Vrijheid in moeilijke tijden

The_day_after_Kristallnacht

Kristallnacht, the day after, Berlijn 10 november 1938

‘Everything can be taken from a man but one thing: the last of human freedoms – to choose one’s attitude in any given set of circumstances, to choose one’s own way.’

Viktor F. Frankl

Eergisteren werd op meerdere plaatsen in Europa de Kristallnacht herdacht. Tijdens een herdenking in de Portugese Synagoge in Amsterdam deed de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb een opmerkelijke uitspraak. Hij vergeleek de Jodenvervolging in Nazi-Duitsland  met ‘de gruwelen van IS’. Eerder had hij deze vergelijking gemaakt tijdens een bezoek aan Kamp Westerbork met een groep scholieren. Aboutaleb zei letterlijk:

‘Ook al besef ik hoe ongepast en pijnlijk die vergelijking kan zijn, in Westerbork heb ik de gruwelen van de Jodenvervolging vergeleken met de gruwelen van IS. Omdat er ook overeenkomsten zijn. Ook IS voert een etnische zuivering uit, op christenen, sjiieten, alevieten, jezidi’s en gematigde moslims. Niet met een helse machinerie zoals in nazi-Duitsland, maar met een onwettig leger van hooguit 40.000 man. Achterlijke, onwetende soldaten, die een spoor van vernieling en menselijke misère achterlaten.’

Het is niet de eerste keer dit jaar dat Aboutaleb de aandacht trekt met een opmerkelijk uitspraak. “Rot toch op!”, zei hij tegen Nederlandse Syriëgangers kort na de aanslag op Charly Hebdo in januari j.l. voor die uitspraak kon ik meer waardering opbrengen dan voor deze vergelijking met de Holocaust. Ik weet niet wat Aboutaleb met deze woorden heeft beoogd. Wilde hij de aandacht vestigen op de zes miljoen slachtoffers van destijds? Je kunt moeilijk zeggen dat hij namens deze slachtoffers sprak of op zijn minst een poging daartoe deed. Of waren zijn woorden bedoeld als een waarschuwing dat de geschiedenis zich zomaar kan herhalen?

Nu geloof ik dat de geschiedenis zich altijd kan herhalen, maar ik weet niet of deze uitspraak bij juist deze gelegenheid wel zo gepast was. Het ging hier immers om een herdenking van slachtoffers. Wat hier tussen wal en schip verdwijnt is de vraag naar de oorzaken. Hoe kon het destijds gebeuren dat zoveel mensen in zo korte tijd hun menselijkheid verloren? En hoe zou dat nu opnieuw kunnen gebeuren? Maar belangrijker nog: hoe moet het zijn geweest om slachtoffer te zijn van de Holocaust? Hoe is het om je ‘mens-zijn’ volledig te verliezen door andermans onmenselijkheid? En hoe zat het ook al weer met de buitenstaanders? Anders gezegd, hoe zit het met de vrijheid in moeilijke tijden?

In de eerste jaren na de oorlog was het denken en dichten gericht op het verlies van menselijkheid. De Holocaust en Hiroshima riepen de vraag op of de mensheid als geheel zijn menselijkheid verloren had. Wat was er nog over van de mens? De antropologie had geen duidelijkheid antwoord meer op die vraag, om over de theologie maar te zwijgen. Steeds meer word ik mij ervan bewust hoe tegenstrijdig die naoorlogse jaren zijn geweest. Het hoopvolle optimisme van de wederopbouw had zijn keerzijde in het zwartgallige mensbeeld van het existentialisme. In de literatuur ging het over landerigheid en depersonalisatie, maar tegelijk stak een bruisend vitalisme de kop op bij De Vijftigers en Cobra.

The face of God after Auschwitz, zo luidde de titel van een belangrijk theologisch boek na de oorlog. Maar die God had letterlijk geen gezicht meer, omdat de hypothese ‘God’ niet meer te rijmen viel met de aloude eenheid van het ware, het goede en het schone. ‘De schoonheid had zijn gezicht verbrand’, zo dichtte Lucebert, terwijl Vasalis gewag maakte van een ‘godheid zonder gelaat, die mij verschroeien moet.’ Kan het zo zijn, zo vraag ik me wel eens af, dat deze collectieve ervaring van ontreddering een soort negatieve theologie heeft opgeleverd, een donker spiegelbeeld van God, een gesmoorde woede die geen uitweg vond, omdat het beeld van een almachtige Vader ondenkbaar was geworden.

