Het visioen op de Dam

Gistermiddag op de Dam, 16.30 uur

Ik stond op de Dam gisteren en zag een reuzenrad dat een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uitoefende. Ik kocht een kaartje en ging helemaal alleen in een gondel zitten. Langzaam zette het grote wiel zich in beweging. Al schommelend bewoog ik naar de lucht. Ik zag de kruinen van de bomen, de daken en de krijsende meeuwen daarboven. Ik zag de klokken hangen in het Paleis en ik steeg daar bovenuit. De hele stad ontrolde zich voor mijn ogen. Ik zag het zilveren lint van de Amstel en ik verbaasde mij over al die wolkenkrabbers, die aan de horizon waren verrezen sinds ik jaren terug uit deze stad vertrokken ben.

Het rad hield stil. Heel in de verte zag ik stompe toren van Ransdorp. Ik zag Durgerdam en Holysloot. Het zicht leek oneindig helder. En terwijl ik daar zo zweefde tussen hemel en aarde beving mij een intens gevoel van heimwee. Waarom, zo dacht ik bij mijzelf, ben ik ooit naar het Noorden vertrokken? Welke vreemd verlangen heeft mij weggedreven uit dit paradijs aan de Amstel? En juist toen ik mijzelf vermande en deze nostalgische inzinking te boven kwam, ging de wind liggen en werden de vogels stil. Ik zag een gestalte boven de wolken en hoorde een stem vanuit de hemel. Het was mijn moeder. Amsterdam lag ver onder mij en mijn moeder sprak zacht maar zeer duidelijk de volgende woorden:

‘Waar heb je je blokkendoos gelaten, waar je als kind de steden mee bouwde met straten en pleinen, perken en lanen. Je bent verliefd geworden op het land van velden en weilanden, van sloten en dijken, die wijde wereld met zijn onbesmette horizon. Je drijft het idee van de onbegrensde ruimte door in al zijn excessen van theologische haarkloverijen. Zo ben je een ketter geworden van je eigen ziel. Maar de zee van het hart is dieper dan de diepste oceaan. Je zult jezelf nog eens verdrinken in een of andere kosmische schipbreuk. Jij was in mij en ik was buiten jou. Kijk hier om je heen, naar al die daken en torens van deze oude stad en voel de heerlijkheid van deze vertrouwde omgeving. Heimwee is jouw God geworden, maar je kunt de natuur niet keren. Je wilt het mysterie van je eigen persoon onderzoeken als een reflectie van Gods mysterie. Maar hoe denk je ooit de zee in een koffiepot te stoppen?  Keer om nu het nog kan en doe wat je wilt, zolang je het maar doet uit liefde.’

Het begon te waaien. De vogels floten weer. Maar de wereld beneden was nog ver weg. Pas toen het rad zich opnieuw in beweging zette, kwam de stad weer langzaam dichterbij. Heel even meende ik dat ze weer bij me waren, niet alleen mijn moeder maar ook mijn vrouw. En ze waren ook bij me, daarboven in het reuzenrad.

Reageren is niet mogelijk.