Een ouwe zak in the sixties

Slide1

Afgelopen zaterdag was het eerste deel van de VPRO-serie Ondersteboven over het Nederland van de jaren zestig te zien. Voor mij was het een feest van herkenning, hoewel ik ook en ongemakkelijk gevoel kreeg door de opeenhoping van clichés. Zaterdag a.s. zal het tweede deel gewijd zijn aan de ontwikkelingen in het onderwijs en het studentenprotest in die jaren. Dan zullen wellicht ook beelden van de Maagdenhuisbezetting van mei 1969 worden getoond.

Daar ben ik wel benieuwd naar. Op  de Polygoon-filmopnamen, die van de Maagdenhuisbezetting zijn gemaakt, kom ik zelf heel even vluchtig in beeld. Bovenstaande iconische foto verscheen in de Volkskrant van 8 oktober 2011. Ook daarop ben ik te zien samen met Hans Kraan die naast mij onder de paraplu zit. Ik droeg een zwarte bril met getinte glazen en had een plastic regenjas aan. De foto is genomen op de hoek van het Spui en de NZ Voorburgwal.

Het is 15 mei 1969. Een overvalwagen met waterkanon reed over het Spui. Even later zou het Maagdenhuis worden bezet. Hans en ik hebben de eerste nacht ook in het Maagdenhuis doorgebracht. Hans bleef. Ik ging daarna naar huis. Hans werd later ook gearresteerd en veroordeeld tot 200 gulden boete. Die boete werd later betaald door professor Hemelsoet, die Gerard Reve in 1966 het colloquium doctum heeft afgelegd, voordat Reve werd gedoopt.

Mede naar aanleiding van deze bijzondere foto schreef ik een paginagroot artikel in De Volkskrant met als provocerende titel ‘Wij babyboomers zijn bij de eerste afslag het spoor al bijster geraakt.’ Dat artikel leverde een aantal furieuze reacties op onder meer van Max Pam (’Wij babyboomers hebben gefaald? Spreek voor jezelf, zak! ) en Marcel van Dam (‘De generaties na de babyboomers zijn niet slechter af‘). Ik had de poppen aan het dansen. Wat ik geschreven had was heiligschennis. De kroonjuwelen van de babyboomers waren in het geding. Het artikel hangt nog altijd ingelijst bij mij op de wc.

Schermafbeelding 2016-03-23 om 14.53.02

Ik begon mijn betoog met een opsomming van retorische vragen:

‘Waar zijn de idealen van de jaren zestig en zeventig gebleven? Waar is het vergezicht op een andere samenleving? De spreiding van kennis macht en inkomen? Waar is de vergaande democratisering die ons, babyboomers, voor ogen stond? Waar is de groene aarde met schoon water en schone lucht? Waar zijn de Kabouters met hun onbespoten groente? Waar zijn de kunstenaars die voor hun kunst de straat op gingen en niets van galeries en musea moesten hebben? Waar zijn de nieuwe samenlevingsvormen?

Waar zijn de krakers? Waar zijn de communes? Waar is de gelijkheid van minderheden? Waar is de afschaffing van oorlog en geweld? Waar is de minachting voor geld en rijkdom? Waar is het respect voor creativiteit? Waarom is de verbeelding nooit aan de macht gekomen? Waar is de bevlogenheid, de bezieling? Waar is de droom van Martin Luther King? Waar zijn de opstandige jongeren? Waar zijn de dropouts? Waar is het paradijs op aarde dat heel even in aantocht leek?’

.. …en kwam toen zelf met met een venijnig antwoord:

‘Geert Wilders heeft de wind in de zeilen door de eurocrisis. Ik denk dat heel wat babyboomers met een eigen huis, een dubbele hypotheek, een alimentatie en een waardevast pensioen het diep in hun hart eens zijn met het standpunt van de PVV over Griekenland: ‘Geen cent meer in die bodemloze put.’ First things first and Wilders for president!’

