Hoe spreek ik in het openbaar?

Slide111

Een spreker die het contact met zichzelf kwijt raakt, verliest het contact met zijn publiek. Dat is de belangrijkste les voor het spreken in het openbaar. Ik heb nooit op zo’n cursus gezeten, maar ik heb wel eens gedacht om zo’n cursus te gaan geven. Hoe vaak zie je iemand niet schutteren, als hij iets in het openbaar moet zeggen. Mensen die doorgaans geen enkele moeite hebben om zich verbaal uit te drukken staan opeens met hun mond vol tanden als ze op een spreekgestoelte staan. Ze lijken dan te worden bevangen door een panische angst en gaan dingen zeggen op een manier waarop ze dat anders nooit zouden doen.

Ik heb voor mijn werk altijd veel moeten spreken in het openbaar dus de praktijk is een harde leerschool geweest. Niet dat dit bij mij altijd van een leien dakje is gegaan. Vooral in de begintijd had ik er moeite mee. Zo kan ik me herinneren dat ik heel lang geleden een keer een speech moest voor een volle zaal met mensen. In het begin leek alles goed te gaan, maar toen hoorde ik opeens mezelf spreken. Ik stond er nog wel en ik sprak ook, maar het was of iemand anders de geluiden uit zijn mond liet gaan. Kennelijk was ik ten prooi gevallen aan het gevreesde dissociatieproces van de spreker in het openbaar. Zo heftig zelfs dat het langzaamaan zwart voor mijn ogen werd. Ik heb toen even een paar keer diep uitgeademd en toen ging het weer een beetje. Daarna heb ik nooit meer last gehad van dat soort kwalen. Zelfs les geven, waar ik vroeger als de dood voor was, ging me steeds beter af. Spreken in het openbaar is vooral contact houden met jezelf.

Dat is ook het enige wat er in feite toe doet. Ik heb er me eigenlijk ook nooit zo om bekommerd of mijn gehoor het wel interessant vond ik wat ik allemaal zei. Ik probeerde me voor die vraag zoveel mogelijk af te sluiten. Als ìk het interessant vind, dan ben je een rund als je daar anders over denkt, zo dacht ik altijd bij mezelf. Omgekeerd vond ik het een uitdaging om mensen stil te krijgen. Je moet ergens een snaar weten te raken, zodat mensen geboeid gaan luisteren. Een truc daarbij is om af en toe even een stilte te laten vallen. Stiltes verhogen de aandacht. Zo’n stilte moet je ook altijd net iets langer laten duren dan je gehoor verwacht. Op de rand van een pijnlijke stilte wordt de aandacht optimaal. Natuurlijk kent die regel zijn grens. Ik heb eens een spreker gezien die zowat een minuut stilte in acht nam, voordat hij met zijn betoog begon. Dat is natuurlijk wat overdreven, maar het werkte wel.

Het begin van je betoog is überhaupt heel belangrijk. Begin nooit meteen te spreken. Kijk altijd eerst even naar links en naar rechts, alsof je wilt checken of iedereen wel aanwezig is. Meestal wordt het dan vanzelf ook stil in de zaal. De mensen gaan denken, wanneer begint hij nou? En dan heb je ze te pakken en daar gaat het om. Pim Fortuyn heb ik eens horen zeggen dat hij als hij sprak altijd een klein wondertje wilde laten gebeuren. Er moest heel even een luikje open gaan in het hart van zijn toehoorders. Dat hoeft niet de hele tijd natuurlijk, maar heel even een magisch moment, dat is heel belangrijk. Dat lukt natuurlijk ook lang niet altijd. Het is ook het moeilijkste wat er is en je hebt er jarenlange ervaring voor nodig. Fortuyn was een begenadigd spreker. Voordat hij zich in de politiek stortte heeft hij er jarenlang zijn brood mee verdiend op symposia en congressen.

