Als een druppel olie op de oceaan

Norbert0001

‘In zijn grote religieuze werken gaf El Greco op ongeëvenaarde 
wijze uitdrukking aan het Spaanse katholicisme. Zijn doeken vulden de verhandelingen en gedichten van oer-Spaanse mystici als de 
heilige Teresa van Avila en Johannes van het Kruis aan. Hij schilderde in hun lichaam opgesloten zielen die, verlangend naar de eeuwigheid, wensten te ontsnappen aan hun eigen stoffelijkheid. Daarmee onthulde El Greco het geheim van Toledo.’

Aldus Eric Storm in zijn boek De ontdekking van El Greco, aartsvader van de moderne kunst (2006). Het boek behandelt het wonderlijk fenomeen dat El Greco na zijn dood in 1614 vrijwel vergeten werd of als een tweedehands schilder werd beschouwd. Pas na 1860 werd hij stilaan herontdekt en vooral in het eerste decennium van de vorige eeuw steeg zijn ster opeens spectaculair aan het internationale firmament. Zijn excentrieke schilderstijl werd toen als ‘expressionistisch ‘ ervaren. Werken van hem werden geëxposeerd te midden van schilderijen van kunstenaars van de avant-garde. Het was een schok van herkenning. Hij werd gezien als een voorloper van de modernen, net als Cézanne en Van Gogh.

Schermafbeelding 2015-12-20 om 16.02.59

Schilderijen van Cézanne en El Greco

Die moderne avant-gardisten hadden doorgaans niets met religie, terwijl de mysticus El Greco model had gestaan voor de Contrareformatie. Eerder al was zijn werk in Spanje herontdekt en werd El Greco opeens als een nationaal Spaans schilder gezien, wat al even opmerkelijk is voor zo’n relatieve outsider. El Greco was al 35 jaar toen hij in 1577 in Spanje arriveerde. Zijn schilderstijl vertoonde de invloeden van Titiaan. Hij was een virtuoos colorist, en beslist geen klassiek talent. Hij was geen schilder van de zuivere lijn, maar van het gevoel, de expressie, de vervorming van de kleur en de gestalte. Juist daarom werd hij opeens als eigentijds gezien. Wat voorheen als wanstaltig en gebrekkig werd opgevat, gold voortaan als authentiek en origineel.

De roem van El Greco is dus verbonden met de opkomst van zowel het nationalisme als het modernisme. Een wonderlijke combinatie op het eerste gezicht, maar bij nader inzien niet zo vreemd als je bedenkt dat het negentiende-eeuwse nationalisme vaak een katalysator is geweest voor processen van modernisering. Het nationalisme zorgde ervoor dat dit proces in het juiste tempo verliep. De massa moest ‘genationaliseerd’ worden en tot een eenheid worden samengebracht. Daarom werd er een vaderlandse geschiedenis ‘uitgevonden’ ( ‘the invention of tradition’), waarbij ook vaderlandse helden en kunstenaars op een voetstuk werden gezet. De kunstgeschiedenis, die in de loop van de 19de eeuw uitgroeide tot een wetenschappelijke discipline die aan universiteiten onderwezen werd, had aanvankelijk dan ook een nationalistisch karakter. Men zocht naar nationale kenmerken in de kunst en geografische invloeden van klimaat, bodem en volksaard.

Het Louvre werd in 1793 als eerste nationale kunstmuseum opengesteld en in 1819 werd in Madrid het koninklijk museum El Prado geopend. De Franse Revolutie was de belangrijkste katalysator geweest in dit proces van bewustwording van het nationaal eigene. De Romantiek deed de rest. Rond 1830 kwam Spanje en alles wat daarbij hoorde in Frankrijk in de mode. Wat voorheen –  tijdens de Verlichting – een duister continent was geweest, waar Inquisitie en godsdienstfanaten de toon aangaven, werd nu gezien als een land van hartstocht en authentieke religieuze gevoelens. Katholicisme en Romantiek horen bij elkaar en ook dat heeft El Greco’s roem mede bewerkstelligd. Tegenwoordig hoort hij onomstreden bij de grote meesters van de kunstgeschiedenis. Zijn werk is onbetaalbaar geworden en zijn naam komt voor in alle handboeken.