Woede die zich moet richten op een leegte slaat terug op zichzelf met alle gevolgen van dien. De wil om te overleven is één, maar er bestaat ook nog zoiets als de gelatenheid, de nederige ontvankelijkheid voor wat komen gaat,  het loslaten van elke verwachting, het wachten en het verwachten. Wie denkt een oplossing te moeten vinden, vindt die niet zelden pas op het moment dat hij de hoop op een oplossing heeft opgegeven. Omgekeerd is het alleen de hoop die ons doet leven. In die paradox schuilt het mechanisme van verdringing en verwachting. Je moet jezelf voor de gek kunnen houden om het leven leefbaar te houden, vooral als het leven onleefbaar is geworden.

Het is bekend dat in die eerste naoorlogse jaren de verschrikkingen van de Holocaust vrijwel collectief werden verdrongen. De aanvankelijke verbijstering over wat had plaatsgevonden maakte al gauw plaats voor een vrijwel totale oriëntatie op de toekomst.  De euforie van de jaren zestig is achteraf ondenkbaar zonder deze voorafgaande, radicale verdringing van de oorlogsellende in een utopisch vergezicht. Daarbij werden de ervaringen van de overlevenden van de Holocaust doorgaans niet eens gehoord, terwijl hun overlevingskracht voortkwam uit een vergelijkbaar verdringingsproces.

Slide1

Juist in zijn diepste ellende overleeft een mens door zich een doel te stellen en een diepere betekenis te geven aan zijn leven. Ook dat werd in de jaren vijftig volop gedaan. Er was misschien wel teveel betekenis in die tijd, teveel diepgang, te veel toekomst ook. De babyboomers waren de jeugd van een toekomst die er nooit gekomen is. In die spagaat tussen utopische verwachting en krampachtige verdringing ben ik opgegroeid. Mijn leven begon in een vacuüm van hoop. De eindeloze jaren vijftig waren een toekomst zonder geheugen.

Viktor Frankl (1905–1997) was een psychiater die vooral bekend geworden als overlever van de Holocaust. Frankl verbleef van 1942 tot 1945 in meerdere concentratiekampen waaronder Auschwitz en Dachau. Zijn ervaringen in die periode zijn van beslissend belang gewest voor de theorieën die hij nadien heeft ontwikkeld. Zijn boek Ein Psycholog erlebt das Konzentrationslager verscheen in 1946. De Nederlandse vertaling volgde pas in 1978 onder de titel De zin van het bestaan.

Tijdens zijn verblijf in Auschwitz kwam Frankl tot het inzicht dat een gevangene, als hij de verschrikkingen van het kampbestaan niet langer verdragen kon, nog altijd een uitweg kon vinden in zijn eigen spirituele leven, waartoe de SS’ers geen toegang hadden. Spiritualiteit had hem geholpen om zich aan te passen aan de extreme omstandigheden. Dat was beslissend geweest voor zijn overleven. Het is dus van vitaal belang dat de mens zin geeft aan zijn bestaan, zelfs in een grenssituatie als Auschwitz.

Het gaat er niet om of je nog iets verwacht van het leven, maar of het leven misschien iets verwacht van jou. Dit inzicht was cruciaal voor zijn opvattingen als psychiater. Telkens weer beschrijft Frankl het moment van genezing  als een omkering. De zin ligt niet in de mens als een gereduceerd systeem van biologische krachten, maar buiten de mens. In zijn boek Der unbewusstte God (1948) stelt hij, dat de mens altijd een onbewuste relatie tot God heeft.

De verdringing van deze relatie en daarmee het hele scala van religieuze en transcendente waarden, is in de meeste gevallen de oorzaak van de geestelijke problemen. Met name in de jaren vijftig en zestig oogstte Frankl veel succes met zijn ideeën, ook in de Verenigde Staten. Zijn status als ‘overlever van de Holocaust’ en zijn charismatische persoonlijkheid waren daar mede oorzaak van.

