Ruloff Manuputty – tussen oost en west

Norbert0001

Deze prachtige foto is de trouwfoto van Erika Göttgens en Ruloff Manuputty uit 1965. Hij staat in het boek van Elly Koen: Ogenschijnlijke verschillen, Ruloff S.A. Manuputty, een Moluks schilder in Nederland, dat zojuist is verschenen en gisteren bij mij in de bus viel. Het boek biedt een fraai overzicht van het leven en werk van deze bijzondere kunstenaar die leefde op het snijvlak van twee culturen. Zie ook:  website uitgeverij Lecturis

Schermafbeelding 2015-11-21 om 14.46.02

De titel van het boek is ontleend aan het schilderij uit 1991: Ogenschijnlijke verschillen. Dit schilderij bevat volgens Els Koen wellicht… ‘symbolen voor de uiteenlopende ervaringen tijdens zijn roerige academietijd. Toch is alles perfect in evenwicht 
gebracht en vormt een eenheid.’ (..) ‘Het geheel doet weer denken aan het oos
terse harmoniemodel, de gedachte van eenheid in verscheidenheid of, zoals 
een andere schrijfster, Maria Dermoût, dit aan het einde van haar roman De tienduizend dingen, die zich op de Molukken afspeelt, formuleert: “honderd 
keer “honderd dingen”, naast elkaar, los van elkaar, elkaar rakende, hier en 
daar in elkaar vervloeiende – zonder ergens enige binding, en tegelijkertijd 
voor altijd met elkaar verbonden.”

Schermafbeelding 2015-11-21 om 16.16.54

Ogenschijnlijke verschillen, 1991

In Friesland is Manuputty vooral bekend als de voormalige directeur van de kunstacademie Vredeman de Vries. Zijn werk als kunstenaar is veel minder bekend, vooral ook omdat hij hiermee niet vaak naar buiten trad en het aan zijn studenten vrijwel nooit liet zien. Elly Koen schrijft hierover onder meer het volgende:

‘Pas in 1989, na zijn pensionering in 1987, zou er weer een tentoonstelling van zijn werken gehouden worden in Forma Aktua en Pictura in Groningen. Het gevolg hiervan was dat de meeste studenten zijn werk niet kenden, soms zelfs niet wisten dat hij ook schilderde. Sytse 
Singelsma schrijft in de brochure Opmaat tot Leeuwarden: Ruloff Manu
putty 1926-2002 dat hij het vreselijk jammer vindt dat Manuputty die kant 
van zijn persoonlijkheid niet heeft laten zien en heeft het over het Myste
rie Manuputty. Maar het was zeker een bewuste keuze van Manuputty 
om zijn werk niet aan zijn leerlingen te laten zien, want hij wilde dat zij 
een eigen persoonlijke stijl zouden ontwikkelen, dit in tegenstelling tot 
Panhuysen wiens werk, volgens Mous, duidelijk wel invloed had op dat 
van zijn leerlingen. (…)

Ook was hij achter de schermen veel minder mysterieus 
en onbereikbaar dan wel wordt gezegd. Hij ondersteunde indien nodig 
zijn studenten en kocht ook werk van hen aan. Zonder zijn stimulans zou 
bv. Van den Berg zelf geen opleiding aan de academie hebben gevolgd. Manuputty was echter te bescheiden om over zijn contacten met student
en te praten. Buiten de academie ontmoette hij regelmatig leerlingen, 
vooral thuis bij de populairste leraar van de academie, Jan Stroosma, met 
wie hij goed bevriend was.

Zelf leerde ik leerde Manuputty (1926-2002) pas goed kennen in het midden van de jaren negentig. In die tijd ontmoette ik hem zowat elke week omdat we samen bezig waren met de eerste pogingen tot oprichting van een Grafisch Atelier in Friesland, waarbij in die tijd ook Keimpe Kootstra betrokken was. Manuputty maakte zich toen grote zorgen de bestemming van de grafische apparatuur die nog aanwezig was in het leegstaande academiegebouw. We zagen elkaar toen bij hem thuis in de voormalige directeurswoning in de Wijbrand de Geeststraat 38, waar in de jaren zestig ook Paul Panhuysen heeft gewoond.

Schermafbeelding 2015-11-21 om 15.39.57

Portret van Jan Loman, 1960

In januari 1994 heb ik Manuputty’s tentoonstelling Ontmoetingen in de tijdreis mogen openen die destijds te zien was in het Bruggebouw in Emmen. Samen met hem reed ik daar ’s avonds naartoe. Later heb ik nog eens een tekst voor Manuputty geschreven. Dat was voor en tentoonstelling van hem in het Provinciehuis in Assen. Een beladen tentoonstelling omdat hier in 1978 een Molukse gijzeling had plaatsgevonden waarbij een gedeputeerde het leven liet.

