Geestelijke bevrijders & seksuele revolutie

Slide1

In het Rijke Roomse Leven van de jaren vijftig ontstond er een zekere cultus rond de figuur van Maria Goretti. Er deden bidprentjes de ronde die haar waren gewijd en in het zuiden van het land werden er zelfs kerken en scholen naar haar genoemd. Ik herinner mij dat mijn jongste zusje ter gelegenheid van haar Vormsel een boekje kreeg van een van mijn tantes. Het heette zoiets als ‘De kuisheid van Maria Gortetti.’ Ik vond dat een heel spannend boekje. Op een avond heb ik het dan ook één keer stiekem in bed uitgelezen. Het verhaal was in mijn koortsige puberbeleving allesbehalve kuis. Het ging over een verkrachtingszaak die met veel gevoel voor dramatische details uit de doeken werd gedaan.

Maria Goretti was twaalf jaar oud toen zij op 5 juli 1902 door een oudere jongen, Allessandro genaamd, op gewelddadige wijze werd verkracht. Zij verzette zich hevig en riep wanhopig zij beiden zo naar de hel zouden gaan. Maar dat mocht niet baten. Allessandro bracht haar veertien messteken toe. De volgende dag overleed Maria Goretti, maar niet nadat zij verklaard had, dat zij haar moordenaar had vergeven en de hoop had uitgesproken dat ook hij in de hemel zou komen. Na haar dood brak in Italië een grote devotie uit rond haar persoon. Zij werd letterlijk het toonbeeld van de Roomse kuisheid en als zodanig aan de jeugd als voorbeeld gesteld.

Maar het verhaal is nog niet uit. In 1937 volgt de zaligverklaring van Maria Goretti. De moordenaar, die was veroordeeld tot 30 jaar gevangenisstraf, heeft dan nog altijd geen berouw. Dat zou kort daarop veranderen als hij in een droom wordt bezocht door zijn slachtoffer. In haar verschijning vergeeft Maria Goretti haar moordenaar nogmaals, waarna deze tot inkeer komt en zich bekeert. De moordenaar bezoekt vervolgens de moeder van het slachtoffer om haar om vergeving te vragen, die hij dan ook van haar ontvangt. In 1950 tenslotte wordt Maria Goretti heilig verklaard door Paus Pius XII. De plechtigheid voltrekt zich in aanwezigheid van de moordenaar. ‘Toch goed dat er een God is’, zou Gerard Reve zeggen.

mariagoretti

Dit is wat je noemt een ‘Roomse tranentrekker’. Ik was diep onder de indruk toen ik dit verhaal als kind las. Dat moet ongeveer zo rond 1960 zijn geweest. Ik was een jaar of twaalf en stond op de drempel van de puberteit. Achteraf verbaas ik me erover hoe een zo gruwelijk en expliciet beschreven verkrachting als voorbeeld kon dienen voor het betrachten van kuisheid en het eerbiedigen van de maagdelijkheid. Dat is wellicht tekenend voor de dubbelzinnigheid van de Roomse seksuele moraal.

Sinds de Barok hebben veel geschilderde folteringscènes van martelaren een duidelijk seksuele connotatie. Bij mijn laatste bezoek aan het Prado in Spanje viel mij op dat de toenmalige iconografie van de marteling vandaag de dag tot de sadomasochistische pornografie gerekend zou worden. Zelfs het meest stichtende beeld dat de katholieke kerk in petto heeft – de kruisigingscène – heeft overduidelijk een pornografische lading. Bataille heeft er terecht op gewezen dat na de Contrareformatie de seksualiteit heeft vlamgevat in de wellustige verbeeldingen van de Roomse lijdensmystiek.

Maar er is nog een ander mechanisme werkzaam in de devotie van Maria Goretti. Het gebeuren vond plaats in de hoogtijdagen van de burgerlijke onderdrukking van de seksualiteit. Twee jaar tevoren had Freud zijn ‘Traumdeuting’ geschreven, waarin de seksuele griezelkelder van het burgerlijk onbewuste werd blootgelegd. De seksualiteit valt volgens Freud in de droom niet zelden ten prooi aan het principe van de omkering. Het onbewuste spreekt in raadselen om verboden seksuele verlangens te versleutelen in vewrongen beelden die een heel andere – en soms zelfs omgekeerde gedaante – kunnen aannemen. Daarmee werden de meest scabreuze verlangens uit de duistere spelonken van onze geest door Freud opnieuw in het daglicht getrokken.