Spreken is toneelspelen terwijl je de mensen doet vergeten dat je toneel speelt. Eigenlijk is dat alleen mogelijk door niet te acteren, maar gewoon jezelf te zijn. Je moet jezelf spelen door zo dicht mogelijk bij je zelf te blijven. Want er is en blijft natuurlijk een groot verschil of je op een podium spreekt of in de gewone werkelijkheid. Een podium is een buitengewone situatie, daar kun je dus niet zomaar jezelf zijn. Je hebt de spanning nodig van de plankenkoorts. Die spanning moet omgesmeed worden tot een vibrerende energie die de zaal in bezit neemt. Dan kan het wonder gebeuren. Er zijn maar weinig mensen die zo’n charismatisch moment kunnen afdwingen. Paus Johannes Paulus II deed het een keer, toen hij sprak voor zaal met 20.000 jongeren in de The Madison Square Garden in New York. Hij stak ogenschijnlijk de draak met zijn publiek door minutenlang te blijven zwijgen en af en toe rare geluiden te maken. (zie: hier) Met stiltes kun je een zaal helemaal uit zijn dak laten gaan, maar dan moet de Heilige Geest wel neerdalen natuurlijk.

Ik heb altijd een diep respect gehad voor mensen die de kunst verstaan om een goede redevoering te houden. De belangrijkste voorwaarde voor een goed redenaar is charisma. Dat begrip is heel moeilijk te definiëren. Wij Nederlanders spreken wel van ‘uitstraling’, maar dat is eigenlijk een veel te zwak woord. Charisma grijpt dieper. Het duidt op een mengeling van gezag, aanwezigheid en een magnetische aantrekkingskracht. Een charismatische persoonlijkheid lijkt iets te hebben wat boven hemzelf uitstijgt. In vroeger tijden is wel gedacht dat het een geestelijke kracht was die van buitenaf in de persoon kon neerdalen. Iets demonisch dus, wat niet beslist goed, maar ook kwaadaardig kan zijn.

Hoe dan ook, een goed spreker lijkt te spreken ondanks hemzelf. Hij is begeesterd door iets anders. Iets dat hem ontstijgt en zijn woorden als vanzelf doen opkomen. Het publiek krijgt dan het gevoel, dat de spreker niet alléén spreekt, maar dat zijn stem uit het hart van iedereen voortkomt. Alsof er een gezamenlijke bron is aangeboord van waaruit het woord van de redenaar opwelt en de menigte overspoelt. Alleen de hele grote redenaars weten die hoogte te bereiken. Ze spreken dan bevlogen, in trance bijna, alsof een geest ze heeft meegenomen. Maar tegelijk weten ze precies wat ze doen. Ze kennen de juiste mix van charisma en retorica.

In de vorige eeuw zijn er eigenlijk maar twee hele grote redenaars geweest. Of beter gezegd één goede en één kwade: Martin Luther King en Adolf Hitler. Beiden verstonden de kunst om boven zich zelf uit te stijgen en een hele grote mensenmenigte compleet in vervoering te brengen. Ik zou heel graag eens een integrale redevoering van Hitler op film willen zien. In documentaires krijg je nooit meer dan een paar minuten voorgeschoteld. Waarom dat zo is, weet ik niet. Misschien is dat ergens internationaal vastgelegd, omdat men bang is dat de meeslepende kracht van Hitlers woorden opnieuw zijn duivelse werk zou gaan doen. Van Martin Luther King bestaan gelukkig wel complete redevoeringen die op film zijn vastgelegd.

Laatst vond ik op YouTube de volledige registratie van de beroemde redevoering die Martin Luther King hield op 28 augustus 1963, aan het einde van de zogeheten ‘Mars naar Washington’. Bij deze gelegenheid sprak King zijn beroemde woorden ‘I have a dream.’ Bij een programma als Zomergasten worden deze beelden vaak vertoond, maar alleen een paar minuten, meestal het slot. Het bijzondere is dat YouTube de integrale versie laat zien (17 min. 26 sec.). Dat is een lange zit, want eigenlijk is het grotendeels een hele saaie redevoering. King gebruikt aanvankelijk nogal wat gemeenplaatsen en weinig spannende metaforen (‘de ongedekte cheque van de rechtvaardigheid’). De avond tevoren had hij de rede integraal uitgeschreven en hij leest de tekst vrij schools voor. Het publiek reageert aanvankelijk wel, maar is niet wat je noemt begeesterd. Langzaamaan krijgt King dan wat meer vat op zijn gehoor.

