondelijke minnares van God te worden die de brandstapel verkiest boven de dood van een levende, levenslang gevangen gezette verraadster. Ze moet, zoals 
het evangelie-woord zo bars heeft gezegd, sterven om te leven. ‘

Je zou Jeanne d’Arc ook als een voorloper kunnen zien van de hedendaagse terrorist. Ook zij claimen vaak te handelen in opdracht van God. Jeanne d’Arc meende letterlijk dat zij een instrument van God was. Haar stemmen waren echt. Juist om die reden moest zij en plein public ontmaskerd worden . Zij was – zoals  Otten opmerkt  -‘de Jomanda van haar tijd, die zo stupide was om Bin Ladentje te willen spelen.’ Maar in feite was zij verwikkeld in een intense liefdesaffaire met God. Het  bewaren van haar maagdelijkheid was ook de enige manier om God te beminnen. De heilige oorlog van Jeanne d’Arc was een christelijke jihad. Ze was de Anders Breivik van de late Middeleeuwen. Absoluut en ongenaakbaar in haar  doen en laten. En daarom fascinerend voor ieder die het contact met de alledaagse werkelijkheid verloren heeft.

Waren de stemmen die Jeanne d’Arc hoorde afkomstig van God of van de duivel? Anders gezegd: was zij een heks of niet? Die vraag stond centraal in het proces dat in 1431 door de Engelsen tegen haar werd gevoerd. Tegenwoordig lijkt het antwoord op die vraag niet meer zo interessant. Er is een ander probleem dat niet alleen historici, maar ook psychiaters bezighoudt: waren de stemmen van Jeanne het symptoom van een geestesziekte of was er iets anders aan de hand?  Menig onderzoeker heeft geprobeerd de stemmen van Jeanne d’Arc te verklaren in psychiatrische of neurologische termen, zonder daarbij veel acht te slaan op de historische context.

Zo is gewezen op epilepsie, migraine, tuberculose en schizofrenie als mogelijke verklaring. Maar er bestaat geen consensus over deze kwestie. Hoewel hallucinaties en extreme religieuze gedrevenheid als symptoom kunnen gelden van allerlei psychiatrische ziektebeelden, zijn er toch ook andere aspecten van het leven van Jeanne d’Arc die daar strijdig mee zijn. Het zijn niet zozeer de gewijzigde opvattingen over geestelijke gezondheid, als wel haar uitzonderlijke militaire prestaties die de blokkade vormen om haar geestestoestand in eigentijdse psychiatrische termen te definiëren.

Maar als dit zo is, dan rijst vervolgens de vraag: kan iemand ook vandaag de dag een gedragspatroon laten zien dat overduidelijk pathologische trekken vertoont en tegelijk toch daden verrichten die de geschiedenis een andere wending geven? Hoe relevant zijn de diagnoses van psychiaters eigenlijk als het gaat om uitzonderlijke omstandigheden? Wordt de loop de geschiedenis juist niet bepaald door afwijkend gedrag? Moeten we de gekte niet koesteren? Of moeten we ons er juist voor hoeden? Is het voortbestaan of de ondergang van de beschaving juist niet afhankelijk van mensen met een borderline syndroom?  In hoeverre leek Jeanne d’Arc op Hitler of Osama Bin Laden? Of Christus of Mohammed?

Of je nu daadwerkelijk stemmen hoort of niet, als je direct gehoor geeft aan de stem van God of andere demonen beland je in het gekkenhuis of op het slagveld. In het laatste geval kunnen sommige mensen in extreem afwijkende mentale condities het kennelijk heel ver schoppen.

Hier werd een vrouw verbrand; de huizen zijn zeer oud,
en als een dief ben ik de stad ontvlucht,
die ruikt naar bloed en vuur heeft in haar lucht:
o Sint Jeanne d’Arc de hemel is zeer groot,
maar nog waart om dit plein uw fluisterende zucht…

Reageren is niet mogelijk.