Geweld en de grote verandering

Slide1

‘De grootste betekenis van Cuba bijvoorbeeld bestaat er 
momenteel in dat het een beeld van hoop is voor de Latijns-
Amerikaanse volken en een blik gunt op een mogelijke, open 
toekomst. Wat kan de kerk hiertegenover stellen? Moeten we zeg
gen, dat we hier maar met een ‘menselijke’ hoop te maken 
hebben, moeten we met Moltmann zeggen dat het revolutionaire toekomstperspectief van de Cubanen hol en leeg is, omdat 
zij straks ‘de verveling en absurditeit’ van een gelukkig leven zullen ervaren? De voortrekkers onder de christenen hebben al
een antwoord gegeven. Ze accepteren deze hoop, ze willen 
als christenen meewerken aan dit toekomstbeeld. Helaas zijn 
ze vaak nog meer geboeid door de eventuele kerstening van 
deze hoop dan door zijn inhoud. Op het Rooms-katholiek 
Pastoraal Concilie wilde men Guevara heilig verklaren en tijdens de Assemblée van de Wereldraad in Uppsala hing zijn foto op de tentoonstelling: ‘De kerk in de wereld’. Belangrijker dan 
op deze manier de hoop zoals die door een agnosticus werd 
vertolkt te kerstenen, lijkt het mij om, net als hij, een continent met hoop te bezielen.’

Aldus Hans Achterhuis in zijn boek Camus, de moed om mens te zijn (1969) dat ik momenteel aan het lezen ben. Als je deze woorden leest vraag ik me af hoe Achterhuis nu over deze woorden denkt. Veel mensen, die in de jaren zestig hun christelijke geloof verwisselden voor een links-activistisch wereldbeeld, hebben achteraf spijt gekregen van hun woorden en daden. Aan het eind van de jaren zestig werden op de katholieke universiteiten van Nijmegen en Tilburg de heiligenbeelden in de nissen van de kapellen vervangen door de borstbeelden van Marx en Lenin. Iedereen leek aan het schuiven te zijn, zo niet met heiligenbeelden, dan wel met wereldbeelden. Geweld was gerechtvaardigd als daarmee aan onderdrukking (ook wel ‘structureel geweld’ genoemd) een eind kon worden gemaakt.

Bijna veertig jaar na dato publiceerde Achterhuis zijn lijvige studie Met alle geweld (2008). Daarin nam hij openlijk afstand van de ruime definities van structureel geweld in links-revolutionaire kringen. Het begrip ‘structureel geweld’ diende in zijn optiek in zijn reikwijdte te worden beperkt. Van ‘geweld’ mag worden gesproken als sprake is van een intentie tot van het aanbrengen van fysiek of geestelijk letsel of schade. Ongemerkt gaan bij het begrip ‘structureel geweld’ opportunistische, hypocriete of ‘politiek correcte’ intenties meespelen. Wie het structurele geweld aan de kaak stelt, of iedere westerling beschuldigt van structureel geweld of schuld ten aanzien van de Derde Wereld, pleit daarmee ongemerkt zichzelf vrij.

Achterhuis’ boek over geweld leest als een verantwoording achteraf van een vertegenwoordiger van een generatie, die in haar studententijd de posters van Che Guevarra in de studentenkamers had hangen. Geweld zou volgens hem niet tot één bron of enkele dieptestructuur te herleiden zijn, want dat soort theorieën werken altijd averechts. Er kunnen tal van oorzaken zijn voor geweld. Door de complexiteit van het fenomeen tot één oorzaak te reduceren, blijft geweld immanent aanwezig. Er ontslaat dan een cirkel, een spiraal van geweld die zijn oorzaak vindt in een doel-middelen-redenering: ‘Het mooie doel heiligt de gewelddadige middelen.’ Dat is een redenering die volgens Achterhuis extra kracht krijgt als ze gekoppeld wordt aan het zondebokmechanisme.

