In het labyrint van de begeerte

Slide1

Geld heeft mij nooit zoveel geïnteresseerd. Ik heb altijd primair gedaan wat ik leuk vond. Toen ik merkte dat ik daardoor ook nog mijn brood kon verdienen, was het voor mij wel goed zo. Bêst genôch, zeggen de Friezen. Good enough, zoals psychiaters dat tegenwoordig noemen. Je hoeft niet altijd perfect te zijn, zelfs als moeder niet. The good enough-mother is goed genoeg, zei Donald Winnicott. Je kunt ook niet alles hebben in het leven en elk nadeel heeft zijn voordeel. Er zit veel waarheid in die woorden, zoveel zelfs dat je bijna zou vergeten dat die waarheid voor veel mensen niet opgaat. Ik kijk wel eens met een zekere verbazing naar de graaizucht van al die bankiers die de economische ellende van de afgelopen jaren veroorzaakt hebben.

We leven in het geld-tijdperk. Geld heeft onze wereld veroverd sinds onze voorouders de zee opvoeren om geld te verdienen in verre werelddelen. Sindsdien heeft het geloof in geld steeds meer gezegevierd over het geloof in God. Dit proces heeft zich in de decennia die achter ons liggen zelfs eenparig versneld. Na de eerste oliecrisis in 1973 is geld steeds abstracter geworden. Wereldwijd werd er steeds meer gespeculeerd met geld dat in materiële zin helemaal niet meer bestaat. Deze ultieme abstractie maakte het geld vrijwel volmaakt. Geld is een eeuwige belofte. Het is abstract menselijk geluk. Geld is daarom de God van onze tijd. Langzaamaan wordt het de enige waarde die telt en alle andere waarden ouderwets en overbodig maakt.

Soms heb ik wel eens het idee dat de aanslagen van 9/11 de westerse wereld geen goed hebben gedaan. Het was een soort schipbreuk van het kapitalisme. Graaien werd opeens een vorm van overleven. ‘Its ecomomy, stupid’, had Clinton al gezegd in de jaren negentig. Maar na 9/11 ging de deur van de wereldwijde graaicultuur pas goed open. Geld als drijfveer zal de wereld uiteindelijk ten gronde richten in een oplopende spiraal van een exponentieel versnellende economische groei en een toenemende massa van kansloze mensen om wie niemand zich meer bekommert. De vrije markt is zoiets als de vrije natuur, zo stelde Milton Friedman. De overheid moet worden teruggebracht tot een ‘lege onderneming’, zodat de multinationals de volle winst kunnen opstrijken.

Nog slechts een enkele jaren geleden vond menig weldenkend mens dat dit een onomstootbare waarheid was. Nu wil iedereen, de aan dit systeem heeft meegewerkt, zich verontschuldigen voor zijn of haar kortzichtigheid. Geld beantwoordt aan een onstilbaar verlangen. Als we de wereld willen veranderen, zullen we niet het geld moeten afschaffen, maar de mens. Op zijn minst is een genetische ingreep vereist. De op hol geslagen mens zal weer weer gewoon mens moeten worden om te voorkomen dat hij in de golven verdwijnt en ten onder gaat.

Jaren geleden zag ik de film Bitter Moon van Roman Polanski. Het is niet zijn beste film, maar wel een van de meest intrigerende. Het gaat over een man die ten onder gaat, omdat hij in zijn leven teveel heeft begeerd. Alles speelt zich op een bootreis tussen twee echtparen. De hoofdfiguur vertelt zijn verhaal in flashback, onderwijl vaart het schip onder een wassende maan die zich af en toe laat zien door de patrijspoorten. De film laat de schaduwzijde zien van passie en seks, en daarmee wellicht ook de donkere kant van Polanski zelf. Op een wonderlijke manier wordt zijn privéleven weerspiegeld in zijn werk. Soms lijken zijn films zelfs vooruit te lopen op wat hij zelf gaat beleven. Voor wie wil begrijpen hoe seksuele begeerte een mens ten gronde kan richten, is deze film een must. De laatste woorden van de hoofdfiguur, voordat hij zijn femme fatale vermoordt en vervolgens zelfmoord pleegt, vatten alles samen: ‘We were just too greedy, baby. That’s all.’ De film eindigt met de twee brancards waarop de lijken worden weggedragen.