Norbert0001

Mijn boek over El Greco uit begin jaren zestig

Zelf leerde ik het werk van El Greco kennen toen ik zo’n jaar of veertien was. Begin jaren zestig kocht een boek over zijn werk bij De Slegte in de Kalverstraat in Amsterdam. Die winkel was toen nog gevestigd naast Hotel Polen dat op 9 mei 1977 is afgebrand. Ook Boekhandel De Slegte ging toen in vlammen op. Ik ken iemand die de dag daarvoor bij De Slegte voor honderd gulden boeken had gekocht en met een papieren girobiljet van de Amsterdamse Postgiro betaald had. Dat geld werd nooit afgeschreven omdat ook het girobiljet in de vlammen verdween. Maar goed, bij die boekhandel kocht ik al aan het eind van de jaren vijftig mijn eerste kunstboekjes. Sommige daarvan heb ik nog altijd bewaard, alsook mijn boek over El Greco.

De religieuze exaltatie, die zo kenmerkend is voor de figuren op de schilderijen van El Greco, oefenden een bijzondere aantrekkingskracht op mij uit. In mijn puberteit kreeg ik belangstelling voor mystiek en de daarbij behorende gevoelens van extase. Ik weet niet waar die gevoelens vandaan kwamen. Misschien was het een gesublimeerde vorm van seksualiteit die op een normale wijze geen uitweg kon vinden. Mijn leerschool bij de Jezuïeten was ook niet bepaald de ideale kweekvijver voor een harmonische ontwikkeling van het puberale libido.

Maar ik denk dat het ook een beetje in mijn genen zat. Ik voelde mij van nature aangetrokken tot mystiek. Ik raakte gauw ontroerd door religieuze voorstellingen en gezangen. Dat zijn gevoelens die nu moeilijk meer voorstelbaar zijn, maar als ik sommige schilderijen van El Greco zie, dan weet ik het weer. Dat was het precies. Los komen van jezelf. Opgaan in iets hogers dat alles te boven gaat. Oneindig klein worden en tegelijk oneindig groot, als een druppel olie die zich verspreidt over het oppervlak van de oceaan. Ik verzamelde alles wat ik over El Greco te pakken kon krijgen. Mijn reizen naar Spanje in 1964 en 1965 – samen met mijn ouders – deden de rest. In 1965 heb ik een uitgebreid bezoek gebracht aan het woonhuis van El Greco in Toledo, waar een aan hem gewijd museum is ondergebracht. Ik voelde een soort verwantschap met deze ontheemde schilder van het heilige, het sublieme.

Vaak heb ik mij afgevraagd of mijn psychose in 1966 een uitvloeisel is geweest van mijn al te katholieke opvoeding die nog eens versterkt werd door de sfeer op het Ignatiuscollege in de eerste helft van de jaren zestig. Die gedachte ligt voor de hand. In mijn bijdrage aan het boek Tegen de tijdgeest, terugzien op een psychose (2011) heb ik geprobeerd te achterhalen of deze gedachtegang ook klopt. Ondanks alle argumenten die voor deze verklaring zijn aan te voeren, blijf ik nog altijd met een vraag zitten. Hoe kwam het dan dit alleen mij overkwam en niet veel meer van mijn leeftijdsgenoten die in een vergelijkbare situatie zijn opgegroeid?

Het moet ook iets met mijzelf te maken hebben gehad: een combinatie van aanleg, karakter, milieu en toevallige omstandigheden. Bovendien wijst mijn vroege belangstelling voor El Greco op een gevoeligheid voor wat je ‘het demonische’ zou kunnen noemen. Evenals El Greco wenste ik ‘te ontsnappen aan mijn eigen stoffelijkheid’. Voor de krachten die je dan oproept moet een kader zijn, een uitweg, een vorm, anders gaan die krachten met de geest zelf aan de haal en maak je een sprong naar het absolute. En toch, dat demonische is een fenomeen dat mij nog altijd fascineert, omdat het zowel in de kunst als in de religie tot uiting komt.

