De grootste castreur van Nederland

Slide1

Mark Bain, Conic (laserstralen), installatie in het kader van de manifestatie De inrichting in het psychiatrisch ziekenhuis de St. Willibrordusstichting in Heiloo, 2003.

Dokter Wijffels, die in 1968 geneesheer-directeur van de Willibrordus-stichting zou worden, speelde een belangrijke rol in het stelsel van de katholieke geestelijke gezondheidszorg. Als voorzitter van CKPVN, het Centrum voor Katholieke Psychiatrische Voor- en Nazorg, had Wijffels zitting in diverse adviescommissies en besturen en in die hoedanigheid kwam hij vaak in contact met dokter Trimbos, die destijds voorzitter was van de Katholieke Stichting voor Geestelijke Volksgezondheid. Nieuwe benaderingen in de psychiatrie, zoals de sociale psychiatrie en de gezinstherapie, waarvan Trimbos een belangrijk voorvechter was, stonden in Heiloo in hoog aanzien. Wijffels had een naam opgebouwd met een baanbrekend proefschrift in 1954 dat handelde over het zogeheten ‘castratievraagstuk’. Op basis van dit onderzoek kon juist in Heiloo in de jaren een weelderige praktijk van castraties bij seksuele delinquenten ontstaan.

Menig delinquent probeerde op deze wijze onder een vonnis bij de rechtbank uit te komen. Het waren overigens niet alleen delinquenten, die een dergelijke radicale ingreep ondergingen, maar ook patiënten die niet met justitie in aanraking kwamen en vrijwillig in de Willibrordus-stichting terecht waren gekomen. Wijffels vervulde vaak een merkwaardige dubbelrol, omdat hij niet alleen de rechter en officieren van justitie adviseerde, maar ook de patiënten zelf. Hij was dus een God die boven de wet stond en niet alleen wikte maar ook beschikte over de genitaliën van zijn patiënten. Als de castratie eenmaal in aanwezigheid van de volledige medische staf door een chirurg uit Alkmaar was voltrokken, werden er op verzoek van de patiënt eventueel plastic of roestvrij stalen protheses op de plaats van de teelballen geïmplanteerd.

In een artikel in het dagblad Trouw in 1995 werd deze merkwaardige praktijk, waarmee de Willibrordus-stichting jarenlang een pioniersfunctie vervulde, uitvoerig uit de doeken gedaan. Ook veel homofiele patiënten ondergingen een dergelijke behandeling. Men kon de gerichtheid van de seksuele geaardheid niet verleggen, maar wel het libido verminderen, waarna ook de perverse neigingen van de patiënt middels een therapeutische behandeling werden teruggedrongen. Dat deze castratiebehandeling op lange termijn veel geestelijke schade kon aanrichten, werd destijds doorgaans genegeerd, ondanks de kritiek die zo nu en dan oplaaide. ‘En al was zijn lijfspreuk: “Wijffels, Wijffels, er zijn nog vele twijfels”, er was niemand die toezicht hield, niemand met wie hij die twijfels buiten de inrichting kon bespreken. Er werd geëxperimenteerd, maar de experimenten werden niet begeleid.’ Deze bevlogen psychiater groeide uit tot – zoals hij ook zichzelf noemde – ‘de grootste castreur van Nederland’, totdat de chemische middelen in de jaren zestig operatief ingrijpen voortaan overbodig maakten.

Ondanks – of juist dankzij – de katholieke oorsprong van deze psychiatrische inrichting, die decennialang door broeders werd geleid, was men zeer vooruitstrevend op seksueel gebied. In het artikel in Trouw verklaarde de zenuwarts M. Wertenbroek: ‘De castraties op seksuele delinquenten, moeten ook niet worden gezien als gevolg van een katholieke moraal of zo, maar als de nieuwe methode van een zeer vooruitstrevend instituut.’ In de paradox van die uitspraak wordt de naoorlogse geschiedenis van de katholieke geestelijke gezondheidszorg – met al zijn hybride aspecten als het gaat om de relatie tussen psychiatrie en moraaltheologie – in één zin samengevat. De seksualiteit was het gevaarlijke niemandsland, niet alleen tussen lichaam en geest, maar ook tussen God en de wereld, maar juist in dat aloude mijnenveld waren de ‘geestelijke bevrijders’ van na de oorlog snel opgerukt naar de voorste linies van de vooruitgang, zo snel zelfs dat men niet alleen progressiever was dan menig atheïst, maar tegelijk ook roomser werd dan de paus.

