De context van het pornografische beeld

Slide1

De fotograaf Helmut Newton (1920-2004) had een fascinatie voor het ideale naakte lichaam. Zijn foto’s roepen herinneringen op aan de nazi-esthetiek. Leni Riefenstahl was een inspiratiebron voor hem. De nazi-esthetiek is ook terug te vinden bij een hedendaags kunstenaars als Vanessa Beecroft in haar kritiek op de manipulatie van het vrouwbeeld in media en de reclame. Susan Sontag heeft in haar essay Fascinating fascism (1975), een relatie gelegd tussen de esthetiek van de nazi’s en het hedendaagse pornografisch beeld van het lichaam. Zo bezien heeft het pornografische beeld  een context die verbonden is met de heersende ideologie. Maar dat geldt ook voor de kunst. Wat is de relatie tussen pornografie, esthetica en ideologie?

Ik denk dat het aseksuele, geïdealiseerde lichaamsbeeld van de nazi’s alles te maken heeft met een hang naar anonieme seksuele dominantie die in de ideologie van de nazi’s verankerd lag. Een getroebleerde seksualiteit lag aan de basis van de nazi-cultuur, maar is het vandaag zoveel anders? Susan Sontag schrijft belangwekkende dingen over het voortleven van het geseksualiseerde nazi-theater met al zijn kostuums en decorstukken in de hedendaags SM-industrie. Ik denk dat dit onderwerp meer te zeggen valt dan de ruimte die dit blog kan bieden. Nazi-porno is beeldcultuur en in die zin object van onderzoek van de zogeheten ‘visual studies’, de erfgenaam van de kunstgeschiedenis.

Sinds de jaren zeventig is de kunstgeschiedenis zich geleidelijk aan gaan bezighouden met alle cultuuruitingen die beelden opleveren, van grotschilderingen tot stripverhalen. Naarmate in onze eigentijdse cultuur het beeld steeds meer centraal komt te staan, is het exclusieve karakter van het esthetische beeld problematisch geworden. Het zal niet lang meer duren of de zogeheten ‘visual studies’ hebben de kunstgeschiedenis als discipline overbodig gemaakt. Alles is beeld en alles wás beeld. De esthetica zal verdwijnen, net zoals de religie verdwenen is. Als sneeuw voor de zon. Kunst is de laatste kazemat waar de religie zich schuil houdt. Nog even en alle beelden zijn fictie, een droomuniversum voor de massa, zoals elk beeld die illusie van oudsher heeft kunnen bieden. Bij uitstek het pornografische beeld.

Pornografie is niet meer weg te denken in de wereld van vandaag. Het fenomeen maakt deel uit van wat met een modieuze term wel eens onze ‘beeldcultuur’ wordt genoemd. We leven in een cultuur die door het gereproduceerde beeld wordt gedomineerd en de nazi’s waren zich daarvan terdege bewust. In het tijdperk van ‘de technische reproduceerbaarheid’ – zoals Walter Benjamin het noemde – gingen de nazi’s doelbewust de verleidingskracht van het beeld inzetten voor propaganda. Zij ontdekten dat moderne beeldcultuur als middel tot manipulatie van de massa. Pornografie was de ultieme verleiding dus ook het meest probate propagandamiddel. De nazi’s verspreidden het beeld van het volmaakte lichaam als een narcoticum van het biologisch absolute. Het ideale lichaam bood een obscure toegang tot het heil dat schuil zou gaan in het organische, het genetische, het ras, in de zuiverheid van het bloed.

Porno bevindt zich ook in het hart van de moderne beeldcultuur. En toch bestaat er nog altijd een zekere schroom om porno onbevangen tegemoet te treden als een object van onderzoek. In het Nederlandse taalgebied zijn het vooral schrijvers geweest die serieuze aandacht aan porno hebben besteed. Zo kan ik me een paar boeiende artikelen van Willem Jan Otten herinneren en een fraai essay van Joost Zwagerman, maar binnen de eigentijdse kunstgeschiedenis schiet mij geen auteursnaam te binnen. Het essay Fascinating fascism van Susan Sontag is alleen daarom al een verademing. Zij legt verrassende verbanden tussen de wijze waarop de nazi’s de schoonheid van het lichaam hebben geïdealiseerd en de esthetiek van het pornografische beeld binnen onze vrije kapitalistische samenleving.

Toen de nazi-esthetiek in de jaren zeventig weer onderwerp van reflectie werd, is het tegelijk een cult-fenomeen geworden. Daarnaast leven de parafernalia van de nazi-cultuur voort in de broeierige fantasmagorieën van het hedendaagse pornotopia. Nazisme was in wezen sadomasochisme. Het was het verlangen om te overweldigen maar tegelijk ook overweldigd te worden. Geweld en seks gingen een morbide verbond aan in het vulkanische droomuniversum van Hitler. In tegenstelling tot alle andere totalitaire systemen hebben de nazi’s een cultuur voortgebracht die het pornografische tot stijlmiddel hebben verheven. Porno was voor de nazi’s de esthetiek van de maan. Porno werd ingezet bij het spektakel van de totalitaire macht en in die zin was het nazisme de voorloper van de hedendaagse spektakelmaatschappij.

