Geboortegolf en generatietrauma

Slide1

‘Die jaren 60 revolutie heeft een paar decennia geweldige dingen opgeleverd in alle opzichten. Maar nu komt de prijs. In de vorm van verdampende pensioenen, de EU dictatuur, verlies van soevereiniteit en eigen munt, tsunami van faillissementen, terroristische aanslagen, immense kosten van asiel opvang, verdampende zorg etc.’

Aldus Aldus H. (voorheen Wiersma) in een reactie op mijn blog van gisteren Een ouwe zak in the sixties. Als je dit leest dan vraag je je af of er soms ook een ramp bestaat in het heden die niet veroorzaakt is door de generatie van de babyboomers. Wiersma is geen babyboomer, dat moge duidelijk zijn. Ik schat hem eerder in als een vertegenwoordiger van de Generatie X. Trouwens wat is eigenlijk een babyboomer? De jaren zestig worden in deze dagen voorgoed ten grave gedragen. Zelfs Cruijff is dood, de godenzoon van de babyboomers.

Babyboomer lijkt me nogal een rekbaar begrip, maar laten we de meest voor de hand liggende definitie hanteren. Dat wil zeggen: babyboomers zijn de mensen die tussen 1945 en 1950 geboren zijn – in de hoogtijdagen van de naoorlogse geboortegolf – en vervolgens de wijsheid omstreeks 1968 in pacht hadden. Politiek zijn (of waren) ze meestal links georiënteerd. Zij maakten het proces van de ontzuiling mee, voor zover ze dat proces niet zelf in gang hebben gezet. Maar mag je zo generaliserend over een generatie spreken?

Helemaal vreemd is het niet, ook binnen de officiële geschiedwetenschap. Naast de diachronische en de synchronische benadering kent de geschiedwetenschap nog een derde gezichtspunt, dat is het perspectief  vanuit een generatie. Elk mens is als een boom die de jaarringen van zijn leeftijd in zich draagt. Zo is het ook met een generatie. Mensen die in hetzelfde jaar geboren zijn beleven de wereld op een vergelijkbare wijze. Ze delen dezelfde herinneringen en dezelfde perspectieven.

Niemand weet hoe het was om jong te zijn in de oorlog, als hij niet zelf in die tijd jong is geweest. Wie in de hongerwinter geboren is, zo werd laatst ontdekt, heeft vaak een iets andere samenstelling van de genen. De tijd laat zijn sporen niet alleen na in de ziel, maar ook in het DNA van de mens, zowel letterlijk als figuurlijk. Henk Hofland schreef ooit over de tijd van de oorlog het volgende:

‘In de oorlogsjaren is in versneld tempo de samenhang van de normale maatschappij verloren gegaan, overal, in ieder land dat aan de oorlog heeft deelgenomen. Chaos en willekeur werden genormaliseerd, in vredestijd onbekende menselijke mogelijkheden bevorderd tot omgangsvormen, dit alles niet voor de korte duur van een incident, maar over een bestek van jaren, dagelijks. Het komt erop neer dat de oorlogsjeugd een wezenlijk en onbecijferbaar andere op voeding heeft gekregen dan de voorgaande generaties. Dit in aanmerking genomen kan niemand het een wonder vinden dat de kinderen van de oorlog zich daarna als volwassenen anders hebben gedragen: De breuk zit niet in de oorlog zelf, maar in de jeugd van de oorlogsjaren. Dat is het DNA van deze generatie.’

Deze woorden van Henk Hofland zijn typerend voor iemand die de oorlog heeft meegemaakt in een fase van zijn leven dat het hem als het ware ‘overkwam’. Die tijd na de oorlog begint anders als je hem vanuit dit perspectief bekijkt. Het is niet een nieuw tijdperk dat plotseling begint, maar een verwarrende fase van overgang voor wie voor wie jong was en sensitief.

Hofland werd geboren in 1927 en was dus 13 toen de oorlog begon en 18 toen hij eindigde. Precies zijn pubertijd dus. De generatie, die in het midden van de jaren twintig  – pakweg tussen 1923 en 1928 – werd geboren, trof een zelfde lot. Zij hebben een vitaal gedeelte van hun jeugd gemist, de jaren dat zij bij hun volle bewustzijn kwamen. Dat besef diende zich na de oorlog in versterkte mate aan. Zij waren het immers die het moesten gaan maken: de generatie van de toekomst, de wederopbouw.

Maar in plaats van zich klaar te stomen, hadden ze vijf jaar lang in de wachtkamer moeten zitten. Menigeen had zelfs onder moeten duiken om aan de Arbeitseinsatz in Duitsland te ontkomen. Een enkeling was gerekruteerd geweest voor het Oostfront, maar de meesten waren murw door vijf lange oorlogsjaren, die juist voor jongelingen langer hadden geduurd dan voor wie dan ook. Het was een tijd geweest van geestdodende saaiheid, maar ook van geestelijke verwarring en ontreddering.

