Sade en de sadistische God

001ds409

Man Ray, Markies de Sade, 1938

Wat zijn de gevolgen als je – zoals Breton in zijn surrealistisch manifest heeft voorgeschreven – als schrijver of kunstenaar alles in je verbeelding toelaat om tot kunst te worden, zonder acht te slaan op ethische of esthetische belemmeringen. De surrealisten deden dat. Ze gingen de straat op om priesters te beledigen en om God is dood te roepen tijdens een kerkdienst. Een enkele keer echter bleek dat er ook grenzen waren aan de acte gratuite. Zo werd een surrealist eens hoogst persoonlijk door Breton op het matje geroepen, omdat hij als voorbeeld van een surrealistische daad de fooienpot van de cafébaas achter de bar had weggehaald en in zijn eigen zak had gestoken. Ook Breton zelf liep ooit tegen de grenzen aan van zijn zelf verklaarde surrealistische vrijheid. Zo stelt Albert Camus in zijn boek De mens in opstand dat Breton het in 1933 betreurd moet hebben, dat hij ooit had beweerd dat de eenvoudigste daad van een surrealist erin bestond om met een geladen revolver de straat op te gaan en die, zonder een speciale voorkeur leeg te schieten op de menigte.

Nazisme was niet zozeer de ultieme verwezenlijking van het surrealisme, als wel van de kunst. In haar essay Fascinating Facism (1974) stelt Susan Sontag dat het meest belangwekkende in de relatie tussen politiek en kunst onder het nazisme niet zozeer was dat kunst ondergeschikt zou zijn aan politieke behoeften, maar dat de politiek zich de retorica van de kunst toe-eigende, de kunst in zijn laat romantische fase. Anders gezegd, Hitler wilde met zijn Derde Rijk een subliem kunstwerk realiseren, net als Al Qaida trouwens met hun aanslagen van 9/11. Karl Heinz Stockhausen en Damien Hirst hebben kort na de aanslagen van 9/11 beweerd dat dit het meest sublieme kunstwerk was dat ooit is gerealiseerd. Ze gingen daarbij gemakshalve aan de Holocaust voorbij. Hitler heeft het allemaal al gedaan. Uit oogpunt van het sublieme is het nazisme niet te overtreffen.

eroticization-of-fascist-aesthetics-1-728

Terreur en Holocaust raken elkaar in een diep menselijk verlangen naar het sublieme karakter van de vernietiging. Shoah (שואה) betekent in het Hebreeuws letterlijk ‘vernietiging’. Je kunt je zelfs afvragen of het nazisme een uniek fenomeen was als het gaat om de drang naar vernietiging. Was deze drang niet ook eigen aan de moderne kunst? Was het heimwee naar vernietiging niet een rode draad in de moderniteit die op tal van plaatsen is terug te vinden? Het verlangen naar vernietiging is misschien wel de meest duistere en demonische drang die diep in de mens verscholen ligt, een drang die niet alleen verweven is met de wortels van de religie, maar ook met die van de esthetica. In dat opzicht is het oeuvre van Markies de Sade een teken aan de wand, omdat de vernietiging als religieus en esthetisch fenomeen hierin openlijk aan het licht komt. In zijn roman Justine (1797-1801) schrijft Sade:

‘De natuur … snelt haar einde tegemoet en bewijst degenen die haar bestuderen, 
dagelijks dat zij slechts schept om te vernietigen en dat vernietiging, haar voornaamste wet – want zij kan niets scheppen zonder te vernietigen – , haar veel meer 
behaagt dan voortplanting, die door een Griekse filosofische school met recht het 
voortbrengsel van moorden werd genoemd.’

Mario Praz citeert deze woorden in zijn boek Lust, dood en duivel in de literatuur van de Romantiek in het hoofdstuk ‘In het teken van de goddelijke Markies.’ Sade wordt hier als voorbeeld gesteld voor de zogeheten ‘Zwarte Romantiek’ toen het kwaad in aan ander licht kwam te staan. Het kwaad werd geësthetiseerd, net als het demonische. In de tijd van de Romantiek werd er veel over het demonische nagedacht. Het idee, dat elke kunstenaar, schrijver en dichter een gevecht zou moeten aangaan met zijn eigen demon, is tijdens de Romantiek ontstaan. Stefan Zweig schreef er een prachtig boek over Der Kampf mit der Demon. Goethe, Hölderlin en Nietzsche werden door Stefan Zweig behandeld als een soort testcase voor het demonische. Goethe overwon zijn demon, de anderen lieten zich erdoor overmeesteren. Het demonische grenst aan de het domein waanzin, dat evenals de cultus van het genie in Romantiek bijna ging samenvallen met het domein van de kunsten.

