De blinde vlek van Damiaan Denys

‘We zijn veel meer dan vroeger gehecht aan controle, zekerheid en comfort. Onze kinderen mogen tot de hoek van de straat lopen, onze overgrootouders wandelden toen ze klein waren rustig naar een dorp verderop. We zijn bang geworden voor minuscule dingen, mensen zijn al bijna bang voor de regen. Alles is gericht op het vermijden van nare gebeurtenissen. ‘Kranten staan vol met angstopwekkende artikelen: dreigende drama’s, mogelijke rampen. In advertenties voor badkamers waarin niet staat: koopt onze badkamers want onze baden zijn zo goed, nee, er staat: wist u dat een op de vijf mensen uitglijdt in de badkamer? Men weet: als ik mensen bang maak, kan ik mijn spullen gemakkelijker verkopen. Politici, ideologen, media, allemaal maken ze de mensen bang.’ De natuurlijke verwondering waarmee we naar nieuwe dingen kijken, is vervangen door een eerste reactie die te maken heeft met angst.’ Dat heeft te maken met de waarheid. Dat verzin ik nu ter plekke, maar het is wel zo: wij zijn bang voor de waarheid.’

Aldus filosoof en psychiater Damiaan Denys in een interview in de Volkskrantbijlage van 28-10 j.l. die geheel gewijd was aan het thema ‘De angst regeert.’ Denys is al tijden bezig met een boek over de hedendaagse angstcultuur, dat wil zeggen: het almaar verder om zich heen grijpen van de angst, terwijl daar eigenlijk geen enkele aanleiding toe is. De misdaadcijfers dalen al een tijdje in Nederland. We zijn hier nog steeds gevrijwaard gebleven van een terroristische aanslag, wat wellicht te danken is aan onze goede aanpak van terrorismebestrijding en een – in vergelijking met omliggende landen – relatief goed beleid ten aanzien van integratie en achterstandswijken.

Toch worden veel mensen steeds angstiger en zouden het liefst alles onder controle willen hebben. Het meest frappante voorbeeld hiervan is de introductie van de buurt-app onlangs in Heiloo. Heiloo is nou niet een plaats waar je hele enge dingen verwacht. Toch zijn ook daar de mensen angstig en houden ze de buurt met een app in de gaten zodat ze elkaar kunnen waarschuwen voor verdachte elementen die rondhangen op straat.

Waar komt die onterechte angst vandaan? ‘De angstparadox’, zo noemt Denys dit fenomeen. Zo moet ook zijn nauwe boek gaan heten. Maar dat boek komt maar niet af omdat hij telkens weer geplaagd wordt door schrijfangst. Nee, dit is geen grap. Het is echt zo. Denys vindt alles wat hij schrijft maar niks of al eerder door anderen beter verwoord. Eerlijk gezegd denk ik dat ook wel eens over mezelf, maar ja, dan ga je toch maar door. Schrijfangst moet je overwinnen, en dat lukt deze filosoof en psychiater maar niet. Zeker niet nu hij over angst moet schrijven. Wat hij hierover te melden heeft klinkt eerlijk gezegd ook een beetje als een open deur. Neem deze passage uit het interview:

‘Angst is natuurlijk niet nieuw, die is er zolang de mens bestaat. Maar tegenwoordig zijn we bang voor de angst zelf. We zijn bang voor de oncontroleerbaarheid van controleverlies. De essentie van díé vorm van angst is het puur imaginaire gehalte ervan. Daarom kan het ook zo volledig losgaan; aan ons inbeeldingsvermogen zit geen grens. (…) Angst creëert vicieuze cirkels waar je niet meer uitkomt, zegt Denys: ‘Omdat angst niet om de realiteit gaat, maar om fictie. Die fictie is oneindig; ik kan mij het zotste voorstellen. En omdat die fictie niet toetsbaar is aan de realiteit, kan het alleen maar erger worden.‘

Tja, dat kan een kind van tien ook bedenken. De redeneringen van Denys doen mij denken aan een onderzoeksteam dat na de het EK voetbal van 1988 in West-Duitsland van regeringswege de opdracht kreeg om te achterhalen waarom de Nederlandse supporters zich zo goed hadden gedragen. De gevreesde uitbraak van hooligangeweld was achterwege gebleven en men wilde weten hoe dat kwam, zodat men daar voor de toekomst lering uit kon trekken. Het onderzoeksteam leverde een dik rapport af met tal van diepgravende analyses. Maar men vergat alleen de belangrijkste verklaring: Nederland was Europees kampioen geworden.