9e7250fc-b9ac-11e4-86b2-f28aa488ece7

Hoe zit het eigenlijk tegenwoordig met het gerechtvaardigd geweld in Nederland? Het lijkt erop dat Nederland sinds de jaren zestig en zeventig allengs allergisch is geworden voor geweld, vooral als dit politiek of ideologisch gekleurd is. De moord op Pim Fortuyn en Theo van Gogh hebben ons definitief doen ontwaken uit een naïeve verheerlijking van het geweld als je daarmee ‘een betere wereld’ zou kunnen bereiken. Dat is wel eens anders geweest. In het boek Tussen verbeelding en macht, 25 jaar nieuwe sociale bewegingen in Nederland (1992) staat het volgende te lezen:

‘De Nederlandse bewegingen zijn echter niet zonder meer en over de gehele linie als gematigd te beschouwen. Weliswaar blijft het aandeel van geweld in het actierepertoire door de openheid van het politieke systeem en het verhoudingsgewijs lage repressieniveau beperkt. Maar tegelijkertijd zorgt de grotere tolerantie ten opzichte van vormen van illegaal protest en burgerlijke ongehoorzaamheid ervoor, dat de Nederlandse bewegingen zich meer dan hun buitenlandse tegenhangers het gebruik van confrontatieve strategieën als bezettingen en blokkades kunnen veroorloven.’

Dit boek werd onder meer geredigeerd door Jan Willem Duyvendak, die inmiddels hoogleraar is. Hij is  de broer van Wijnand Duyvendak, die in 2008 in opspraak raakte als Kamerlid. In dat jaar verscheen ook Achterhuis’ boek Met alle geweld. Achterhuis besteedt in dat boek ook aandacht aan de Duyvendak-affaire. Kennelijk herkende hij daarin iets van zichzelf. Jan Willem Duyvandak, die twee jaar jonger is dan zijn broer Wijnand, was destijds een van de eersten die wetenschappelijk onderzoek deed naar de opkomst en ondergang van de buitenparlementaire actie in Nederland.

Ik las het boek Tussen verbeelding en macht ergens in het midden van de jaren negentig. De evaluatie van de anti-parlementaire bewegingen in de jaren tachtig is al vroeg in de jaren negentig begonnen. Met enige verbazing volgde ik in 2006 de discussies over de affaire-Duyvendak. Duitsland heeft een vergelijkbare affaire gekend rond de politicus Joschka Fischer van de Grünen. Het leek erop destijds alsof Nederland opeens verantwoording moest gaan afleggen wat er in de jaren zestig en zeventig allemaal door actievoerders was uitgespookt. Geweld in welke vorm dan ook was opeens een taboe.

266px-WijnandDuyvendak

Wijnand Duyvendak (foto Wikipedia)

Achteraf beschouwd is het onbegrijpelijk dat Wijnand Duyvendak zich destijds op zo’n domme manier in de nesten heeft gewerkt, zodanig zelfs dat hij uiteindelijk zijn Kamerlidmaatschap moest opgeven. De triomfantelijke wijze waarop hij zijn actieverleden ter sprake bracht bij de promotie van zijn boek Klimaatactivist in de politiek was ronduit stuitend. Daarin maakte hij bekend dat hij in 1985 betrokken was geweest bij een inbraak in het Ministerie van Economische Zaken, waarbij plannen voor nieuwe kerncentrales werden gevonden en die vervolgens openbaar werden gemaakt. Misschien wilde hij zijn geleerde broer naar de kroon steken op een terrein, waar hijzelf kon bogen op enige praktijkervaring. Anderzijds was de wijze waarop GroenLinks hem publiekelijk dumpte als een politicus met een onacceptabel actieverleden even abject en onbegrijpelijk. Als je alle linkse politici met een radicaal actieverleden op een dergelijke wijze tegen het licht zou houden, hou je er in Nederland weinig meer over, vrees ik.

Omgekeerd wantrouw ik elke linkse politicus die zich nooit aan een illegale actie heeft schuldig gemaakt. Ik zou niet graag al diegenen de kost willen geven die in het verleden aan een blokkade of een bezetting hebben meegedaan. Als je dat niet deed in die tijd, dan had je geen enkele sociale bewogenheid. Actievoeren hoorde erbij. Ook de PvdA raadde iedereen aan om toch vooral te demonstreren tegen het plaatsingsbesluit van kruisraketten. Acties binnen en buiten het parlement vloeiden zelfs nog in de jaren tachtig naadloos in elkaar over. Om nu achteraf met een microscoop te gaan bekijken waar deze illegale activiteiten zijn overgegaan in moreel onoorbare daden is onbegonnen werk. Hoe dan ook, het ‘gewelddadige actie’ leekt in 2008, toen de affaire Duyvendak losbarstte, opeens een huiveringwekkende term geworden.