Vooral voor christelijke psychiaters is hij van belang geweest. Al waren er ook kritische geluiden. Een te grote nadruk op de eigen verantwoordelijkheid kan in crisissituaties ook extra belastend zijn voor een overontwikkeld schuldbesef. Zelfs in het grootste persoonlijk lijden is volgens Frankle een zin en betekenis te herkennen. Als dat niet lukt ontstaat de wanhoop. Wanhoop is lijden minus betekenis. Maar iemand die onder de extreme omstandigheden van een concentratiekamp bezwijkt onder zijn eigen wanhoop kun je moeilijk kwalijk nemen dat hij de zin van zijn lijden niet heeft kunnen herkennen.

Toch is de grootste verdienste van Frankl dat hij een onverwacht verband had gelegd tussen geestelijke weerbaarheid en religieus besef. Onze tijd wordt gekenmerkt door een bijna totale ongevoeligheid of zelfs blindheid voor begrippen als ‘transcendentie’, ‘ziel’ en ‘God’.  Hoe vreemd het ook mag klinken, zo’n totale afwezigheid van transcendentie is voor IS-terroristen een belangrijke katalysator bij het overgaan tot religieus geweld. De wereldwijde opkomst van het islamitisch fundamentalisme is onlosmakelijk verbonden met de teloorgang van transcendentie in de westerse beschaving. Dat proces, waarin gevoeligheid voor transcendentie en symboliek stilaan plaatsmaken voor een fixatie op letterlijkheid, feitelijkheden en functionele rationaliteit, is zich geruisloos aan het voltrekken.

De ontzetting over een ‘God na Auschwitz’ bestaat niet meer, maar het is een misvatting te denken dat de leemte die God heeft achtergelaten voorgoed is gedicht. Het beeld van een transcendente God past niet meer in onze westerse wereld, of beter gezegd in het wereldbeeld dat in het westen is ontstaan. De vraag is dan natuurlijk: is er dan iets mis met die God, of is er iets mis met dit wereldbeeld? Maar die vraag wordt tegenwoordig zelden of nooit meer gesteld. Er is een blinde vlek ontstaan voor de kern van de zaak. Dat wil zeggen: voor het herkennen van zin en betekenis in het lijden van de mens. Juist daardoor ontstaan problemen die ogenschijnlijk totaal buiten de orde vallen, buiten de wet zelfs, problemen die letterlijk anti-nomisch zijn.

In deze tijd van terreur, islamitisch fascisme en opkomend fundamentalisme zijn de ideeën van Frankl eens temeer actueel. In onze over-gepsychologiseerde, vrije wereld schiet het belang van de eigen verantwoordelijkheid er vaak bij in. Vrijheid alleen bestaat niet volgens Frankl, want verantwoordelijkheid is altijd even belangrijk. Een rare paradox is eigen aan het begrip vrijheid. Juist de vrijheid om zich aan het verstand te onttrekken maakt de mens tot een moreel wezen.

7 Reacties »

  1. andries van weperen

    11 november 2015 op 12:05

    Tsja, daar moest ik wel even over nadenken:
    “De wereldwijde opkomst van het islamitisch fundamentalisme is onlosmakelijk verbonden met de teloorgang van transcendentie in de westerse beschaving”.
    Meen je nu echt dat ISIS vooral gemotiveerd wordt door gebrek aan geloof in het westen? De mensen die slachtoffer zijn van hun moordpartijen zijn juist vooral anders-gelovigen, in de eerste plaats mohammedanen zelf.
    Of zie ik iets over het hoofd? Het is daar in het kalifaat echt weer het oude liedje: menen dat je eigen God beter is dan alle anderen en daaraan het recht ontlenen op moord en doodslag.
    Je hebt wel een erg sombere kijk op de mens van nu:
    “In onze over-gepsychologiseerde, vrije wereld schiet het belang van de eigen verantwoordelijkheid er vaak bij in”.
    Ik zie het toch wat optimistischer: de ontwikkeling van de psychologie heeft voor veel mensen toch vooral veel goeds gebracht en het gaat niet aan om de jeugd van tegenwoordig te betichten van minder verantwoordelijkheidsbesef dan die wij als baby-boom-generatie wisten op te brengen.
    Nou ja, ik moest het even kwijt.