…om te besluiten met een verzuchting:

‘Wij babyboomers waren even op weg naar dat beloofde land, maar bij de eerste afslag al zijn we het spoor bijster geraakt. Het is aan een nieuwe generatie dat spoor terug te vinden. Misschien slaagt ze daarin, maar beslist niet door te rade te gaan bij degenen die de weg zijn kwijtgeraakt. De babyboomers hebben hun kans gehad. Het enige dat ons nog rest, is om precies te vertellen hoe onze idealen schipbreuk leden. Misschien heeft iemand daar nog wat aan. Zoals Boudewijn de Groot over de idealen van zijn generatie in zijn Testament: ‘Wie ze hebben wil, die mag ze komen halen, vooral jonge mensen vinden ze nog fijn’.

Zo keerde sfeer van de Maagdenhuisbezetting heel even terug in het heden. Ik had het imago van ‘de rebellerende babyboomer’ letterlijk ondersteboven gezet, de geest van mijn generatie indachtig. Maar babyboomers willen dit soort rebelse geluiden tegenwoordig niet meer horen. Ze zwijmelen liever weg in nostalgie. ‘Ondersteboven‘, zoals de VPRO-serie heet, is een begrip uit het verleden waar je een goed gevoel van krijgt, vooral als er van die rebelse muziek uit the sixties als smaakmaker wordt onder gezet. Nostalgie maakt alles mooi. En wat is er mooier om jezelf als ouwe zak nog altijd een rebel en een provo te wanen. Iedereen was provo in the sixties, vooral met terugwerkende kracht.

De jaren 1965-1970 vormen een hectische periode in mijn leven, waarvan ik zelf totaal geen foto’s heb. Het heden eiste destijds kennelijk alle aandacht op. En toen verscheen ineens die foto van Hans en mij onder de paraplu, compleet out of the blue. Ook ik was weer even die ouwe zak die dacht dat hij nog altijd een provo was. Het was een waanzinnige tijd, dat wel. In 2009 schreef ik een brief aan mijn psychiater Dr. A.F.C. Overing, bij wie ik destijds in behandeling was en die inmiddels is overleden. Ik kreeg een brief terug die als volgt begon:

‘Om een voor mij onduidelijke reden denk ik bij Uw naam Mous altijd Uw voornaam Huub erbij. Fragmentarisch kwam Uw naam wel eens naar
boven als in een of ander medium de bezetting van het Maagdenhuis om een of andere reden werd genoemd. De meest duidelijke herinnering aan U die bij mij boven komt is het feit dat U meedeed met 
de bezetting van het Maagdenhuis op het Spui. Ik vond dat toen
 niet zo prettig, omdat ik twijfelde aan Uw integratieve mogelijkheden bij de warrigheden die bij zo’n bezetting allemaal meespelen. Ik geloof dat alles goed is gegaan.

Onderstaande tekst publiceerde ik eerder op mijn weblog van 1 mei 2007. Alleen het slot heb ik iets veranderd. In het boek De Maagdenhuisbezetting ’69, dat in 2009 verscheen naar aanleiding van een fototentoonstelling in het Amsterdams Historisch Museum, is een citaat van mij opgenomen, dat afkomstig is uit onderstaand verhaal.

photoq-bookshop-de-maagdenhuisbezetting-69-paul-van-riel-669x672

***

Ik mag de oorlog dan niet hebben meegemaakt, de jaren zestig heb ik redelijk intensief beleefd. Sterker nog, die jaren zitten als dikke ringen in de boomstam van mijn leven. Eigenlijk is dat roerige decennium niet alleen het keerpunt geweest voor mijn generatie. Het is achteraf bezien ook een soort lakmoesproef om te testen of je wel deugt. ‘Wat deed jij in de oorlog, papa?’, vroegen wij babyboomers aan onze vaders? Wat deden wij in de jaren zestig, dat zouden wij onszelf moeten afvragen. Het decennium waarin alles op zijn kop kwam te staan. Het was, zoals Bob Dylan zei, alsof ergens een vliegende schotel was geland. Niet dat mijn bijdrage aan de revolutie van destijds zo opzienbarend is geweest, maar ik hoef in ieder geval niet te zeggen, dat ik mijn kop in het zand heb gestoken. Maar ach, wat stelt het allemaal voor. Jongens waren we, maar aardige jongens.