Zo is het ook met de filosoof en psychiater Denys. Hij vraagt zich vertwijfeld af waar die ‘angst zonder reden’ toch vandaan komt. Vervolgens komt hij met allerlei verklaringen voor angst in het algemeen die iedereen kan bedenken. Helaas ziet Denys één belangrijke omstandigheid over het hoofd. Nederland is een overwegend seculier land geworden. Meer dan de helft van onze bevolking hangt geen geloof meer aan. Dat wil zeggen er is geen religieus of mythisch kader meer om de doodsangst te bezweren.

Angst zum Tode’ is – als we Heidegger mogen geloven – eigen aan het bewustzijn van de moderne mens. Dat weet Damiaan Denys natuurlijk ook wel. Sterker nog, hij spreekt graag over Heidegger, die ooit zijn idool was maar later voor hem van zijn voetstuk viel. Wat moet je dan nog met die angst in een wereld zonder God? Je zou waanzinnig van angst kunnen worden. Dat godsgeloof iets van doen kan hebben met geestelijke gezondheid heeft de psychiater H.C. Rümke al in de jaren dertig beweerd.

Maar wie neemt Rümke tegenwoordig nog serieus? Heel wat mensen hebben hun geloof in God verloren en zijn daar niet gek van geworden. ‘Het seculiere experiment’ is geslaagd, zo beweert Hans Boutellier in zijn gelijknamige boek. We slaan elkaar niet de hersens in en zijn redelijk trots op onze manier van leven. Maar Boutellier legt wel een verband tussen het proces van de secularisering en de de toenemende aandacht voor veiligheid en beveiliging (secutarisering).

Dood is voor de meerderheid van de Nederlanders dood en daarmee uit. Zo is voor hen het leven de enige en natuurlijke staat van de mens geworden. Er is geen hiernamaals meer of metafysica. Het leven moet dan ook tot elke prijs in stand worden gehouden. En als dat niet meer lukt, dan liefst ook zo snel mogelijk pijnloos de stekker eruit. De toenemende aandacht voor een ‘zachte dood’ is de keerzijde van de angstparadox. Als het religieus zingevingskader voor het menselijk lijden is weggevallen, ontaardt elke vorm van pijn uiteindelijk in een angstvisioen. Het ergste wat een mens dan nog kan overkomen een pijnlijke dood als het leven nog niet voltooid is.

Een dergelijk leven zonder religieus of metafysisch kader creëert ongemerkt een voedingsbodem voor angst, want als je zo’n soort leven verliest is alles verloren. Zo simpel is het. Je kunt veel negatieve dingen over het fenomeen religie beweren – en het meeste daarvan is misschien nog terecht ook -, maar één voordeel is niet te weerleggen. Religie neemt de existentiële angst weg omdat aan het bestaan een kader en een richting wordt gegeven. Ik spreek hier over het katholicisme zoals ik het in mijn jeugd heb beleefd. Een voormalig protestant, die is opgevoed met een diepe angst voor hel en verdoemenis, zal hier wellicht anders over denken. Maar bij hem steekt de onbestemde angst misschien wel dubbel en dwars de kop op, zodra ‘de God der wrake’ van het toneel is verdwenen.

Hoe dan ook, kwaliteiten als een kader en een richting voor het bestaan zijn ook op seculiere wijze te verwerven, maar het is lang niet voor iedereen weggelegd om dat op eigen houtje voor elkaar te krijgen. Als kader en richting ontbreken, heeft de angst al gauw vrij spel. Dit lijkt mij een voor de hand liggende reden voor wat Damiaan Denys het ontstaan van de angstparadox noemt. Angst zonder reden ontstaat als het leven als zinloos wordt ervaren en alle zin gecreëerd moet worden in het leven zelf.

‘Wees niet bang voor angst’, zo luidt het advies van Denys. Het klinkt mij nogal leeg in de oren. Zoiets als: ‘Je moet je angst een plaats geven’. Of erger nog: ‘Beleef je angst in het hier en nu!’  Mindfulness als de geest is geweken. Zoiets is misschien nog wel erger dan dan angst: een angstwekkende remedie die de kwaal overtreft.

Reageren is niet mogelijk.