In het boek Tussen verbeelding en macht wordt een aantal gewelddadige acties uit de jaren tachtig besproken, maar de grenslijn tussen illegale en gewelddadige activiteiten is vaak moeilijk te trekken. Een van de meest gewelddadige acties uit die tijd was de verstoring van de vergadering van de Centrumpartij in een hotel in Kedichem op 26 maart 1986, waardoor de vrouw van Janmaat voor de rest van haar leven in een rolstoel belandde. Achteraf bleek dat deze calamiteit zijn oorzaak vond in een rookbom, waardoor een gordijn vlam vatte, wat uiteindelijk de brand veroorzaakte. Kortom, het was eerder een uit hand gelopen protestactie dan een doelbewuste terreurdaad.

Het verhaal van de gewelddadige acties in de jaren tachtig is grotendeels te reduceren tot mythevorming en romantiek. Actievoerend Nederland was weliswaar zeer actief in die tijd, maar het geweld, dat daarbij te pas kwam, is niet te vergelijken met wat in de jaren zeventig in Duitsland en Italië gebeurde. Ook de Molukse gijzelingsacties in Nederland waren veel gewelddadiger dan het actiegebeuren in het decennium daarop. Natuurlijk, er ging wel eens een tram in de fik zoals bij de krakersrellen in Amsterdam, een vestiging van de MAKRO ging in vlammen op, de kat van Aad Kosto raakte in shock toen de achtergevel van zijn huis door een bomaanslag instortte, maar dat is het dan ook zo’n beetje.

Andersom stierf er wel een kraker in een politiecel, te weten: Hans Kok, op 25 oktober 1985. Achteraf bleek  een acute longontsteking de doodsoorzaak te zijn. Het was dus niet moord zoals het actieblad Bluf! liet weten. Deze gebeurtenis was overigens wel de oorzaak van een escalatie van de gewelddadigheid in de actiemethoden. Voortaan werkte men ook met molotovcocktails en ging het niet alleen om opruiende taal uit de stencilmachine. Een week na de dood van Hans Kok, op 1 november 1985 werd door het tweede kabinet Lubbers het besluit genomen tot plaatsing van kruisraketten in Nederland. Die gebeurtenis is achteraf te beschouwen als een breekpunt in de bereidheid tot actievoeren. De grote golf was voorbij ook bij het grote publiek. Men stortte voortaan op de giro van ideële organisaties, maar men ging niet meer massaal de straat op om te demonstreren. De harde kern radicaliseerde, maar bloedde uiteindelijk ook dood.

Met enig gevoel voor de ironie van de geschiedenis zou je kunnen stellen, dat ergens in het midden van de jaren tachtig het keerpunt van een tijdperk ligt. De golfbeweging van subversieve tendensen, die ooit in de jaren zestig was opgekomen, ebde ineens weg uit de samenleving. De vredesbeweging viel volledig stil en met de kraakbeweging is het daarna ook nooit meer geworden wat het ooit was geweest. De laatste subculturen, die deels nog hun wortels hadden in de zeven jaar eerder uit Engeland overgewaaide punkbeweging, maakten definitief plaats voor de ondraaglijke lichtheid van het bestaan in de late jaren tachtig. Dit decennium, dat zo stormachtig was begonnen na de grimmige kroning van een nieuwe koningin, keerde zich langzaam om naar een tijd van ideologische windstilte, de jaren van yuppies in het westen en glasnost in het oosten. Kortom: naar een tijd zonder alternatief.