Aan het einde van de negentiende eeuw werd men zich opnieuw bewust van de demonische sfeer in de kunst, dat wil zeggen: een heftige transcendentale zielsbewogenheid met een innerlijke onrust als drijvende kracht. De Romantiek had niet alleen een ander beeld van het verleden gecreëerd, maar nieuwe visie op het beeldend bewustzijn. Met terugwerkende kracht werd de hele kunstgeschiedenis met andere ogen bekeken. Zo kon het gebeuren dat tot dan toe vergeten schilders opnieuw in de belangstelling kwamen te staan. El Greco was daar bij uitstek een voorbeeld van.

5bada17954fe905041c9d82ea9db5b8229e10125

Schilderijen van El Greco en Van Gogh

Maar er waren er meer, zoals Tintoretto die rond 1920 in Dvorak’s Geschichte der Italienische kunst opnieuw naar voren werd gehaald vanwege zijn demonische trekken. Zowel van Gogh als Cézanne waren uitgesproken demonische naturen. Zij dreigden psychisch-creatief ten onder te gaan in hun eigen werk. Schilders als Goya en Delacroix waren hen daarin voorafgegaan. Het was een ziekte van de Romantiek, die niet alleen een ziekte was van de moderne mens, maar ook van de individuele mens, de kunstenaar die een moderne mens bij uitstek was. Die zieke mens werd demonisch, de moderne kunstenaar zelfs faustisch. Maar wat hield die demonische drijfveer nu eigenlijk in?

Het was de verwonding die heerst in de religie, maar ook in de seksuele daad. De wondende, demonische kracht van de inspiratie en tegelijk het genezende en helende van het creatief menselijke kunstwerk. Of – in de woorden van A.M. Hammacher, die ooit een diepzinnige beschouwing wijdde aan ‘de wondende en helende kracht in de kunst’:

‘De algemeen menselijke drang naar het wondende en genezende beeld, dat het bewustzijn der mensen kan vervullen: het magische beeld, dat krachtens zijn aard niet meer tot de orde der dingen behoort en aan die kwaliteit in het bewustzijn het vermogen ontleent ons te brengen in het licht van de wonderbaarlijke tussenwereld, waar goddelijks en sterfelijks elkaar ontmoeten.‘

Hoe meer ik mij voel als een gebarsten kruik’, schreef Van Gogh, ‘hoe sterker ik voel een scheppend mens te zijn.’ De wond werd vruchtbaar. ‘La blessure est féconde’ zei Odilon Redon. We zitten nog altijd in de greep van de Romantiek, maar het Tweestromenland tussen materialisme en idealisme heeft zich vernauwd tot een eenduidig pragmatisch wereldbeeld, waarin de kunst alleen nog de herinnering aan een transcendentie levend kan houden, maar met de transcendentie op zich zelf niets meer van doen heeft.

De hedendaagse kunst is dan ook niet demonisch meer. Er is ook geen wond meer, laat staan een helende kracht. In een wereld die steeds wereldser wordt is de wond van de kunst uiteindelijk genezen. Niet omdat de patiënt genezen is verklaard, maar omdat zijn ziekte niet meer als zodanig wordt herkend. In die zin zou er wellicht ook sprake kunnen zijn van een eclips, dat wil zeggen: een ziekte van de tijd die langzaamaan onzichtbaar wordt, zoals de kleur in de wereld verdwijnt bij een totale verduistering van de zon. Het zou een ziekte kunnen zijn die vanzelf verdwijnt, ook al zijn er schrijvers en kunstenaars geweest, die in hun werk uiting gaven aan het trauma dat deze ziekte in hun ziel heeft achtergelaten.

5 Reacties »

  1. Mackie

    21 december 2015 op 00:46

    Zo juist Pierre Bokma op tv gezien in De vele namen van Pierre Bokma.
    Ik probeer nu de namen en gezichten van deze toneelspeler te vergelijken van de vele namen en gezichten in het toneelstuk De Verleiders, maar dan in ruime zin.
    D.w.z. met bankiers, assurantie bemiddelaars, levensverzekeringsverkopers, hypotheekbemiddelaars, accountants, belastingadviseurs, lobbyisten en bankiers, die ik gekend heb. Onder hen bevinden zich vele witte boorden criminelen. Vaak hebben deze mensen echter geen enkele wet overtreden. Sterker vele van hen zijn voorbeeldige kerkgangers, zo zij geen kerkelijke functie bekleden. Toch is er onder hen veel gespuis te vinden. Om van moraal loze politici en vvd-ers nog maar te zwijgen.