Ruloff Manuputty was zelf ook Molukker. In mijn tekst had ik geprobeerd op passende wijze een toespeling te maken naar die dramatische gebeurtenis. Maar Manuputty vond het niet passend en keurde mijn tekst af. Overigens was hij een hele aimabele man en ik heb nooit goed begrepen waarom zijn directeurschap op de kunstacademie Vredeman de Vries zo dramatisch is kunnen verlopen. Nadat hij naar Groningen was verhuisd ben ik hem uit het oog verloren. Manuputty overleed in 2002.  Onderstaande tekst, die ik al eerder op dit blog publiceerde, verscheen aanvankelijk in PUIK, de uitgaanskrant van Friesland in de jaren negentig.

Schermafbeelding 2015-11-21 om 15.41.06

Het stenen beest, 1960

Boten doen in de tijdreis

waren wij van europa de chinezen,
was holland een rose perzikentuin,
onze poëzie zou dan eenvoudig zijn,
zou zijn een kopje thee met rozenbladen.

maar in Holland staat een huis; daar wonen
vrezen voor luizen, ladelichters en voor sowjetraden;
daar wonen struise dochters, stoere zonen
die met een kale god in ’t trapportaal
– terwijl de radio der buren raast –
in swing en sweet te niet, cellen zijn en daarna zaden.

Lucebert (fragment uit: ‘Verdediging van de vijftigers’).

Er zijn kunstenaars die voor altijd schuil lijken te gaan 
achter een beeld dat nooit verandert. Lange tijd was ‘mijnheer 
Manuputty’ – want zo kende ik hem – 
voor mij zo’n type kunstenaar. Eerlijk gezegd heb ik vroeger 
nooit geweten dat hij een kunstenaar was. Ik zag hem slechts 
op afstand als directeur en later oud-directeur van de Acade
mie Vredeman de Vries te Leeuwarden. Het beeld, dat om hem 
heen hing, werd vooral bepaald door verhalen van studenten en 
ex- studenten, kunstenaars die zijn invloed hadden ondergaan 
in de ontvankelijke jaren van hun academietijd. Het was het 
beeld van een formele, precieze man, minzaam en uiterst voor
komend, maar ook wat ondoorgrondelijk. Kortom: een oosterling 
verdwaald in een uithoek van het koude Europa.

De enkele keren dat ik hemzelf ontmoette leek dat beeld 
zich op het eerste gezicht te bevestigen. Ook bij mij ontstond 
de indruk van een heer met ouderwetse manieren in de goede zin 
van het woord. Hij nam je jas aan bij het binnenkomen en bij 
het vertrek excuseerde hij zich bij voorbaat dat de deur wat 
hard achter je dicht zou slaan, omdat er iets mis was met de 
scharnieren. Mijnheer Manuputty had iets met deuren. Hij hield ze 
altijd voor je open en toch bleef je achteraf met het 
vreemde gevoel zitten dat je misschien maar de helft had gezien van 
alles wat er nog achter die deur verborgen kon zitten. Het was 
geen gebrek aan openheid. Integendeel, eerder een geformali
seerde overdaad aan gastvrijheid, waardoor elke deur tot het 
laatst toe wordt opengehouden alvorens hij in het slot viel.

Schermafbeelding 2015-11-21 om 15.40.27

Tjakalele ( krijgsdans) 1960

Misschien is het ook geen toeval, dat de meest beruchte 
anekdote uit zijn academietijd juist betrekking heeft op een 
deur. In een periode waarin de gemoederen kennelijk wat hoog 
waren opgelopen – zoals dat in een zo’n gistende smeltkroes van nog ongevormde creatieve talenten gebeuren kan – zou ooit een 
aantal studenten de deur van zijn directiekamer letterlijk uit 
zijn scharnieren hebben gelicht om hem ergens ver weg op de 
zolder van het gebouw te verstoppen. Ook zij waren kennelijk 
benieuwd wat achter die laatste deur verborgen zat.

Iets van de symboliek van deze anekdote lijkt ook in zijn 
werk tot uiting te komen. Het laat de 
neerslag zien van een lange reeks ontmoetingen met mensen en 
situaties, die lang daarna werden vertaald is in een optocht van 
schilderijen. Elk schilderij is een reisimpressie uit een 
kunstenaarsleven met zijn eigen gelaagdheid van beelden en 
herinneringen. Het zijn de dingen die zijn blijven hangen 
nadat de deur in het slot was gevallen.

