Picasso in de Froskepôlle

Slide1

Ooit heb ik in de waan verkeerd dat ik de reïncarnatie was van Carlos Casagemas. Deze jeugdvriend van Picasso kwam op 17 februar1 1901 op 18-jarige leeftijd op tragische wijze aan zijn einde. Picasso ontmoette hem voor het eerst in Barcelona, in het beroemde cafe Els Quatre Gats. In 1901 vertrokken ze samen naar Parijs, waar het noodlot zich zou voltrekken. Casagemas schoot zich voor de kop, omdat hij wanhopig verliefd was op Germaine Pichot, het naaktmodel dat Picasso zes jaar later zou vereeuwigen in zijn Demoiselles d’Avignon, waarmee de moderne kunst een aanvang nam. Dat apocalyptisch tafereel toont vijf hoeren die mannen verslinden tot de dood er op volgt. Wat je hier ziet is in feite dreigende catastrofe die zich altijd schuil houdt in de Dionysische drift en die volgens Picasso alleen in de schilderdaad kon worden uitgebannen. Ik was Carlos Casagemas. Dit schilderij ging over mij.

Op een zondagochtend was ik het zat. Ik heb toen het boek Apocalyps Revealed van Swedenborg, dat ik in 1969 had gekocht bij een boekenstalletje in de Oudemannenhuispoort in Amsterdam, met een grote boog in het Van Harinxmakanaal gegooid, ter hoogte van de Froskepôlle. Jaren later later zag ik niet ver van deze plek een kaars branden, zomaar in het gras, midden in de Froskepôlle. Het is daar soms niet pluis. Vreemde geesten komen dan los uit het water en nemen bezit van de omgeving. Op die wonderlijke zondagochtend in de zomer van 1979 zag ik een schip, varend onder vreemde vlag, langs de Froskepôlle varen. Het was een grijs schip zonder vensters of patrijspoorten, een marineschip zo te zien. Even later vloog een straaljager over.

Wat heeft dit alles te betekenen? Onze kennis van de wereld is noodzakelijkerwijs beperkt omdat zij altijd vanuit een bepaald perspectief tot stand komt. Toch is het mogelijk om met behulp van ons verstand meerdere perspectieven te combineren en zo tot een beter begrip van de werkelijkheid te komen. Soms – als waarlijk niets meer helpt – kan het perspectief van een droom uitkomst bieden. Neem nou vannacht. Het was weer eens een gezellige boel in mijn dromen. Een vage kennis gaf een tuinfeest in de Froskepôlle. Iedereen was er, zelfs mijn klasgenoten van de lagere school. Er hingen lantaarns in de bomen en langs het Van Harinxmakanaal was een lopend buffet ingericht, ondank de metafysische zompigheid van het terrein en de versterkende geuren van waterplanten en lotusbloemen.

Op de punt van het eiland stond een galg met een bungelende man, wiens handen op zijn rug waren vastgebonden. Hij hing daar als sinds mijn kinderjaren en niemand nam er aanstoot aan. Ooit heb bij een kerkvader gelezen dat de mens hangend aan een galg zit vastgebonden aan een lijk in ontbinding. Dat is het leven. Van aangezicht tot aangezicht met een stinkend lichaam van vlees en bloed, dat niet meer is dan een zak drek vol bederf. We zijn tot dit rottende vlees veroordeeld tot de dood ons scheidt. Lichaam en geest. Kom er eens om vandaag de dag. Mag het een onsje meer zijn?