978-3-596-17500-0

Eigenlijk is het demonische een soort semi-religieus begrip dat na het na hel en verdoemenis in kunst en literatuur bleef voorbestaan. Zo verschoof de oorsprong van het demonische stilaan van de metafysische bovenwereld naar de spelonken van het onbewuste. Daar bleven de demonen als onbedwingbare kwelgeesten rondspoken als de verzonken restanten van een duistere wereld van gevallen engelen en boze geesten. De gedachte dat en dichter of kunstenaar in vervoering kan raken door een  duistere macht en daardoor als een doorgeefluik de stem van iets anders kan verwoorden, iets dat groter is dan hemzelf, kwam rond 1800 ook in de filosofie sterk naar voren. Schelling bijvoorbeeld   ging er van uit dat de ziel van de kunstenaar en de de natuur in een bepaalde geestestoestand volledig samen kunnen vallen. De natuur zag hij als een oerwil, waarvan de kunstenaar bijna een willoos voertuig is. De wereld werd zo een zichzelf producerend kunstwerk dat pas in het esthetische volledig geopenbaard wordt.

In het spoor van dit soort redeneringen kreeg de kunstenaar de faustische trekken die Goethe zo treffend beschreven heeft. De kunst werd een openbaring en daarmee de opvolger van de religie. Het religieuze werd het verborgene. In de loop van de negentiende eeuw werd het denken over de kunstenaar ook steeds meer bepaald door het onbewuste. Een grote kracht of spanning die van binnenuit komt zou bepalend zijn voor de inspiratie. Otto Rank, een leerling van Freud schetst in zijn boek Der künstler de kunstenaar als een licht pathologische figuur die de sterke neiging om eigen wil te verheerlijken. Elke kunstenaar zou volgens Rank de werkelijkheid naar eigen beeld willen hervormen. De ware kunstenaar streeft bovendien naar onsterfelijkheid. Dit doet hij door zich te vereenzelvigen met collectieve wil van cultuur. Als je zo over de artistieke creatie gaat denken dan is het demonische niet ver weg. Kunst wordt iets wat de geest in bezit neemt om zo een transcentrale waarheid te onthullen. Het sublieme werd in de Romantiek het onvoorstelbare, het kwaad, het demonische.

Untitlaaaaaaaaed

Terroristen hebben vaak iets demonisch. Ze kijken bezeten te zijn door een onbedwingbare hang naar vernietiging. In haar boek The Demon lover, the roots of terrorism (2002) ziet Robin Morgan het fenomeen terreur vooral als een zaak van mannen. De drang naar terreur en vernietiging zou samenhangen met een typisch mannelijke hang naar ‘het demonische’. ‘The terrorist is the logical incarnation of  patriarchal politics in a technological world. De demon lover, zoals zij de terrorist noemt, is als archetype al bekend uit de Bijbel. De demon lover wordt gedreven door moordlust en  de ‘thrill of fear’. Telkens weer ervaart hij een ‘orgasmic thrill in violant domination’. In feite is de terreurdaad superieur aan seks, vandaar ook dat de meeste terroristen ook een seksueel probleem hebben. Ook Hitler had dat. De enige onderdaan die hij niet onder controle had, zat tussen zijn benen, zo wordt wel eens beweerd.