Te beginnen bij die eerste lange reis zo vlak naar de 
oorlog aan boord van de S.S. Volendam. Beelden van het Suezkanaal, 
Port Said, de vuurtoren aan het begin van de Atlantische Ocea
an, blikjes sigaretten die aan boord moesten worden opgerookt 
uit angst voor de douane, fragmentarische herinneringen aan 
een lange reis, die telkens weer uitmonden in dat ene beklem
mende beeld om nooit te vergeten….. Al die witte gezichten 
aan de kade in Rotterdam, allemaal gelijk, de Chinezen van Europa. Als 
drieëntwintigjarige alleen tussen die kale loodsen, hoe moest 
je daar ooit je weg kunnen vinden, als je die gezichten al 
niet eens uit elkaar kon houden? Een blaaskapel speelde vro
lijke muziek, dàt wel, maar die muziek was voor anderen be
doeld: militairen die terugkeerden en ook van die witte ge
zichten hadden.

Dat was de eerste ontmoeting in de tijdreis, een prille 
herinnering aan het Nederland van kort na de oorlog. Het was 
de begintijd van de wederopbouw, toen alles in de steigers kwam 
en geluk nog heel gewoon was. Maar het waren ook de dunne 
jaren die beschreven zijn in De avonden van Van het Reve, de 
tijd ook van de revolte van COBRA, Lucebert die als Keizer 
gekroond het Stedelijk Museum betrad en vreemde kinderwoorden 
aaneen smeedde tot een nieuw soort gedicht: BOTEN DOEN. BOTEN 
DOEN …

Inderdaad, dat had mijnheer Manuputty ook gedaan. Neder
land was BOTEN DOEN. En als je eenmaal op de kade was aange
komen, dan moest je daarna nog honderd keer BOTEN DOEN. Alles 
moest immers opnieuw als een kind worden uitgevonden in de 
lange tijdreis, die daarna zou volgen. Er stond nog een lange 
rij van mensen voor de deur, ontmoetingen met docenten van een 
echte kunstacademie in Amsterdam. Jaarsveld, Jongejans, Brou
wer, Metz, D’Oliviera, Zimmerman, Baanders … vreemde namen in 
een vreemde wereld, waar witte mannen ook zomaar de straat 
konden vegen. Om te overleven in die kouwe alfaltjungle kon je 
maar beter beleefd blijven en voor iedereen tot het laatst toe 
de deur open houden.

De beeldenwereld van de kunstenaar Ruloff Manuputty lijkt 
zich bij die eerste ontmoeting in één slag geformeerd te heb
ben. Ook nu nog lijkt de wonderlijke sfeer van de vroege jaren vijftig in zijn werk te zijn blijven hangen. Al is er een 
periode van stilte geweest, de lijn in de ontwikkeling is 
ongebroken. Het is alsof de primitieve tekens en symbolen van 
COBRA in een gepolijste versie opnieuw in elkaar zijn gezet, 
niet zozeer om het innerlijk direct uit te drukken, maar 
vooral om elke emotie nadien te verwerken.

De heftigheid van het oorspronkelijk gevoel lijkt stilaan 
verzacht door de patina van het innerlijk, die wellicht door 
de jaren heen moet zijn ontstaan. Telkens opnieuw lijkt iets 
van het verleden door te schijnen in de subtiele gelaagdheid van 
het oppervlak. Soms is de verf gaan druipen als een beeld dat 
door de tijd is aangetast. De scherpe kantjes zijn er inmiddels wat af. Wat overblijft zijn de halftinten, fraaie textu
ren en de organische lijnen kortom: de taal van een verwerkte 
emotie.

Vreemd genoeg was het juist die organische, soms bijna 
decoratieve stilering van het gevoel, die ook voor de vormge
ving van de jaren vijftig en begin jaren zestig zo kenmerkend 
was. Het werd de tijd van het beheerste ritme, de muziek van 
Roelof Stalknecht, een naamgenoot Ruloff Manuputty, die ook 
feitelijk een van de mensen was, die hij ergens onderweg in 
zijn lange tijdreis heeft ontmoet.