Nee, dat is ooit wel eens anders geweest. Maar in het geheugen gaat niets verloren, en zeker niet de herinneringen aan de katholieke kinderjaren. ‘De geur waarmee de kruik doordrenkt wordt als hij nieuw is bewaart hij het langst.’ Wie zei dat ook al weer? Horatius? Marcus Aurelius? Ach wat doet het ertoe? Aan het eind van het gazon speelde een orkest muziek uit de jaren zestig en er was zelfs een zangeres wier naam niemand meer thuis kon brengen, maar die vol vuur over de liefde zong met een oplopend crescendo dat deed denken aan Piaf. Ik heb nog een elpee van haar. Niet dat ik die elke dag draai, maar ik koester hem als een kostbare relikwie uit de prille jaren van mijn jeugd. Die tijd heeft voor mij een bijna magische betekenis omdat mijn vroege leven zich ontrolde onder een glazen stolp, een klamme broeikas van pril geluk dat mij totaal niet had voorbereid op een onverwachte calamiteiten die weldra volgen.

Ze kwam uit Avignon, zo werd mij medegedeeld, de stad waar ik ooit nog eens week op de camping verbleef, aan de overzijde van het Paleis van de Pausen. Sur le Pont d’Avignon. L’on y danse, l’on y danse…. Dans les rues d’Avignon. Ja ja, het was fraaie vertoning vannacht met die ‘Demoiselles d’Avignon’. Maar die kwamen toch uit Barcelona? Kon het misschien zo wezen, zo vroeg ik mij af, dat de hoeren op het gelijknamige schilderij van Picasso inhoudelijk iets van doen hadden met een vroegmiddeleeuwse Maagd met de Verlosser op haar schoot? De Sancta Sponsa die tegelijk de Sancta Meretrix kon zijn? Bruid en Heilige Hoer tegelijk. Net als elke gezonde Spaanse jongen had Picasso zichzelf beroerd en zijn zaad geplengd voor het beeld van ‘de Madonna op de pilaar’ in de kathedraal van Zaragossa. Als baby al werden ze door hun vader in de lucht gehesen om een glimp te zien van die Heilige Hoer, de Oermoeder, Onze Eeuwige Troost, de Madonna Consolatrix.

Door de aanwezige deskundigen werd deze mogelijkheid echter met stelligheid van de hand gewezen. Het zou El Greco zijn die Picasso geïnspireerd had. De Griek van Toledo die Spaanser was dan welke Spanjool ooit was geweest en ooit nog worden zou. Zelf had  Picasso hij niets met de Madonna’s, en met heilige maagden evenmin. Wel met naakte vrouwen, zeg nu zelf, en die waren er genoeg toen het Vijfde Zegel van de Apocaypse verbroken was. De hemel zwaaide open en Picasso zijn beste vriend schoot zichzelf voor de kop, nadat hij was afgewezen door een fatale vrouw. Het was een drama. Mijn God, wat een ellende. Maar elk nadeel heeft zijn voordeel. Juist door die tragedie begon de beroemde Blauwe Periode. Drie jaar lang schilderde Picasso alleen hoeren, blinden, zwervers, zieken en andere verschoppelingen uit het ondermaanse tranendal. En dat alles puur in alle tinten blauw. Daarna kwam het roze. En toen de doorbraak met al die hoeren uit de Rue d’Avignon. 

De vulkaan begon zich nu te roeren en ik zag de lava als as neervallen in de holte van mijn hand. Er werd gedanst en gedronken, om niet te zeggen gezopen, zeker toen er in de verte een golvend hete windvlaag langs de horizon streek en de furiën ontwaakten in een cerebrale betovering. De trompet van de waarheid werd overstemd door de paukenslagen van de losbandigheid. Het gezelschap veranderde stilaan in een bacchanaal en losgerukte beginselen slaan dan al gauw om in hun tegendeel. Groter nog dan de ongebreidelde geilheid van de verdorvenen der aarde is de drang om macht uit te oefenen, de libido dominandi, het hoofdkussen van de duivel.