Een duistere hang naar dood en vernietiging is eigen aan het demonische. Het demonische kan de kunstenaar in bezit nemen en hem, meevoeren naar de ondergang. Misschien zou ze zelfs kunnen stellen de moderne kunst is voortgekomen uit een drang tot vernietiging. Geweld en esthetica kruisen elkaar in het sublieme. In de vernietigende kracht die elk begrip te boven gaat komt de laatste as van de schoonheid boven. Het genotvolle afgrijzen, de fascinerende huivering voor het onbevattelijke. De Franse filosoof Alain Badiou komt er in zijn boek De twintigste eeuw zelfs rond vooruit. Onder de passie voor de werkelijkheid die de moderne kunst aan de dag legde ging een diep verlangen schuil naar terreur. Was de romantische kunst erop gericht was het oneindige in de eindige vorm van het kunstwerk te vangen en daarmee te bevriezen, de moderne kunst plaatste het eindige kunstwerk als een vernietigende daad terug in de tijd om daarmee het oneindige open te breken.

index

Het ideaal van de Romantiek lag in de omkering van de verticale as die de hemel verbond met de aarde. De oneindigheid van de hemel verscheen voortaan aan de horizon van de wereld zelf. Het kunstwerk werd een godenschemering, een op handen zijnde onthulling. Maar deze weerspiegeling van de oneindigheid in de eindige vorm het kunstwerk was slechts mogelijk op kosten van een soort veralgemeend christelijk geloof. De kunstenaar werd een priester in dienst van de mensheid als geheel. Aan hem werd de taak toebedeeld om breuken te dichten. De breuk tussen gevoel en verstand, tussen hemel en aarde, tussen het eindige en het oneindige.

Die religieuze kern heeft de moderne kunst keer op keer willen onttakelen, maar die onderneming is uiteindelijk niet gelukt. In het moderne kunstwerk werd geprobeerd de oneindigheid open te breken in de werkelijkheid zelf. Het kunstwerk diende zich aan als de presentie van een DAT, niet als een weerspiegeling van een WAT. En daarmee was de nivellering van het sublieme een feit. Het moderne kunstwerk wilde de werkelijkheid ook ‘daadwerkelijk’ veranderen, en zag zich daarmee geplaatst voor het probleem van de vernietiging dat eigen is aan het sublieme. Niet zozeer de vernietiging van de vorm, maar het vernietigen van elke drang tot weerspiegeling in de vorm.

In het moderne kunstwerk werd geprobeerd het oneindige te laten verschijnen als desincarnatie VAN de vorm, niet als een incarnatie IN de vorm. Zo voltrok zich uiteindelijk het drama van de gebroken spiegel dat uiteindelijk heeft geleid tot het inwisselbare spel met de scherven. Met het verlaten van de mimesis kwam de moderne kunst voor een dilemma te staan. Of zij moest zich verliezen in formaliteiten die zich geheel van de werkelijkheid los zongen. Of zij diende zich te verdrinken in een zee van banaliteiten die uiteindelijk niet meer van de werkelijkheid zelf te onderscheiden was. Tussen die twee uitersten bleek geen middenweg mogelijk. De poging om de werkelijkheid open te breken, was in feite een poging om boven de mens uit te stijgen. Moderne kunst was dan ook allesbehalve een humane kunst. Zij was eerder een onmenselijke kunst. Een kunst die het bovenmenselijke heeft willen dienen door een onmenselijke fascinatie voor de werkelijkheid zelf.

De beslissende breuk met de Romantiek is volgens Badiou nog steeds niet gerealiseerd. Ook niet in alles wat na de moderniteit zich als kunst heeft aangediend. De pseudo-religie bleef in het sublieme verschijnen van het formele kunstwerk voortbestaan. In de meest radicale ontmythologisering bleef het verlangen naar transcendentie in tact. Tegenwoordig klinkt alom de roep naar een meer menselijke kunst. De humaniteit is terug van weggeweest. Er wordt ook gepleit voor een troostende kunst, een kunst waarin wordt beweend wat mensen elkaar aan kunnen doen. In die roep klinkt meer door dan louter het heimwee naar de mimesis. Kunst zou weer op een humane wijze de mens zelf moeten bewaren, en anders wel de rechten van de mens. Alsof met de loutere formulering van rechten een humaan ideaal kan worden gediend.

Hoe het ook zij, kunst wordt tegenwoordig tot de orde geroepen. Kunst moet de lege plaats van de macht bewaken. Zij mag het oneindige niet meer laten verschijnen als een desincarnatie van de vorm, maar mag het verlangen naar oneindigheid ook niet opgeven. Tussen mimesis en het sublieme lijkt er geen weg meer te zijn die terug voert, laat staan een weg vooruit. In die spagaat zit de kunst van vandaag gevangen. Machteloos, verkrampt, maar vooral doodsbang, niet zozeer om zichzelf te herhalen, maar vooral om gehoor te geven aan een diep gevoeld heimwee naar vernietiging. Een drang die nog altijd – en misschien wel meer dan ooit tevoren – rondspookt in de kunst.