Het theater van de totalitaire verleiding wordt tegenwoordig met heel wat subtielere middelen opgevoerd, maar seks is als nooit te voren het narcoticum van de onderdrukking geworden. Het kapitalistisch systeem bedient zich van pornografische middelen om de onderdanen in een staat van ‘ewige Vorlust’ te houden. Zo heeft de seksuele bevrijding van de jaren zestig uiteindelijk onbedoeld zijn bijdrage geleverd aan de absorptie van de seksualiteit in het consumptieve pornotopia waarin de westerse wereld is beland.

Porno is de kerosine waar het systeem van het perverse verlangen op draait. Het kapitalisme kent geen bodem. Porno is de bodemloosheid bij uitstek. Hier tolt het verlangen om zijn eigen as. Hier krijgt de esthetica haar ultieme bestemming. Kunst in het huidige systeem is gesacraliseerd verlangen dat niet wordt vervuld. Porno is ontheiligd verlangen dat voortdurend wordt vervuld.  Maar die twee uitersten zijn elkaar gaan raken. Dat wil zeggen, kunst is pornografie aan het worden die niet als zodanig wordt herkend. Porno is de naaktheid van het lichaam ontdaan van zijn esthetische context. Esthetica is pornografie verhuld in een esthetische context.

‘Smaak is context’, stelt Sontag treffend. Dat wij nu met een pornografische blik kunnen kijken naar de nazistische idealisering van het naakte lichaam heeft alles te maken met een gewijzigde context waarin de kern van het fascisme niet geweken is. De nazi hebben de seksualiteit willen omsmeden tot een spirituele energiestroom van de massa, een stroom die uiteindelijk op dood en geweld was gericht. Dit theater van de willoze overgave leeft niet alleen voort in de hedendaagse ensceneringen van de sm-cultuur, maar ook in de manipulatie van de verbeelding van seksualiteit als zodanig. Seks wordt met alle middelen, die de mediamaatschappij ten dienste staan, van zijn individuele en subversieve krachten ontdaan.

De nazi’s droomden niet van de fysieke energetische ontlading van orgieën en uitspattingen, maar van een totale beheersing van het lichaam in een permanente hypnose, waarin de erotische verleiding tot een summum was opgevoerd. Hun erotiek was niet wellustig, maar morbide, zoals elke vorm van porno dat in wezen is. Vandaar ook de bloedeloosheid van deze in feite onmenselijke lichamen die in de hedendaagse pornografie zijn weerklank vindt. Het gaat hierbij niet om het leven, maar om de dood. Maar wat is het leven zonder de dood? In pornografie wordt het lichaam van het leven ontdaan, dat is misschien wel de meest schokkende ontdekking van de nazi’s. Geen Eros zonder Thanatos. De eenheid van lust, dood en duivel is een macabere erfenis van de Romantiek die de nazi’s letterlijk hebben opgevat, in zijn uiterste consequentie die linea recta tot de duivel leidde. Auschwitz is Zwarte Romantiek die van verbeelding werkelijkheid werd.

De Duitse kunstenaar Thomas Ruff gebruikt voor zijn werk pornografische beelden die hij van internet plukt om ze vervolgens met fotoshop zodanig te bewerken dat het kunst wordt. Het is een vorm van appropriation photography, beelden die door de kunstenaar worden toegeëigend en die in gewijzigde vorm in een andere context een nieuwe betekenis krijgen. Het is niet de inhoud die in dit gemanipuleerde beeld centraal staat, maar de wijze waarop het beeld tot stand is gekomen. Het erotiserend effect van het pornografische beeld interesseert Ruff niet of nauwelijks. Het is de vraag naar de aard van het fotografische beeld, waar het om te doen is. Wat maakt een foto tot een foto? Wat maakt een pornografische foto tot kunst? In een artikel over Thomas Ruff formuleerde Hans den Hartog het ooit als volgt. Waar het Ruff om gaat is..:

…dat fotografie, net als porno, je als toeschouwer een wereld voorschotelt die ergens geworteld lijkt in de werkelijkheid, die bereikbaar zou kunnen zijn, mogelijk zelfs echt, maar die je, desondanks, zelf nooit zult ervaren. Je zou dat zelfs een kernprobleem van de fotografie kunnen noemen (ooit al prachtig beschreven door Susan Sontag): dat elke foto, simpelweg door het feit dat ie wordt gemaakt, de werkelijkheid esthetiseert, optilt, verbijzondert.’

Waar komt het beeld vandaan dat Ruff ons voorschotelt? Is het wel afkomstig uit de werkelijkheid, of komt het soms uit en denkbeeldige werkelijkheid? Nu is dat met pornografie sowieso al moeilijk vast te stellen. Porno is per definitie een fictieve wereld, een soort luilekkerland vlak om de hoek dat met een paar klikken van de muis toegankelijk is. Geen Utopia, maar een Pornotopia van mannelijke wensfantasieën. In Pornotopia zijn alle vrouwen op afroep beschikbaar. In zijn boek Pornotheek Arcadia (2000) formuleert Joost Zwagerman het als volgt:

‘Het is een plotloos universum waar alleen de feestelijke uitruil van begeerte bestaat. Pornotopia wordt louter bevolkt door ‘saters en sloeries’, willige vrouwen en optimaal presterende mannen die elkaar moeiteloos vinden in ‘libidineuze blijheid’.’