    Helaas pindakaas. Zo zit onze maatschappij nu éénmaal in elkaar, meneer de agent en meneer de timmerman. U moet het er maar mee doen.
    Dus ruimbaan voor de nep vooruitgang die dit gespuis creëert. Ook ruim baan voor de autolobby, om milieu in binnensteden te mogen vervuilen en 130 km per uur te rijden en ruim baan voor de sigaretten industrie om onze woonomgeving te blijven verpesten.

    Mijn vraag is:
    Waarom moeten wij het doen met Macbeth, Henry VIII, El Greco, etc., terwijl er zoveel verraderlijk en stompzinnig gespuis in levende lijve, dagelijks om ons heen loopt?
    Waarom besteedt de artistieke wereld niet veel meer aandacht aan de wezenloosheid van dit soort volk?

  2. Keu

    21 december 2015 op 02:00

    Lange Frans heeft het koningshuis boos kunnen maken met zijn nieuwe nummer.

  3. Aldus H.

    21 december 2015 op 03:26

    “Maar ik denk dat het ook een beetje in mijn genen zat. Ik voelde mij van nature aangetrokken tot mystiek. Ik raakte gauw ontroerd door religieuze voorstellingen en gezangen. etc..

    Vaak heb ik mij afgevraagd of mijn psychose in 1966 een uitvloeisel is geweest van mijn al te katholieke opvoeding die nog eens versterkt werd door de sfeer op het Ignatiuscollege in de eerste helft van de jaren zestig. Die gedachte ligt voor de hand. In mijn bijdrage aan het boek Tegen de tijdgeest, terugzien op een psychose (2011) heb ik geprobeerd te achterhalen of deze gedachtegang ook klopt. Ondanks alle argumenten die voor deze verklaring zijn aan te voeren, blijf ik nog altijd met een vraag zitten. Hoe kwam het dan dit alleen mij overkwam en niet veel meer van mijn leeftijdsgenoten die in een vergelijkbare situatie zijn opgegroeid?”

    Ehm. Heb je wel eens aan het volgende gedacht.

    Ik heb al eens eerder gezegd dat ik een artikel heb gelezen, jaren geleden al, dat homofilie met name voorkwam als een vrouw meerdere zonen had gebaard. De eersten waren heterogeen, de laatsten homo/lesbisch.
    Of dit klopt weet ik niet, maar ik kan me er qua God, natuur of Darwin wel iets bij voorstellen. Immers: je zou een immense onbalans krijgen als vrouwen alleen zonen zouden baren.

    Is het een backup plan van God? Is het zo dat je met name door eenzijdig voedsel (monocultuur) de kansen vergroot tot het krijgen van met name alleen dochters of alleen zonen?
    Oftewel: als je als omnivoor bepaald eenzijdig voedsel eet?

    Is het een soort teken van God, dat ALS een gemeenschap alleen zonen of alleen dochters baart, dat deze gemeenschap iets niet goed doet? Ik kan me er wel iets bij voorstellen.

    Maar hoe zit het als je de laatstgeborene zoon bent uit een nest van 3 of zelfs 4(?) dochters? (Jouw zussen dus). En was je ook niet een beetje een nakomertje?

    Hoe is het als zoon in je vroege jeugd voornamelijk opgevoed te worden tussen 4 of 5 (je moeder incluis) oudere meisjes/vrouwen?

    Ik kan me er alles bij voorstellen dat dit wel degelijk van invloed is op het jeugdige brein en je ontwikkeling. Tel daar nog bij op dat je vader geloof ik niet zoveel praatte, de zeitgeist ijn zijn geheel natuurlijk, plaats waar je opgroeit, en ineenstortende katholieke kerk, en tegelijk een religieus getinte school.

    Ik kan me er alles bij voorstellen dat dit tot disruptie leidt, en derhalve een psychose.

    Je was vroeger een bang jongetje schreef jezelf.