Maar zelfs die lust kan geketend worden door de macht van de gewoonte, de consuetudo. Een mens is immers een gewoontedier. Gelukkig maar, dacht ik. Waar moet het anders heen met deze beestenbende? Wie nu nog de moed had om de archonten ter hoogte van de zeven hemelsferen als minderwaardig te beschouwen had alle reden om tegen het verdere verloop deze nacht op te zien. Het zou de nacht van de openbaring worden. De nacht van het laatste woord dat opklinkt uit een voorwereldlijk orgasme dat volgens Marcus Aurelius toch niets anders was dan het kwijtraken van wat slijm door je te wrijven aan de schoot van een vrouw.

Nee dan Augustinus, die was beslist geen dorre dogmaticus, maar een mens van vlees en bloed, die op het eind van zijn leven zelfs een doortimmerde beschouwing had gewijd aan de schone kunst van de petomanie, het doelbewust en uit vrije wil voortbrengen van reukloze geluiden uit de anustrompet. Maar hier waaiden andere winden. Tropische winden in volle Hollandse melkchocolade. De opwekkende cadans van mijn betoog begon de aandacht van omstanders te trekken. Menigeen raakte nu opgetogen en slechts een enkeling zat in meditatie verzonken onder een vijgenboom. Een kind kan de was doen, ook op een zondag in het winkelparadijs van de Mediamarkt van matennaaiers.

Toen de zon opkwam, schoof uit de wegkwijnde schemering een schip naderbij dat voer onder Maltese vlag. Langzaam werd duidelijk dat het een gigantisch cruiseschip was, veel te groot voor dit kanaal. Toen de duistere gestalte naderbij kwam, bleek dat aan boord ook een party gaande was. Wonderlijk genoeg zong hier dezelfde zangeres wier naam iedereen vergeten was. Ze was nog jong, zestien lentes pas, maar nogmaals: vol overgave en begeestering. Een compleet operakoor zorgde voor de background, en de onaardse stem van deze vergeten vocaliste schalmde almaar verder over het water van het Van Harinxmakanaal, alsof een onwetend kind de gave van het vuur had gekregen en nu de horizon in brand zette.

Ouderdom, ziekte verdriet, ze verdwenen als sneeuw voor de zon die allengs hoger en hoger klom. Het schip lag nu pal voor ons in al zijn majesteit. Het was een narrenschip dat kennelijk verdwaald was in de nacht. Een vreemdeling zeker, wie zal het zeggen. O God van de wateren, de vogels verheerlijken U, als ze opvliegen in de nacht. De sterren behoren U toe, alsook het ganse heelal, dat doorzeefd is met zwarte gaten zoals een zwaardvis zijn zwaard in het lijf van een walvis boort. Ik ging aan de waterkant zitten met een glas bier in de hand. In de verte zag ik niets dan weilanden, een groene wereld die langzaam kleur kreeg. Ik zag de stompe toren van Ransdorp die opeens erg veel op de Oldehove leek. Het feestgedruis achter me stierf weg en de ochtendmist trok op. Een zwerm vogels vloog over. De winter komt eraan, dacht ik nog. Er komen minne tijden. Er is geen einde aan het laatste einde. Er is alleen een eeuwig nieuw begin.

8 Reacties »

  1. Keu

    30 december 2015 op 00:32

    Dank je Huub. Je verhaal raakt me.

  2. Keu

    30 december 2015 op 00:34

    Je bent een schrijver.

  3. Eddy Drost

    30 december 2015 op 09:07

    Jelle Wiersma ( aldus H ) laat het afweten. Op de door mij aan hem gisteren voorgelegde vraag hoe de piramides bij Gizeh zijn gebouwd geeft hij geen antwoord. Ik had uiteraard ook niet anders verwacht. Daar komt de magazijnbediende van een stoffig museum, die uit verveling de hele dag op het internet rond surft, niet uit. Laat ik het antwoord dan zelf maar geven.