Wat maakt een beeld tot een beeld? Die vraag houdt tegenwoordig menig kunstcriticus bezig in een wereld die overspoeld wordt met beelden. Er zijn zoveel beelden dat het beeld zelf lijkt te verdwijnen. In de hedendaagse plaatjesmaatschappij wordt het beeld steeds meer van zijn authentieke waarde ontdaan. Beelden zijn op allerlei manieren te manipuleren. Ze worden voortdurend ‘gestript’ van hun oorsprong en in een nieuwe setting tot leven gebracht. Modefotografen hanteren de codes van de documentaire fotograaf. In clips van TMF worden stilistische beeldmiddelen gehanteerd die door kunstenaars zijn ontwikkeld. Zelfs het fotografisch beeld op zich is niet meer te vertrouwen, omdat het digitaal bewerkt en gemanipuleerd kan worden. Foto’s zijn geen ijkpunt meer voor de waarheid.

De beroemde woorden van Nietzsche ‘Niets is waar, alles is geoorloofd’ lijken in de voortwoekerende maalstroom van de hedendaagse beeldcultuur een onverwachte bestemming te vinden. Iedereen is uiterst gevoelig voor beelden aan het worden, maar omgekeerd wordt iedereen er ook steeds meer door afgestompt. Een vreemde paradox. We beleven de tijd van de ‘beeldende geletterdheid’, maar ook van de totale ‘beeld-indigestie’. De gelaagdheden, coderingen, trucages, associaties en connotaties, die met een beeld verbonden kunnen zijn, worden onbewust ervaren, maar tegelijk ook bewust becommentarieerd. In dat pandemonium is het de taak van de kunstenaar beelden te produceren die weerstand bieden aan deze maalstroom. Dat wil zeggen: beelden die wrijving geven, blijven haken of onderhuids irriteren en intrigeren.

Uit antropologisch oogpunt is de virtuele wereld van de pornografie wellicht een voortzetting van het oude droomuniversum van mythen en sagen, dat in primitieve culturen het onbewuste van de mens structureerde tot een vast patroon. Pornografie is niet alleen een ‘plotloos universum’ zoals Joost Zwagerman beweerde, maar ook een ‘tijdloos universum’. Of beter gezegd, in de archaïsche droomwereld van de porno heerst nog de cyclische tijd. Alles in de pornografisch droomuniversum keert in zichzelf terug. Er is geen afgrondelijke afgrond, geen uitzicht op een ophanden zijnde onthulling die zich niet voltrekt. Porno ís onthulling. Porno is gerealiseerde openbaring en daarmee pure religie die werkzaam is het hier en nu. Zoals ook het nazisme pure religie was. Gerealiseerde openbaring in het hier en nu.

In de pornografie gebeurt alles in een eindeloze herhaling, zonder begin of eind. Hier raakt de primitieve tijd van de prehistorische mens de moderne wereld van de eenparig versnelde vooruitgang. Zou het kunnen zijn dat de kunst zelf ooit is voortgekomen uit een primitieve vorm van pornografie? Voordat de fotografie werd uitgevonden moest de mens zich op andere manieren behelpen als zijn libido hem te machtig werd en er geen natuurlijke partner voorhanden was om dit nijpend probleem op te lossen. Misschien is de esthetische ervaring wel voortgekomen uit een pornografische manier van kijken. Ook kunst is immers een droomuniversum waarin beelden voor eeuwig zijn stilgezet.

8 Reacties »

  1. Aldus H.

    24 juli 2016 op 03:47

    “Zelfs het fotografisch beeld op zich is niet meer te vertrouwen, omdat het digitaal bewerkt en gemanipuleerd kan worden. Foto’s zijn geen ijkpunt meer voor de waarheid.”

    Gemanipuleerde foto’s vind ik nog niet eens zo eng, gemanipuleerde film beelden zijn een factor 1000 keer enger.
    Enig idee hoe goed ze daar tegenwoordig in zijn?

    Het lastige is: mensen weten inmiddels wel dat een foto geshopped kan zijn. Maar het mensenbrein is nog niet goed in staat om gemanipuleerd bewégend beeld als zodanig te herkennen. Het IS ook eigenlijk niet meer te herkennen als zijnde fake.

    Maar is dat (pas) eng? Ja dat is eng, want het is kwalitatief van uitzonderlijk hoge kwaliteit ‘dat het dus wel waar moet zijn’.

    Voor een gewone Hollywood film voor de leuk is dat niet zo erg, maar wel als er iets getoond wordt wat een politiek doel dient. Met 10 seconden (gemanipuleerde) film kun je 7 miljard mensen op het verkeerde been brengen, en dat is dus eng.

