Het mysterie van de liefde

slide1

Twee schilderijen die ik eind jaren zestig heb geschilderd, kort voordat ik Marijke leerde kennen. Ze bestaan niet meer, alleen nog op foto. Ik liep in die tijd met mijn ziel onder de arm. Het ei dat de man vasthoudt zou je kunnen zien als het symbool van mijn ziel. De sleutel staat wellicht voor de onbereikbaarheid van de vrouw. De schilderijen hebben destijds op mijn kamer in de Wakkerstraat gehangen. Marijke vond dat ze wel wat leek op de vrouw die ik geschilderd had, zonder haar ooit nog gezien te hebben.

We kwamen in die begintijd nogal eens in de kerk van de Martelaren van Gorkum op het Linnaeushof, tegenwoordig de Hofkerk geheten. Niet om naar de Mis te geen, maar om te overleggen om met kapelaan Tönis over het gebruik van de kelder voor de jeugdsociëteit Omega. Op een keer zagen we daar in de pastorie een kartonnen doos met ouwe spullen liggen. Daarbij zat ook een zware ijzeren sleutel van de kerk. Marijke bedacht zich geen moment en stopte hem in haar tas. Het was de sleutel van de kerk waar we uiteindelijk zouden trouwen. Ik heb hem nog altijd bewaard. (zie ook mijn blog: Jongens waren we maar aardige jongens).

foto-2-13-0001

Marijke in de Wakkerstraat, 1971

Het was de tijd waar in alles veranderde. De Kerk probeerde de bakens te verzetten, maar vergat te luisteren naar wat jongeren te zeggen hadden. Afgelopen woensdag ontmoette ik Hans Kraan, bij wie ik destijds op kamers woonde in de Wakkerstraat, waar ik Marijke in 1971 leerde kennen. We hadden afgesproken in Café Nieuw Rozenburgh op de Middenweg, vlak bij het Linnaeushof. Tegenwoordig heet dat Elsa’s Café. Wij noemden het destijds gewoon ‘Willem’.

Ik heb daar vaak met Marijke gezeten, pratend, drinkend en dromend. De muziek was er goed. Elke twee weken mocht Hans wat nieuwe singletjes kopen in de platenzaak van het Regthuis, op de hoek van de Ringdijk. Willem had de beste jukebox van alle cafés in de stad. Hier kon je nog tot twee uur ’s nachts doorzakken nadat het dansen bij Omega was afgelopen. Er was ook een mooi terras waar je ’s middags  in de zon kon zitten. Boven de bomen van Frankendael vlogen de reigers dan af en aan.

Hans en ik spraken over Nescio, wiens weduwe hij ooit nog gezien had op het Linneaushof. Maar vooral ook over Omega, dat Hans in 1967 heeft opgericht. We besloten om samen de geschiedenis van deze sociëteit op schrift te gaan stellen. Niet als een nostalgisch document, maar als een reportage over de jeugdcultuur in de nadagen van het Rijke Roomse leven. De kerken liepen leeg en de discotheken liepen vol.

foto-2-13-q0001

Hans Kraan, eind jaren zestig

Hans, die ik nog kende van het Ignatiuscollege, was destijds maatschappelijk zeer actief. Hij werd neomarxist en ontwikkelde in no time een internationaal netwerk van gelijkgezinden. Niettemin werd hij gekozen voor de bisschoppelijke Pastorale Raad van Haarlem. Van daaruit werd hij als afgevaardigde van de Haarlemse delegatie opgenomen in het Pastoraal Concilie in Noordwijkerhout, waar hij medeauteur was van het rapport Ruimte tot menswording voor de Jeugd. Zo rond 1970 schreef hij zijn eerste artikelen in De Nieuwe Linie.

Omega was het einde, maar ook het beginpunt van dat alles, voortgekomen uit de 18-jarigencursus van de parochie. Hier kwam iedereen in die tijd die jong was en op drift was geraakt door de woelige tijdgeest. Zelfs Louis van Gaal, die destijds op het Galileïplantsoen woonde, kwam hier als roomse jongen dansen. Al was hij niet lid van Omega, maar van Bacchus, de sociëteit voor ‘soulkickers’, die op vrijdagavond in dezelfde kelder onder de kerk werd gehouden. De Omega-leden waren hippie of gewoon langharig werkschuw tuig.

Op Omega heb ik Marijke voor het eerst zien dansen. Als een volleerde ballerina, een Salomé die het had voorzien op mijn hoofd. Mijn ega en Omega. My gipsygirl… Het geloof voor ons beiden verdween in die dagen, maar het mysterie van de liefde is altijd blijven bestaan. Liefhebben is je hart weggeven. Misschien was ooit geloven hetzelfde.

Reageren is niet mogelijk.