Hoe komt dat een mens aan zijn eigen begeerte ten onder kan gaan?  Het exces is eigen aan de mens, het mateloze dier bij uitstek. Hij zoekt voortdurend de uiterste grens van zijn begeerte, zo niet in de werkelijkheid, dan toch in zijn fantasie. Ook het internet is een domein van mateloze begeerte. Er is onbeperkte toegang tot wereldwijde communicatie op elk moment van het etmaal. Er is geen grens meer, alleen maar transgressie. De begeerte gaat dan rondtollen in zichzelf, want een mens is een onbepaald dier dat zich wil begeven in de twilightzone tussen begrenzing en ont-grenzing, tussen beheersing en exces, tussen maat en mateloosheid, tussen balans en onbalans.

In zijn boek In Onbalans, over psychoanalyse en een evenwichtig leven (2011) stelt Adam Philips het volgende: ‘Onze seksuele excessen hebben misschien meer verwantschap met de geaccepteerde en hoger gewaardeerde culturele activiteiten, dat we zouden willen voorstellen.’ Als dit zo is, dan is dat een ongemakkelijke waarheid, want we zijn geneigd te denken dat het streven naar matiging het meest menselijke is wat men zich denken kan. Het goede leven is een evenwichtig leven, zeiden de Grieken al. Adam Phillips draait die stelling om: Zeg me wat je excessen zijn en ik zal zeggen wie je bent. Sinds de Romantiek leeft de westerse mens in een andere traditie die haaks staat op het klassieke adagium van balans en harmonie. Dat is de traditie van William Blake die schreef: ‘ De weg van de overdaad leidt tot het paleis van de wijsheid.’ Why not ask for more? Dat is de vraag die de moderne mens zich stelt.

Om mensen echt te begrijpen moet je kijken naar hun excessen die zich niet alleen in buitensporige seksualiteit, hebzucht en vraatzucht kunnen uiten, maar ook in radicale religiositeit. De religieuze fanaticus is de exemplarische figuur van deze tijd. Hij is het spiegelbeeld van de onverzadigbare bankier die zich door perverse bonussen eindeloos weet te verrijken. Volgens Phillips is de mateloosheid van het menselijke verlangen te herleiden tot een gemis, een onbekend gemis voor wie mateloos begeert, want de excessieve begeerte maskeert het ware gemis. Het exces is een overcompensatie voor de hulpeloosheid die eigen is aan het menselijke bestaan. Zelfs de religie is een overcompensatie voor die existentiële hulpeloosheid. En om die stelling te rechtvaardigen wordt de oude Freud van stal gehaald.

Als we de wereld willen veranderen, zullen we niet het geld moeten afschaffen, maar de mens. Of op zijn minst is een genetische ingreep vereist zoals Michel Houellebecq al eens heeft bepleit. Zover wil Adam Phillips in zijn boek niet gaan. In zijn optiek zal de mens zijn existentiële hulpeloosheid onder ogen moeten zien en die moeten aanvaarden. Dat is immers de opdracht die de psychoanalyse ons stelt. Voor de vervulling van het verlangen is de erkenning nodig van de hulpeloosheid waar het verlangen uit voortkomt.

Die freudiaanse waarheid past Phillips toe op meerdere terreinen van de cultuur, in een betoog waarin telkens weer beweringen zich omkeren, want Freud was een meester van de omkering. In de kern komt het probleem, waar de psychoanalyse voor staat, neer op het volgende: hoe kan een mens gelukkig worden zonder God? Hoe kan hij zijn drang naar mateloosheid overwinnen zonder in een andere vorm van mateloosheid te vervallen?

Want wat Phillips mist is het inzicht dat de lust-vijandige, christelijke religie niet alleen de illusie bood van de almachtige God en een onsterfelijke ziel, maar zelf ook een religie is, waarin de mateloosheid centraal staat, niet alleen in de mateloze liefde voor God maar ook de mateloze liefde voor de naaste. Hoe dan ook, de mentale structuur van het christendom is weggevallen in de geseculariseerde wereld en de psychoanalyse wil een oplossing bieden voor de drang naar exces die eigen is aan het mateloze dier dat mens heet.