Tien jaar geleden liet Joep van Lieshout in het programma Zomergasten beelden zien van de krakersrellen in 1980, omdat hij het contrast wilde tonen met het zo tam en braaf geworden Nederland. ‘Voor de belangrijke zaken van de wereld moet je momenteel niet in Nederland zijn, terwijl in de jaren ’80 Nederland de bakermat van protest was,’ verklaarde Van Lieshout tijdens die uitzending. Het Nederlandse actieverleden uit de jaren tachtig werpt geen nieuw licht op wat er nu gaande is. Het laat hooguit zien, dat opvattingen over burgerlijke ongehoorzaamheid snel aan het veranderen zijn. Nederland wordt steeds braver. Onder het mom dat aan de parlementaire democratie absoluut niet te tornen valt, wordt elke buitenparlementaire actie bij voorbaat verdacht gemaakt als een opstap naar terreur. Iedereen moet oppassen of er geen rugzak op een perron is achtergelaten. Moslims moeten afstand nemen van hun geradicaliseerde geloofsgenoten. Er heetst tegenwoordig een husreiche angst voor geweld.

De inmiddels diep ingedaalde islamofobie en terreurdreiging hebben een verstarde houding gecreëerd tegenover de buitenparlementaire actie. Zelfs bij linkse politieke partijen, om over rechts maar te zwijgen. Rutte liet daar afgelopen zondag in Zomergasten nog een fraai staaltje van zien, toen hij een uit de hand gelopen demonstratie van Turkse Erdogan-aanhangers becommentarieerde. ‘Pleur op naar je eigen land,’ riep hij, of iets in vergelijkbare bewoordingen. Ooit was dat soort taferelen bij demonstraties in Nederland heel gewoon. Er was een tijd dat ik zelf ook zowat elk weekend ging demonstreren. En dat ging er toen lang niet altijd zachtzinnig aan toe. Waterkanonnen trotseren, de straat openbreken, stenen gooien, wat deden we allemaal niet…

17758b7f-4fa8-4b53-9caa-113d50e02433

Hans Kraan en ik onder de paraplu tijdens de rellen bij de Maagdenhuisbezetting in mei 1969. (foto: De Volkskrant)

Het is anno 2016 de tijd geworden van het nieuwe conformisme, een tijd van de brave burgers en buitenlui. De burgerlijke ongehoorzaamheid is als morele waarde tegenwoordig morsdood. Zorg dat je macht en invloed krijgt via de geijkte kanalen. Wijk met je meningen niet teveel af van de communis opinio. Loop niet uit de pas. Doe vooral je mond niet open en zeker niet een grote mond. Accepteer het onvermijdelijke en richt je alleen op het haalbare. Kijk niet op of om en speel nooit voor klokkenluider. Wees redelijk en vooral niet opstandig. Respecteer het gezag en heb oog voor bestuurlijke verhoudingen. Ken je plaats. Wees als burger vooral gehoorzaam. Een dergelijke tijdgeest brengt bange en laffe mensen voort. Bovendien komen in een zo’n constellatie de dommen steeds meer bovendrijven.

3 Reacties »

  1. Aldus H.

    7 september 2016 op 04:48

    Goh. Tjonge. Tjeempie.
    Huub man, toch eindelijk ontwaakt?

    En yep, met de dood van Fortuyn en van Gogh -en recentelijk Johan Cruijf- is Nederland een non-land geworden. Een land van policor zelfbenoemd linksch GoedVolk. Vleesch noch visch.
    Zelfs voetballen kunnen ze al niet meer.

    Een laf en wegkijkend volkje geworden. Ik kan ook weinig of niks bedenken waarom ik (nog) trots op Nederland zou moeten- of kunnen zijn. EU/US slaves.
    Een MP die nog nooit geneukt heeft, echte liefde heeft gekend, nog niet een schilderijtje aan de muur kan hangen, en ws niet eens weet of ie nou homo, hetero, of transgender is. En of daarbij met een giga nep-lach de nabestaanden van MH-17 keihard in de bek uitlacht, referendums negeert etc.

    En werkt mind-control? Nou en of!
    Ha, denkt u: Aldus Aluhoedje!
    Daar hebben we je!
    Wel. Next Question. Durft u in het openbaar te zeggen dat u op Wilders stemt?
    Nee he? Durft u niet.
    Ook dat is zorgvuldig geprogrammeerd. Door policor linksch uiteraard. Media en polletiek. U bent doodsbang om voor islamofoob, extremist, racist, fascist uitgemaakt te worden en buiten de groep te vallen.
    Zie? Mind-control is/werkt véél geniepiger dan u denkt.
    U trapt er in zonder het zelf te beseffen.
    En wie weet, gaat u me ooit begrijpen.