Eind jaren zestig raakte ik bij toeval betrokken bij een aantal historische gebeurtenissen. Zo heb ik de nadagen van de mei-revolutie van 1968 in Parijs als ooggetuige kunnen meebeleven. In mei 1969 raakte ik me min of meer per ongeluk verzeild in de bezetting van het Maagdenhuis in Amsterdam, waarvan ik de eerste nacht heb meegemaakt. Maandagavond 16 mei 1969 hoorde ik dat het Maagdenhuis bestormd zou worden. Inzet van de strijd was het medebeslissingsrecht op alle niveaus in het bestuur van de universiteit (one men, one vote). Eenmaal ter plekke zag ik Ton Regtien aan de voorkant een raam forceren en naar binnen kruipen. Naast hem stond Paul Verheij, de zoon van de toenmalige CPN-wethouder van Amsterdam: Harry Verhey. Het generatieconflict in een notendop. De politie stond erbij en keek er naar. Professor Belinfante, de rector magnificus, probeerde de bezetters nog met een megafoon van gedachten te doen veranderen. Vergeefs.

Ik ben mee naar binnen gegaan. Dat deed iedereen trouwens die daar bij was. ‘s Nachts was het een dolle boel binnen. Er werd gezongen (‘we shall overcome’) en urenlang gediscussieerd. De volgende ochtend ben ik weer naar huis gegaan om wat te eten. Toen ik terugkwam kon je nog via een loopbrug aan de achterkant het Maagdenhuis binnenkomen. Het was een grote puinhoop inmiddels. Iedereen liep in en uit en je kon alles zomaar meenemen. Ik weet nog dat ik mijn voormalige leraar Latijn van het Ignatiuscollege – pater Bremer SJ tegenkwam die inmiddels aan de universiteit doceerde. Hij was diep geschokt, vooral ook omdat hij zag dat ik meedeed aan dit barbaars gebeuren. (‘Et tu Brutus?’, maar dat zei hij niet). Iedereen jatte van alles mee. Ik heb nog altijd een nummer van Scientific American, dat ik toen uit een leeszaal heb meegenomen. Het was de tijd van het proletarisch winkelen, dus daar deed je niet moeilijk over.

Ik ben niet lang meer gebleven en toen ik terugkwam was het pand hermetisch afgesloten door een cordon ME-ers. Op een van de opnamen van het Polygoonjournaal, die van de bezetting zijn gemaakt, ben ik nog te zien, staande achter dit cordon. Achteraf mag ik van geluk spreken, dat ik uiteindelijk niet in het belegerde Maagdenhuis ben beland. Mijn gedrag was in die tijd nogal onvoorspelbaar. Ik slikte veel medicijnen (o.a. Trilafon, een antipsychotisch middel) en ik weet niet hoe het was afgelopen, als ik de redelijk gewelddadige ontruiming had moeten meebeleven. Een enorme politiemacht maakte op 21 mei een einde aan de bezetting. Ik ben dus ook niet veroordeeld in het latere proces. Dat heb ik altijd wat jammer gevonden, want het was destijds een eer als je de Maagdenhuisbezetting op je strafblad had.

Minder onschuldig was mijn bemoeienis met de bezetting van mijn parochiekerk, de Martelaren van Gorkum in Amsterdam Watergraafsmeer. Die vond een maand eerder plaats in de Paasnacht op 6 april 1969. Samen met studiegenoot, de marxist Hans Kraan (die later wel veroordeeld zou worden voor de Maagdenhuisbezetting) was ik het brein van deze actie. We waren met zijn vijven dacht ik: Hans Kraan, Herman Klink, Jan Roos, Jet Tocila en ik. Na afloop van de Mis ben ik de preekstoel op geklommen. Ik heb toen alle kerkgangers uitgenodigd om naar de sacristie te komen, die door ons was bezet en waar gediscussieerd zou worden over de rol van de kerk in Zuid-Amerika.