De tijdreis is begonnen toen de boot de haven binnenvoer. Wat daarvoor is gebeurd blijft onder de huid van het schilde
rij verborgen. Het lijkt of die prille herinneringen aan de 
kinderjaren in Tual zijn overgeschilderd. Beelden van een 
vader die zendeling was en een zoon kunstenaar wilde worden in 
het verre Holland. Wie zal het zeggen wat zich onder al die 
verflagen schuil houdt? Misschien wel beelden van een baai met 
heuvels in de verte, een boom in bloesem staat achter een 
muur, uitgesleten paden die naar het water lopen. Ooit heb 
ik zo’n schilderij in het echt mogen zien. Vreemd genoeg was 
dàt exemplaar wèl overgeschilderd. Onder de verflagen – zo heb 
ik me laten vertellen – zat een Hollands landschap met een molen.

Als de richting van de tijd onomkeerbaar is, geldt dat 
dan ook voor een tijdreis? In het latere werk komen die 
eerste herinneringen niet meer voor. De boot vaart niet meer 
terug, de vuurtoren voorbij, het Suezkanaal door, op weg naar 
de Indische oceaan, de Banda zee…. Of zitten die vroegste 
herinneringen inderdaad verborgen – zoals de kunstenaar zelf 
ooit heeft gezegd – in het diepe zwart, het teer dat soms direct op het doek wordt aangebracht, als het gevoel van half ge
smolten asfalt onder je blote voeten? Als dat zo is, dan volgt 
elke zwarte lijn het voetspoor van een gestolde herinnering, 
een spoor dat terugverwijst naar die verre jaren toen de grote 
tijdreis nog moest beginnen.

3 Reacties »

  1. Simon Deinum

    22 november 2015 op 08:17

    Van 11 tot 26 december a.s. is werk (uit de nalatenschap) van Ruloff Manuputty te zien (en te koop) bij Galerie en Beeldentuin Keramische Vormgeving Loes Koster te Muntendam (zie eind november a.s. voor openingstijden op http://www.keramischevormgeving.nl).

  2. Elvis

    22 november 2015 op 13:17

    Vredeman de Vries academie, 1981, niet zo lang na de roerige en roemruchte jaren. Diverse docenten kunstgeschiedenis passeerden de revue. De slechtste was hij die niets meer deed dan dia’s vertonen en zielloze woorden spreken. Hij rookte daarbij steevast een sigaar. Toen ik op een dag een appel at tijdens zo’n les, zei de man: ‘doe die appel weg.’ Ik zei: ‘als jij die sigaar weg doet.’ Hij zei: ‘doe die appel weg!’ Ik zei: ‘doe die sigaar weg!’ Hij zei: DOE DIE APPEL WEG!!!’ Ik zei: ‘DOE DIE SIGAAR WEG!!!!’ Toen kwam hij met gebalde vuisten voor me staan en eiste dat ik onmiddellijk de klas zou verlaten. ‘Ik rapporteer dit bij de directeur, het zou me verbazen als jij volgende week nog op deze school zit!’ Ik pakte mijn spullen en verliet, appel etend, de klas. Achter me hoorde ik geroezemoes, alle klasgenoten op een enkele NSBer na, kwamen één voor één grijnzend door de deur. Onze plotselinge vrijheid vierden we wat later in het buurtcafé. De volgende dag kreeg ik een briefje van de conciërge, er stond op dat ik me voor aanvang van de les bij de directeur moest melden. Toen ik op zijn deur klopte, klonk er een soort gebrom dat ik maar opvatte als toestemming om binnen te komen. Manuputty zat aan zijn bureau en schreef. Hij keek niet op maar bleef gewoon schrijven, ik stond wat ongemakkelijk te wachten voor zijn bureau. Na een paar minuten zei hij, nog steeds zonder op te kijken en al schrijvend: ‘dus u bent het meisje van de appel?’ ‘ja meneer’ zei ik braaf. Manuputty: Ik hoop dat de appel u heeft gesmaakt, u schildert overigens verdomd leuk en nu opgekrast naar uw les!’

    Elvis.

  3. erika manuputty göttgens

    9 november 2016 op 09:49

    Groninger Museum
    4 november om 11:45 ·

    Vanmiddag wordt de tentoonstelling ‘Ruloff Manuputty (Tual 1926 – 2002 Groningen)’ geopend. Zijn docher, Simone Manuputty, zal een klein viool concert geven om de tentoonstelling te openen. De tentoonstelling bevat 24 schilderijen en tekeningen waarin Manuputty de Oosterse en Westerse beeldcultuur laat samenkomen. Ruloff Manuputty gebruikte veel kleur in zijn schilderijen en hij zocht de grens op tussen figuratie en abstractie. Dit is terug te zien in een van zijn bekendste werken ‘Tjap Gomé’ (de Chinese drakendans).

    Meer informatie: http://www.groningermuseum.nl/ruloff-manuputty
    foto van Groninger Museum.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)