    In het algemeen wordt aangenomen dat de piramides zijn gebouwd door zandhellingen aan te leggen om steeds hoger te kunnen komen. De rotsblokken werden dan rollend op boomstammen, die dwars gelegd waren, naar boven gesleept.
    Was er een ring aangelegd werden de hellingen verhoogd om zo verder te kunnen. In theorie is dat mogelijk, maar laten we niet vergeten dat als je een rotsblok naar boven moet trekken het gewicht veel zwaarder wordt. U kunt het vergelijken met wielrenners die een berg op moeten. Een berg met een stijgingspercentage van 10% is veel zwaarder dan een berg van 4%. Onbegonnen werk. Al zet je 500 mensen aan de touwen om dat te realiseren is het eigenlijk al niet te doen.
    Te meer omdat als mensen aan hetzelfde touw trekken het extra effect boven de 40 deelnemers te verwaarlozen is. In theorie misschien mogelijk maar in de praktijk niet uitvoerbaar. Bovendien om hellingen te verhogen met een stijgingsgraad van 1% is al een gigantische klus. Hoe lang wordt de helling dan wel niet als je 100 meter de lucht in moet.
    Zo zijn de piramides dan ook niet gebouwd.
    Lariekoek, volslagen onzin.

    Het ging veel eenvoudiger en ook met veel minder dan de 50.000 werknemers die genoemd worden en ook niet in 50 jaar tijd. Waanzin.
    Hooguit 5.000 werknemers en de piramides zijn in maximaal 5 jaar gebouwd.

    Hoe dan wel? Het antwoord is heel simpel.

    De piramides, zoals wij die nu zien, gaan zeg maar trapsgewijs naar boven. Oorspronkelijk was dat niet zo. Na oplevering waren alle kanten volkomen egaal en gepolijst. Het kolossale ding stond te fonkelen in de zon. Door de duizenden jaren heen hebben wind en regen voor erosie gezorgd en is het gepolijste verdwenen. Alleen de rotsblokken zijn overgebleven.

    Komt ie.

    De Egyptenaren hebben eerst de eerste ring aangelegd. Horizontaal zijn de rotsblokken daar naar toe getrokken, gerold over boomstammen. Daarna heeft men één kant scheef naar de grond egaal gemaakt. ( De piramides bij Gizeh hebben 4 kanten )
    Aan de andere kant van de gepolijste kant een gat gegraven van zeg maar 10 meter breed en 10 meter diep. Nu zetten we een rotsblok op bomen die dwars liggen tegen de gepolijste kant aan. Dikke touwen er omheen en die touwen gaan over de eerste ring heen naar de andere kant waar het gat is gegraven. Daar maakten ze van touwen een soort net waar ze gewichten ( rotsblokken ) van 10 kilo aan konden hangen. Dus vastgebonden aan het net dat via touwen verbonden is aan het rotsblok dat omhoog moet. Nu worden er zoveel gewichten aan het net gehangen waardoor het rotsblok aan de andere kant wordt opgetild en naar boven schuift. Het rotsblok staat eerst recht, maar als er opwaartse beweging komt valt ie scheef tegen de gepolijste kant aan. Het is dus alleen een kwestie van genoeg gewichten aan de andere kant hangen en het rotsblok glijdt over de gepolijste kant omhoog. En zo gleden de rotsblokken, ring voor ring, gewoon naar boven. Een kind doet de was.

    We moeten de bouw van de piramides dan ook als een soort weegschaal zien. U kent het wel. Aan beide kant een schaaltje. Het schaaltje waarop het meeste gewicht ligt gaat naar beneden en de andere schaal omhoog.

    Meer was het echt niet.

  4. Huub Mous

    30 december 2015 op 09:36

    @ Keu
    Getver, ik krijg toch geen fanmail!

  5. Keu

    30 december 2015 op 22:52

    @Huub: Je blog staat vol met fanmail. De reactieruimte dan.

    @Eddy: Toch blijft het knap, ik doe het ze niet na. Het is een heel georganiseer.