Maar is die oplossing ook toereikend? Die vraag lijkt Phillips uit de weg te gaan. Er is geen andere uitweg in zijn optiek, dan rechtop in de wind de eindigheid en de ontoereikendheid van het bestaan te aanvaarden, omdat hij de mogelijkheid niet onder ogen wil zien, dat een almachtige God, die de mens als een illusie projecteert, ook werkelijk zou kunnen bestaan en in al zijn almacht zelf ook hulpeloos zou kunnen zijn. Zo vraagt hij zich af:

Als het goede dus niet zou worden gedefinieerd als iets wat hulpeloosheid overwint, als compensatie daarvoor of als de ontkenning ervan, als met andere woorden niet wordt gedacht 
dat het goede zelf niet hulpeloos is (zoals God), hoe zou het er 
dan uitzien?’

Zoekend en vragend rond deze problematiek komt een andere oppositie in beeld: de tegenstelling tussen dwalen en verdwaald zijn, waarvoor hij steun zoekt bij Anna Freud (Absulute Losing en Being Lost) en het Passage-werk van Walter Benjamin. Wie dwaalt weet dat hij niet zal verdwalen, want het object van zijn verlangen is in zijn nabijheid. Wie verdwaald is heeft geen object van verlangen meer. Tussen die twee bestaansmogelijkheden lijkt de westerse mens een uitweg te zoeken. Of – zoals Phillips het formuleert: ‘Wat kan verdwalen en verdwaald zijn betekenen, hoe kun je verdwalen en verdwaald zijn definiëren in een seculiere context, zonder de aanwezigheid van een God?

Het betoog van Adam Phillips leunt sterk op de ideeën over religie zoals die door Freud en Nietzsche zijn ontwikkeld. Dat is een religie die de magie opzoekt van een almachtige Vader als compensatie voor een gebrek dat eigen zou zijn aan het bestaan. Het is een religie die de seksuele begeerte zou degraderen en de ‘slavenmoraal van de zwakken’ zou prediken. Maar religie komt ook voort uit een ervaring van deemoed tegenover het oneindige en verbijstering over de eindigheid van het leven, uit een ervaring van het geheimzinnige, het numineuze, de mystieke vervoering, het sublieme en het demonische.

In die zin hebben Freud en Nietzsche niet het laatste woord over religie gesproken. Freud was ook de eerste die van de liefde een therapie heeft gemaakt. De psyche werd een complex systeem dat op symbiotische wijze verbonden is met de ander, de moeder, de vader, kortom, de oedipale driehoek van verlangen en verdringing. Freuds grootste ontdekking was niet het blootleggen van de seksuele drift, maar de onhoudbaarheid van de moderne psychische ruimte die geen uitweg meer kent in de religieuze projectie. Binnen dat systeem ontstaat het gevaar dat begeerte geen zekering meer heeft en voortwoekert tot in het oneindige. Vanuit die optiek bezien mist de geseculariseerde mens niet alleen een verzekerde balans tussen liefde en eigenliefde, maar ook de mythische identificatiemodellen uit de religie die het verlangen tot rust kunnen brengen.

Het scherpzinnige betoog van Adam Phillips brengt veel aan het licht, maar schiet ook tekort. Tussen hemel en aarde is er meer dan tussen hulpeloosheid en begeerte. Maar hij heeft gelijk als de mens definieert als een mateloos dier dat geen grenzen kan stellen aan zijn eigen verlangens. Een mens zonder God is als een rat die verdwaald is in het labyrint van de begeerte. Dat is de bestaanssituatie van de goddeloze mens die je een in laboratorium-experiment als volgt kunt simuleren.

Er wordt een doolhof geïnstalleerd, waarin een rat wordt losgelaten. Een aantrekkelijke seksuele partner voor de rat bevindt zich op een plek in het doolhof die aanvankelijk goed bereikbaar is. Daarna wordt de opstelling veranderd. De seksuele partner is nu vrijwel niet meer te vinden voor de rat, maar andere objecten van geringere waarde zijn dat wel. De rat zoekt eerst het ware object van zijn verlangen en negeert de surrogaten. Tenslotte negeert hij alles. Het labyrint heeft zijn belangstelling verloren. Vervolgens wordt er met laserstralen een ingreep gedaan in de hersenen van de rat. De rat kan zich na deze ingreep niet meer verzoenen met de onbereikbaarheid van het ‘ware object’ van zijn begeerte. De rat is nu wat je noemt ‘vermenselijkt’.

