Revoluties en transformaties van tijd

Slide1

Op dinsdagavond 20 maart a.s. mag ik een lezing geven in Tresoar in het kader van de cyclus Revolutie yn Fryslân? De drie lezingen in deze cyclus gaan over verschillende soorten revoluties, want revoluties heb je nu eenmaal in soorten. Zo bestaat er een revolutie als een omwenteling in de staatsvorm, een revoluties van een opkomende klasse en ook een culturele revolutie. Soms is een revolutie een combinatie van verschillende soorten. Dinsdagavond j.l. beet Yme Kuiper de spits af in deze reeks. Hij sprak over de Patriottenbeweging aan het eind van de achttiende eeuw in Friesland. De staatsgreep van de Patriotten in 1787 was een heuse revolutie, met een tegenregering in Franeker. Deze revolutie mislukte, maar twee jaar later slaagde een vergelijkbare revolutie in Frankrijk wel, en in 1795 werd het Franse programma van de revolutie hier alsnog geïntroduceerd

Om los te komen van van het idee dat het hier om een ‘mislukte revolutie’ was gegaan, had Yme Kuiper zijn betoog vooral feitelijk opgebouwd zonder al te veel weidse vergezichten. Het was een nauwgezet relaas over de gebeurtenissen destijds, waarbij ook de veranderingen van inzicht achteraf aan bod kwamen. Historici hebben tot op de dag van vandaag heel verschillend over deze periode geoordeeld. Je zou dat voortschrijdend inzicht kunnen noemen. Hoe dan ook, dit veranderende beeld van het verleden was voor mij een van de boeiendste aspecten van het betoog van Yme Kuiper. Elke poging om ons beeld van de geschiedenis met terugwerkende kracht te corrigeren levert uiteindelijk weer nieuwe beelden op. ‘De geschiedenis is een echoput. Wie haar aanroept krijgt zijn eigen mening als antwoord terug,’ Dat heeft de historicus Ernst Kossmann eens geschreven.

Voorafgaande aan de lezing sprak Yme Kuiper mij even aan en stelde de vraag wat achteraf bezien de grote revolutie van onze tijd zal zijn geweest. Mogelijk zijn de jaren zestig, die nu nog altijd worden beschouwd als een culturele revolutie op tal van terreinen, dan veel minder belangrijk geworden en zal men vooral spreken over de transformaties die de nieuwe media – zoals internet en social media – nadien teweeg hebben gebracht. Media zijn vaak een belangrijke factor bij revoluties. In zijn lezing noemde Yme Kuiper een fraai voorbeeld van een krant die vanuit Amsterdam – toen daar de revolutie was uitgebroken – naar Friesland werd gebracht. Pas toen geloofde men hier wat er gaande was. Ook verwees hij naar de historicus Benedict Anderson met zijn begrip ‘imagened communities

Ik kwam van de ideeën van Benedict Anderson op het spoor bij mijn onderzoek voor het boek De Fries die in de toekomst sprong en verwijs naar hem in het hoofdstuk De boer en de kosmopoliet. Volgens Anderson is het ontstaan van het nationalisme verbonden geweest met wat hij noemt ‘het drukwerk-kapitalisme’ in de zeventiende en achttiende eeuw. Dat was de eeuw waarin gedrukte media zoals boeken, tijdschriften en kranten in de eigen landstaal gingen verschijnen. De moedertaal werd zo een omgeving om in te wonen: het eigene, het vertrouwde, een ruimte die kon worden gedeeld. Door de ontwikkeling van het ‘drukwerk-kapitalisme’ zijn er drie fundamentele culturele noties, die alle uit de verre oudheid stammen, hun greep op het bewustzijn kwijtgeraakt.

Dat zijn: (1): Het idee dat een bepaalde geschreven taal bij voorrang toegang verleent tot een bestaanswaarheid, juist omdat de taal als zodanig een onafscheidelijk deel van die waarheid is, zoals dat met name in het christendom tot uiting komt. (2): Het idee dat de maatschappij rond – en onder leiding van – een centraal punt in de ruimte georganiseerd is, met een monarchen in het midden die tegelijk boven andere menselijke wezens verheven is en regeert met goddelijke volmacht. En (3): Het idee dat de tijd een uitgestrektheid is, waarin kosmologie en geschiedenis één op één met elkaar samenvallen en het ontstaan van de wereld en dat van de mens een simultane oorsprong hebben.Dat alles verloor bij de opkomst van de drukpers zijn natuurlijke vanzelfsprekendheid. De  massamedia van de drukpers, die in de achttiende eeuw ontstonden, structureerden op een nieuwe wijze de ruimte en de tijd.