Het DNA van een generatie is de blauwdruk van de geschiedenis die daaruit voort zal komen. Die figuurlijke DNA wordt vooral gevormd in de overgangsjaren naar de volwassenheid. De kunst en poëzie van Cobra en De Vijftigers is niet te begrijpen zonder de impact die de oorlogsjaren heeft gehad op de ontvankelijke aard van een nog wankelmoedige levensfase. Kort na oorlog had de schoonheid, zoals Lucebert dichtte, ‘zijn gezicht verbrand’. Voor zijn generatie volgden de jaren van existentiële vertwijfeling.

Men wilde niet langer schoonheid najagen, maar proefondervindelijk dichten en schilderen. Kunst en poëzie waren geen uitdrukkingsmiddelen meer, maar een werkzaamheid van de geest. Men wilde de letterheren en letterdames iets heel anders laten zien, door – zoals Lucebert het samenvatte- onder hun sonnetten en balladen ‘de blote kont der kunst te kussen’. De oorlog ging niet voorbij in 1945. Hij ging pas voorbij in de jaren zestig, toen een nieuwe generatie wakker werd, die geen last meer had van het DNA van hun voorgangers.

Maar waarom waren de babyboomers dan zo links? Laat ik bij mezelf beginnen. Een echte meeloper ben ik nooit geweest, maar om nu te beweren dat ik in de jaren zestig en zeventig niet met linke ideeën belast ben geweest, is teveel gezegd. Al moet gezegd dat ik in die tijd meer over Jung las dan over Marx. Maar het dominante ‘linkse beeld’, dat achteraf van de jaren zestig is ontstaan, is wel erg stereotiep.

Er waren ook grijstinten. Niet iedereen was links of bedreef de vrije liefde. Bovendien waren er ook altijd ook nog de ouderen, zoals er nadien ook weer jongeren kwamen: de Generatie X , de Generatie Nix en de Generatie Einstein. Elke tijd wordt – wat generaties betreft – gekenmerkt door ‘de gelijktijdigheid van het ongelijktijdige’. Niemand is in zijn oorsprong uniek. Alles heeft zijn context in het heden.

Schermafbeelding-2015-08-22-om-22.35.45

Laatst hoorde ik iemand, die duidelijk tot de Generatie X behoort, tegen mij zeggen dat hij steeds meer het gevoel heeft dat de verworvenheden van de jaren zestig – the good and the bad – pas echt manifest zijn geworden in de jaren negentig. Babyboomers waren toen leidend in de samenleving en de jongeren – een stadium dat de vertegenwoordigers van de Generatie X inmiddels verlaten had – genoten volop van alle vrijheden. Kortom, de Generatie X viel tussen wal en schip. Zij hadden niets meer om voor te strijden en kenden nog niet het schaamteloze hedonisme van de generatie, die na hen kwam, om van alle vrijheden te genieten.

Zij groeiden op in een tijd waarin echtscheiding en werkende moeders een alledaags verschijnsel was geworden, terwijl het met de economie opeens niet mee zat. Na de jaren zestig groeiden de bomen niet meer tot in de hemel. ‘Het wordt nooit meer wat zoals het voorheen is geweest,’ zei Den Uyl in 1973 bij het begin van de oliecrisis. Iedereen die volwassen werd in de Generatie X werd een jobhopper met een bindingsangst.

Ze kregen onbestemde verlangens die ook nooit vervuld leken te worden. Als ze ergens arriveerden, waren ze al bezig hun koffers te pakken. Ze wilden het leven in alle intensiteit ervaren, maar hadden het gevoel nooit een echte intensiteit te beleven. Dat gevoel wordt misschien nog het duidelijkst verwoord door Robbie Williams in zijn liedje Feel. Zo heeft iedereen zijn generatietrauma. Maar punt blijft, dat babyboomers in veel opzichten de weg hebben gebaand voor anderen die na hen kwamen.

2 Reacties »

  1. Aldus H.

    25 maart 2016 op 03:59

    Huub, het is een héél lastig onderwerp. Maar naar mijn mening wel super- en super belangrijk.

    De tijd – of beter: sign of the times- gaat nu razendsnel, zeg maar in de vorm van de hockey stick curve van Al Gore.
    Die – op zich- weer nep was.

    Ik heb helaas weer even weinig tijd om écht goed te reaguren.
    Maar zie het zo; het leven is een fractal. En de hele uitkomst wordt bepaald door de vaak simpele begin formule.
    De mens is niet veel meer dan een schaap. En véél beinvloedbaarder dan ie van zich zelf bewust is.