    Klinkt voor mij als: gebrek aan mannelijke opvoeders.
    Vrouwen zijn liev hoor, hou me ten goede, maar soms is liefde niet genoeg.

    In de Opzij nota bene stond ooit een artikel: ‘wat zouden wij vrouwen zijn zonder mannen’? Hun eigen conclusie was: we zouden nog steeds in plaggenhutten wonen. Turf of gedroogde mest stoken om te koken, en als dat op was, nou ja, dat was het dan.
    Geen architectuur, geen/weinig technologie, paard wagen, dat was het dan zo ongeveer wel.

    En kom je net uit een nest van allemaal vrouwen, ga je naar school, lopen daar ook weer allemaal weer mannen in jurken, of zich nogal vrouwelijk gedragen, een virtuele religie verkondigend die in de praktijk tegelijk volkomen op instorten staat.

    Wat kan dat met je doen? Wat voor invloed heeft dat op de zich ontwikkelde geest? Ik denk nogal veel.

    Ik had vorige week een paar vrouwen op bezoek. Hartstikke gezellig. Op een gegeven moment was de vraag: wat als er alleen maar vrouwen zouden bestaan? Antwoord: chaos!
    Vrouwen piesen vaak om de pot heen als het gaat om dominantie, probleem oplossend vermogen en onderlingen concurrentie strijd.

    Mannen: kleed je uit en neem bier mee. Of die slaan elkaar voor de bek, dan ist binnen een kwartier klaar. Natuur doet het precies zo.
    Oftewel: hoe barbaars ook: mannen lossen problemen veel sneller op. ‘What you see is what you get’ zeg maar.
    Waarom maken vrouwen zich op denk je. Maskerade.

    Maar je kunt van een plaggenhut domweg geen torenflat maken, of van een paard een trein, met wat ‘make-up’.
    Daar heb je echt mannen voor nodig.

    Ik kan me zo voorstellen dat je bent opgegroeid, weliswaar in een liefdevolle omgeving, maar niet zozeer in een probleem oplossende omgeving. Ik kan me derhalve voorstellen dat je hier als man problemen mee krijgt, hebt en houdt.

    Dat je boeken gaat verslinden. Dat je in alle uithoeken ‘waarheid’ gaat zoeken.

    Ik zal een ander voorbeeld geven. Je oude klasgenootje J de HS.
    Die verklaarde enige weken geleden op radio, toen dat Russische vliegtuig boven Turkije Syrie werd neergeschoten, dat ‘Russen vaak hun transponder uitschakelen’.

    Yeah right. Wat hij dus absoluut NIET snapt (geen probleem oplossend vermogen) is dat je zoiets hooguit doet in tijden van OORLOG (met Turkije) maar juist NIET als je daar NIET mee in oorlog bent. Vliegen met uitgeschakelde transponders is dan JUIST vragen om oorlog, in dit geval Turkije.
    Wel. Wil Putin dat? Welnee. Want dan heeft ie ineens ruzie met de hele EU/VS/Nato. Is dat slim? Nee absoluut niet.

    Dus in dat opzicht denk ik wel eens: Hoe SCHADELIJK was dat hele Ignatius college wel niet.

    Ik ‘ken’ er slechts twee personen van: de een kreeg een psychose, en die ander kwakte meiden tegen de muur tijdens het dansen, niet bepaald een uitblinker (lees: kneus), en ook nog eens LOEIGEVAARLIJK voor de wereldvrede. (lees: totaal bespeelbare puppet van US/Nato)

    Maar ook: in hoeverre is religie een immense rem geweest op de menselijke beschaving. En ook: in hoeverre heeft religie (of geloof) daar juist aan bij gedragen?

    In hoeverre draagt nu Islam bij aan ontwikkeling van de mensheid?

    Maar goed. Even terug naar het onderwerp: ik kan me er alles bij voorstellen dat als je opgevoed bent als kind/zoon met/door 4-5 vrouwen dat je als man hierdoor ‘geestelijk/eenzijdig ondervoed’ bent geweest in je jonge jaren.
    En die ondervoeding kan domweg verregaande gevolgen hebben.
    En je vader is ook nog eens relatief vroeg overleden.