Daar zal mijn lezing over de jaren zestig ook voornamelijk over gaan. Over de ideeën van media-profeet McLuhan bijvoorbeeld die vaak zo verkeerd begrepen is.  Maar ook hoe de ervaring van ruimte en tijd structureel kan veranderen. Zo’n  structurele verandering gaat niet zelden gepaard met een revolutie, whatever that met be. Revoluties zijn wat mij betreft vooral transformaties in de ervaring van ruimte en tijd.  In de jaren zestig is ons vooral onze ervaring van tijd drastisch veranderd en die transformatie was in een agrarische regio als Friesland misschien nog wel ingrijpender dan in de stedelijke centra.

Om aan te geven wat de ervaring van tijd voor het bewustzijn betekent, geef ik hieronder drie citaten. Het eerste gaat over de filosofie van de tijd bij Augustinus. Wat Augustinus ooit schreef over de tijd las ik in de jaren zestig op school in zijn boek de Confessiones. Het gaat over het ontstaan van ‘het zien van de tijd in het bewustzijn’, in plaats van de ervaring van ‘bewustzijn in tijd’. Dat lijkt heel vanzelfsprekend, maar dat is het zeker niet. Met Augustinus is er iets radicaal veranderd in de wijze waarop het menselijk bewustzijn ‘in de tijd’ gesiitueerd is.

De twee citaten daarna komen uit boeken van mijzelf en laten zien dat mijn fascinatie voor de veranderingen in de tijdservaring iets te maken heeft met de psychose die mij in de jaren zestig trof. In een psychotische toestand verandert er iets in het bewustzijn van tijd, zoals ook in de geschiedenis dit soort veranderingen zich plotseling kunnen voordoen. Een psychose is dan ook een revolutie op mini-formaat, waarin de kern van het fenomeen ‘revolutie’ in zijn kale gedaante aan het licht treedt.

Maar nu eerst het belang van Augustinus’ gedachten over tijd:

1.

‘Door de aandacht te verleggen van de fysische wereld, die onafhankelijk van hem bestaat, naar de wereld van het bewustzijn, verkreeg Augustinus een nieuw perspectief op ‘tijd’. Bewustzijn is niet langer aanwezig als louter een waarnemer van externe verandering, maar gesitueerd, als het ware, midden in de beweging zelf. Verandering vindt nu plaats in het innerlijk leven. Het resultaat van deze verandering is, in zekere zin, de eliminatie van de verandering.

Toekomst, heden en verleden worden nu ondergebracht in het allesomvattende aanwezig zijn van de aandachtige geest – een act van het bewustzijn die een temporele werkelijkheid bijeenhoudt, waaraan voorheen alleen een vaag bestaan werd toegekend. Bewustzijn wordt niet langer gesitueerd in een efemeer verdwijnpunt tussen het niet-bestaan van het verleden en het nog-niet bestaan van de toekomst, maar wordt nu gezien als iets wat zelf de doorgang opent voor de overgang van de toekomstige naar de verleden tijd.

De verandering die Augustinus aanbracht behelst het zien van ‘het bewustzijn in tijd’ naar het zien van ‘tijd in het bewustzijn’. Het is een omslag die vergeten is en weer herontdekt in de filosofische traditie die daarop volgde.  In Augustinus’ versie van deze omkering van de relatie tussen bewustzijn en tijd wordt een cruciale rol toebedeeld aan God. Als je jezelf wilt begrijpen in verhouding tot tijd, zo zegt Augustinus, dan moet je dat niet doen door je blik naar de buitenwereld te richten, maar louter door je blik te richten op wat zich afspeelt in het de binnenwereld van het bewustzijn, waar je jezelf kan begrijpen in relatie tot God.

Als je je eigen ‘zijn in de tijd’ wilt begrijpen, kijk dan niet naar de fysische wereld van bewegingen, maar naar je eigen zelf in relatie tot de eeuwigheid. Het is juist door het contrast tussen het zich uitstrekken van het bewustzijn en Gods eeuwige aanwezigheid, dat je eigen bestaan in de tijd werkelijk kunt begrijpen. Voor Augustinus, evenzogoed als voor Plotinus, wordt bewustzijn begrepen door terug te zien op waar het uit voortkomt – op het zich ontvouwen vanuit een unitaire aanwezigheid. Het gesproken woord is de metafoor waardoor dit cruciale verband tussen tijd – als het zich uitstrekken van het bewustzijn – en Gods eeuwige heden doorgrond kan worden.’

Uit: Gareth B. Matthews, The Augustinian Tradition, 1998.