    Is dat wel eens gebeurd? Ja hoor, bijvoorbeeld (echte) beelden van een Griekse (banken) opstand werden ‘vertaald’ naar een (fake politieke) Russische opstand tegen Putin. En dat wordt dan gewoon via CNN uitgezonden onder het mom: ‘Duizenden mensen demonstreren tegen Putin’.

    De wereld van vandaag hangt zo’n beetje van leugens aan elkaar.
    Beeldmanipulatie speelt daarin een grote rol.

    En porno? Tja, ook daarin is veel te manipuleren en te sturen.

    Maar wat mij betreft: je leert een vrouw pas echt/goed kennen in bed.
    En deels is porno te vergelijken met een reis die je samen maakt.
    Als je voor het eerst met iemand naar bed gaat is de ‘eindbestemming’ nog onbekend. Naarmate je elkaar langer kent kan het maar zo dat de sleur zijn intrede doet en het vrouwtje/mannetje wat gaat klagen onder het mom: “Gaan we nou GVD alweer naar die KUT camping in Emmer Compascuum’?

    Ik wil ook wel eens naar…. vul maar in.

    En mede daarop hebben vrouwen er gek genoeg meestal ook niet zo’n bezwaar tegen het op een ‘rare/spannende plaats of moment te doen’.

    Je zou je ook eens kunnen afvragen waarom God sex ‘leuk/lekker’ gemaakt heeft voor mensen. Heeft het iets te maken met ‘vrije wil’? Want in de dieren wereld gelden nogal wat simpeler wetten: eerst knokken met kerels en dan (recht op) verkrachten van de/alle vrouwtjes.

    Liefde speelt in de dierenwereld vaak een omgekeerde rol denk ik wel eens. Dus: eerst verkracht je gewoon een wijfje en als die dan kindertjes/eieren van je krijgt dan ga je daar dan ineens van ‘houden’ en zorgen. Bij soort van monogame soorten dan.

    En de niet monogame soorten die knokken en neuken er maar wat op los. Uiterlijk doet er niet toe: als er maar een gat in zit. Wel eens gezien hoe immens lelijk sommige dieren zijn? Of uit hun bek stinken? Hun reet nooit afvegen?
    Ik zou ze persoon niet doen, hoe hoog de nood ook is!

    🙂

    “Beware The Green Screen Deception (Chroma Key) ”

    https://youtu.be/c9cDUpLYkkA

  2. Green

    24 juli 2016 op 09:36

    netsies!

  3. Cisca de Bruyne

    24 juli 2016 op 12:10

    de foto

    (gedicht, vrij naar: oote oote boe van Jan Hanlo)

    gek kleef, dat je gister over dat uiterlijk begon
    ik kijk naar je foto van die techneuten
    stom, want dat weet ik dat ik mezelf opnaai
    ik haal je uit die mensen
    zie ikdan dat uiterlijk?
    ik bedoel zonder het met anderen te vergelijken?
    als ik lang naar kijk, bedenk wat ik nu eigen zie,
    voel ik tranen in mijn ogen
    ik weet het wel en toch ook weer heel erg niet
    ik hak je kop eraf, kijken of dat helpt
    nee, het helpt geen zak,
    je zit in die broek en die trui
    ik snij en snij
    om te zien waar je wegvalt
    maar tot het laatste draadje wol
    zit je erin.
    je bent gewoon een draadje wol, kleef
    echt, voor mij zit je erin
    dan komt er een man binnen, net onder de douche vandaan
    het is niet aardig tegenover die man maar ik zie jou
    om mijn bed komen zitten
    ik duik je schoot in
    ik wil niet dat hij mijn tranen ziete
    ik ben 1 brok begeerte
    ik speel met je, geen seks, spelen
    ik lik je koppie, de rand, ik zie een druppie,
    jouw druppie
    ik voel me spelen als een wulpse slang
    de tranen gaan nu pas echt vloeien
    niet van geluk of ongeluk, ik kan ze niet benoemen
    schoonheid, ja schoonheid was het,
    je was zo vreselijk mooi
    de kleur die iets transparants toonde
    ik wil je aandacht niet
    het dringt zich zaan me op
    ongeacht wat jij doet in de tijd
    mijn god wat ongrijpbaar mooi allemaal
    de wellust kruipt mijn strot in, verstikt
    het schrijven helpt
    ik laat het er weer uit.
    sory kleef, heb ik je weer misbruikt?
    wees dan godverdomme niet zo onweerstaanbaar.

  4. Cisca de Bruyne

    24 juli 2016 op 12:20

  5. Cisca de Bruyne

    24 juli 2016 op 17:00

    Ik neem nog maar eens een duik in ‘het romantische verlangen’ van Jos de Mul. Want ergens voel je wel aan dat het bij Bataille weliswaar om de zoektocht gaat naar het sacrale maar wat ik mis is het verlangen en niemand kan dat warmer beschrijven dan Jos de Mul.