Markies de Sade heeft de natuur willen schenden, hij wilde de loop va de sterren stilzetten, de hemellichamen verwoesten en alles vernietigen wat de natuur ten dienste staat. Maar hij zag tegelijk in dat dit onmogelijk was. In Justine schrijft hij: ‘Het onvermogen om de natuur te krenken is volgens mij de grootse kwelling die de mens ondergaat.’ Maar als het kwaad het doel is van de natuur, zo concludeert Mario Praz dan is de ergste belediging die een sadist de natuur kan aandoen… het beoefenen van de deugd: ‘En het hoogste sadistische genot zou dan bestaan uit wroeging en boete; van Gilles de Rais tot Dostojevski heeft het kwaad altijd dezelfde baan geschreven.’

Daarmee is absurde cirkel van het sadisme rond: in het beoefenen van de deugd als wraak op de natuur. Zo bezien liggen de christelijke zelfverloochening en het sadisme van Sade dichter bij elkaar dan Sade ooit voor zichzelf heeft willen weten. Geen enkele zielstoestand, die de romancier tot zijn beschikking heeft, was voortaan door een taboe tot verboden gebied verklaard. Het kwaad werd niet langer de keerzijde van het goede, maar het volwaardig equivalent daarvan. Goed en kwaad werden natuurlijke modaliteiten van een basale oerdrang die in de natuur werkzaam is. En de mens was niets anders van een complexe manifestatie van die oerdrang die alles in beweging houdt. Daarmee keerde er na een eeuwenlange stagnatie in het christendom iets heidens terug in de cultuur. Het leven was het goed èn het kwaad. Dus ook God-  als hij al bestond – was het goed èn het kwaad.

Zoals het christendom gekenmerkt werd door de mateloosheid van de liefde, zo vond het sadisme zijn grond in de mateloosheid van de haat. Maar komt daarmee niet de keerzijde van God in beeld? Verheerlijkte Sade niet de gnostische god Abraxas? Dat zou de afgod zijn die Jung beschreven heeft in zijn Septem Semones ad Mortuos (Zeven preken tot de doden). Abraxas stond volgens Jung voor het oerlibido, maar ook voor  ‘de grote kosmische kracht achter elke god, de god die je ziet wanneer je de duivel [in god?] ziet.‘ (Tjeu van den Berk, In de ban van Jung, 2014) De gestalte van een God duikt telkens weer op, zelfs in zijn meest radicale ontkenning: de goddeloze God, de sadistische God. ‘Met elke wreedheid die Sade begaat,’ zo beweert Klossosowski, ‘levert hij zichzelf, zij het onbewust, een godsbewijs.’

Slide1

Er zit een vreemde cirkel in het radicale atheïsme van Sade. ‘Hoe zou de natuur zich eraan kunnen storen dat ze de mens zijn naaste ziet 
aandoen wat zij zelf dagelijks doet,’ zo vroeg Sade zich af. Waarom schiep God geen wereld zonder catastrofes, stervende sterren, botsende planeten, inslaande meteorieten, uitstervende diersoorten en voortwoekerende kankergezwellen die een mens een ondraaglijk lijden kunnen bezorgen? Was er geen wereld denkbaar geweest zonder de mogelijkheid van een Nero, Hitler, Saddam Hussein, Bin Laden of de koppensnellers van de Islamitische Staat? Als God zou bestaan, kan hij geen geweten hebben. Maar ook de natuur is amoreel en onverschillig. Sterker nog, er gebeuren de meest verschrikkelijke dingen alsof dat allemaal heel gewoon is.