Voortgedreven door zijn onstilbare begeerte blijft hij ronddolen in het labyrint op zoek naar de surrogaat-objecten van zijn verlangen. Hij is toegetreden tot wat Jacques Lacan ‘de symbolische orde van het verlangen’ heeft genoemd. Hij wordt voortdurend gekweld door een excessieve fixatie op traumatische ‘Ding’. Het Reële is datgene wat aan symbolische inkadering van het bewustzijn ontsnapt. De werkelijkheid zelf heeft een traumatisch karakter gekregen. Een ‘vermenselijkte rat’ wordt gekweld door ‘de gemiste ontmoeting met de werkelijkheid’. Hij is ten prooi gevallen aan een ongebreideld verlangen naar surrogaten. De vermenselijkte rat kan daarmee niet leven. Daarom heeft hij een zoiets als ‘God’ nodig, als een transcendentale zekering voor zijn bodemloze begeerte.

zizek_geloof3

Dit laboratorium-experiment wordt besproken door Jacques-Alain Miller, een leerling van Lacan, en aangehaald in het boek Geloof (2002) van de filosoof Slavoi Zizek. In dit experiment wordt op aanschouwelijke wijze duidelijk gemaakt dat de mens een mateloos dier is, dat gekweld wordt door een ongebreideld verlangen. Juist om die reden kon het geld worden uitgevonden. Een mens met een natuurlijk rattenbrein zou nooit op dit lumineuze idee zijn gekomen, maar het brein van de mens heeft een merkwaardige verandering ondergaan. De mens moest zo nodig iets hebben dat beter zou zijn dan God. Geld is niet een zekering voor zijn voortwoekerende begeerte, maar een  virtueel domein waar die begeerte zich pas echt kan uitleven, en – o paradox- voorgoed kan uitdoven als een vulkaan.

Het geld is het labyrint waar de vermenselijkte rat eindeloos in ronddwaalt met zijn verlangen naar surrogaten. De mens heeft de wijsheid verloren om de hopeloosheid van zijn onderneming in te zien. De matiging van zijn eigen verlangen is onmogelijk voor de mens, omdat dit niet in de bedrading van zijn brein zit ingesoldeerd. Een mens wil altijd meer. Zelfs rijkdom kan zijn verlangen niet stillen. Juist rijke mensen krijgen steeds meer begeerte naar nog meer geld. Zo bezien wordt de begeerte van de mateloze mens nooit echt bevredigd en lijkt de begeerte zelf te worden vernietigd in de mateloze mogelijkheden die permanent voorhanden zijn. Het resultaat is een definitieve vorm van hulpeloosheid, die de mateloze  mens juist wilde ontvluchten. Adam Phillips verwoordt het als volgt:

‘Als we het niet kunnen verdragen hulpeloos te zijn, kunnen we ook bevrediging niet verdragen. Er is een samenzwering tegen hulpeloosheid, die een samenzwering tegen 
bevrediging blijkt te zijn.’

Vijf jaar geleden, toen zijn boek In Onbalans, over psychoanalyse en een evenwichtig leven uitkwam in de Nederlandse vertaling, werd Adam Philips geïnterviewd door Wim Brands in het programma Boeken.  Die uitzending heeft een andere lading gekregen nu de interviewer er niet meer is. Wim Brands was zeer geïnteresseerd in de problemen, waar hedendaagse psychiaters zich vaak voor zien geplaatst. We leven in een mateloze tijd. In dit gesprek werd een poging gewaagd om de vinger op de zere plek te leggen.

8 Reacties »

  1. Aldus H.

    20 april 2016 op 04:00

    Wel, hehe, ein-de-lijk weer eens een goed stuk. Werd verdomme tijd ook!
    Want je wordt/werd langzamerhand keihard in gehaald door Rypke van Climategate.nl

    En yes, alpha wetenschappers duiken -uit noodzaak- ook in religie en geschiedenis om er achter te komen hoe het in godsnaam mogelijk is dat er zoveel totaal-idioten aan de macht zijn gekomen en elke logica uit het systeem is gebannen.