    I asked for ice, but this is ridiculous
    (Titanic 1913, anoniem)

    Het is warm in Parijs terwijl het oog van de wereld gericht is op de Champs Elyssee, sta ik in de keuken ras el hanoet te maken van verse kruiden. Ik voel je handen op mijn billen als je je kin op mijn schouder legt en zegt dat je even in Le Tournon een biertje gaat doen, ik murmel wat, luister maar half, het korianderzaad laat zich net pletten in de vijzel.

    Ik loop naar de kamer om de radio wat harder te zetten, het lijflied van mijn vorig jaar overleden vader

    In zijn armen dans ik de kamer door als ik een opvallend A4tje op tafel zie liggen, wit met dreigende rode viltstiftletters. Ik herken jouw handschrift: Ga naar le Monde Arabe, naar het dakterras, enkel in je schortje, bestrooi jezelf flink met meel. niet de achterkant vergeten! Denk aan je geliefde Ibn ‘Arabi, versier un Arabe, denk dat hij Ibn’Arabi is. Geur! bedek het geheel met je rode jas.

    Aanvankelijk moest ik lachen, zo gaan we op die toer, vader?, heb je soms bij de kapper in de fifty shades zitten bladeren? Maar natuurlijk viel ik als een blok voor Ibn ‘Arabi, jij wist dat.

    Ik liet de ras el hanoet voor wat hij was, het idee begon me aardig op te winden. Vrouw, geur, woord…
    Je weet mijn wellust wel te wekken, klaboumie, Niks geen sexy Rio van Michael Kors, ik moest zelf de geur zijn. Het is druk op het terras, een uitzicht over Parijs is op een dag als vandaag aantrekkelijk. Ik weet dat je hier ergens bent, je wilt zien hoe ik jouw opdracht vervul, niet omdat je een meester bent maar gewoon aardsnieuwsgierig.

    Er staat een man gebogen over de railing, verre blik. Ik ga naast hem staan, stil, volg zijn blik, al-hikmat al’-uluwiyah. Als mijn blik de zijne kruist voel ik mijn vrouwzijn opwellen, ik voel het letterlijk in mijn lijf, leg mijn hand op zijn onderarm, roodje valt een klein stukje open. Hij draait zijn hoofd en beziet me, mijn ogen zijn gericht op de zijne, alles is nu heel dichtbij, intiem. Na een korte stilte zegt hij: je sens une plante dont je déteste l’odeur.

    Ik voel hoe zijn hand de mijne pakt en ik hem automatisch volg als we ontsnappen aan de drukte. In de gang luister ik aandachtig naar jouw voetstappen ver achter ons, dan weer aan Ibn die nu een sleutel uit zijn zak haalt. Hij opent de deur van de bibliotheek die vandaag voor het publiek gesloten is. Ik merk nog op hoe hij de deur open laat staan als hij me uit mijn rode jas helpt.
    Zijn handen wrijven het meel, ik sluit mijn ogen, er zijn geen gedachten meer. Hij legt zijn handen op mijn rollende bekken, danst ze met me mee. Dan voel ik zijn geslacht ritmisch heen en weer gaan.
    Als ik mijn ogen weer open zit hij voor me op zijn knieën, kijkt hoe zijn zaad uit mij vloeit en zich verspilt op de grond.

    1 Cardamome : « Qâqulla », graine d’une zingibéracée (Malabar, Sri Lanka).
    2 Macis : « Bsibsa », arille qui entoure l’amande de la noix de muscade (Java, Sumatra).
    3 Galanga : « Khdenjal », rhizome d’une zingibéracée cultivée et sauvage en Extrême-Orient (Chine).
    4 Maniguette : « Gouza sahraouia », graine d’une zingibéracée (Côte d’Ivoire).
    5 Noix de muscade : « Gouzt ettiab » ou « Gouza el bloutia », noix du fruit du muscadier (Sumatra, Java).
    6 Quatre-épices : « Nouioura », piment (Jamaïque, Antilles), très différent des piments malgré son nom.
    7 Cantharide : « Debban elhand », poudre de coléoptère, c’est un poison violent, réputé aphrodisiaque (régions méditerranéennes).
    8 Cannelle : « Qarfa » ou Cannelle de Chine : « Dar el cini », écorce d’un arbre d’Asie tropicale, le cannelier, de la famille des Lauraceae (Inde, Malaisie, Sri Lanka) .
    9 Cypéracée : « Tara soudania », rhizome très odorant (Soudan).
    10 Poivre long : « Dar felfell », fruit du Piper longum (Inde et Malaisie).
    11 Poivre noir : « Elbzar », fruit du poivrier (Asie tropicale).
    12 Poivre des moines : « chajarat maryam », baie du gattilier (Maroc).
    13 Cubèbe : poivre gris parfumé (Insulinde et Bornéo).
    14 Clou de girofle : « Oud en nouar », bouton floral du giroflier (myrtacée) (Zanzibar).
    15 Curcuma : « Qrçoub », rhizome d’une zingibéracée coloré en jaune (Inde, pays tropicaux).
    16 Gingembre : « Sknjbir », rhizome du zingiber officinale, cultivé dans les pays tropicaux (Indochine, Japon).
    17 Gingembre blanc : plus fin que le gris (Japon).
    18 Iris : « Oud lamber », rhizome de l’Iris germanica (Haut Atlas).
    19 Lavande : « Khzama », fleur de la Lavandula vera (France, Maroc).
    20 Boutons de roses : « Rous el ward », c’est la rose de Damas importée de Perse par les Arabes et cultivée dans les vallées du Dadès, du Todra et de Ferkla (Maroc).
    21 Fruit du frêne : « Lissan ettir », importé d’Europe comme aphrodisiaque.
    22 Baies de belladone : « Zbibet el laïdour », baies desséchées récoltées à Chefchaouen, il en faut très peu.
    23 Nigelle : « Habbt el soudane », graines cultivées au Maroc.
    24 « Gouza el asnab » : boules de graines cultivées, agglomérées.
    25 Fruit d’une asclépiadacée : « Hil et abachi