Voor het katholicisme waren dit soort ideeën een vloek in de kerk. Het Vaticaan startte dan ook op alle fronten een tegenoffensief en de devotie rond Maria Goretti werd haar bij wijze van spreken in de schoot geworpen. Maar juist ook dit tegenoffensief diende het principe van de omkering zich aan. De lust kruipt waar ze niet gaan kan. Onderdekdrukking van seksualiteit gaat vaak gepaard met een overmatige belangstelling voor de verbeelding van wellustige uitspattingen. Volgens Foucault heeft er nooit een grotere belangstelling voor seksuele ontsporingen bestaan dan juist in het Victoriaanse tijdperk.

De repressie uitte zich niet in een stelselmatig stilzwijgen, maar ging daarentegen gepaard met een geheel nieuw pornografisch discours. In dat licht bezien is Maria Goretti een wonderlijk geval. Nauwelijks heilig verklaard werd ze door de seksuele revolutie van de jaren zestig volledig in de vergetelheid geduwd. Onschuld, kuisheid en maagdelijkheid zijn sindsdien woorden die tot een ander tijdperk behoren. Het was het tijdperk van het Rijke Roomse Leven waarin het ideaal van maagdelijkheid en kuisheid niet zelden gepaard ging met neurosen en ander vormen van geestesziekte, getuige ook het volgende citaat:

‘Zeer veelvuldig zijn de gevallen waarin aan de lijders aan een neurose 
op de een of andere wijze worden aangeraden: opzettelijke zelfbevrediging, bezoek 
aan publieke huizen, oneerbare blikken en aanrakingen, wellustige verlangens, over
spelige verhouding; ja zelfs waarin aan priesters of religieuzen de raad wordt ge
geven om personen van het andere geslacht geheel naakt te zien en met hen tot 
seksuele vriendschap te geraken ten einde hen zo ofwel van seksuele spanningen 
ofwel van ziekelijke nieuwsgierigheid te bevrijden. Anderzijds wordt met betrek
king tot het ascetische leven zo’n vrijheid toegestaan, dat vele neurotici zich vol 
strekt ontslagen achten van de geboden van de Kerk, van de regels, van de geeste
lijke oefeningen, van het gemeenschapsleven, hetgeen ernstige schade aan de gehele 
religieuze gemeenschap aanbrengt.

Dit schreef de Nederlandse jezuïet Sebastiaan Tromp S.J. Hij was in de jaren na de oorlog een van de meest invloedrijke theologen binnen het Vaticaan. In 1954 werd hij door Paus Pius XII naar Nederland gezonden om een onderzoek in te stellen naar vermeende misstanden binnen de seminaries en de praktijk van de psychotherapie aan priesters en religieuzen zoals die in Nijmegen gebruikelijk was. Prof. Duynstee en Dr. Anna Terruwe hadden een nieuwe therapie uitgevonden die met name geschikt bleek voor de seksuele problemen van priesters, religieuzen en seminaristen. Vaak bleek dat onder deze groep opvallend veel neurotisch gedrag voorkwam, dat zich uitte in seksuele dwanghandelingen en overspannen fantasieën.

Slide1

Tromp, Duynstee en Terruwe

Een en ander werd niet alleen veroorzaakt door affectieve verwaarlozing bij de opvoeding, maar ook door het ongezonde klimaat binnen seminaries en kloosters, waar de seksualiteit geheel werd verdrongen en elke van affectieve omgang werd verwaarloosd. Veel priesters hadden last van overmatig en dwangmatig masturberen, diepe schuldgevoelens en soms bezondigde men zich van de weeromstuit aan seksuele uitspattingen. Het gevoelsleven van deze priesters was overmatig gericht op functie, ratio en zonde, zodat het bloed kroop waar het niet gaan kon.

Een therapie bij dokter Anna Terruwe bood uitkomst in dat soort gevallen. Zo kwam aan het licht dat met name onder priesters en religieuzen een grote seksuele nood leefde. Daarin stonden zij als groep niet op zich zelf. Al in 1952 had professor Buijtendijk gewezen op het benauwende en ongezonde karakter van menig katholiek huwelijk. Het katholiek geloof, zoals het destijds werd beleden, bleek niet alleen ziekteverwekkend, maar zelfs aan te zetten tot crimineel gedrag. De misdaadcijfers onder katholieken waren begin jaren vijftig beduidend hoger dan onder niet-katholieken. Die constatering was een van de belangrijkste redenen geweest voor het opzetten van eens stelsel voor katholieke geestelijke gezondheidszorg en psychohygiëne, waarbij niet alleen psychiaters, psychologen, sociologen en pedagogen werden betrokken, maar ook moraaltheologen en wijsgerige seksuologen.