    Het lastige bij machtige totaal-idioten is, is dat ze een heel volk mee kunnen slepen in hun idioterie, mede geholpen door de massa media. Hoe je het ook wendt of keert: massa media hebben nog steeds macht. Al dan niet subliminaal.

    Een groot deel van het volk heeft ook helemaal geen tijd om na te denken, of wil dat niet eens, of te druk met kop boven water houden, en volgen domweg de massa media in hun ‘denken’. Nogmaals: brainwashing werkt, mind-control werkt, het werkt écht.

    ‘Het laatste wat de vis ervaart is het water waarin hij zwemt’.

    En ja, ook intellectuelen trappen er in. Dat zijn de ergsten eigenlijk. Hun verzet is het grootst, want ze hebben de grootste egootjes. Zij hebben immers doorgeleerd toch?
    Intellectueel en derhalve moreel verheven toch?

    Ik wil niet voor niks een vliegdekschip: weg van hier. Zoek het maar uut met zijn allen. Een Darwinistische vlucht. Vreet mekaar maar lekker op. Discussieer er maar lekker op los over totaal irrelevante prioriteiten.

    Wat mij betreft is de westerse mens niet meer in staat om zin en onzin van elkaar te kunnen onderscheiden. Dat is hem/haar vakkundig afgeleerd, alleen weet z/hij dat niet. Alsof het huis in brand staat maar mannetje vrouwtje maken ruzie over wie vandaag de vuilnisbak buiten moet zetten of wiens beurt het is de afwas te doen. Lekker belangrijk.

    En geld is energie. Alles is energie. Het hele leven/evolutie draait er om, net als bij dieren en planten. Degenen met de minste energie sterven uit, degenen met de meeste energie overleven.

    Met geld kun je arbeid van anderen kopen. De arbeid die is geleverd bij het bouwen van een huis, een auto, een brood.

    OMDAT geld makkelijk te manipuleren is, is al dan niet geleverde arbeid ook makkelijk te manipuleren.
    En OMDAT geld(creatie) slechts bij een paar private banken in handen is, is daarmee arbeid – en de waarde er van – ook makkelijk te manipuleren.

    Zo is de ‘waarde’ van arbeid in China/derde wereldlanden véél lager in geld dan de ‘waarde’ van arbeid in het westen. Terwijl dezelfde hoeveelheid energie/arbeid is geleverd.

    Iets dergelijks kan alléén in een wereld die supranationaal geruled wordt middels het energie opslag systeem ‘geld’.

    Wil je een betere en eerlijker wereld? Maak hem dan niet groter maar juist kleiner. Niks geen mondialiteit en/of eenheidsmunten.
    Zeg maar ‘mienskip’ .

    In dat opzicht is er ALLES voor te zeggen, desnoods als experiment, om tegen 2018 in Frl een eigen munt te slaan.
    Een eigen geldsysteem, buiten alles om.
    Zoiets als muntjes in een discotheek of festival.

    Waarom de EU en met name de EURO een ramp is?
    Om de simpele reden dat nu geen enkel europees land zijn munt kan devalueren om zijn economie weer vlot te trekken.

    Stel: Griekenland heeft een mislukte olijven oogst. Het land mist vreselijk veel inkomsten. Wat ze met de Drachme nog konden, was deze devalueren ten opzichte van andere valuta. Gevolg? Letterlijk ALLES wordt goedkoper voor iedereen BUITEN Griekenland, zoals vakanties en zo, maar voor de Grieken onderling blijft alles hetzelfde. Het enige wat ze even niet kunnen is veel importeren.
    Ja en? Hun export neemt toe, want hun produkten zijn goedkoop.
    Dus, even een beetje op een houtje bijten, wachten op een goede zomer, en dan weer vanouds knallen. Zoiets als in Ijsland: hup, bankiers achter slot en grendel en na 5 jaar gaat ie weer.

    Die Euro maakt letterlijk alles kapot. De economie van bijvoorbeeld Griekenland (afhankelijk van klimaat, oogsten, voedsel, toerisme) IS niet te vergelijken met die van bijvoorbeeld Duitsland. (zware industrie, niet afhankelijk van klimaat of oogsten).