  2. Huub Mous

    11 november 2015 op 12:25

    @ Andries van Weperen
    1.
    Het huidige terrorisme is geen product van ‘botsende beschavingen’, maar vooral een gevolg van een dreigende ondergang van de religie, een proces dat zich door het razendsnelle proces van de globalisering mondiaal dreigt te voltrekken. De radicale islam ontstaat uit een angst om weggevaagd te worden. Jessica Stern – een van ‘s werelds belangrijkste onderzoekers van het fenomeen terrorisme – formuleert het als volgt:

    ‘Het terrorisme waar we nu mee geconfronteerd worden, is niet alleen een reactie op politieke wrok, zoals dat in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw gebruikelijk was. Het is een reactie op het ‘Godvormig gat in de moderne cultuur, waarover Sartre heeft geschreven.’

    Karen Armstrong komt in haar studie over het moslimfundamentalisme tot een vergelijkbare conclusie. Sartre, die het bestaan erkende van een goddeloos gat in het moderne bewustzijn, stelde dat het desondanks onze plicht is de god, die onze vrijheid loochende, te verwerpen. Zo werd de twintigste eeuw in Europa gaandeweg een goddeloze eeuw.

    Er liggen grillige verbanden tussen enerzijds processen als modernisering, secularisering en globalisering en anderzijds de plotselinge verschijning van de terreur als radicale omkering van alle waarden Alle ogen zijn nu gericht op de moslimfundamentalisten, maar de nazi’s waren in feite geen spat beter dan IS. In die zin heft Aboutaleb gelijk.

    Zo komt een ongemakkelijke waarheid in beeld die Armstrong als volgt samenvat:

    ‘Zonder de restrictie van een hogere mythische waarheid kan de rede bij gelegenheid demonisch worden en tot misdaden komen die even ernstig zijn, zo niet ernstiger dan iedere willekeurige gruweldaad die fundamentalisten plegen.‘

    2.
    Ik zal de laatste zijn om de jeugd van tegenwoordig ervan te betichten dat zij minder verantwoordelijkheidsbesef heeft dan de baby-boom-generatie wist op te brengen. Integendeel. Ik ben van mening dat de babyboomgeneratie er in veel opzichten een potje van gemaakt heeft. De Generaties X, Nix en Einstein kunnen nu de rommel opruimen.

    Ik wilde alleen wijzen op een doorgeschoten vorm van individualisme mede onder invloed van processen als de secularisering en de ontideologisering. Dat proces is mondiaal aan de gang en niet op conto van één generatie te schuiven.

  3. Eddy Drost

    11 november 2015 op 13:24

    Religie en het geloof in God hebben ons tot dusverre niets gebracht, dan ellende in vele vormen. Het is de ontwikkeling van de “beschaving” dat God naar de achtergrond wordt gedrongen. In oorlogstijd, in tijd van nood, echter duikt het bidden tot God weer op en ook bij terminale patiënten komt het voor dat men zich toch tot God bekeerd.

    Op zekere wijze kunnen wij het vergelijken met de neergang van het aantal leden van vakbonden. Arbeiders hebben het met en ook zonder werk goed. Waarom dan ook nog maandelijks contributie afdragen en 25 jaar wachten op een zilveren speld?

    Waarom geloof hechten aan God tijdens het boeken van een vakantie naar een warm land?

    De vraag die wij ons moeten stellen is: Is de ellende allemaal Gods schuld of is de invulling van het geloof daar debet aan? Ik denk het laatste.

    God schiep de aarde, de hemel en de mens?
    De mens schiep God?

    In mijn optiek geen van beide en maakt God deel uit van de schepping, het op zich in principe schitterende ongeluk, waarbij hij het symbool is voor het verschil tussen goed en kwaad.

    De zin van het bestaan is: het leven te leven en te laten leven. En juist dat is het wat maar niet tot de mensheid doordringt en het enige echte probleem.

  4. Aukje Heidstra

    11 november 2015 op 17:08

    Hoe kon het destijds gebeuren dat zoveel mensen in zo korte tijd hun menselijkheid verloren? En hoe zou dat nu opnieuw kunnen gebeuren? Maar belangrijker nog: hoe moet het zijn geweest om slachtoffer te zijn van de Holocaust? Hoe is het om je ‘mens-zijn’ volledig te verliezen door andermans onmenselijkheid?
    Voor de eerste vraag misschien lezen: Germany putts the clock back door Edgar Ansel Mowrer (1933) en latere edities.
    “The Chicago Daily News correspondent foresaw the Nazi leader’s success—and Germany’s subsequent forced march to disaster—long before most of his colleagues and the world did. Mowrer, who reported from Berlin for a full decade, wasn’t fooled by Hitler’s bizarre appearance and mannerisms, which caused so many others to dismiss him. The Nazi leader was “the most effective orator in Germany, the hardest working politician in Europe,” who had convinced his countrymen that his apocalyptic vision would be their salvation, he wrote. “A little man had taken the measure of still smaller men.” As Mowrer was free to reveal in his memoirs only much later, he also spent this period warning Jews: “Get out, and fast”.

