Een gift voor de levende doden

Je kunt alle rijkdom van de wereld vergaren, maar in het graf moet je alles achterlaten. Zelfs de roem, de lust en de eer. Niets is de mens uiteindelijk gegeven als hij moet sterven. Je wordt naakt geboren, en je gaat naakt de kist in, zo luidde de verzuchting van Job in het Oude Testament. Het eindpunt van al het vergaren in het leven is de dood. Juist daarom is de dood de blinde vlek van het kapitalisme. Het is een spook die rondwaart in dit economisch systeem. De dood is het verdwijnpunt van alles wat wegvlucht in de accumulatie. De dood is de ultieme omkering van het leven. Dat is wat de zelfmoordterrorist ons voor ogen houdt als een gift voor de levende doden. Hij draait het perspectief van het leven om door alles weg te geven, zelfs zijn eigen leven. Wat hij weggeeft is de dood.

In het christendom werd de stoïcijnse wereldverzaking van de klassieke oudheid aangevuld met de mogelijkheid van een verlossing. De dood zou niet het eindpunt zijn, het zwarte gat waarin alles verdwijnt. Er was meer tussen hemel en aarde. God had zijn eigen Zoon als zondebok laten incarneren als mens en daarmee alle zonden van de wereld in zich opgezogen. De mens kon voortaan vrij ademen. Het Zijn werd bevrijd van de angst voor het niet-Zijn. Het leven werd een vakantie op aarde, all inclusive. Het christendom was een reisorganisatie voor de eeuwigheid. Het leven werd travelling light. Het bestaan werd van zijn tragische zwaarte ontdaan.

Maar dit oude verhaal begon gaandeweg letterlijk ongeloofwaardig te worden. Het mysterie van de goddelijke zondebok werd door de eindeloze herhaling wat sleets. Daar kwam God niet mee weg. En bovendien was dit verhaal ook mensonwaardig. Een mens die zichzelf serieus neemt  – en als individu streeft naar moderne idealen als zelfbeaming en zelfontplooiing – wil de mogelijkheid van zijn verlossing niet afhankelijk stellen van een in wezen wrede God die opeens op zijn schreden terugkeert en zijn Zoon een verschrikkelijke kruisdood laat sterven. Daarmee is het kwaad niet de wereld uit. Kortom, de droom is voorbij. De tragedie keert terug.

Toen het geloof in een verlossing op deze wijze allengs zwakker werd, kwam ook het klassieke humanisme opnieuw in beeld, maar nu zonder de afkeer van de stof en het lichaam. Het klassieke humanisme werd modern en volgens het moderne humanisme is de wereld maakbaar. Zo ontstond de vlucht vooruit op weg naar de maakbare utopie, de koortsdroom van de moderniteit. In wezen was dat een massale vlucht voor de dood binnen een economisch systeem dat gebaseerd is op accumulatie, winstbejag. In die vlucht zit de mensheid al sinds de vijftiende eeuw gevangen.

Het christendom hield eerst nog de utopische maakbaarheidsdrang wat in toom, maar toen God op sterven na dood was, bleef alleen nog het moderne humanisme over. Men ging geloven in de maakbaarheid voor iedereen. Maar het economisch systeem die deze utopie moest verwezenlijken was gericht op accumulatie in tijden van schaarste en niet op de gift in tijden van overvloed.

In veel primitieve samenlevingen daarentegen was het de gift, die mensen samenbond, zodanig zelfs dat vijandige stammen respect voor elkaar konden opbrengen en in vrede konden samenleven. In het ritueel van de potlatch. Oorspronkelijk werd de potlatch gehouden om de levenscyclus te vieren, zoals de geboorte van een kind. Het was een ritueel van een massaal verkwisten en weggeven van luxegoederen, soms zelfs de vernietiging daarvan.

Potlatch is de bezwering van vervreemding, het uitdrijven van kwaad en geweld, de viering van een gemeenschap. Hoe meer de gever geeft, des te groter wordt zijn prestige. Potlatch is een edelmoedige explosie van vrijgevigheid, die haaks staat op het de hedendaagse explosieve accumulatie van bezit. ‘Elk bezit is een tekort’, zei Mark Twain. ‘Elke gift is een verrijking’, zo leert ons de potlatch.