    Stel. Je wordt geboren in 1935 in Duitsland. Tegen de tijd dat je 8 jaar oud bent ben je ervan overtuigd dat Nazisme de ‘norm’ is en dus Joden en of communisten het ‘kwaad’.
    ‘Want iedereen om je heen vindt dat ook/ontkent het niet en dus zal het wel waar(heid) zijn’.

    Maar ergens ben je ‘halverwege de reis in de trein gestapt’. De ware ‘oerformule des Gods’ heb je nooit meegekregen.
    Anders gezegd: je was bij geboorte eigenlijk al op een zijspoor beland/afslag gemist. Maar leg dat maar eens uit aan iemand die nooit anders gekend heeft.

    Kun je het hem kwalijk nemen? Kun je het een baby kwalijk nemen dat ie in de broek poept? Nee, natuurlijk niet. Is iemand daarom slecht? Nee, hij weet niet beter, is onvoldoende geinformeerd.

    DE vraag derhalve van de vraag der vragen is: WAT is de fractale formule van de mensheid, waarin hij, in welke tijd ook, in welke omstandigheden dan ook, goed van kwaad weet te onderscheiden?

    Welke ‘universele parameters’ zouden kunnen zorgen voor wereldvrede, geluk voor iedereen, voorspoed, liefde, genegenheid, vergeving, zicht op toekomst, waarheid?

    En: is er één formule, of zijn er meerdere?
    En wat gebeurt er als je die parameters met elkaar gaat mengen zoals nu islamieten met ongelovigen/christenen?
    Hoe groot is de kans op ‘giftige soep’?

    In de chemie werkt het net zo. Je kunt twee zwaar giftige elementen, zoals chloor of natrium, niet apart innemen. Ga je gelijk dood. Echter, in samengestelde/gefuseerde vorm, is het levens reddend. (simpel keukenzout, NaCl)

    In feite is ‘leven’ te vergelijken met chemie. Het is de kunst om giftige elementen om te zetten of te laten fuseren in iets wat niet tegen je werkt, maar juist voor je.
    DAT is levenskunst.

    En daarmee kom je ook op het begrip Mienskip, het thema van 2018. Maar mienskip leunt mij teveel op natuurkunde (‘samen schouders er onder’, (klinkt als hardwerkend dom schaap)) maar niet op chemie.
    Als je de chemische formule niet weet te ontrafelen, dan KAN mienskip een chemische ramp worden, hoe hard je natuurkundig ook je best hebt gedaan.

    Close, but no sigar.

    Wat ik al vaker zei: herken de predators. Herken de psychopaten, herken de sociopaten. Dit zijn ‘disruptors’ van de chemische formules. Aka: roet in het eten gooiers.

    Als je nu kijkt naar de (wereld)politiek dan is er één patroon duidelijk zichtbaar: we hebben te maken met omgekeerde alchemisten. Een kleine groep mensen die van alle goud lood weten te maken.

    En achteraf met hun falen komen als: ‘met de kennis van nu hadden we het toen anders gedaan’. Yeah right. Daar heb je dus geen flikker aan, als mensheid boer je met dit soort idioten continu achteruit.

    Het bijprodukt van de jaren 60 is helaas dat het nogal wat omgekeerde alchemisten(OA’s) heeft opgeleverd. En dat al deze OA’s elkaar de hand boven het hoofd houden. Wetend dat zij de volgende kunnen zijn die compleet kunnen falen. Dus: voorzorgsprincipe.

    En vrouwen? En vooral oude wieven: die zijn het ergst.
    Kijk naar Merkel. Netelenbos. Klijnsma. Smit Kroes. H Clinton. Slopers. En al helemaal als ze zelf geen kinderen hebben. Dan worden het ongeleide projectielen die denken dat ze alchemist zijn. Maar hun laboratorium is in principe allang ontploft.

    De grootste alchemisten zijn tot nu toe nog steeds de oude Egyptenaren. Temeer daar de mensheid NU nog niet eens begrijpt HOE ze pyramides konden bouwen.

    Dat kon alleen door: kennis en MIENSKIP. Sociale chemie dus.

    En hoe konden de egyptenaren predators/aanvallers uitschakelen? Sociale chemie. HUN manier van leven/opvatting was domweg van een hogere orde dan die van aanvallers. Itt tot het wersten nu: de islamieten domineren in alle opzichten de infidels/christenen.

    Terwijl de westerling technisch gezien op een véél hoger plan staat, knalt de moslim de westerling compleet uit het veld met chemie.

