Fietsen door de Bijlmermeer

Gisteren in de buurt van de Amsterdam ArenA (foto Renate Mous)

Toen ik in 1974 samen met Marijke in Diemen kwam wonen, betrokken wij tweekamerwoning op op de elfde verdieping van een studentenflat aan de Rode Kruislaan. Vandaar hadden we een prachtig uitzicht over Diemen met in de verte de Bijlmermeer. We zagen de metro die in die tijd proefritten reed vanuit het Amstelstation. En elk kwartier scheerde laag over het weidse land alweer een DC-9.

Mijn zus Cornelie woonde in die tijd in de Bijlmermeer, in de flat Grubbehoeve. Ze was daar in 1968 komen wonen, twee jaar nadat met de bouw van de grote flats was begonnen. Dit jaar bestaat de Bijlmer vijftig jaar. Er is daar in die halve eeuw heel wat veranderd. Veel hoogbouw is afgebroken. Er is een stadion gekomen, de Heineken Musichall en ook veel kantoren.

Gisteren fietste ik er doorheen, samen met Renate en Rikkert. We zouden op kraambezoek bij  Ly Dia en Tijmen. Tijmen is een volle neef van mij. Ze wonen zowat in het laatste huis van de Bijlmer, op tien minuten fietsen van Abcoude. Na afloop kwamen dan ook in Abcoude terecht, waar in al die jaren gelukkig weinig veranderd is. Het was al te laat geworden om nog langs het Gein te gaan fietsen, wat ik graag had gedaan. Het Gein is een van de mooiste fietsroutes van Nederland. Mondriaan schilderde het al en Nescio beschreef het.

In de jaren negentig zouden ze hier een spoorlijn dwars door het landschap aanleggen, maar dat hebben actiegroepen weten te voorkomen. De spoorlijn loopt nu in een tunnel onder het Gein door. Zo’n vijftig jaar geleden heb ik hier vaak gefietst. Ik herinner me nog dat ik hier zelfs een keer op retraite ben geweest, in een boot op het Gein, met de derde klas van het Ignatiuscollege. De hele dag hebben we toen over ‘het geestelijk leven’ gesproken. Ik zou niet meer weten hoe je dat doet.

Het was me anders het weekendje wel. Zaterdagavond hebben we anderhalf uur door Amsterdam gelopen om alle lichtkunstwerken te bewonderen die daar in en rond de Hortus Botanicus zijn aangebracht. Het was een sprookjesachtige ervaring. Zaterdagmiddag was ik op bezoek bij Willem en Ingrid, mijn studiegenoten uit de jaren zeventig die onlangs hier in Leeuwarden waren. Ik zag de plant die Ingrid in 1977 van Marijke had gekregen, toen we uit Amsterdam vertrokken, en die nog altijd groeit en bloeit. Binnenkort kan ik een stekje komen ophalen als hij wortel heeft geschoten.

Een ongelooflijk toeval wil dat Ingrid onlangs de locatie heeft geregeld voor het symposium Het Kwaad, waar ik op 9 februari a.s. mag spreken. Ingrid werkt bij de Universiteit van Amsterdam die het symposium mede organiseert. De locatie wordt de Eggertzaal van de Nieuwe Kerk, vanwaar je een prachtig uitzicht hebt op de Dam.

Amsterdam lonkt en het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Zou het wonder dan toch gaan geschieden dat ik hier ooit nog eens terugkeer? Alle tekenen wijzen erop.

Reageren is niet mogelijk.