Zo groeide er stilaan een spanningsveld tussen theologie en psychologie. Alles wat bij katholieken tussen de oren rondspookte en in hun slaapkamers zich afspeelde werd voortaan voer voor katholieke deskundigen in de menswetenschappen, wat een doorn in het oog was voor Rome. Seks en schuld waren immers van oudsher de twee sleutelwoorden geweest in de macht van de clerus over de leken.

Wat het Vaticaan nog het meest verontrustte was de theoretische basis waarop de nieuwe inzichten in Nederland waren gebaseerd. Het was immers niet de gehate freudiaanse psychoanalyse waarop men zich beriep. Wetenschappers als Rümke, Duynstee en Terruwe waren al jaren lang bezig geweest om een alternatief voor Freuds antichristelijke visie op de seksualiteit en het onbewuste te ontwikkelen. Duynstee greep daarbij terug op de passieleer van Thomas van Aquino. En ook Anna Terruwe had een theorie over de ‘verdringing’ bedacht, waarbij zij ideeën van Freud wist in te passen in de leer van het neothomisme die sinds Paus Pius X de officiële theologie was van het Vaticaan.

catalog151-800x800

De neo-thomistische theologie had ook ten grondslag lag aan een  zeer stringente opvatting over seksualiteit en moraal. De encycliek Casti Connubii uit 1930 gold nog altijd als het enige fundament voor het katholieke denken over seksualiteit en huwelijksmoraal. Die moraal was finalistisch, dat wil zeggen gericht op nut en einddoel. Het huwelijk was primair op de voortplanting gericht en secundair op wederzijdse hulp en beteugeling van de (mannelijke) seksuele drift. Elke vorm van anticonceptie was een doodzonde, evenals de onanie en homofilie. Sindsdien dienden priesters in de biechtstoel streng door de vragen als dit soort onderwerpen aan bod kwamen.

Vanuit een klimaat dat gericht was op de strikte beteugeling van de seksuele drift vanuit een sterk ontwikkeld zondebesef konden alleen maar ongelukken gebeuren in de geestelijke ontwikkeling van kind, puber en adolescent. En die ongelukken gebeurden dan ook, bij uitstek bij jonge priesters en seminaristen. De therapie van Terruwe was gericht op het voorzichtig losmaken van verkrampte seksuele gevoelens, waarbij het oordeel over de zondigheid – volgens fenomenologisch inzicht – werd opgeschort. Dat leidde ertoe dat de patiënt een fase doormaakte van desintegratie, waarbij hij tijdelijk overspoeld werd – of zelfs geheel losgeslagen werd – door seksuele fantasieën.

Over wat er dan gebeurde deden de wildste geruchten de ronde. Zo zou Terruwe bij de priesters die ze behandelde doelbewust aansturen op bordeelbezoek en zelfs een heel scala van ‘troostmeisjes’ achter de hand hebben die zich in voorkomende gevallen beschikbaar stelden. Het roddelcircuit ontstond doordat priesters die tussentijds zich vertwijfeld gingen afvragen of hun losgebroken fantasieën in Gods ogen wel door de beugel konden, en vervolgens naar een uiterst strenge biechtvader stapten. Deze nodigde de patiënt dan niet zelden uit om bij hem thuis te komen, om zo aan het biechtgeheim te ontsnappen. Wat hem dan ter ore kwam werd via de pauselijke nuntius of via andere kanalen doorgeklikt aan het Vaticaan.

Zo kon het gebeuren dat Pater Tromp een heel dossier in zijn aktetas had met ‘Sodom en Gomorra-verhalen’ voordat hij in Nederland op onderzoek uitging. Maar los van deze vermeende excessen lag er ook een theologisch geschilpunt op tafel. De vraag was immers of in de tijdelijke ontremmingsfase – de katharsis in de therapie van Terruwe – al dan niet sprake was van vrijheid van de wil en dus van zonde. Zonde kan immers alleen in vrijheid worden begaan. Een patiënt die aangestuurd wordt door het verdrongene, dat hem overspoelt, is onvrij en dus niet zondig. Tromp – en daarmee het Vaticaan – was het daar niet mee eens. Als iemand een tak in het water steekt om hem nat te maken en zijn handen tegelijk droog wil houden, zal hij de tak voor een klein deel altijd vast moeten houden.