Achteraf bezien is het ironie dat zelfs tot in mijn ontslagbrief aan toe gewag wordt gemaakt van ‘castratieangst’, terwijl ik mede was overgeleverd aan ‘de grootste castreur van Nederland’. De behandeling die ik destijds onderging had wel degelijk invloed op mijn libido. Intensieve kuren met sordinol en trilafon, die wekenlang in grote doses met injecties worden toegediend, blokkeren niet alleen de dopamanie-emissie in de hersenen, maar ontdoen de patiënt ook maandenlang van zijn seksuele potentie. Mijn seksualiteit was tot een half jaar na mijn opname vrijwel volledig verdwenen. Wat deze chemicaliën, die diep ingrijpen in de werking van de hypofyse en de hersenstam, op lange termijn aan bijwerkingen teweegbrengen is nog steeds niet bekend.

Hoewel destijds een volledig herstel niet werd uitsloten, richtte men zich met deze behandelingswijze vooral op het bereiken van een stabiele toestand die sociaal aanvaardbaar zou zijn, en vaak nog een jarenlange nabehandeling vereiste. Wat de werking van psychofarmaca betreft zijn de menselijke hersenen nog altijd een black box, zo heb ik inmiddels begrepen uit de vakliteratuur die ik te pakken kon krijgen. In de diagnostische chaos van de psychiatrie mag dan inmiddels enige vooruitgang zijn geboekt, het bepalen van de ware oorzaak van een psychische aandoening blijft nog steeds een grotendeels duistere praktijk, zoiets als het zoeken van een zwarte kat in een donker pakhuis.

Van die castratiepraktijken heb ik tijdens mijn opname overigens niets meer gemerkt, ook al waren er patiënten op de observatieafdeling die duidelijk met seksuele problemen te kampen hadden. Met één van hen – een pedofiel die in 2003 overleed – heb ik nog een paar jaar na mijn opname een vriendschappelijk contact onderhouden. Een platonische vriendschap, meer was het niet. Als beeldend kunstenaar had hij jaren in Frankrijk gewoond en hij wist veel over primitieve kunst en oude culturen. In zijn atelier in een dorp in de Auvergne was hij in een psychose geraakt. We verschilden behoorlijk in leeftijd: hij was achttien jaar ouder dan ik.

Als de doktoren weer eens besloten hadden om zijn hersenen te onderzoeken met ingewikkelde apparaten, kon hij opeens heel kwaad worden. Dan liep hij urenlang te vloeken en te tieren door de gangen van de afdeling en wilde beslist geen kalmerende middelen slikken. Uiteindelijk was ik de enige nog met wie hij wilde spreken. ‘Het zit in mijn hart,’ riep hij dan,‘niet in mijn hoofd!’ Dát maakte hem razend. De doktoren zochten de oorzaak van zijn gestoorde gedrag in afwijkende patronen van zijn hersengolven, terwijl hij als kunstenaar er diep van overtuigend was, dat het hart de bron was van alle verbeelding en dus ook van zijn eigen verbeelding die alleen wel eens op hol kon slaan. ‘Een psychose’, zo zei hij mij eens , ‘is slechts een overvloed aan emotie, waar de geest even geen raad mee weet.’ Toen hij in 1969 een beschermde woning in Egmond aan Zee had betrokken, heeft hij nog vergeefs geprobeerd een aantal gedichten van mij gepubliceerd te krijgen. Hij kende niet alleen Ad den Besten, maar ook Hanny Michaelis, aan wie hij mijn gedichten ook heeft toegestuurd. Tot een publicatie is het overigens nooit gekomen.

Ook in Heiloo werd het jaar 1966 in veel opzichten gekenmerkt door een stilte voor de storm. Het grote elan van de naoorlogse vernieuwing in de geestelijke gezondheidszorg was voorbij en de grote uittocht van de Broeders stond voor de deur. In de late jaren zestig zou het psychiatrisch centrum St. Willibrord – want zo heette het vanaf 1967 – in grote problemen komen. Ontwikkelingen als de snelle ontkerkelijking samen met de toenemende schaalvergroting en het chronisch personeelsgebrek brachten de inrichting uiteindelijk op de rand van de afgrond. De caissonziekte van de secularisering had ook dit roomse bolwerk in zijn greep gekregen en liet een ideologisch vacuüm na, dat tot grote verwarring leidde.

De nieuwe neurosekliniek, die in 1966 in Limmen werd geopend ging bijna in de anarchie van het therapeutisch experiment ten onder. Er ging een nieuwe wind waaien in psychiatrisch Nederland. De antipsychiatrie en de ideeën van Foudraine sijpelden langzaam door, ook in Heiloo, en de radicale democratiseringsbeweging deed de rest. De snelle ontwikkeling in de psychiatrie, die zich in de jaren zestig voltrok, had iets te maken met een kloof tussen het hoofd en het hart, de ratio en het gevoel. De psychoanalytische benadering met zijn primaat van het onbewuste en zijn nadruk op de seksuele drift en de vroege kindertijd verloor gaandeweg terrein. Het neurologische paradigma van het brein als een elektrochemisch systeem van neuronen, synapsen en neurotransmitters vond steeds meer erkenning.