    Auto’s kun je goed onder dak bouwen, olijven niet.
    Nog afgezien van het feit dat weinig mensen gaan zonnebaden in fabriekshallen op het strand. Of dat je auto’s gaat bouwen in de open lucht. De EU/gekoppelde munt de Euro suggereert echter dat dit allemaal ‘best kan’.

    Forget it. U bent er ingeluisd door bankiers, land- en volksverraders. (Supranationale) bankiers verdienen geld met het ‘schuiven van geld’. Het maakt ze werkelijk geen flikker uit van wie/wat/waar dat geld naar toe wordt geschoven ALS er maar geschoven wordt. Zij verdienen aan wat er aan de strijkstok blijft hangen. Het zijn net snoekvissers: ze verdienen aan het uitgooien, en weer langzaam inhalen.

    Het ene noemen ze ‘stimulering’ of ‘easing’ en het inhalen noemen ze dan weer ‘verhoogd risico’ of zo. Hoe dan ook: u bloedt uit alle holtes. Hier kan geen zorgsysteem tegenop. Uw ouders staan nu nog maar met de enkels in de pis, straks staan ze – of U- met de enkels in het bloed.

    Had ik al eens gezegd dat er héél slimme psychopaten/parasieten bestonden? Niet? Wel, bij deze dan.

    Nu ik het dan over psychopaten heb. De Clintons. Wel. Bill is een beetje een sukkeltje, maar Hillary is de devil in disguise.
    Als die president wordt in 2016, ga er dan maar vanuit dat in 2017 de totaal pleuris uitbreekt. WWIII, kom dermaarin.

    ‘Maar ze ziet er toch zo leuk uit’? Of: ‘Wat is er tegen een vrouwelijke president?’
    Er is niets tegen een vrouwelijke president die er leuk uitziet.
    Maar wel als het een psychopaat betreft. En neem van mij maar aan: Hillary is een psychopaat. Daar zit heel wat opgekropte woede in. Dat moet er uit. Waar moet die woede eruit?
    In Europa. Europa versus Rusland. Putin zolang pesten dat ie op een geven moment niet anders kan dan terugslaan.

    Gaat u begrijpen wat ik hier nu zeg? Waarschijnlijk niet.
    Maar Hillary was wel verantwoordelijk voor de dood van Gadhaffi, en dat was weer de basis voor de oorlog in Syrie en dat was weer de oorzaak van de asieltsunami nu in het westen.
    Snappu?

    Maar de huidige mens is niet meer in staat/is afgeleerd om oorzaak en gevolg te begrijpen.
    Een werkelijk briljante beschrijving kunt u hier lezen: ‘het dak lekt’.

    ‘Vergelijk het met een huis waarvan het dak lekt. Een kind zou snappen dat je het dak moet repareren om dat op te lossen. Dat gebeurt echter niet. Er wordt zelfs niet over gesproken. Het dak staat buiten elke discussie. Het water wordt gedemoniseerd, de windrichting, de zeeën en oceanen krijgen ervan langs, fabrikanten van regenkleding doen goede zaken en onze politici en economen trekken hallucinante sommen uit om steeds grotere en geavanceerdere emmers te maken om het water op te vangen. ‘
    etc.

    Lees hier verder!

    http://www.zonnewind.be/opinie/boetekleed.shtml

    Wendermaranlieveschatten: dit is de wereld waarin u nu leeft.
    U heeft zelf op die idioten en/of landverraders gestemd.

    En helaas, u BLIJFT dat doen. Hoe intelligent of hoogopgeleid u ook bent. U zult dat echter met klem ontkennen. Dat weet ik.
    Ik wil niet voor niks ‘nieuw land’.

    Kijk eens wat die zogenaamde ‘Arabische lente’ heeft opgeleverd in Libie, Irak, Egypte en Syrie nu. Continu oorlog daar, moord en doodslag, economieen volledig vernietigd, geen toerist die zo stom is daar naar toe te gaan. En, is daar de zo gewenste westerse democratie geinstalleerd? Niet echt he?
    Maar ja, daar doet uw media dan weer geen verslag van.

    En u droomde weer lekker verder.

