Van de schoonheid en de troost

Slide1

Auch das Schöne muß sterben! Das Menschen und Götter bezwinget,
Nicht die eherne Brust rührt es dem stygischen Zeus.
Einmal nur erweichte die Liebe den Schattenbeherrscher,
Und an der Schwelle noch, streng, rief er zurück sein Geschenk.
Nicht stillt Aphrodite dem schönen Knaben die Wunde,
Die in den zierlichen Leib grausam der Eber geritzt.
Nicht errettet den göttlichen Held die unsterbliche Mutter,
Wann er am skäischen Tor fallend sein Schicksal erfüllt.
Aber sie steigt aus dem Meer mit allen Töchtern des Nereus,
Und die Klage hebt an um den verherrlichten Sohn.
Siehe! Da weinen die Götter, es weinen die Göttinnen alle,
Daß das Schöne vergeht, daß das Vollkommene stirbt.
Auch ein Klagelied zu sein im Mund der Geliebten ist herrlich;
Denn das Gemeine geht klanglos zum Orkus hinab.

Aldus Friedrich Schiller in zijn gedicht Nänie, dat verscheen in het jaar 1800 en dat later door Brahms op muziek is gezet. (zie: hier) Ik ben me de laatste tijd een beetje aan het verdiepen in de vraag wat de Romantiek heeft betekend en nog altijd betekent in ons denken over kunst. Zo stuit je onwillekeurige op de figuur Friedrich Schiller, die – als we Safranski mogen geloven – meer nog dan Kant en Hegel de uitvinder is geweest van het Duitse idealisme. Kunst is het enige ideaal dat ons nog rest na de dood van God. Kunst geeft ons een goed gevoel, ook al weten we dat we de hoop op een hiernamaals moeten laten varen. In de volledige vrijheid van de kunst zou de mens – al spelend – een beter mens kunnen worden. ‘Durch die Schönheit wandert man zur Freiheit’, is een beroemde uitspraak van Schiller.

Dankzij de kunst zou het beslaan weer ‘heel’ kunnen worden. Geen moralistische kunst, maar pure vrijheid ook in de kunst. Zonder die vrijheid immers is de moraal niet mogelijk. Kant had de moraal een plicht genoemd, maar Schiller zag de moraal gloren als een soort bevalligheid, een gratie. Vooral in het spel van de kunst komt de vrijheid volledig tot zijn recht en zo zou uiteindelijk een betere wereld ontstaan. Schiller droomde zelfs van ‘een esthetische staat’, al realiseerde hij zich dat dit ideaal wellicht alleen in kleine kring gerealiseerd zou kunnen worden.

Zo biedt de kunst niet alleen een troost, maar ook een utopisch perspectief op de toekomst. Jaren geleden zag ik de televisieserie van Wim Kayzer Van de schoonheid en de troost. Een reeks van filosofen werden door Kayzer ondervraagd over dit thema, onder meer Martha Nussbaum, met wie velen in Nederland destijds voor het eerst kennis maakten. ‘Kunst als schoonheid en troost’ is een gedachte die we rechtstreeks geërfd hebben van de Romantiek. Zo bezien zou de kunst zelfs een doorstart kunnen zijn van de religie, maar dan met andere middelen.

Terwijl ik de laatste dagen mijn gedachten over dit thema opnieuw aan het ordenen was, werd mijn onderneming wreed verstoord door de zelfmoord van Joost Zwagerman. Juist Zwagerman geloofde als geen ander in de kunst als doorstart van de religie. Je zou hem een hedendaagse Friedrich Schiller kunnen noemen, al is dat wellicht wat te veel eer. In mijn blog van afgelopen donderdag heb ik de vragen nog eens op een rij gezet die zijn dood bij mij opriep. Zo schreef ik:

Sinds de dood van God zijn we overgeleverd op de esthetisering van het wereldbeeld en lijkt alle hoop gevestigd op de kunst. Maar kunnen we het daarmee redden? Is kunst in staat om het lijden te overstijgen in een sublieme ervaring? Kan de ziel van een mens overleven in een kunstwerk?  Kan het geloof in de kunst het christelijk geloof ook daadwerkelijk vervangen? Kan de kunst ons iets leren over de dood?

Dat zijn in wezen dezelfde vragen die in de tijd van de Romantiek kwamen bovendrijven. Schiller had al vroeg afscheid genomen van de christelijke, monotheïstische God, die in zijn ogen vooral een Joodse God was geweest. Het was de God die Mozes had ontleend aan de Egyptenaren. Daar had de farao Echnaton God gelijkgesteld met de natuur, zoals vele eeuwen later ook Spinoza dat zou doen. Maar dit had in Egypte tot grote onrust geleid. Een dergelijk godsbeeld sloeg de fundamenten weg onder het Egyptische staatsbestel met zijn zonnekoningen.

Mozes kwam tot de ontdekking dat Egyptische priesters hun leer voor hem geheim hadden gehouden. Hij had die leer toen overgenomen en als politiek instrument voor zijn volk gebruikt. Hij wilde zijn volk immers uit de  ballingschap in Egypte leiden. Mozes heeft toen een nieuwe God voor de Joden bedacht, een God waarin je moet geloven, en niet een God die je met het verstand kunt beredeneren. Het was een onpersoonlijke, boven-wereldse God die tegelijk toch iets persoonlijks had, want hij koos het Joodse volk als Zijn uitverkoren volk. Dat was de slimme streek van Mozes geweest, waardoor de monotheïstische God via de Joden uiteindelijk, via het christendom,  in Europa de overhand had kunnen nemen.

