Tegen beter weten in

Brandaris, Terschelling  (foto: Renate Mous)

Ik heb iets met vuurtorens. Als kind tekende ik ze vaak, maar ik was er ook als de dood voor. Ooit heb ik midden in de nacht aan het voeteneind van mijn bed een vuurtoren zien staan. Ik schreeuwde het hele huis bij elkaar. Mijn moeder liet me zien dat er geen vuurtoren was, maar toen zij het licht uit deed en de kamer uitging, stond hij er weer met zijn ronddraaiend licht in de nacht.

Later is die angst nooit meer teruggekeerd gelukkig. Ik weet ook niet wat Freud hiervan gedacht zou hebben. Voor de surrealisten was de vuurtoren het symbool voor het onbewuste verlangen. Zoiets moet het zijn, angst voor het verlangen. Het verlangen dat nooit vervuld kan worden, maar toch blijft bestaan. Tegen beter weten in. Ook nu verlang ik iets wat eigenlijk niet kan bestaan. Misschien ben ik bang voor mijn eigen verlangen.

De geluiden van de zee komen vaak voor in de gedichten van Vasalis. De misthoorn bijvoorbeeld die zij ‘s avonds hoorde als kind in Scheveningen. Maar ook het geluid van de vuurtoren: – swish, swish -.  De geluiden van je vroege jeugd behoren tot de eerste herinneringen die wellicht ook het langst bewaard blijven als het geheugen vervaagt in de ouderdom.

En ’t avondland na’t avondeten
– de vaders in het gras gezeten
aan het kanaal dat nauwlijks stroomde
maar zachtjes smakte langs de kant.
En dat het stil werd over ’t land,
de zee zich meer en meer liet horen
soms overstemd door kinderkoren
‘blijf zitten waar je zit en verroer je niet!’
Een ijl en toch doordringend lied –
het einde van een zomerdag.

Gewassen, haar gekamd, in bed gelegd
nog één verhaaltje, nog en nóg een kus,
raam open en gordijnen bijna dicht
en buiten in de straat nog lokkend licht,
voetstappen, af en toe helder gelach
’t gerekte roepen van een kindernaam
die eenzaam zoekend in de lucht bleef hangen
en ons benauwde tot een antwoord kwam –
ons fluistrend praten, lang, van bed naar bed
dan ’t stille kijken naar ’t vuurtoren-licht
dat streek langs het nu donkere plafond.
De witte, zachte vingers, regelmatig
draaiend en dovende en keer op keer,
wisten de dag en veegden ons in slaap
– swish, swish-

M. Vasalis. Uit: De oude kustlijn (2002)

Reageren is niet mogelijk.