Atomen uit een ver verleden

Morgen is het een jaar geleden dat bovenstaande foto werd genomen. Het was zondag 1 mei 2016. Marijke heeft nog haar rolstoel. Drie dagen later zou ze haar scootmobiel krijgen waarmee de wereld opnieuw voor haar openging. En vijf maanden later was ze dood. Hoe meer ze zich in de tijd verwijdert, hoe helderder haar beeld voor mij oplicht, alsof mijn eigen schaduw van haar afvalt en haar schaduw wegglijdt van mijn lijf. De dood is iets van de natuur zelf. Je kunt er niets mee. Alleen loslaten, maar loslaten is het laatste wat ik wil. Dan drijft alles weg. Voorbij, voorbij en ach, voorgoed voorbij…

De dood bestaat niet in de natuur, zo las ik laatst. De natuur kent slechts een voortdurende herschikking van atomen. Hoe komt het dan, dat ik telkens weer aan Marijke moet denken? Hebben haar atomen zich soms ook herschikt in een nieuwe ordening van de natuur? Of zijn ze weggedreven op weg naar een ver verleden om nooit meer terug te keren? Als ik naar het verleden kijk, kijk ik vooruit. Als ik vooruit kijk, drijven mijn gedachten weer terug naar het verleden. Ergens daartussenin drijft de dood met me mee als iets dat niet bestaat, zoals ook het heden niet bestaat. Het nu glijdt weg. Voortdurend.

Volgens de romantische dichters zou het leven op zijn best een voortdurend sterven in schoonheid zijn, een aanhoudend verlangen dat zijn bekroning vindt in één adembenemend ogenblik, als de tijd stil lijkt te staan, waardoor de dood heel even overwonnen wordt in een illusie van eeuwigheid. Vanuit die optiek is de hele esthetica in feite een vorm van euthanasie, iets wat de natuur ons schenkt om de gedachte aan de dood te verbloemen, om het leven uiteindelijk draaglijk te maken. Nietzsche zei het al: ‘We hebben de kunst uitgevonden, om niet aan de waarheid te hoeven sterven.’

Onderste still: Ids Willemsma links, Jaap Castelein in het midden en ik rechts

Gisteravond belde Ids Willemsma. Hij vroeg of ik Omrop Fryslân kon ontvangen. Dat is inderdaad het geval. Dan moet je gauw kijken, zei hij, want het klompenproject is in beeld. Jaap Castelein en ik zouden ook in de reportage te zien zijn. Ik zette de televisie aan en werd prompt teruggeworpen in een ver verleden. Het was 6 juni 1990. ‘Het is vandaag D-day!’, zei ik nog tegen Jaap, toen we ’s ochtends op pad gingen naar Ameland. Jaap had eind jaren zeventig het Frysk Festival bedacht. Ik nam het in 1993 van hem over, omdat het instituut waar wij samen werkten was opgeheven en Jaap naar het provinciehuis werd overgeplaatst. In 2001 zou hij zelfmoord plegen.

Voor het Frysk Festival van 1990 had Ids een installatie vervaardigd bij paal 12 op het strand van Ameland. Daar werden op de eb- en vloedlijn twee kooiachtige constructies gebouwd, waarvan de ‘eb-kooi’ behangen werd met vijfhonderd klompen. Deze werden vervolgens per schip naar de twaalfmijlszone gevaren en daar te water gelaten. Zo voer een armada van Friese klompen uit over de Noordzee. Tijdens het festival werden de teruggekeerde klompen weer opgehangen in de ‘vloedkooi’.

Het project verbeeldde op sprekende wijze de ‘vervagende grenzen’, dat het thema was van het Frysk Festival van dat jaar. In 1990 leek het in wereld voor de wind te gaan. Europa verloor voor het eerst haar grenzen. Bush senior zou een paar maanden later Irak binnenvallen op weg naar een nieuwe wereldorde. Volgens Fukuyama was de geschiedenis voorbij nu de muur was gevallen.

Uiteindelijk kwamen 270 klompen weer terug, omdat ze aan de stranden van de Noord-Europese kusten aangespoeld en gevonden waren – tot aan Scandinavië aan toe – en vervolgens werden teruggestuurd. De laatst gevonden klomp arriveerde overigens pas in 1995, aan de vooravond van het volgende Frysk Festival. Grenzen bestaan niet in de natuur, dat is wat Ids Willemsma met dit project wilde zeggen.  Een grens is iets wat in ons hoofd zit. Het is lijn op kaart, meer is het niet. Zelfs de grens tussen leven en dood bestaat niet in de natuur.

Op YouTube ontdekte ik, dat daar ook een reportage uit 2013 is te zien. Daarin worden beelden getoond  van een tentoonstelling van Ids, naar aanleiding van het klompenproject in 1991  in het klompenmuseum in Noardburgum. Ik was daarbij. Jaap Castelein sprak het openingswoord, maar dat zie je niet terug in de reportage. De beelden uit 1990 komen dan ook voorbij, weggedreven en weer teruggespoeld in het hier en nu. Telkens weer herschikken ze zich in een nieuwe ordening, als atomen uit een ver verleden.

Reageren is niet mogelijk.