De koster draaide al snel het geluid weg. Ongeveer tien mensen kwamen naar de sacristie, waar we ongeveer een half uur gediscussieerd hebben. Toen vond de koster het welletjes en belde de politie. Die heeft ons – geweldloos – uit de kerk verwijderd. Ik weigerde om zo maar weg te gaan en eiste een proces verbaal. Zo kwam het, dat ik als enige nog eventjes heb vastgezeten op het politiebureau in de Linnaeusstraat. Het politierapport leidde er toe, dat onze actie de volgende dag de krant heeft gehaald. Ik werd als enige met initialen genoemd. Na afloop hebben we nog de hele nacht bij mij thuis verder gediscussieerd. Die discussie heb ik op band opgenomen, maar ik heb hem al jaren al niet meer gehoord, want mijn oude bandrecorder is stuk.

De volgende ochtend zijn we teruggegaan naar de kerk en hebben we grote pamfletten op de kerkdeuren geplakt. Deze hebben er niet lang gehangen. Een en ander heeft er wel toe geleid dat er enige weken later (ik dacht op 10 juni 1969) een discussieavond is gehouden in de kerk over de problematiek in Zuid Amerika. Deze discussie stond onder leiding van Ed van Westerloo en werd voorbereid door de actievoerders in nauwe samenwerking met de parochieraad. In 1979 heeft de jeugdsociëteit Omega, nog een reünie gehouden in de kelder onder het koor van de kerk.

Die kelder van Omega werd in 1971 verbouwd. Omega week toen een tijdje uit naar de Christus Koning kerk. In dat jaar heb ik ook mijn latere vrouw Marijke ontmoet. Wij trouwden in 1974 in de Martelaren van Gorkum. Bij de huwelijksmis, geleid door pastoor De Reus was popmuziek te horen, wat in die tijd nog niet zo gebruikelijk was. We kozen voor Bob Dylan (I want you) en Renaissance (Island). Marijke en ik vertrokken in 1977 naar Leeuwarden, waar we nog altijd wonen. Hans Kraan woonde jaren in Maastricht en tegenwoordig weer in Amsterdam. Herman Klink is in maart 2011 overleden.

7 Reacties »

  1. Aldus H.

    24 maart 2016 op 04:13

    Even kort want weinig tijd.
    Nou heb ik je boek nog niet gelezen, maar ik doe even een minuscuul stapje in het vooruit: staan daar grofweg ook de GEVOLGEN in van die culturele revolutie?

    Want we zitten inmiddels niet meer in een clash of the culture maar in een clash of the civilization. Voor wie het wil zien dan he? Voor wie het wil zien. Want wegkijken is tegenwoordig meer norm, dan uitzondering.

    Want wat heeft die culturele revolutie o.a. opgeleverd?
    – feminisme,
    – cultureel marxisme,
    – een totale verlinksing van de bevolking,
    – een immense toename van ‘softe studies’ en derhalve softe wetenschap.

    Dit brouwsel kan eigenlijk niets anders opleveren dan een desastreuze heksendrank. Erger dan lsd.

    Bij LSD KIJK je wel, alleen komt de data zeg maar niet helemaal goed binnen. Plus: het is over een paar uur weer over. Je hebt zeg maar even een paar uur in een tijdmachine gezeten met schakel problemen want je schiet zowel voor- als achteruit.

    Systematisch wegkijken is echter duizendmaal erger. Hiermee zet je jezelf in een tijdmachine die continu jaren zo niet decennia achter loopt op de werkelijkheid.
    Zie de huidige asiel tsunami en de politiek correcte reacties hierop: ‘Goh, NOOIT gedacht dat hier terroristen tussen zouden zitten en zo. Het lastige is: al die leerlingen van die softe studies zijn later, vaak door vriendjespolitiek, aan top van de politieke voedselketen komen te staan.

    Vooruitkijken kunnen ze niet, en willen ze ook niet, want het code woord is politieke correctheid. En dat middel is erger dan de kwaal.

    Het gevolg is dan ook idd clash of the civilization.
    En als bijproducten economische decline, het slopen van de middleklasse (zie V&D en consorten, die vallen bij bosjes om nu) en het slopen van het idee van het gezin als bouwsteen van de samenleving. Daar hebben feministen wel weer voor gezorgd, want huisvrouw en/ of moeder zijn is ‘onderdrukking, saai, no status’ of whatever.