Dat was een staaltje scholastieke casuïstiek, waarmee Tromp in dit geval het gelijk aan zijn kant dacht te hebben. De ontremde patiënt had nog altijd voor een klein deel de beschikking over zijn autonome wilscontrole en was dus zondig, om over de therapeut maar te zwijgen. Zij gaf immers (tijdelijk) aanleiding tot zonde, ook al was het uiteindelijke doel de genezing. Maar ook Terruwe beriep zich op een thomistische logica. Het doel  heiligde in dit geval immers de middelen. Zonde kan niet begaan worden als de ‘doeloorzaak’ van het handelen op het goede is gericht.

Ziedaar het conflict in een notendop. Maar Tromp liet het er niet bij zitten. Zijn onderzoek was gebaseerd op een Stasi-achtige methodiek. Iedereen die hij ondervroeg kreeg zwijgplicht opgelegd  (het secretum) en had geen inzage in de procedure van het onderzoek. Het rapport, dat hij uitbracht aan de paus, was vernietigend, met name voor Duynstee en Terruwe. Door het ‘monitum‘ van de paus, dat hierop volgde, werd Duynstee verbannen naar Rome en Terruwe uit haar functie ontheven. De paus verordonneerde dat priesters en seminaristen voortaan niet meer bij vrouwelijke psychiaters in therapie mochten gaan.

Een bespottelijk verbod, mede gezien het feit dat er in Nederland destijds maar één vrouwelijke psychiater was die zich hier mee bezig hield, en dat was Terruwe. Het Nederlandse episcopaat werd door de maatregelen van Rome in grote verlegenheid gebracht. Kardinaal Alfrink reageerde aanvankelijk terughoudend. De moraaltheoloog H. J. Ruijgers protesteerde bij Alfrink en schreef op diens verzoek een rapport ter verdediging van Terruwe, dat vervolgens bij Alfrink in de la verdween. Door diplomatiek optreden in het Vaticaan wist Alfrink later wel te bewerkstelligen dat de verbanning van Duynstee werd teruggedraaid en Terruwe gerehabiliteerd werd. Maar toen was er al heel wat leed geleden.

RUIJGERS

H.J. Ruijgers (1913-1989)

Het geheime rapport van H.J. Ruijgers werd in 1965 alsnog gepubliceerd in het Tijdschrift voor Theologie. Van de week heb ik dit artikel gelezen: Zielzorg en psychotherapie, kritische beschouwingen over een document. De jaargang van het betreffende tijdschrift bleek gewoon bij Tresoar opvraagbaar. Het is een intrigerend traktaat dat een ontluisterend inzicht geeft in de katholieke moraaltheologie en de gedachten die hierover door Sebastiaan Tromp in zijn advies aan de paus op schrift waren gesteld. Ruijgers besloot zijn rapport destijds als volgt:

“Voor mij en voor velen in ons land is de Kerk in deze gehele geschiedenis geen ‘Godsgeschenk’ maar ware ergernis en diepe beproeving. We kunnen slechts bidden en hopen dat er geen zullen zijn die door dit alles het geloof en de liefde verliezen. ‘Und dennoch sind wir katholisch’ … en zijn daar gelukkig mee.”

In haar boek Geestelijke bevrijders, Nederlandse katholieken en hun beweging van de geestelijke volksgezondheid in de twintigste eeuw (1996), besteedt Hanneke Westhoff ruime aandacht aan de gebeurtenissen destijds en met name ook aan wat er allemaal achter de schermen gebeurde. Een van haar meest schokkende beweringen is dat Ruijgers, als een van de pioniers van katholieke geestelijke gezondsheidszorg, jarenlang zelf in  therapie is geweest bij Terruwe. Hij had niet alleen problemen met de seksualiteit, maar was ook affectief verwaarloosd geweest in zijn jeugd. De problematiek waarover hij schreef en waarvoor hij in het geweer kwam, had hij zelf aan den lijve ondervonden.

Een dergelijke constatering roept bij mij een cascade van vragen op. Als het met hem al zo gesteld was, hoe zat het dan met Sebastiaan Tromp SJ? En hoe zat het met de paus zelf?  Als we Hans Küng mogen geloven probeerde Paus Pius XII Hitler te bestrijden met serieuze duiveluitdrijvingen op 1500 kilometer afstand en heeft hij op 2 december 1954 een verschijning van Christus gehad. Dat soort zieke geesten behoeven een intensieve behandeling, zou een doorsnee psychiater tegenwoordig zeggen, maar deze paus was ‘gezond van geest’ en is  hard op weg om heilig verklaard te worden. Hoe zit dat met die ‘geestelijke gezondheid’ en het katholieke geloof? Zelfs voorvechters van de geestelijke gezondheidszorg waren zelf in geestelijk opzicht soms allesbehalve gezond. ‘Und dennoch sind wir katholisch’ … en zijn daar gelukkig mee.”

