1987

De zomer van 1987 zijn Marijke en ik het hele land door gereisd met de trein. Voor het eerst konden de kinderen mee op vakantie. Alle pretparken van het land hebben zo’n beetje gezien die zomer. Ik had een drukke tijd achter de rug en was uitgevloerd. Eenmaal weer aan het werk werd ik behoorlijk manisch. Het najaar verliep onstuimig. Ik had de Kanselarij gekraakt. De sleutel kreeg ik zomaar mee naar huis bij de Inspectie van Domeinen.  Ik voelde me de koning te rijk. Er kwam een tentoonstelling met een verkiezing: ‘Kunstenaars kiezen kunst.‘ Ze moesten toch wat, die kunstenaars, nu de BKR was opgeheven. Handen uit de mouwen dus. De organisator is later met de noorderzon vertrokken. En met het geld geloof ik. Daarna werd de Kanselarij nog een tijdlang door anderen gekraakt. ‘Kunststation’ heette dat. Een hele leuke tijd, want er gebeurde van alles. Maar op het Provinciehuis zagen ze het met lede ogen aan. Men was bang voor brand of andere calamiteiten. Achteraf is het een wonder dat er nooit ongelukken zijn gebeurd. In november ging in de Grote Kerk de tentoonstelling ‘Ecce Homo’ van start. Het waren de gloriedagen van Regnerus Steensma. Er hing werk van Elvira Bach en Arnulf Rainer en de Duitse ambassadeur Otto Von der Gablentz verrichtte de opening. Ik zelf raakte behoorlijk van de kook. Opnieuw aan de antipsychotica dus. En weer hield Marijke het hoofd koel. Gaandeweg werd alles weer rustig. Tenminste… for the time being. Johanneke Liemburg was aan de macht gekomen en die had het op de Kultuerried voorzien. Door al dat gedoe om me heen werd ik behoorlijk strijdbaar. Het werd voortaan pompen of verzuipen. Linksom of rechtsom en all maar rechtdoor. En toch, het was een zwoele zomer geweest dat jaar, vol discomuziek en dirty dancing….. The time of my life.. .

1 Reactie »

  1. Cees Andriesse

    10 juni 2017 op 21:37

    Huub, die zomer verscheen van mij ‘Een boudoir op Terschelling’, een boekje waaruit ik het volgende citeer – want hoe groot is het contrast met wat jij meemaakte:

    Bij eb is het strand hier een halve kilometer breed en de duinen zijn nauwelijks tien meter hoog. Omdat het lopen het beste gaat waar de bodem aan de waterlijn is verstevigd, zag ik een tijdje lang alleen een plat, binair systeem van bruinwit zand met witte stofslierten en grijs water met witte brekers. Fenomenologie van een landschap, als oefening voor een koudgeblazen lijf met een onderkoelde ziel. Dit is de dynamiek: zandkorrels worden door de wind opgewreven en meegevoerd – hoe kleiner ze zijn, des te hoger en verder ze komen. Steentjes en gruisjes blijven liggen, ook bij windsnelheden boven vijf meter per seconde, korrels van millimeters rollen mee, die van een paar tiende millimeter komen kniehoog en tientallen meters ver voor ze weer verder springen, en sinteltjes waaien je in de samengeknepen ogen (zodat ze tranen en branden) en slieren honderden meters ver in wild verstuivende patronen. Prachtige dynamiek. Golven breken als ze uit ondiep water komen, wanneer het water ongeveer 1,3 maal zo diep is als de golflengte. I diep water is er een bijna onbeperkt benedenwaarts profiel voor het transport van de golfenergie, maar in ondiep water wordt dat beperkt. Het energietransport zoekt dan compensatie in opwaartse en, vooral, voorwaartse waterbewegingen. Om dat de golfperiode niet verandert gaat het water in de golftop sneller voorwaarts bewegen, terwijl de golfsnelheid door de afnemende diepte kleiner wordt. Tenslotte overtreft de watersnelheid de golfsnelheid en schiet het water in druppels van een breker los. Schitterende dynamiek. Rillend wist ik me een nietig stofje dat door de oostenwind werd meegesleurd naar de brekers, tot ergens in het zoute schuim waaruit, als het weer zomer is, Mathilde als geboren worden.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)