    Weet u wat ook mind-control is/was? Dat Hitler rechts was. Schei toch uit: die gast was zo links als de neten: nationaal socialisme remember?

    Maar- en dus- staat opkomen voor je eigen volk gelijk aan rascisme of fascisme. Dat wordt nog leuk met ‘Mienskip’!

    En als je niet meer opkomt voor jezelf dan krijg je een laffe en apatische bevolking en wordt je onder de voet gelopen.
    Puur Darwinisme. Eten of gegeten worden.
    Het westen wordt momenteel keihard opgevreten.
    Puur door lafheid.
    Geen grenzen stellen.
    Predators niet (willen) herkennen.

    Roept de vraag op: wat is nou erger: eigen volk eerst of ander volk eerst? Wat zou de natuur doen? Of: wat is natuurlijk?

    Het probleem van linksch is volgens mij: bij gebrek aan eigen talent en of zinvolle invulling van het leven gaan ze iets zoeken ‘wat het goed doet bij de groep’. Kom je al gauw uit bij de zieligheids industrie. Lekker makkelijk inkoppen voor open doel. Cute kittens. Achtergelaten hondjes.
    De ellende van anderen gebruiken voor eigen narcisme en dat dan weer omzetten in zelfbenoemde status GoedVolk.

    Is dit natuurlijk? Nee, op geen enkele manier.
    Een klootzak is gewoon een klootzak. Een steekmug is gewoon een steekmug. Ingewikkelder is het niet.

    Maar alles wordt maar dood gesocialiseerd in een soort van doorgeschoten samenleving. Verkrachtingen vonden plaats omdat de dader geen stageplaats kon krijgen.

    Alles herleiden tot wat het is: kom je uit bij het onderwijs.
    Daar begint/begon het al. De rubberen tegel maatschappij. Generation Snowflake. Words DO hurt.

    Wat ik al eerder zei: vrouwen uit de polletiek. Vooral ouwe wieven.
    Het enige wat hun interesseert is conformeren aan de groep. Zie Merkel. To look good. Vrouwen zijn super egoisten -meer dan mannen – onder het mom ‘sociaal’. Ready to please. Niet in staat om impolulaire maatregelen te nemen die de groep/land echt ten goede komen.
    Vrouwen zijn nog vele malen laffer en idioter dan mannen. Uitzonderingen daargelaten. En dat kun je in deze tijden echt niet hebben.

    Gezond (boeren) verstand. Dat is wat nodig is. Maar dat is ons vakkundig afgeleerd. De politiek heeft geen énkel belang bij burgers die zelf (nog) kunnen nadenken. Niet voor niks wordt er alles aan gedaan om de middenklasse uit te roeien.

    Voor wie denkt dat ik dan wel ‘ultra-rechts’ ben: ha gefopt! Ook alweer mind-control: als je tegen links bent ben je DUS rechts!

    Neen lieve schatten: ik heb nog nooit gestemd, maar er bestaat ook zoiets als recht door zee he? Niet linksch, niet rechtsch, maar hoppa, recht zo die gaat Baines! 🙂

    En. Zijn er nog mensen fan van Killary?
    Dan zou ik maar snel wat blikken bruine bonen inslaan.

    http://xandernieuws.punt.nl/content/2016/09/Hillary-Clinton-dreigt-Rusland-met-oorlog-en-zegt-Iran-te-zullen-vernietigen

    ‘Waar blijft de revolutie’ riep de VPRO jaren geleden al.
    Die komt niet. De ontwortelde mens. Als Pokemon Go maar niet uitvalt.

  2. Keu

    7 september 2016 op 23:37

    Huub is ontwaakt – volgens de geruchten, volgens mij wa ie allang wakker en soms ook niet, dan lag ie lekker te slapen -, nu jij nog.

  3. Keu

    8 september 2016 op 00:25

    Wel leuk weer van je te horen.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)