    Dus ja….

    En soms is ‘democratie’ niet genoeg. Moet er iemand zijn die gewoon zegt: ‘We doen het zo. En niet anders’.
    En het gekke is: vrouwen vinden dit ook nog eens erg prettig ook.
    ‘Eindelijk eens iemand die beslissingen neemt en de route bepaald’.
    (lees: hoeven ze zelf niet meer te denken)

    En als je dit weer eens vertaald naar de huidige NL/EU polletiek: NIEMAND neemt meer een echte beslissing. Doorgeschoten ‘democratie’. (lees: lobbycratie)

    Lees: teveel vrouwelijke hormonen. GoedVolk. GutMensch.

    Terug naar de plaggenhut. Paard en wagen. Verlamming. Chaos.
    Angst. Turf en gedroogde mest. Weg met ons.

    De vraag is wat God met deze situatie voorheeft. WAT wil God ons leren? En in hoeverre kan de mens ‘tijdreizen’ in het doel van God?

    Kan de mens reuzenstappen maken zoals in de tijd van de pyramiden?

    En wie zijn hierin de uitgesproken groep mensen die dit tijdreizen mogelijk zouden kunnen maken? Juist. De WETENSCHAP.
    Moet ie alleen niet corrupt zijn en politieke doelen nastreven, want dan ga je achteruitboeren, is het einde beschaving.

    En niet (meer) de religie, de politiek, de economie of de kunst.

    Linkje. En niet zo maar eentje…

    https://www.sciencenews.org/article/how-brain-perceives-time

  4. Aldus H.

    21 december 2015 op 04:57

    @ meneer/mevrouw Mackie:

    “Waarom moeten wij het doen met Macbeth, Henry VIII, El Greco, etc., terwijl er zoveel verraderlijk en stompzinnig gespuis in levende lijve, dagelijks om ons heen loopt? Waarom besteedt de artistieke wereld niet veel meer aandacht aan de wezenloosheid van dit soort volk?”

    Ik begrijp uw frustratie.

    Punt alleen is dat de kunst buitenspel is gezet. De kunst kon zich helemaal uitleven op elfjes, maagden, naakte mensen/Goden op wolkjes, zich aan wijn lavende, schaars geklede mensen en weet ik wat meer.

    Dat was leuk. Lekker sexy. Dat was de hemel. Sex, drugs and rock & roll zou je kunnen zeggen. Opium voor het volk. Fantasie. Extase.

    Wat is er sexy aan een graaiende bankier/politicus?
    Wat moet je als kunstenaar. Een standbeeld van een bankier maken? Dat druist letterlijk tegen alles in. Je maakt geen kunst van graaiers, oorlogshitsers en parasieten.

    Hooguit cartoons. Anti-kunst. Cynisme.

    Kunst hoort de mensheid te dienen, te verheffen, en niet de parasieten, de immorelen, de niets-ontzienden of de ronduit psychopaten naar een hoger doel te tillen.
    Daar hebben we politici en main stream media voor tegenwoordig.

    Het punt is ook: kunst MAG liegen! Dat kan juist soms leuk zijn. Van anti-waarheid/fantasie naar werkelijkheid. Of niet: pure fantasie.

    In sport echter wordt liegen juist immens aangemoedigd. Wat denk je dat een schijnbeweging is? Een schijnbeweging is zo weten te liegen dat je letterlijk de ‘tegenstander op het verkeerde been zet’. Dus in sport is goed kunnen liegen een evolutionair voordeel: je kansen om je tegenstander te verslaan nemen zienderogen toe.
    In de natuur komt dit ook voor: schutkleuren bijvoorbeeld.

    Politiek en media.
    Dit is het omgekeerde van sport. Aangezien het ‘volksvertegenwoordigers’ (zouden moeten) zijn, zou het in principe zo moeten zijn dat NIET liegen (waarheid dus) evolutionair voordeel voor de soort/land/gemeenschap moeten zorgen.

    Elk volk heeft evolutionair gezien zoveel mogelijk baat bij waarheid. Juist NIET bij liegen of schijnbewegingen als in sport. Daarom heeft het leger ook verkenners: wat bevindt zich achter de heuvels? Iets? Niets? Vriend? Vijand?
    Hele legers zijn in de pan gehakt door geen- of non-informatie.