    « Raz-el-hanout » signifie « tête de boutique », il est censé être composé des meilleures épices de la boutique.
    Il existe autant de raz-el-hanout que de marchands, si ce n’est plus. En effet, le mélange d’épices est propre à chaque marchand et celui-ci peut également être adapté aux envies ou aux finances de l’acheteur. Le mélange varie également selon les régions.

    La tradition veut que chaque mélange contienne une épice dite aphrodisiaque.
     

  6. Cisca de Bruyne

    25 juli 2016 op 03:49

    Nu ik Jos de Mul weer heb herontdekt, moet ik bekennen dat ik hem bij tweede lezing nog sterker vind dan de eerste keer. Hij heeft de materie strak onder controle, daar houd ik van. Hij stoft Adorno voor me af, de sociaal filosoof en muziekcriticus die jazz zag als een compromis tussen tussen een esthetische sublimering en maatschappelijke aanpassing, waarbij de repetitieve ervaring slechts te begrijpen is vanuit het lustprincipe.

    De tour is ten einde, Parijs slaapt. Niet allemaal maar jij wel. Ik kijk naar je vanachter mijn laptop, hoor Coltrane er de brui aan geven, je lievelings.

    Ik sta op, twijfel tussen Inca Roads van Zappa of But not for me van Chet Baker, het wordt de laatste, ik swing met mijn glas de kamer door in mijn piep-negligeetje dat jij charmant pyjama noemt. Als ik lappie heb afgesloten, de lichten uitgedaan, doe ik de blauwe muggenlamp aan, prevel een schietgebedje voor de dode exemplaren in de lamp die mij melancholisch aanstaren: Heer,geef hen rust en moge het eeuwige licht hen verlichten.

    In het blauwe licht ben je wonderschoon. Ik bestudeer je gevarieerde landschappen, kus je voorhoofd waarachter ik duizenden laatjes weet met keurig geordende mappen. Ik kan me verlustigen aan het beeld dat je je laatjes induikt en er weer uitkomt met vier items die je als een Victor Mids mindfuckt en husselt alvorens je gaat schrijven.

    Ik lik het zout uit de borstels om je ogen schoon te houden, prijs je oogleden dat ze gesloten zijn zodat ik je lekker uitgebreid kan bestuderen. Ik streel je neus, zonder die neus had ik hier niet gezeten, die neus is nodig om mij te ruiken: vrouw geur woord. Wat je daar moet ruiken is mij niet helemaal duidelijk maar dat het niet altijd even hemels is kan ik je verzekeren.

    O wacht, weg van het aardse Waarom van Hazes, ik gooi er Mingus tegenaan. Goodbye Pork Pie Hat, zo dat is beter, net nu ik bij je mond ben aanbeland. Ik leg mijn vinger op je bovenlip en laat je tegen haar aan ademen. Plop, val ik zo van je kin af, zeg. Was je wakker geweest dan had je allang gezegd hou eens op met dat vingergedreutel maar je bent echt veel liever als je slaapt.

    Mingus stikt haast in zijn trompet als ik iets te hard tegen je adamsappel druk. Bij je sleutelbeen tref ik nog van zand aan van het Seinestrand. Ik gooi de rus erin, lief, Китайцы – Парад Победы на Красной площади, heerlijk tien minuten lang marcherend de grote leider roemen, wat wil een mens nog meer, zo geordend en rustgevend als een schijfje lemon in een glas water de chaotische toestand vertrapt die het ijs teweegbrengt. Orde moet zijn (Anne van der Meijden)

    Mijn bekken laat ik draaien op het ritme van je ademhaling. Ik besluit je van beneden af te benaderen, ik sabbel op je grote teen, je slaat mijn mond weg of het een vlieg is, weet jij veel, je slaapt. Tegen de tijd dat ik bij je knieholte aankom is je ademhaling anders, ik vermoed dat je wakker wordt.

    Op handen en voeten ga ik over je scheenbenen zitten, langzaam tijger ik naar boven en dan: klaboum, plop, bedenk ik mij dat ik wel eens je moeder zou kunnen zijn, oh djie, of nog erger je kleine zusje.

    Ik hoor de deur piepen als Amor vertrekt en Agape in een lekkere grote pyjama de kamer binnen banjert.