    Weet je wat Joris Luyendijk zei? Als VROUWEN nou eens bankiers niet meer zo leuk zouden vinden, dan was het snel afgelopen zijn met het verderfelijke geldsysteem. (of iets in die geest)

    Het zijn dus de vrouwen – het zal ook eens niet- die de TRIGGER zijn voor mannelijk slecht of immoreel gedrag. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen.
    Vrouwen willen altijd de leader of the pack. Ze willen altijd de piraat. Piraat heeft de beste genen voor het nageslacht, want het immers de ‘winnaar’.

    Vrouwen willen winnaars. Het maakt ze geen flikker uit hoe je hebt gewonnen, op dat moment zijn het de grootste wegkijkers en hypocrieten aller tijden. Dus in dat opzicht maakt Hillary grote kans.

    Het maakt vrouwen niet uit of er oorlog komt of niet. Zo ver vooruit kunnen ze helemaal niet denken. Wat ze willen is dat iemand van hun eigen geslacht ook eens ‘winnaar’ wordt.

    Afijn, lees over 100 jaar de geschiedenis boeken er nog maar eens op na. Lachen man.

    De westerse mens is het spoor volkomen bijster, maar de midden-oosterse en noord-afrikaanse weten als geen ander het spoor naar melk en honing goed te volgen!

    Kijk, zij hebben hun zintuigen nog! Die van u zijn volkomen uitgeschakeld door media, polletiek en geld.

    Zo. Was dit irritant genoeg?

    http://climategate.nl/2016/04/17/ontkenners-dat-zijn-we-allemaal-2/

  2. Huub Mous

    20 april 2016 op 08:49

    En nu de oplossing….

    Soms denk ik wel eens: so what? Is dit niet de filosofie van mensen die zelf geen geld hebben? Als je zelf geld hebt, veel geld zelfs, dan zal je vanzelf ook anders gaan denken over de verschillen tussen arm en rijk. Het mag dan waar zijn dat er geen direct verband bestaat tussen geld en geluk, toch is het nog altijd beter – zoals Françoise Sagan ooit heeft beweerd – om ongelukkig te zijn terwijl je in een sportwagen over de Champs-Elysées rijdt, dan zittend op het achterbalkon van een Parijse stadsbus. Geld maakt niet gelukkig, maar gebrek aan geld kan je heel ongelukkig maken.

  3. André van der Linden

    20 april 2016 op 11:07

    Met die naastenliefde van de christenen bleek het in de loop der eeuwen nogal tegen te vallen. Onder naaste werd over het algemeen geloof- of natiegenoot verstaan. De rest kon gevoeglijk in de pan gehakt, gekerstend of verkocht worden.
    Om het over de overigen gruwelen maar niet te hebben.
    Dus als referentiekader naar een betere moraliteit kan het christendom of welke ander monotheïstisch idolate levensbeschouwing als afgedaan worden beschouwd.
    Het zou best kunnen en het is misschien ook wel waarschijnlijk dat er een kracht is die tot nu toe buiten ons bevattingsvermogen ligt.
    Het is niet duidelijk hoe je daar een morele waarde in kan ontdekken of aan kan toekennen.
    Wat blijft is dat die morele behoefte in onszelf zit.
    In dat licht is de hopelijk ironisch bedoelde passage,

    ‘Als we de wereld willen veranderen, zullen we niet het geld moeten afschaffen, maar de mens. Of op zijn minst is een genetische ingreep vereist zoals Michel Houellebecq al eens heeft bepleit’

    ook nog eens een verkeerde conclusie, want daarmee zouden we dus het laatste restje moraliteit ook om zeep helpen.
    Het lijkt me overigens juist dat eugenetica in de taboesfeer is terechtgekomen.
    ‘Al het goede is gratis’ is misschien niet helemaal waar, maar we komen een heel eind. Zeker als er een wat eerlijker verdeling van de middelen zou zijn.
    De grote hoeveelheid schilders, schrijvers, musici, beeldhouwers, verzorgers en andere niet-graaiers bewijzen dat het goede kennelijk in de mens zelf zit. We worden alleen zo vaak geplaagd door de uitzonderingen.

  4. Huub Mous

    20 april 2016 op 12:17

    Of schilders, schrijvers, musici en beeldhouwers minder geneigd zijn tot graaien, weet ik zo net nog niet. Voor verzorgers maak ik een uitzondering, maar voor kunstenaars? Ik heb er teveel gezien die niet deugen, vrees ik.