    Het grootste westerse ‘probleem’ is nu of borstvergrotingen van transgenders nu wel of niet in het ziekenfonds moeten. Over een totaal doorgeschoten gemeenschap gesproken.

    Gevolgen van dit alles zijn o.a : bevolkingskrimp, een zwaar linkse top in de politiek en al helemaal in de media, en het verschil nog niet eens kennen tussen een religie en een ras. Getuigt wel als je tegen islam bent ben je een racist. Dus zelfs ondanks die ‘hoge studies’ snappen ze er nog steeds geen flikker van. Maar ja, het gaat om de ‘toon van het debat’ he? Het gaat niet om feiten maar om gevoel.

    Zowel de media en polletiek zitten in een tijdmachine die minstens 30 jaar achterloopt. Moet je als techneut eens proberen. Ben je al ontslagen voordat je bent aangenomen.

    Nog een dingetje is is dat het een serie ‘wetenschappers’ heeft opgeleverd die niet meer met wetenschap bezig zijn maar met het volgen van een politiek doel. Zie Global Warming Climate Change. Diederik S. is slechts het topje van de ijsberg.

    In de softe wetenschap kun je van alles verzinnen en kom je overal mee weg als het maar een politiek doel nastreeft. Zie o.a. Greenpeace, Natuurmonumenten, en iedereen die denkt dat je voldoende energie kunt halen uit zon en wind(molens). Of dat 16 centimeter man-made CO2 in 10 kilometer lucht de aarde opwarmt. Hoe triest wil je het hebben.

    Huidige politici creeeren (in hun immense onnozelheid/politieke correctheid) eerst een ‘oplossing’ die al snel véél groter is dan het probleem. ‘Wir shaffen das’. Yeah Right. Om daar vervolgens wéér een oplossing voor te verzinnen die het probleem nog weer groter maakt.

    Zo heeft Erdogan inmiddels de EU volkomen in de tang.
    Notabene een islamitische dictatuur.
    Dubbel verdienen: eerst aan de gestolen olie van IS, en daarna verdienen aan de onnozelheid van de EU.

    En de burgers maar betalen. Kunnen niks meer kopen dus vallen winkels om etc.
    GoedVolk is niet in staat om uberhaupt maar een schilderijtje aan de muur te hangen. Als ze een bedrijf zouden moeten beginnen zonder subsidie/belasting geld zouden ze gisteren al failliet zijn.

    Ze denken tevens dat (belasting)geld ‘ongelimiteerd’ uit de lucht komt vallen. Die sukkelige burger betaalt toch wel. NOG wel.

    Links lullen, rechts vullen. Zie Marcel van Dam, ultieme voorbeeld. Anderen de maat nemen van hun eigen -gedwongen afgedragen- belasting geld.

    Het linksche/socialistische/softe wetenschappelijk model is gedoemd zichzelf te vernietigen. Zie Hitler. Oh, u dacht dat hij rechts was? Mis! As left as hell. Nationaal SOCIALISME remember? Moreel verheven.
    En die vernietiging gaat momenteel razendsnel. Maakindustrie is er immers nauwelijks meer want als je lasser, timmerman of bakker bent ben je eigenlijk toch maar een sukkelige burger. Dat vraagt om mensen boven je die moreel verheven zijn.

    In de oertijd zouden deze moreel verhevenen als eerste aan hun eigen lot worden overgelaten in tijden van nood. Zelf niks kunnen, anderen de maat nemen, en tevens jaaaaaren achterop lopen.
    Daar kejje niks met.

    Zijn domweg hun instincten kwijtgeraakt. Als het op overleven aankomt, in welke vorm dan ook, is snel denken een must.
    Kunnen ze niet. Oftewel: bij de eerste afslag het spoor al bijster.

    Die jaren 60 revolutie heeft een paar decennia geweldige dingen opgeleverd in alle opzichten. Maar nu komt de prijs. In de vorm van verdampende pensioenen, de EU dictatuur, verlies van soevereiniteit en eigen munt, tsunami van faillissementen, terroristische aanslagen,
    immense kosten van asiel opvang, verdampende zorg etc.