    Een mug vliegt sissend tegen de blauwe lamp.

  7. Cisca de Bruyne

    27 juli 2016 op 04:04

    Ook Nelleke Noordervliet legt het verband tussen kunst en erotiek, extase en overgave. De blik van Victorine Meurend op Le Dejeuner sur l’herbe verleidt, van Tucholsky’s Schlosz Gripsholm word je subiet in het wilde weg verliefd, Last tango in Paris penetreert de verbeelding. En dat terwijl in Het Romantisch Verlangen van Jos de Mul de erotiek niet aan bod komt, zij het heel kort als Wiederholungstrieb maar dan toch meer als doodsdrift dan als levensdrift.

    Last tango was heerlijk, dat kamertje, dat bed, het heeft wel iets van hier, klaboemie, behalve dan dat hier geen metro door de lucht rijdt en dat Marlon Brando…, nou ja, nee, eigenlijk niet, toen kende ik die onweerstaanbare jij nog niet. De eerste keer dat ik met jou naar de bios ging had je een Kung Fu uitgezocht, minotaurussie, ik dacht dat je dat expres deed zodat we meer aandacht zouden hebben voor elkaar. Telkens als mijn hand je dijbeen zocht legde je er een handje popcorn in.

    Volgens mij ging Brando dood aan het eind, dat is ook geen goede combi dood en erotiek, hoewel sommige, vooral filosofen die zoals het in hun bloed zit ineens weer een nieuw probleem zien opdoemen, beweren dat ze met elkaar te maken hebben. Bataille heeft het over de kleine dood, ja die bestaat weet ik uit ervaring. Het enige nadeel voor de kleine dood is dat ze niet echt doet wat ze beloofd want daarna ga je gewoon weer leven. Volgens mij kunnen mannen daar ook helemaal niet goed over schrijven omdat hun ervaringswereld wat het orgasme wat lou loenen is, ik heb wel eens gehoord dat voor een man een orgasme een orgasme is. Niet een klaboum-plop-ervaring maar dat ze allemaal op elkaar lijken terwijl dat bij mij heel anders ligt. Los van de fake orgasmes, heb ik wel aardige maar zeker ook de klabammers. Waarvan de dood er, als je eenmaal goed en wel door de tunnel bent, toch waarschijnlijk ook een is. Want hoewel ik me niet goed kan voorstellen hoe het met die maagden zit, ik me toch wel wat bij de dameskant kan voorstellen, daar zit dan 1 man op je te wachten en dat is dan precies de ware. Noem dat maar lou koene!

    Ik moet nog steeds met Semen naar de bioscoop, misschien kunnen we met zijn drieën, lijkt me gezellig. Jij mag hem vast. Het lijkt me spannend in het donker, ik weet ook niet precies waarom hij het voorstelde en het is al weer een tijdje geleden maar ik zie er wel wat in. Die spanning te voelen van het onbekende, hoe zal hij zijn. Ice Age draait in Les Halles, lijkt me wel wat. Ik denk dat ik weer voorzichtig mijn hand in zijn dij zou leggen en dan maar hopen dat hij niet is zoals jij. Echt ik denk dat het snel gebeurd is, ik ben echt wel zo hoteldebotel van die man geweest, het was zijn eerste of een van zijn eerste. Ik denk dat ik wel een beetje met zijn mannelijkheid ga spelen. Je kan het misschien net een beetje zien in het donker maar ik zal er niet veel van merken want ik denk dat ik er helemaal in opga. Houden van daar moet niet licht over gedacht worden, dus als je mijn hoofd kwijt ben daarboven dan weet je waar het zich bevindt.

    En dan op die onmogelijke stoeltjes, veel bewegingsvrijheid heb je niet. Toch lijkt het me er niet de man naar dat hij stil blijft zitten, leer mij Semen kennen! Ik wil natuurlijk dat hij zijn naam eer aandoet en ik me zo laat gaan dat jij op zoek moet naar mijn mond om je hand erop te leggen. Hij is vast heel groot geschapen en dan mag jij ’s avonds thuis mijn wonden likken in mijn keizersnee. Toch maar eerst even de kama sutra doornemen, ik denk dat de geile geit wel op zo’n krap stoeltje past. Wacht, laten we even oefenen hier op de keukenstoel. Ik heb in de lesbische kama nog een krolse kater gezien. Ja, nee, wacht, jouw been moet daar omhoog, oeps je hebt daar toch een probleempje zitten, nee, we houden het toch beter bij de geile geit. Help even met mijn been, nee linkerschouder. Ik weet het niet, cherie, of dit wel wat voor Semen is. Nee, ik ken hem niet heel goed, alleen van internet. Ja nou? Dat is de nieuwe liefde 2.0.

  8. Cisca de Bruyne

    28 juli 2016 op 02:55

    Voor Nietzsche was filosofie verwant aan pornografie. Beide willen de wereld ontsluieren, blootleggen, overal achter en onder kijken. Het is de koele objectieve blik, elke wetenschapper is zo een pornograaf of elke pornograaf een kapper.