Pas na 11 minuten en 38 seconden gebeurt er iets bijzonders. Dan laat King opeens zijn tekst op papier los en begint uit het hoofd, of beter gezegd ‘uit het hart’ vrijuit te spreken. Opeens gaat hij dan over in die prachtige herhaling van plaatsnamen, waardoor de rede een bijna Bijbels karakter krijgt:

‘Gaat terug naar Missisipi, gaat terug naar Alabama, gaat terug naar South Carolina, gaat terug naar Georgia, gaat terug naar Louisiana, gaat terug naar de achterbuurten en getto’s van de moderne steden, wetend dat op een of andere manier deze toestand zal en kan worden veranderd. Laten wij ons niet wentelen in het dal van de ellende.’

En dan (na 12 min. 21 sec.) komt zomaar – out of the blue – de zin met ‘I have a dream’. Als een wonder valt dan alles op zijn plaats. King trekt vervolgens alle retorische registers open in een reeks magistrale slotakkoorden. De woorden komen dan als vanzelf. Het publiek spreekt mee, beantwoordt de zinnen als ging het om een baptistische eredienst. De Heilige Geest lijkt neer te dalen boven de menigte. Het uitzonderlijke redenaarstalent van King stijgt dan uiteindelijk ver boven hemzelf uit.

3 Reacties »

  1. Wiersma

    16 juli 2015 op 01:05

    King: ” I have a dream”.
    Obama:” I have a drone!”

    Dat is zo ongeveer in het kort wat erin een paar decennia is veranderd.

    Verder schijnt het zo te zijn als dat ergens een popconcert is, en de zanger zegt iets in de geest van ‘Hello #plaatsnaam’ dat het applaus dan groter is dan na het spelen van hun grootste hit.

    De grootste deceptie is natuurlijk als een popzanger de verkeerde stads/plaats naam uitspreekt.

    Misschien valt mienskip wel in de category gezondheid en privacy: je mist het pas als het er niet meer is.

  2. Jeugdherinnering

    16 juli 2015 op 13:59

    Alleen al de vurigheid waarmee hij zich in de opeengepakte erehagen stort, de schrille verwachtingsvolle kreten die zijn weg door de menigte begeleiden en die het uitzonderlijke opgewonden, bedwelmende fluïdum in de zaal nog doen toenemen onthullen het seksuele karakter van de manifestatie…..

    ….. hoe hij zij vuisten voor zijn gezicht slaat en met gesloten ogen weer laat zakken alvorens met gestrekte wijsvinger en als in een roes de schuldigen en de verraders te benoemen om uiteindelijk stotend en met overslaande stem in de orgastische slotfase over te gaan….

    In dit beeld passen ook de foto’s die hem tonen na afloop hoe hij in de kleedkamer zit badend in het zweet, moe en met een lege blik….
    Post coitum triste

    Donderdag 16 juli Canvas: 22.20

  3. nand braam

    16 juli 2015 op 14:04

    “Een truc daarbij is om af en toe even een stilte te laten vallen. Stiltes verhogen de aandacht. Zo’n stilte moet je ook altijd net iets langer laten duren dan je gehoor verwacht.”

    Een andere truc is om een of twee keer tijdens zo’n redevoering opvallend een grote witte zakdoek uit je broekzak te halen en je voorhoofd nadrukkelijk af te vegen. Dat verhoogt de aandacht ook enorm. Professor van Melsen was een zeer goed redenaar die ik met succes zich van die truc zag bedienen. Meesterlijk.

    Wie was professor van Melsen?:

    http://www.ru.nl/exo/van_melsen_prijs/professor_van_melsen/

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)