2.

‘Tekenen was zién geworden en de taal werd een orakel. Ik schreef niet, ik werd geschreven. Ik schreef tot God, maar God schreef ook in mij. ‘Groot zijt Gij Heer en ten zeerste lovenswaardig! Groot is uw macht en uw wijsheid heeft geen getal!’ Dat waren ook de woorden, waarmee Augustinus begonnen was aan zijn Belijdenissen. Mijn boek zou daar een eigentijdse vertaling van worden, geen letterlijke omzetting van de oorspronkelijke tekst, maar een nieuwe belijdenis, een nieuwe catechismus ook, een tekst die ik op de huid van de tijd zou schrijven, hallucinerend in het hier en nu. Al schrijvend zag ik mijn hele leven voorbijtrekken met alle betekenislagen die daarin verborgen lagen. Ik zat in de machinekamer van mijn eigen verbeelding en liet gebeuren wat gebeuren moest. Het absolute had bezit genomen van mijn geest en maakte aan elke twijfel een einde. Eindelijk was ik bevrijd.’

Uit: Tegen de tijdgeest, terugzien op een psychose, 2011.

3.

De toenemende vrije tijd bracht in de jaren zestig het perspectief van een eindeloze tijd voor de spelende mens. Maar de linkse maatschappijkritiek richtte zich ook op een verandering van mentaliteit die de vrije tijd teweeg bracht. De leisure oriented society leverde lusteloze mensen op. Het gevaar dreigde dat de echtheid van het leven teloor zou gaan in verveling en consumentisme. De onmogelijkheid van een authentiek leven in de tijd werd gezien als een elementair gebrek van het maatschappelijk systeem. Zo werd ook de ervaring van tijd en ruimte een intrinsiek probleem voor het moderne bewustzijn. Dat probleem kwam aan het licht in een tijd toen de kunst en het dagelijks leven met elkaar samen leken te vallen in een drang naar tegenwoordigheid.
Het grillige van de tijd als een gebeuren zonder zin en betekenis drong zich op aan het bewustzijn. Het toeval werd een thema waar kunstenaars zich op gingen richten. De kunst wilde opnieuw beginnen. Nu, Zero, Nul, dat waren de woorden die zich eind jaren vijftig, begin jaren zestig aandienden. De ervaring van het nu viel samen met een gewaarwording van leegte. Die radicale heroriëntatie op het heden maakte de kunst performatief. Ze zocht niet meer de statische weergave van de werkelijkheid, of de tijdloze abstrahering daarvan, maar de werkelijkheid zelf in de daad, de handeling, in een actie gericht op verandering. Niet vanuit de hooggestemde idealen van de vooroorlogse avant-garde, maar met oog voor het toeval en de contingentie van het alledaagse bestaan.

Uit: De Fries die in de toekomst sprong, 2016

Die radicale verandering in de ervaring van de tijd, of beter gezegd: in de ervaring van het hier en nu, die zich in de jaren zestig heeft aangediend had ook iets Heideggeriaans. Het was immers Heidegger geweest die al ver voor de oorlog gewezen had op de intrinsieke verwevenheid het van het Zijn en de Tijd. Sterker nog, Heidegger was gestuit op de tijdelijkheid als de mogelijkheidsvoorwaarde voor de structuur van het bestaan. De jaren zestig brachten zijn gedachten aan het oppervlak van het bewustzijn. Wie in die tijd in de draaikolk van de tijd voorop liepen kwamen er nadien ook nooit meer uit.

‘Ik ben de jaren zestig,’ hoor je nog menig overlevende uit die tijd beweren. ‘Fluxus is wherever you go.’  Anders gezegd, in the sixties is de tijd heel even op hol geslagen in het bewustzijn van de babyboomers. Ze willen nooit oud worden en laten dat voortdurend aan iedereen weten. Ze blijven eeuwig jong tot op hun sterfbed aan toe. De jaren zestig hebben hun tijdsbesef voorgoed verstoord. Het jaar 1968 was een keerpunt in hun levenstijd en inmiddels leven ze vijftig jaar na dato. Het is voorbij, voorbij en o… voorgoed voorbij. Maar dat dondert niet. Time is always now!  Het verleden keert zich om, hoe je het ook wendt of keert. Ook in mijn beleving komen de jaren zestig juist steeds dichterbij. Ik ben ben jonger dan gisteren, jonger zelfs dan ik ooit ben geweest.

*

P.S. Op dinsdagavond 13 maart a.s. spreekt Piet Hagen over De revolutie van Pieter Jelles Troelstra

Reageren is niet mogelijk.