Zijn is tijdelijk achterblijven

(foto: Johanna Brinkman)

‘Ik liep na de dood van mijn vrouw als een trillend schoothondje over straat en dacht: ik geef al jaren les over eindigheid, over Sein und Zeit van Heidegger, wat een geniaal boek is dat de tijdelijkheid van ons zijn benadrukt. En nu verlies ik mijn vrouw en ben ik totaal verslagen. Dat komt, besef ik nu, omdat in de westerse filosofie alleen maar is nagedacht over onze eigen dood, ons Sein zum Tode. We komen helemaal niet toe aan het nadenken over de dood van een ander. Plato noemde filosofie een oefening in sterven. Maar filosofie zou ook veel meer een oefening moeten zijn in het omgaan met de dood van onze geliefden: een Sein zum Hinterbleiben.’

Awee Prins in een interview in de Volkskrant

Ik schrok. Er was een zwaar gestommel waardoor de toren heel even leek te schudden. Ik nam niet de lift maar liep alle trappen af naar beneden. Maar ik zag niets. Na een rondgang door de ontvangstruimte weer niets. Ik wilde alweer naar boven gaan toen uit de kelder een vreemd geluid oprees. Het leek wel stromend water. Ik opende de kelderdeur, deed het licht aan en zag tot mijn grote verbazing een kolkende waterstroom die kennelijk onder de toren door stroomde. Er dreven allerlei spullen van mij in van vroeger, plakboeken, schoolschriften, oude zakagenda’s, zelfs ongeopende brieven die nooit waren aangekomen of verstuurd.

Opeens realiseerde ik mij dat mijn hele verleden hier voorbij dreef in een kolkende stroom op weg naar… ja, waarnaartoe? Stond de toren nog wel stevig zo? En terwijl ik dat bedacht realiseerde ik mij dat ik zelf deze toren was. Die stroom in de kelder stroomde diep in mijzelf. Sterker nog, de toren die ik dacht te zijn dreef ook in die stroom. Alles dreef voorbij op weg naar Godweetwaarheen…

Diep in mezelf hoorde ik opeens de stem van Marijke die zei: ‘Je moet leren aanvaarden aanvaard te worden.’ Ik deed het licht uit, sloot de kelderdeur en ging weer naar boven, nu met de lift. Daar aangekomen zag ik wederom het weidse panorama. Ik besefte dat die stroom beneden er altijd al geweest was en er altijd ook zou blijven. De toren waarin ik verkeerde was gebouwd op een stroom. Maar dat gold ook voor mijzelf. Alles stroomt. En terwijl ik mijn gedachten zag wegdrijven in de verte, was er iets dat diep in mijzelf wegzonk. Het verdween in de stroom zoals alles en iedereen vroeg of laat verdwijnt. Zijn is tijdelijk achterblijven.

Reageren is niet mogelijk.