    En: Na middernacht door Irmgard Keun.
    “Much fiction has been written about the Nazis in the years since World War II, but it is incredibly rare to have a novelist of Keun’s talents and first-hand knowledge describe the day-to-day reality of an evil empire while it was still in power. After Midnight is not a story written with the comforting hindsight of history. It is a snapshot of a quotidian nightmare. With deft touches and sharp detail it describes the experiences of a young woman in Frankfurt on the day, and night, of a Hitler motorcade. It is subtle, vivid, sometimes even comic, but in the shadows you can see the terrible mechanizations in motion. The Sunday Telegraph wrote about the novel, ”I cannot think of anything else that conjures up so powerfully the atmosphere of a nation turned insane,” and The Manchester Evening News wrote “”You can feel the creeping evil slowly infiltrate everyday existence.” The Jewish Chornicle paid Keun perhaps the highest compliment one could pay a German writer writing after 1933: Keun was “undeceived.”

    Verder denk ik dat het waar is wat Merkel zegt dat de Holocaust niet te begrijpen is.
    Een sterke religie, maar ook een ideologische overtuiging kon schelen bij overleving als je nog die kans had. Jehova-getuigen en communisten waren daar een voorbeeld van. Hier heb ik geen bron voor, maar ik heb heel veel over de oorlog gelezen.
    Ik ben ook op zoek geweest naar wraak door de Joden en heb hier wel een paar voorbeelden van gevonden, maar niet veel. De Duitsers waren bang voor wraak. Wat aangeeft dat ze wel wisten dat dat terecht zou zijn.

  5. Hamoud

    11 november 2015 op 18:45

    ‘Why should they ask me to put on a uniform and go ten thousand miles from home and drop bombs and bullets on brown people in Vietnam while so-called Negro people in Louisville are treated like dogs and denied simple human rights?

    No, I am not going ten thousand miles from home to help murder and burn another poor nation simply to continue the domination of white slave masters of the darker people the world over. This is the day when such evils must come to an end. I have been warned that to take such a stand would put my prestige in jeopardy and could cause me to lose millions of dollars which should accrue to me as the champion. But I have said it once and I will say it again. The real enemy of my people is right here. I will not disgrace my religion, my people or myself by becoming a tool to enslave those who are fighting for their own justice, freedom and equality…

    If I thought the war was going to bring freedom and equality to twenty-two million of my people they wouldn’t have to draft me, I’d join tomorrow. But I either have to obey the laws of the land or the laws of Allah. I have nothing to lose by standing up for my beliefs. So I’ll go to jail. We’ve been in jail for four hundred years’.

    Mohammed Ali Clay 1968. Alpha history

  6. Eddy Drost

    11 november 2015 op 19:14

    Hamoud,

    His best blow ever!

  7. Eddy Drost

    11 november 2015 op 20:45

    Om nog even op het geloof in God terug te komen. We kunnen dan wel stellen dat hij aan kracht inboet, en in de ogen van velen dood is, maar als je niet in God gelooft word je geen president van de VS; het machtigste land op aarde. Onlangs wist Donald Trump enkele vragen over de Bijbel niet te beantwoorden en zakte direct in de peilingen. Als Trump gaat verliezen, gaat hij niet verliezen van een mede republikeinse kandidaat of Hillary Clinton, maar in feite van God. Barack Obama hield ongeveer 11 jaar geleden zijn eerste maidenspeech ter afsluiting van de democratische conventie. Hij riep onder meer dat ook non-believers en homoseksuelen in de toekomst een kans moesten kunnen maken om president van de VS te worden. Zover is het nog lang niet. God, zoals hij niet door mij, maar door anderen wordt gezien, drukt nog altijd wel degelijk zijn stempel op onze aarde. In die hoedanigheid is dat een verontrustende zaak. Na het verschijnen van de Bijbel is de mens verder de verkeerde kant opgeslagen en zal de weg terug moeilijk te vinden zijn om wel op het juiste spoor te komen.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)