(fragment uit Het stille afscheid van de pijn, mijn bijdrage aan het boek Tegen de tijdgeest, terugzien op een psychose – met Egbert Tellegen en Daan Muntjewerf als medeauteurs)

9 Reacties »

  1. Keu

    29 november 2015 op 00:35

    Ja. praat er maar weer over heen. Je bent een leugenaar Huub. Een leugenaar.

  2. Keu

    29 november 2015 op 00:36

    En – om het een beetje lucht te geven – een dief. En een moordenaar.

  3. Keu

    29 november 2015 op 00:38

    Een moordenaar ben je waarschijnlijk niet en dieven zijn we allemaal. Maar die leugens, dat moet toch niet hoeven.

  4. Aldus H.

    29 november 2015 op 00:43

    Was nou gewoon gaan drummen joh!
    Zowiezo lijkt me dat een goed idee in psychiatrische inrichtingen: zet er een zaal in met allerlei muziekinstrumenten.

    Liefst ook met weirde synthesizers. Kunnen ze hun ‘eigenfrequentie’ uiten middels tonen van een synth.
    Muziek kan behoorlijk helend werken, dat heb je zelf ook ervaren.

    http://3tags.org/article/new-study-claims-that-drummers-are-more-intelligent-than-everyone

    En even off topic, maar toch echt leuk:
    De creatie van limestone, oftewel calciumcarbonaat.
    Wederom een waanzinnige kringloop van God.

    Calcium plus CO2 plus water = kalksteen/rots/pyramide/koraalrif/skelet etc.

    Wat ik al zei: God is een boer, een zaaier.
    Middels kernfusie maakt ie eerst elementen der natuur, die later langzamerhand fuseren tot kalksteen in dit geval, rotsen vormen, en langzaam verweren zodat de kalk weer vrij komt oa door inwerking wind, water en zwavel uit vulkanen, zodat dit voeding wordt voor gewassen, zoals bijvoorbeeld gras.

    Vervolgens eten koeien gras en zit er calcium en zwavel in melk. Dit zorgt weer voor calcium (skelet) in kalfjes/mensen en de zwavel heb je nodig voor je celwand. Die moet positief geladen zijn (zuur) en de natrium uit zout (basisch, in bloed) bepaald tesamen met kalium (in de cel) de mate van stofwisseling.

    Oftewel: je bloed is licht basisch, je celwand licht zuur, en je celkern weer licht basisch zodat voeding en zuurstof door je celwand ‘worden getrokken’.

    BRILJANT bedacht.
    Nog afgezien dat de vorming van CaCo3 een prachtig schouwspel oplevert.

    http://www.disclose.tv/news/a_farmer_drilled_for_water_but_what_came_up_astounded_the_world/115798

    Maar zo zijn er ook wat dingetjes met de zon. U weet wel, Ra.
    Wel. Het lichaam zélf bouwt ook processen na van die zon!
    Oftewel: als de zon een god is, ben je dat zelf ook!
    The God within.
    Hierover later meer.

  5. Keu

    29 november 2015 op 01:01

    Ik ga naar het casino en win. Wie van jullie zakkenwassers doet me dat na.

  6. Aldus H.

    29 november 2015 op 04:03

    Mooi! Kan er weer iemand uit de uitkering. Kan dat geld mooi naar vluchtelingen.

    En trouwens: wat is er mis met je zak wassen?
    Vrouwtjes zijn er gek op hoor. Die willen daar helemaal geen pindakaas, restjes zware shag of kamelenstront op aantreffen.
    Laat staan alle drie. Kijken ze je aan, hebben ze ineens een baard.

    En hoest inmiddels met de clip van jou en Truusje E.D.?

  7. Truusje de Boer

    29 november 2015 op 06:45

    Ik ben eruit. Ik weet wie Aldus is. De muziek, het slapen, de onnavolgbare teksten. Maar ik zeg het niet.
    Ben ik Eddy-baby? Zou kunnen. Eddy vindt van niet. Ik ben die troela niet, zegt hij.
    Keu bedankt.

  8. Aldus H.

    30 november 2015 op 02:53

    Zucht…

  9. Trui de Boer

    1 december 2015 op 13:44

    Ja, ja, zal wel niet. Al eerder geopperd. Of misdirection.
    Ik ben een kukel.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)