    Echter. ‘Ergens ooit’ is er iets vreselijks mis gegaan met waarheid binnen de politiek. De politiek trekt kneuzen aan. Narcisten, hedonisten, megalomanen, systeemzombies, parasieten, overige kanslozen, en noem maar op. Of mensen die enkel denken aan eigenbelang. Of emotie als ‘wapen’ gebruiken.

    En vanaf dat moment ging alles mis.

    Daar valt geen kunst meer van te maken.

    We leven derhalve ook niet meer in een democratie maar in een lobbycratie. Degene die het meest betaald om het hardst te liegen, die wint. Ten koste van de kunst, de vrede, de soevereiniteit, de eigen munt, economie, energie, milieu, het volk en de ‘democratie’.

    Afijn. Kijk. Zo maar het gevolg als je dus in politiek en media keihard gaat liegen.

    ‘Terwijl de aantallen migranten uit de Derde Wereldlanden naar Zweden records breken, vluchten steeds meer Zweedse vrouwen het land uit. Vorig jaar emigreerden ongeveer 24.000 jonge, meestal hoogopgeleide vrouwen uit Zweden. Dat is het grootste aantal in de Zweedse geschiedenis.’

    https://ejbron.wordpress.com/2015/12/20/terwijl-de-migranten-zweden-binnenstromen-vluchten-de-zweedse-vrouwen-het-land-uit/

    Hetzelfde geldt ook voor wetenschappers. Als die prikkels (lees: geld/aanzien/baantje/subsidie) krijgen om te liegen is het wat mij betreft einde beschaving. Vandaar ook steeds mijn CO2 dingetje.

    @Keu: ik ken het hoor, maar lekker handig dat je daar dan weer geen link/video bij geeft. Overigens trouwens komt het e.e.a ander behoorlijk over als controlled opposition. Dingen die er echt toe doen (afgeleid dus) komen niet aan de orde dus het ‘volk kan weer opgelucht ademhalen. Democratie is gered!’

    Yeah right.

    Ik heb er sinds paar dagen min of meer wel weer wat een nieuwe held bij: een van de oprichters van het IPCC zelfs. Net als Patrick Moore, mede oprichter Greenpeace, ineens TEGEN hun eigen organisaties. Goh. Hoe zou dat toch kunnen…

    Kijk. Van dat soort mensen mag je wat mij betreft standbeelden oprichten. Kunst is eigen fouten toegeven/voortschrijdend inzicht.
    Daar kom je als BV Aarde verder mee.

    http://www.staatvanhetklimaat.nl/2015/11/26/interview-goklany-klimaat-ons-grootste-probleem-is-armoede/

  5. Hamoud

    21 december 2015 op 20:25

    Aldus. H!

    Wat zeker was en is, is dat Moslim tot een zekere mate bij hebben gedragen in de ontwikkeling van de mensheid. Maar hoe wordt hun bijdrage door de ‘Eurocentralisten’ en het westen in het algemeen ‘gewaardeerd’, is een andere en APARTE verhaal!.

    Het volgende is een stuk van lange artikel heet, Het Arabisme- het bedrieglijke midden- geschreven door Gerhard Schmidt!.en de hierna volgende stuk gaat over, Het Huis der wijsheid!. Bewust heb ik je dit stukje uit dat artikel gekozen om van de ene kant je in gelegenheid te stellen een beetje kennis met wat de Arabieren en Moslim aan de mensheid hebben bijgedragen, en aan de nadere kant je ook in gelegenheid te stellen de hele artikel door te gaan nemen om even te weten hoe die bijdrage geïnterpreteerd door de heer Schmidt wordt!.