Schiller nam daar afstand van, want deze monotheïstische God was uiteindelijk de oorzaak geweest van het doorgeslagen proces van rationalisering in de westerse cultuur, dat uiteindelijk had geleid tot een ‘ontgoddelijking’ van de natuur. Dat is een wonderlijke conclusie, want deze monotheïstische God was tegelijk ook een ‘geloofsgod’, een ‘mysteriegod’, en dat leidde ertoe dat juist ook veel romantici zich uiteindelijk bekeerden tot het katholicisme.

Katholicisme wàs Romantiek, daar hielp geen lieve moeder aan. Joseph von Eichendorff heeft de hele Romantiek al eens willen verklaren vanuit het dominante motief van het protestante heimwee naar het katholicisme. En zelfs Nietzsche had in een van zijn brieven aan Lou Salomé verzucht: ‘Als men alles doorlopen heeft, waar moet men dan heen? Als alle combinatiemogelijkheden uitgeput zouden zijn, wat zou er nog volgen? Waarom? Zou men niet opnieuw bij het geloof moeten beginnen? Misschien bij het katholieke geloof?’ Dat schreef H.G. Schenk in De geest van de Romantiek (1966). De mens wordt – onbekommerd door de zwakheid van zijn geloof – onbewust door de katholieke vorm gegrepen.

Maar Schiller had geen heimwee naar het katholicisme. In diepste wezen verlangde hij terug naar het polytheïsme van de Grieken, naar die gouden tijd toen goden, natuur en mens nog nauw verbonden waren, in ieder geval dichter bij elkaar stonden. Kunst en poëzie zouden dat verbroken contact weer kunnen herstellen. Daarbij maakte Schiller onderscheid tussen ‘naïeve’ en ‘sentimentele’ kunst in een heel ander betekenis zoals wij die nu kennen. De Grieken hadden in feit naïeve poëzie en kunst gemaakt, omdat zij met hun creatieve talent anders stonden tegenover de natuur.

De ‘naïeve’ kunstenaar ervaart zijn eigen talent als een onlosmakelijk onderdeel van de natuur zelf. Zo bezien heeft deze naïeve vorm van creativiteit iets kinderlijks — zoals een kind dat speelt, wordt de naïeve kunstenaar geheel in beslag genomen door het object dat hem bezighoudt. Hij is zich niet bewust van zijn eigen subjectiviteit. Sterker nog, dat puur subjectieve lijkt volledig te zijn uitgeschakeld in het creatieve proces.

De naïeve kunstenaar is nog niet verdreven uit het paradijs van de onschuld. De romantische kunstenaar daarentegen kon die naïeve geestestoestand niet meer bereiken, want het paradijs zit voorgoed op slot. Maar hij kon zich wel een artistiek ideaalbeeld creëren en daarmee de verloren eenheid tussen de (goddelijke) natuur en de mens proberen te herstellen. In de schoonheid van de kunst herstelt zich ogenschijnlijk voor even de breuk die ons scheidt van het paradijs. Dat was het romantische ideaal van Schiller, dat voor menigeen nog altijd opgaat. Maar is dat niet te hoog gegrepen? Is dit niet bij uitstek de narcistische illusie van de Romantiek?

Kunst heeft geen antwoord op de dood, al zei Nietzsche dat we de kunst hebben uitgevonden om niet aan de waarheid te hoeven sterven. Ook voor Schiller kwam de ontnuchtering, want ook de schoonheid moet sterven. Uiteindelijk realiseerde hij zich, dat de kunst niet bij machte is om de dood en het lijden te overstijgen. Kunst is hooguit in staat om de menselijke ellende een heel klein beetje in te tomen. Alleen de schoonheid en de troost, dat is wat de kunst ons te bieden heeft. Een schrale troost, dat wel.

Auch das Schöne muß sterben! Das Menschen und Götter bezwinget,
Nicht die eherne Brust rührt es dem stygischen Zeus.

2 Reacties »

  1. Barack Obama

    12 september 2015 op 12:51

    The Final Conversation

    The Oval Office is in peace this morning. No advisors, all at home on a free Saturday.
    As I walked towards my desk I noticed a note in the middle of it. On it the phone number of our man in Leeuwarden.

    I sat down and dialled the number. “Goodmorning Mr President, how are you, did you sleep well?
    I smiled and answered: ” yes, thx, I slept wonderful. When I came home last night my advisors had cracked your little conspiracy tail and told me the full name of Wiersma.
    Obvious our man in Leeuwarden was very pleased to hear it. He sounded rather relieved. “Ah, Mr President, I am very happy to hear it, than I don’t have the answer the question Huub Mous raised two days a go. Besides he should have known, you can’t aspect a man who believes in God to answer a question when in the background the bells of thirty silver coins are ringing! But Mr President, if you don’t mind, I would like to give you some small advice.”
    Our man in Leeuwarden took me by surprise, but what could I answer, but yes?
    “Well Mr President, as soon as the shop’s are open in Washington I think it would be very wise to buy three novels. Mr President, I am very sorry but my friend the Dokkumer Ee is awaiting for me. I wish you a happy weekend.”

    He was gone.

    Thirty silvercoins?
    Three novels?
    Why should I buy three novels?

    I never bought a novel in my life before!

  2. how to win on roulette

    14 september 2015 op 22:19

    how to win on roulette

    huubmous.nl » Van de schoonheid en de troost

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)