Marcel Mauss (1872-1950) heeft het fenomeen ‘de gift’ als een alternatief opgeworpen voor de traditionele – op berekening en winstbejag gebaseerde – economie.  Mauss’ gedachten over de gift, zoals verwoord in Essay sur le don (1924), hebben veel filosofen geïnspireerd, vooral degenen die op zoek waren naar een meer humanistische alternatief voor de intermenselijke verhoudingen binnen een economie die gericht is op accumulatie en winstbejag. Een van die filosofen was Georges Bataille. Hij werkte de gedachten van Mauss verder uit ,waarbij hij de potlatch als basis nam voor een alternatieve economie.

Potlatch is in feite de hoogste vorm van geven. Het is een offer dat verplichtingen schept, omdat het de ontvanger niet alleen verplicht is om de gift aan te nemen, maar ook om een zo mogelijk nog grotere tegengift te doen. Potlatch is een offer, maar ook een vorm van ultieme verkwisting, zoals alles in het universum verkwisting is. Natuur en evolutie draaien op verkwisting. De zon staalt elke dag zijn overvloed aan energie. De ultieme verkwisting is de dood, waarin alles wat in een mensenleven wordt opgebouwd, in één klap van de aardboden verdwijnt.

Zo bezien is het kapitalisme een onnatuurlijk systeem. Het is een restrictieve economie. De potlatch daarentegen behoort tot een universele of kosmische economie.. Een zelfmoordterrorist geeft zijn eigen leven weg en daarmee de ultieme verkwister, die het primitieve ritueel van de potlatch in herinnering brengt. In zijn essay The Gift of Terror: Suicide Bombing as Potlatch (2004) heeft de Schotse kunstenaar en kunstcriticus deze gedachte verder uitgewerkt. De terrorist geeft die antropologische ontdekking van Marcel Mauss een nieuwe sinistere lading.De ultieme verkwsting van de natuur, de dood, wordt ingezet als het ultieme middel het bestaande systeem uit zijn droom te verlossen.

De potlatch is het instrument bij uitstek om de absurditeit van accumulatie en winstbejag binnen het traditionele economische systeem aan het licht te brengen. In de jaren zestig werd de potlatch voor de situationisten onder leiding van Guy Debord een methode om verzet aan te tekenen tegen de restrictieve economie van accumulatie en winstbejag. Hij dacht dat door het implanteren van alternatieve economiesystemen de fatale processen van de spektakelmaatschappij omgebogen konden worden. De wereld zou opnieuw met een dosis ogenschijnlijk zinloze verkwisting moeten worden geïnjecteerd.

De vraag is natuurlijk of je deze alternatieve economie binnen of buiten het bestaande systeem (of misschien zelfs de bestaande orde) moet creëren. Dat is het dilemma van de sixties: ‘drop in‘ of ‘dop out‘.  Bestaat  er eigenlijk nog wel zoiets een ‘outside’ buiten het systeem? Loopt elke poging tot ontsnapping niet dood in het labyrint?  Wordt elke daad van verzet niet voortdurend door het systeem geïncorporeerd? Het kapitalistisch systeem zuigt elk verzet in zich op. Het wil zelfs zijn grootse vijand, het fantasma van de dood elimineren.

Voor de terrorist is de enig luxe die hij zich kan permitteren zijn eigen dood. De terreurdaad is zo bezien en vorm van potlatch, een rituele vorm van verkwisting. Het is een gift die een tegengift vraagt, maar de enige tegengift die op en terreurdaad kan volgen, zou de ineenstorting zijn van het restrictieve economische systeem, mat al zijn illusies als vrijheid en democratie.

Zo past ook de jihadterrorist de wet van de potlatch toe. Zijn gift vraagt om een tegengift, terwijl de Koran – zoals Birrel fijntjes opmerkt – deze vorm van doelgericht geven juist veroordeelt.: ‘Do not give in order to have more.’ (Koran XXIV, 6). Birrel citeert ook een uitspraak van Bataille, waarin deze radicale omkering van perspectief, waar de potlatch voor staat, ook als een omkering wordt gezien in het denken over ethiek. De potlatch draait alles om, niet alleen de wetten van geven en nemen, maar uiteindelijk ook die van goed en kwaad:

‘Changing from the perspective of restrictive economy to those of general economy actually accomplishes a Copernican transformation: a reversal of thinking ­ and of ethics.’

Reageren is niet mogelijk.