    En wat de christelijke moraal betreft. Die bestaat niet. Er bestaat de alleen de moraal van een goed mens.

  5. André van der Linden

    20 april 2016 op 12:56

    Je zal wel gelijk hebben over die kunstenaars etc. Ik heb wellicht de illusie dat als je zo’n beroep als levensvervulling kiest, dat je dat dan niet om de poen doet, dan zijn er betere manieren om snel tot Mammon te komen.
    Daarna komen de verleidingen, de makkelijke weg, het slaatje wat geslagen moet worden. Dat doet weliswaar ernstige afbreuk aan de oorspronkelijke intenties, maar in het algemeen waren die er dan wel.

    Ik moet toegeven: zover er ooit over nagedacht is.

    De balans tussen liefde en eigenliefde is evenzeer verstoord als deze instant gehouden en of gemanipuleerd wordt door welke religieuze of maatschappelijk filosofische stroming dan ook. Houellebecq is daar dunkt me een goed voorbeeld van. Zijn platte vooroordelen gaan er in als zoete koek. De kassa rinkelt.

    Met je laatste zin kan ik het hartgrondig eens zijn.

  6. Huub Mous

    20 april 2016 op 13:28

    Het boek van Houellebecq over moslims en de sharia heb ik niet gelezen. Zijn eerdere boeken wel en die vond mooi tegendraads, vooral voor wat hij beweert over de ‘zegeningen’ die the sixties ons hebben gebracht. Overigens durft Houellebecq wel een probleem te benoemen dat veel mensen niet willen zien. Demografisch gezien rukken de moslims op in West-Europa. Er bestaat een mogelijkheid dat zij over pakweg twintig of dertig de meerderheid krijgen. Dan zullen zij wellicht met een democratische meerderheid de sharia willen invoeren. Onze democratie is daar niet tegen bestand. Ook voormalig minister Donner heeft daar al eens op gewezen. In Nederland kennen wij dit probleem uit de tijd van het Rijke Roomse Leven. Door de geboortepolitiek van de Kerk dreigden de katholieken in Nederland de absolute meerderheid te krijgen, want ze ‘fokten als de konijnen’, zoals W.F. Hermans begin jaren vijftig schreef. Hermans werd destijds vrijgesproken toen hij aangeklaagd werd wegens smaad. Zou je nu ook vrijgesproken worden als je zoiets in een roman over moslims zou beweren?

    https://www.mediareligiecultuur.nl/willem-frederik-hermans-en-de-angst-voor-katholieke-overheersing/

  7. André van der Linden

    20 april 2016 op 14:45

    Van demografie heb ik gelukkig niet veel verstand. Wel heb ik met veel enthousiasme Hermans gelezen en ook een paar boeken van Houellebecq. Hermans had altijd gelijk, maar de geschiedenis liep anders en de kerken leeg.
    En ook nu zie je 2e en 3e generatie moslims, die niet veel ophebben met dogmatiek (sharia).
    Zowel vrijdenken als repressieve tolerantie bleken besmettelijk en velen oorspronkelijk katholieken en protestant christelijken deden er hun voordeel mee. Acht mei beweging, hervormde synode, noem het maar op. Als geboren ketter heb ik het niet allemaal bijgehouden.
    Ook de fanatieke roden verlieten hun vastgeroeste stellingen en inderdaad, het financieel gewin viert hoogtij.
    Door groepen buiten te sluiten uit angst voor weet-ik-niet-wat voor archaïsche rechtspleging weet je één ding zeker: het conflict wordt groter.
    Een paar dagen geleden hoorde ik Ali B bij DWDD zeggen: Ik ben Charlie. Op dat moment sloeg het op Chaplin, maar hij is te intelligent om de dubbelzinnigheid niet te beseffen.
    Als het doorgedrongen is dat we in één wereld leven, doen we er beter aan ons druk te maken voor de omstandigheden en mogelijkheden van onze medemens, hier of waar dan ook, dan overal de grenzen te versterken en vluchtelingen en andere armoedzaaiers te interneren

  8. Huub Mous

    20 april 2016 op 16:52

    Als twee Muppets zijn we het helemaal eens. Nu de rest van de wereld nog.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)