    Onder dit mom:
    “het is duizendmaal beter om gezond verstand te hebben zonder opleiding, dan een opleiding te hebben zonder gezond verstand”

    En dat is nou precies wat de softe ‘wetenschap’ NIET doorheeft.
    Gezond verstand. Krijg je allemaal zweefteven/ongeleide projectielen van en daar weet de islam wel raad mee.

    Andere voorbeelden: het totaal negeren van ‘VERY URGENT” brieven van Turkije over aanslagen (zoals nu in Zaventem) en bijvoorbeeld het totaal negeren van oorlogsgebied boven Oekraine mbt MH-17. Totaal compleet incompetente politici.
    Idiocrazy voorbij.

    De jaren 60 hebben uiteindelijk twee dingen opgeleverd: omgekeerde tijdmachine ergens zo tegen 2000 aan EN omgekeerde zwaartekracht voor politici: als grootste nietsnut/systeemzombie val je toch wel omhoog.
    Formerly know as the grootste sukkels van de klas.
    Enige wat je hoeft te kunnen is: niets. Slijmen.

    Ik heb zelfs de Josti band hoger in mijn vaandel dan welke systeem politicus dan ook. En dat bedoel ik niet eens als grapje. Was het maar zo.


    Sorry, weer een slecht, haastig gescheven stuk, ff geen tijd..

    Maar ik zou het zéér op prijs stellen als Huub even doorging op laat ik het zeggen: verschil tussen clash op de cultures toen (~1960) en het GEVOLG, de clash op de civilization nu.

    Ff twee links:

    Dumbing Down University , van ome Pat, verklaard ook veel,

    https://www.youtube.com/watch?v=LjN8xP0i6Ak

    En : Een gastbijdrage van Pieter Lukkes.
    (voor zover ik weet een friese wetenschapper op een fries blog)

    ‘De zakelijke kant van windparken vertoont overeenkomsten met de tulpenmanie uit de jaren 30 van de 17e eeuw. Er worden waarden aan toegekend, die er intrinsiek niet zijn.’

    http://climategate.nl/2016/03/23/politieke-windkastelen/

    PS: iemand nog een vliegdekschip te koop? Leuk tweedehandsje verdient de voorkeur. Hoeft geen motor in, is bedoeld als nieuw land.

  2. Eddy Drost

    25 maart 2016 op 12:46

    Zijn de baby boomers bij de eerste afslag het spoor al bijster geraakt? In het algemeen denk ik dat Huub wel gelijk heeft. Wat is er overgebleven van hun idealen? Vrijwel niets. De flower-power revolutie was slechts een droom die niet verwezenlijkt is. In de huidige maatschappij zien we een enorme verruwing onder de mensen en is zelfs veilig over straat lopen geen zekerheid meer. Kon je in de zestiger jaren nog naar een voetbalstadion gaan zonder grote hekken om de tribunes heen, tegenwoordig is dat wel anders. Respect, normen en menselijke waarden zijn tegenwoordig ver te zoeken in de maatschappij. Na de tweede-wereld oorlog is er op aarde geen dag vrede geweest en escaleert het inmiddels zelfs tot een uiterst hachelijke situatie. In materialistische zin is het wel zo dat elke generatie het beter doet dan de vorige. De maatschappij waarin wij leven wordt echter niet gevormd door een generatie en haar dan wel dan niet aanwezige idealen. Het zijn juist de einzelgangers die hun stempel drukken op de samenleving. Dat is altijd al zo geweest. Het zijn de architecten en designers in de ruimste zin van het woord die de maatschappij vormgeven en bijvoorbeeld de nerts die de opkomst van het internet tijdperk in gang hebben gezet. Het zijn ook nu de genieën die de kar trekken. En juist deze mensen moeten wij los zien van welke generatie dan ook. Echter steeds meer komen wij in een samenleving terecht die op weg is naar een soort verzadigingspunt. Hebben we straks Windows 11 wel nodig en of dat nieuwe koffiezetapparaat? Kunnen we altijd genoeg werkgelegenheid creëren? Ogenschijnlijk wordt de balans tussen werk en niet werk steeds meer wankel. Steeds meer komen we in een schijnwereld terecht waarin een land het uitstekend doet als het met een verlies draait van drie procent. Hoe lang gaan we dat volhouden voordat de zeepbel wordt door geprikt? Was er iets mis met de idealen in de zestiger jaren? Geheel niet. Ze zijn alleen niet verwezenlijkt. Is het juist om daar een schuldvraag of falen aan te koppelen? Moeilijk. Het is klaarblijkelijk zo dat materieel gewin voor het individu veel zwaarder weegt dan idealen in algemeen belang. Het ligt in de aard van de mens. Het is in de zestiger jaren niet fout gegaan. Het is bij de appel al fout gegaan.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)