Het wonderlijke is dat de achterstand, die het ongezonde geloofsleven bij katholieken in veel opzichten teweegbracht, ook een voordeel op leverde. In de jaren vijftig was er een progressief klimaat ontstaan onder katholieke psychiaters die altijd open stonden voor nieuwe ideeën, zelfs voor de psychoanalyse, die door zijn nadruk op het libido binnen het katholieke kamp altijd op veel weerstand was gestuit. Dokter Vaessen bijvoorbeeld, die vanaf eind jaren veertig als psychiater in de Willbrordus-stichting in Heiloo werkzaam was, had zich ontwikkeld tot een landelijke autoriteit die zelf ook nieuwe vormen van therapie ontwikkelde.

Al in 1949 had Vaessen als eerste katholieke psychiater in Nederland erop gewezen dat masturbatie bij pubers een normaal verschijnsel in hun ontwikkeling was. Juist het telkens aanwakkeren van de strijd tegen het seksuele zou bij gevoelige naturen allerlei ongezonde verschijnselen ontwikkelen, zoals dwangmatige verslavingsonanie, depressietoestanden en dwangneurosen. Samen met de Utrechtse hoogleraar Buytendijk was Vaessen al vroeg in verzet gekomen tegen het benauwende en ziekmakende geloofsleven dat in veel katholieke gezinnen tot ver na de oorlog gebruikelijk was. Zo was de geestelijke ongezondheid, die het Rijke Roomse Leven met zich meebracht, in zekere zin ook a blessing in disguise. De geestelijke bevrijders binnen de katholieke zuil hebben mede het pad geëffend voor de seksuele revolutie van de jaren zestig.

1 Reactie »

  1. Aldus H.

    3 mei 2016 op 01:13

    Even ten eerste even dit: is een staf met zo`n rond gebogen uiteinde ook eigenlijk niet een metafoor van de zon? Het licht?
    Waarbij de staf zelf de ‘straal’ voorstelt en ronding bovenin de zon?

    Of zijn/waren al die priesters allemaal van die mankepoten dat ze een wandelstok nodig hadden en die ronding boven in slechts versiering?

    Maar dan. Eens even wat over vrouwen. Ik heb al eerder gezegd: geen vrouwen meer in de politiek. Althans, niet op posities waarin zij beslissingen nemen. Dat kunnen ze namelijk helemaal niet, nou ja, vernietigende dan. Hun ‘systeem’ is daar namelijk helemaal niet op gebouwd.

    Er is nu iemand die dat eens heeft uitgelegd.
    Dat vrouwen met teveel macht hele beschavingen ten onder kunnen brengen. Zoals Merkel bijvoorbeeld nu doet. Of het doorgeschoten feminisme in Zweden.

    ” Waarom vrouwen de westerse beschaving vernietigen (en andere ongemakkelijke waarheden)

    Black Pigeon Speaks is het pseudoniem van een relatief nieuw internetfenomeen die met regelmaat video’s op Youtube plaatst. De reden voor het succes van de anonieme artiest valt te wijten aan de wijze waarop hij hedendaagse vraagstukken aan de kaak stelt. Zo behandelen zijn video’s onderwerpen waarmee de westerse wereld momenteel mee wordt geconfronteerd, zoals de vluchtelingencrisis, het doorgeslagen feminisme en de bizarre ontwikkelingen rondom het zogenaamde transgenderisme. Black Pigeon’s meest populaire video – Waarom vrouwen naties vernietigen en andere oncomfortabele waarheden – is ondertussen ruim een half miljoen keer bekeken. Volgens Black Pigeon bestaat er een direct verband tussen vrouwenemancipatie en het verval van de westerse samenleving. ”

    http://curiales.nl/2016/04/30/vrouwen-feminisme-westen-beschaving/

    Let wel: dit is redelijk ongemakkelijke kost. Je moet het of niet lezen, of helemaal uitkijken/lezen. Niet ergens halverwege afhaken, dan mis je de clou. Lees ook de reacties!

    Goed. Veel vrienden- en met name vriendinnen zal ik hier wel weer niet mee maken 🙂

    ‘Why Women DESTROY NATIONS * / CIVILIZATIONS – and other UNCOMFORTABLE TRUTHS’

    https://youtu.be/UxpVwBzFAkw

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)