  6. Eddy Drost

    31 december 2015 op 00:30

    @Keu,

    De Egyptenaren vonden het niet eens de moeite waard om de bouw technisch te verklaren. Er valt niets over terug te vinden. Mijn uitleg over de bouw van de piramides onderstreept dat. Een meer simpele uitleg kan er niet gegeven worden dus is het ook zo gegaan. De wetenschappers van vandaag de dag denken veel te moeilijk. Eigenlijk zijn ze te intelligent om het simpele nog te kunnen zien en daardoor dus in feite gewoon dom. Wil je dingen kunnen verklaren moet je het verstand ook op nul kunnen zetten. Dan kom je het dichtst bij de waarheid.

  7. Aldus H.

    31 december 2015 op 02:45

    Oh, mijnheer Drost, ik had helemaal niet door dat u mij verwarde met ene Jelle W. Geen idee wie dat is. Vandaar dat ik daar niet op reageerde uiteraard. Ik kan me ergens vaag herinneren dat ik die ‘verwarring’ al enige tientallen keren aan U heb uitgelegd.

    Verder kan ik u, uw verhaal even te hebben gelezen, vertellen dat u er naast zit. Close but no sigar noemt men dat ook wel eens.

    In mentale zin waren er maar twee dingen voor nodig om pyramides te bouwen:

    – Geloof.
    – Kapitalisme.

    In fysieke zin echter komt er wat meer bij kijken.

    U hebt met een paar parameters, problemen en technieken en energieen geen rekening gehouden.

    Zoals daar zijn:
    – de aanvoer van immense blokken steen, 500 km verderop,
    – de uitlijning en perfectie van deze blokken, met name capstones,
    – de nagenoeg perfectie uitlijning (horizontaal) van elke laag blokken,
    – de hoge temperaturen waarin gewerkt moest worden,
    – de perfectie van de uitlijning van de hoekstenen, hor en vert,
    – de perfectie en uitlijning van de basis,
    – hoe met minder energie blokken ‘geslepen’ zouden kunnen worden,
    ergo materiaal eigenschappen limestone,
    – hoe hoeken in stenen werden bepaald en gemeten,
    en vast nog wel wat dingen.

    Uw ‘weegschaal’ theorie is leuk bedacht, maar uiteindelijk véél te kort door de bocht. Kost daarbij nog stééds immens veel energie en resources en garanderen geen énkel controle mechanisme of een pyramide niet uit het lood zou staan.

    Ik heb al eens eerder gezegd: alles draait om energie en rendement.
    Slim energie gebruik zeg maar.

    Ik zal het in stappen doen. Beginnen bij het begin.

    Vraag 1. HOE transporteer je redelijk makkelijk, met zo weinig energie, duizenden, zo niet miljoenen immense blokken steen, van 500 km afstand stroomopwaarts (de Nijl) naar je bouwlocatie.

    -Dien je hiervoor (tien) duizenden boten te bouwen?
    -Dien je hiervoor (tien) duizenden karren te bouwen?
    (welke beide immense resources waren om te maken en dan heb je nog geen zandkorrel vervoerd)

    Of kan dit ook anders?
    Met de beperkte middelen die men toen had?

    Om u niet in het luchtledige te laten zweven hierbij wat tips.
    Men beschikte destijds over: Geiten. Schapen. Kamelen. Paarden. Papyrus. De zon. Klei. Koolstof. Vuur. Eenvoudige boten. Het wiel. (ja, wel degelijk! Het wiel was er eerder dan de geschiedenis ons wil doet geloven) . Touw, hoewel van papyrus, dus niet zo supersterk zoals hennep. Dierenvet. Koper en koper derivaten. Graniet. (harder dan limestone)

    Minder beschikbaar waren:
    Weinig bos, dus weinig hout.
    Slechte wegen. Of geheel ontbrekend.

    Ik kan het nog simpeler maken.

    Hoe vervoer je tonnen aan steen zonder energie, boot of kar.
    In die regio dan.

    Samengevat.
    Uw theorie rammelt omdat het slechts één aspect bevat, het stapelen. Maar bij bouwen komen tientallen, zo niet honderden, of duizenden aspecten kijken. Die negeert u.