    Softe ‘wetenschap’ zorgt voor stinkende wonden.
    De softies hebben -voorlopig althans- ‘gewonnen’.
    Gaan zij de te verwachten problemen oplossen?
    Hahahahahaha! Ik pis haast in mijn broek. Welnee man!
    En het volk is helaas door deze indoctrinatie eveneens hun instincten kwijtgeraakt. Doodsbenauwd om voor islamofoob of racist te worden uitgemaakt. Vrije meningsuiting? Hahaha. Dan val je buiten de politiek correcte groep.

    Maar eveneens toevallig, twee meneren die hun eigen mening recentelijk op internet gedumpt hebben. Een oudje en een jonkie.
    Over? Feminisme.

    Kijkon! Want zij hebben het over het GEVOLG van die jaren 60 en het gaat dus over het NU. Korte cursus ‘wegkijken van het wegkijken’ dus.

    Tot zover dit haastige , onvolledige, slecht geschreven stuk.
    En PS: ik ben a-politiek. En nee, ook niet vrouw-onvriendelijk.

    Het jonkie Paul Joseph Watson:
    https://www.youtube.com/watch?v=Afu1Rwlggf8

    En oude vertrouwde ome Pat Condell:

  2. Jelle Breuker

    24 maart 2016 op 09:27

    Helemaal met je eens, Aldus H. Ik heb vele parasiterende babyboomers leren kennen bij de overheid en in de cultuur en media. Zij hebben mij geleerd hen niet serieus te nemen en te mijden. Het nadelige bij-effect is dat ik hen daardoor ook niet meer bestrijd en dat geeft een ongemakkelijk gevoel.

  3. André van der Linden

    24 maart 2016 op 10:37

    Het blijft toch wel enigszins onzindelijk om te generaliseren en mensen op bijvoorbeeld hun geboortedatum te stigmatiseren.
    Zeker als je in termen vervalt als parasiteren.
    Laat ik voorop stellen dat ikzelf nog net van voor de babyboomgeneratie ben, een hongerwinter kindje wat statistisch gezien allang de pijp uit had moeten zijn.
    En ja, ik heb in Amsterdam in dezelfde periode soortgelijke belevenissen gehad.
    Als je daar details over wilt hebben, zal ik ze met alle plezier verstrekken.
    Ook na deze periode bleef ik, net als veel van mijn vrienden, life and kicking. Na mijn vertrek naar Friesland in 1972, zal het sommige mensen in de provincie niet ontgaan zijn dat er door mij, maar zeker niet alleen door mij, tegen de gevestigde (kunst)orde geschopt is.
    Dat zal niet altijd even prettig voor ambtenaren, commissie en consulenten geweest zijn. En zo waren er in den lande wel meer. Later is er weer aansluiting gevonden bij de kraakbeweging en naar ik nog steeds bemerk zijn er ouderen en jongeren die zich druk maken over en om de misstanden en idealen die je zo treffend op een rijtje gezet hebt.
    Ja vaak zijn die lastposten doeltreffend buiten beeld gehouden.
    Niet geschikt voor carrière.
    Als je het niet ziet is het er niet, zei de man die met hoge snelheid door de mist reed.

  4. Cees Andriesse

    24 maart 2016 op 10:41

    Het zal wel dat in de jaren zestig onze samenleving sterk veranderd is. Daar is veel over geschreven, en Huub komt nu nog weer eens terug op zijn persoonlijke bijdrage. Hard werd zacht. Softe wetenschap (aldus Aldus H.) kwam in de mode. Ik was toen al te oud om aan de “revolutie” mee te doen. In 1969 moest ik er toe worden aangezet het huis schoon te houden en dat verdomde proefschrift nu eens te laten liggen. “Neutron scattering study of the dynamics in dense argon gas” was niet dik, al had ik er vier jaar aan gewerkt; het had maar 120 bladzijden en 98 formules, en mijn laatste stelling (die geacht werd een maatschappelijk tintje te hebben) was: “Het verdient aanbeveling het spelen van de onvoltooide quadrupelfuga 19 uit die Kunst der Fuge zonder ritardando af te breken na maat 238.”
    Ook nu nog treft me het enorme verschil tussen de opwinding van het volstrekt nieuwe van onderzoek bij een kernreactor, en dat van de jongens en meisjes die verder op in Amsterdam de “revolutie” maakten. Van die gekkigheid herinner ik me alleen beelden op een kleine televisie die we geleend hadden en op ons groene linoleum hadden neergezet: Een handje vol waaghalzen klom over wankele ladders een raam binnen en wiebelde er ook weer uit. Nooit heb ik kunnen begrijpen hoe het kan dat 10 jaar verschil in leeftijd het verschil tussen de ladders en neutronen maakte. En dus doet het me deugd, Huub, dat je toen met je kritische commentaar de poppen aan het dansen hebt gebracht.