    De knuffelfilosoof Alain de Boton wil pornografie verethikiseren en veresthetikiseren, hij doet daartoe een poging op http://www.pornastherapy.com/about met vier esthetisch en esthetisch verantwoorde beeldverhalen als therapie, allemaal heel lief. Het tegenovergestelde van Bataille die seks niet ziet als iets moois maar als een exces dat iets doorbreken kan, grensoverschrijdend kan zijn.

    Ik loop Jardin du Luxembourg in met mijn nieuwe aanwinst onder mijn arm, warm van de FNAC, Outlander van Diana Gabaldon. Ik nestelde mij in een blauw ijzeren stoeltje en haalde Outlander uit zijn verpakking. Ik rook, altijd weer een intieme sensatie, het papier en de drukinkt die zich aan mij vrijgeven, het feest kan beginnen.

    Als ik een hand op mijn schouder voel, kijk ik om en zie het knappe, vrolijke gezicht van Eleanore. We hebben elkaar in geen maanden gezien en er valt heel wat bij te praten. Ze legt haar hand op mijn arm als ze vraagt of wij nog steeds bij elkaar zijn. En dan ineens begrijp ik wat mij opviel in die verhaaltjes van Alain de Botton. In die eerste wil de vrouw zich tonen, ze wil dat er naar haar gekeken wordt, hoe ze naakt ligt met haar benen wijd, haar eigen vinger die haar beroert, en hij op neusafstand. Gek dacht ik, ik heb dit niet zo, ben wel flirterig maar heb weinig behoefte me in mijn gaten te laten kijken, soms wel in gedachten en dan denk ik zeker ook aan een bepaalde periode, die eigenlijk buiten het normale viel, maar mannen hebben dat zeker ook, dat gezien willen worden. Ik leg mijn geachte voor aan Eleanore en we besluiten thuis aan de drank te gaan.

    Je loopt naar het halletje als je stemmen hoort om hen te begroeten die zojuist binnen kwamen. Je kent Eleonore toch nog wel, klaboumie, ze wil je graag zien. Nee, eerst een glas wijn en daarna wil ze je zien, echt, helemaal, ze wil je niet alleen zien maar ook kijken. Je neemt haar jas aan en schenkt de wijn voor ons in. Zwoel muziekje dubij, we zijn tenslotte wel in saint germain.

    Jullie praten genoegelijk over kunst, over muziek, de laatste films als ik achter je stoel kom staan en je schouders een masseer, soms schiet ik uit naar voren, hang met mijn hoofd op je schouder, maak de knoopjes van je overhemd los. Ik toon je, klaboumie, ik toon je aan Eleanore. Ik weet dat jullie dat ook voelen maar praten rustig door. Het zal wel een vrouwengedachten zijn maar ik doe mijn blouse ook uit om niet het risico te lopen dat je je straks misschien een object voelt. Ik ga onder je zitten op de grond, laat mijn vingers gaan over de riem van je broek, voel hoe opgewonden ik al ben, met mijn tanden trek ik aan je riem, ja, ik weet het, dat heb ik van Emma geleerd, zo sexy. Mijn vinger hobbelt een paar keer over je rits voor ik hem opentrek. Je werkt mee als ik je broek achter ons gooi. Mijn god, wat ben je mooi, ik trek me een beetje terug en kijk zonder me af te vragen wanneer ik dit nu precies zo hemels ben ga vinden.

    Ik zie Eleanore kijken en jij kijkt naar haar, woorden zijn niet nodig, we zien zo wel dat het je opwindt dat twee vrouwen naar je naaktheid kijken. Dit zo even voort te laten duren zet de spanning nog wat meer aan. Wachten we tot jouw eigen hand je geslacht omvat of zal een van ons aan zet zijn.
    Eleanore is de eerste die het handelen niet langer uit kan stellen, ik zie haar aan haar knoopjes friemelen terwijl ze naar je toe schuift.

    Mooi, zegt ze, prachtig, haar handen liggen op je dijbeen haar hoofd is valk bij je geslacht. Ze kijkt.
    Je duwt je kont een beetje omhoog zodat je nog dichter bij haar gezicht komt maar ze doet niets. Ten einde raad komen je handen er aan te pas. Eerst voorzichtig. Ik ga naast Eleonaora zitten streel haar borsten terwijl ook ik kijk naar jou. Je kijkt naar ons, smekend, maar je zegt niets. En dan begint het je steeds meer op te winden, die vier ogen strak op je gericht, elke handeling van je volgend.

    Je hoofd valt even achter in je nek, je ogen gesloten, de kleur van je eikel verandert tijdens het spel, je toont het, je toont hoe je je ballen klem zet naar achter, je wilt dat we kijken. Dan dienen zich vier borsten aan als hongerige snoeptafeltjes naar je zaad. Een eigenaardig fenomeen in de erotiek, dat gezien willen worden. Hoe zou dat met filosofen zijn, Friedrich? Geven zij zich graag tot in het diepst van hun gaten bloot. Een pornograaf heeft misschien toch ook wel wat weg van een luie loodgieter en

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)