    ‘Van de universaliteit van deze wijsheidsschool kunnen we ons nauwelijks een voorstelling maken. Er was geen terrein der wetenschap, zij het filosofie, astronomie, mathematiek, geometrie, theologie, rechtsgeleerdheid en geneeskunde, dichtkunst, kalligrafie en architectuur, dat niet door de meest vooraanstaande mannen werd vertegenwoordigd. En vooral ook de schare van vertalers die ononderbroken bezig waren Griekse, Syrische, Perzische teksten in het Arabisch over te dragen. Typisch genoeg waren het vooral christenen en joden die aan dit werk deelnamen. Vanuit dit “Huis der Wijsheid” straalde het maanlicht van de Islam in zijn helderste glans en verspreidde zich over de gehele cultuurwereld. Het was een uitdaging van de allergrootste orde, in het bijzonder tegenover de christelijke stroming, die dan in de 12de eeuw haar geestesgeschiedkundige culminatie vond.

    We moeten het ons ontzeggen om in dit beperkte kader meer dan verwijzingen naar deze wereldbeduidende dramatiek te geven.
    Reeds Haroen al-Rashid trok vele belangrijke artsen van zijn tijd naar zijn hof. Onder diegenen zij Nonein ibn Ishak vermeld die als leerling van de beroemde Academie van Gondischapur (Dschundishapur) de invloed van dit reservoir van de hele oude geneeskunde naar Bagdad overdroeg. Onder zijn leiding ontstonden een veelvoud van vertalingen uit het Grieks, niet alleen geneeskundige, maar ook filosofische, natuurwetenschappelijke en religieuze van inhoud. Het geestesgoed dat in de Academie van Gondischapur als laatste uitloper van de School van Athene was bevorderd, stroomde langs deze weg in de Arabische cultuurkring. Op deze wijze werd de grondslag gelegd voor het eigenlijke “Arabisme”, die de christelijke stroming dreigde te overweldigen. De geesteskracht van Albertus Magnus, Thomas von Aquino en andere christelijke persoonlijkheden moest er aan te pas komen om deze stroom in christelijke banen te leiden. Tegen het einde van de 9de eeuw waren reeds de belangrijkste werken van zowel de Grieken alsook van de Oriënt in het Arabisch vertaald, dat daardoor de rang van wereldtaal der geleerdheid bereikte.

    Wat voor een uitzonderlijke betekenis van de Arabische geneeskunde uitging, kan men aan het werk van de drie bekende persoonlijkheden Razi (Rhazes), Ibn Sina (Avicenna) en Ibn Maimum (Maimonides) afmeten. Razi, die meer dan 200 boeken geschreven zou hebben, die van geneeskunde en astronomie tot aan alchemie en theologie reiken, pende o.m. een afhandeling over pokken, waarvan de hygiënische ideeën vooruitliepen op een ontwikkeling van eeuwen en dan in de latere inentingsmethoden hun neerslag vonden. In zijn boek “Het geheim der geheimen” (Sirr Al-asrar) duidde hij op verborgen spirituele bronnen en zijn monumentale encyclopedie, waarin hij de volledige medische kennis van de Oudheid met eigen observaties verbond, werd eveneens pas eeuwen later als idee voortgezet, bv. door de universele Zwitserse arts en natuurvorser Albrecht von Haller.

    Niet minder grandioos was het werk van Avicenna, wiens invloed op de Europese geneeskunde tot in de 17de eeuw reikte en een belangrijk voorbeeld vormde voor hoe een dergelijke “vorst der filosofie”, zoals men hem noemde, bepalend was voor een heel leger van volgelingen die zijn denkrichting in de wetenschap van het Avondland voortzetten. Op soortgelijke wijze werkte Maimonides, bij wiens boek “De gids der verdoolden” (Moreh Nevuchim), als synthese van het religieuze denken met de wetenschappelijke kennis van Aristoteles, zich een polemiek aansloot waarvan de uitlopers tot in het heden reiken.

    Een niet onbeduidend voorbeeld is ook het werk over optiek van Ibn al Haytam (Alhazen), wiens kennis rechtstreeks tot aan Newton leidt.
    Maar al deze mannen en werken werden overtroffen door de invloed van wel de belangrijkste en bekendste persoonlijkheid uit de Arabische geestesgesteldheid, die onder de naam Averrhoës (Ibn Ruschd) zijn stempel op de wereldgeschiedenis heeft gedrukt. Afkomstig uit de westerse voorpost van de Islam, heeft deze Spaanse arts als “commentator” van Aristoteles de diepste sporen in het Europese geestesleven achtergelaten[……]’.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)