    Ik heb met opzet één term, woord of aspect even niet genoemd, om het u niet al te gemakkelijk te maken.
    En nee, ook geen links of filmpjes.

    Maar derhalve: terug naar de tekentafel mijnheer Eddy!

  8. Aldus H.

    31 december 2015 op 04:09

    Oh Eddy, nog even een dingetje: over informatie en zo: er is NA de bouw van de pyramides enorm veel gestolen, vernield en weet ik wat.

    Dus DAT er informatie ontbreekt, wil niet zeggen dat het er ooit niet was.

    Wat IK zie, dat is dat in loop der tijden vooral en met name ‘goden’ e.d. werden afgebeeld, maar niet HOE die goden ooit zijn ‘bedacht’.
    Of tot stand zijn gekomen.

    Voorbeeldje. Zag laatst een docu waarin werd gezegd: ‘Mummies waren vreselijk belangrijk voor de oude Egyptenaren’.

    Ergo: DAT ze belangrijk waren werd wél benoemd, maar WAAROM ze belangrijk waren werd niet benoemd.

    Oftewel: in de loop der tijd/geschiedenis slijt de oorzaak/gevolg.
    (in dit geval: leven ontstaat uit de dood, de mummie, de pop, de larve)

    Ander voorbeeld. Pharao’s als goden. Oftewel: de mens als God.
    Er werd wel gesteld DAT het zo ging, maar niet HOE dat ooit tot stand kwam. Bij Nefertiti bijvoorbeeld.

    Ongeveer hetzelfde verging het de mestkever. Hoewel die er nog bekaaid vanaf komt/kwam. Want heilig, en niet geheel weggevaagd in de loop der tijd dus. Want genoeg afbeeldingen nog van.

    Maar toch. De mestkever werd gezien als degene die de zon/maan ‘ronddraaide’ EN dat hij leven uit het niets kon genereren (pop/mummies) EN dat hij landbouw genereerde EN dat hij uitvinder van het wiel was.

    Echter. In de loop der eeuwen/duizenden jaren werd de ‘uitvinder’ genegeerd/vergeten en focuste men zich op het gevolg: de Goden.

    En sommige mensen ‘kaapten’ dan weer die Goden (werden zelf God) en DIE tekeningen verschenen dan weer op muren van pyramides etc. Zie het als selfies 1.0.

    De mestkever heeft nog redelijk weten te overleven, als semi-god/heilig, bouwmethodes niet. Goden waren groter dan bouwmethodes. Vandaar het mysterie.

    Vergelijk heden ten dage: geen mens die weet wie de elektromotor, wisselstroom, afstandsbediening, watercentrale, radar of radio écht heeft uitgevonden. Maar oh wee, als dat niet werkt!

    Ooit is beton eens 1500 jaar vergeten. Van de oude romeinen tot de middeleeuwen. Domweg vergeten. De mens heeft op zijn minst één waanzinnige gave: vergeten wat ie duizenden jaren al kon en dan met heel veel moeite weer opnieuw ‘uitvindt’.

    Afgeleid door religie: iets anders kan ik niet verzinnen.

    Zowiezo maakt religie meer kapot dan je lief is. Vind ik.

    Met als enige uitzondering wat mij betreft: de oude Egyptenaren.
    Met hun kunst en bouwwerken.

    Ook al klopte dat technisch, logisch en goddelijk gezien ook eigenlijk niet: helemaal: het heeft op zijn minst waanzinnige kunst, wetenschap, bouwkunst en eenheid gebracht.

    En ZO heeft God het bedoeld.
    Niks geen straf, boete, weet ik wat.
    De zon. Landbouw. Leven. Het universum en omstreken: dat is.

    En alles wat daarna kwam, qua religie, kan wat mij betreft morgen nog bij het grofvuil. Vierkante wielen. Je ken der niks met.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)