  5. André van der Linden

    24 maart 2016 op 13:01

    Prof. Dr. Ir C. Andriesse,
    uiteraard is mijn wiskundig denkraam zeer beperkt, maar ik heb inmiddels wel begrepen dat wanneer je van een opwinding niet heel veel begrijpt, je er in eerste instantie ook maar beter je mond over kan houden.
    Vaak verdient het dan wel aanbeveling om je eerst eens in te lezen.

    Het waren niet allemaal achterlijke idioten die wat gekkigheid uithaalden. Desgewenst zou ik u wel wat titels van bekende filosofen en schrijvers uit die tijd kunnen doen toekomen.
    Een mens kan niet alles weten.

    Maar wellicht is het wel een prettig gevoel om je achter een veilige mening te scharen.

  6. Cees Andriesse

    24 maart 2016 op 14:03

    Geachte André,

    uw denkraam is in elk geval te beperkt voor de gedachte dat ik me in de oorzaken der “revolutie” verdiept zou kunnen hebben. En wat uw titels van relevante literatuur betreft, voeg er dan iets van mij aan toe: ISBN 9025467644. Het boek begint zo:
    “De zachte revolutie moest nog komen. Alles was nog duidelijk en redelijk. Persoonlijke inzet en verantwoordelijkheid waren nog deugden. Wij werkten hard aan ernstige doelen, structuren der wereld. Wij zetten ons in voor grootse constructies, blauwdrukken der toekomst. Wij handelden niet uit vrees en vreesden niet te handelen. Toen een president met deze idealen werd doodgeschoten (met twee dum-dum-kogels: de eerste trof in de hals, bij de dasknoop, en verdween in de borst; de tweede trof in het achterhoofd, bij de linker slaap, doorploegde de hersenen en kwam weer naar buiten door de rechter wang) waren we geschokt maar werkten we door. Zo hebben we ons goed en sterk en zeker gevoeld. Toen een kroonprinses trouwde, met paarden en koetsen en die hele rimram van het verleden, werd ons het werken onmogelijk gemaakt, want het laboratorium ging die dag dicht, en krachtig hebben we ons tegen die poppenkast op gemeenschapskosten geprotesteerd – Onze jaren zestig.”

  7. André van der Linden

    24 maart 2016 op 14:43

    Geachte Cees,
    Alleen zo’n voornaam, dat bevalt me wel.
    Als ik binnenkort hopelijk weer eens uit de schulden ben zal ik zeker uw “Een boudoir op Terschelling” tot mij nemen. U raadt het al, ik ben een van die minder gefortuneerde van vlak na WOII.
    Als 11-jarige was ik niet weg te krijgen uit de tentoonstelling Het Atoom in 1957 op Schiphol. Twee keer ben ik er geweest en ik probeerde in de jaren daarna alles over kleine en nog kleinere deeltjes te lezen en te begrijpen, dit tot grote vreugde van mijn wis- en natuurkunde leraren. Mijn andere passie, beeldende kunst, bleek echter sterker (deed het ook beter bij de meisjes).
    Mede daardoor moest ik al snel voor een heel gezin zorgen en is ook bij mij een zware mentale crisis in die jaren ontstaan.
    Wat mij overigens er niet van weerhield om daadwerkelijk gemotiveerd aan allerlei acties mee te doen. Het past u niet als beter gesitueerde om protesten tegen een repressieve maatschappij als gekkigheid af te doen.
    Omdat we aardige jongens waren, werden het wel vaak leuke, noem het ludieke acties.
    Het ging wel ergens over.
    André

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)