Een halve eeuw na Sade beschreef Darwin op plastische wijze hoe een krekel wreed wordt opgevreten door een larve: ‘Men kan zien dat de krekel, diep gestoken, tevergeefs zijn voelsprieten beweegt, zijn lege kaken opent en sluit, en zelfs een poot beweegt, maar de larve is veilig en doorzoekt straffeloos zijn vitale delen. Wat een afschuwelijke nachtmerrie voor de verlamde krekel! ‘ Tja, zo is de natuur. Is het niet wonderbaar? Kom, we gaan er op uit! We hebben de geitenwollen sokken al aan. In zijn roman Juliette schrijft Sade:

‘Ik zeg tegen mijzelf: er is een God, een hand heeft geschapen wat ik zie, maar omwille van het kwaad. Hij schept alleen genoegen in het kwaad; het kwaad is zijn essentie; wat Gods hand ons laat doen, is noodzakelijk voor de volvoering van zijn plannen… Wat ik hier het kwaad noem, is waarschijnlijk een zeer groot goed voor het wezen dat mij op de wereld heeft neergezet… Het kwaad is noodzakelijk voor de perverse ordening van dit treurige universum. God is zeer wraakzuchtig, boosaardig, onrechtvaardig. De gevolgen van het kwaad duren
 eeuwig; uit het kwaad heeft hij de wereld geschapen, door het kwaad houdt hij
 haar in stand; voor het kwaad laat hij haar voortbestaan; van kwaad doordrongen 
moet het schepsel zijn leven leiden; in de schoot van het kwaad keert het terug na 
het aardse bestaan …’

2 Reacties »

  1. Wiersma

    28 april 2015 op 02:58

    Erg interessant onderwerp.

    Ik weet nog niet wat ik ervan moet vinden.
    En ja, ik kan me voorstellen dat surrealisten eens de ‘grens van alles’ hebben opgezocht. Gewoon omdat het kan en omdat de mens nu eenmaal nieuwsgierig is. Maar die nieuwsgierigheid heeft juist geleid tot een hoger bewustzijn, en zelfs, middels XX tussenstappen tot economische groei.

    No guts, no glory, zoiets.

    That ‘in the proces’ het kwaad ook werd uitgedaagd, kan ik me voorstellen, maar naar mijn mening hoeft dat niet.

    Als je wat doellooos door het leven gaat, kan ik me dat wel voorstellen. Want kwaad = macht = status.

    Mede daarom is elk dier ook uitgerust met wapens als klauwen, kaken, angels, vinnen, horens, vleugels, gif etc.

    De wapens van de huidige predators bij de mens zijn politiek, het woord, en de verspreiding via media – met name TV- geworden. Pure vorm van evolutie. Kwestie van wapens herkennen. Het woord, verspreid via media is (nog steeds) machtiger dan het zwaard of de nieuwste glossy JSF.

    Het herkénnen van de ‘moderne wapens’ is al een hele stap. De meeste mensen herkennen deze wapens totaal niet.

    Ik heb geloof ik al eens eerder gezegd dat bankiers en oligarchen de nieuwe kunstenaars zijn. Zijn ze dat? Ja en nee. Wat ze doen is geen kunst, maar ondertussen hebben ze wel de hele wereldbevolking in de greep. Is dat kunst? Ja.
    Geen kunstenaar die hier tegen op kan. In feite kan NIEMAND hier tegenop.

    Je kunt het ook anders bekijken. De traditionele kunst was bedoeld om mensen te verrijken. Of de kunstenaar er nou zelf beter van werd of niet. Dit principe is geheel omgedraaid door de niet- kunstenaars.

    De niet-kunstenaars hebben een truukje bedacht waardoor ze in eerste instantie puur aan zichzelf denken. En hun kunst is juist mensen verarmen. In ALLE opzichten.
    Hoe dommer, achterlijker en armer het volk, hoe beter.

    Hitler was hooguit een tussenvorm.
    Hitler wilde de ene kant (zijn kant) rijk en gezond en de andere kant ziek en arm. Of dood is ook best.

    De ‘nieuwe kunstenaars’ maakt het werkelijk geen flikker uit wie leeft of niet. Fascisme/Nazisme 2.0.

    Hun grens ligt niet bij Joden of wel/niet Ariers, hun grens ligt bij geld. Ben je géén miljonair?
    Dan moet je wel een sukkel zijn. Ga maar dood. Liever vandaag dan morgen. Wandelende strontfabrieken hebben we al genoeg, wegwezen opzouten, ga eens dood, schiet een sop sukkel. Hup, vort.

    Ik zeg niet voor niks: herken de psychopaten.
    En zijn zes lim? Ja hoor, ze zijn slim en hebben zo ongeveer 100 jaar de tijd gehad om hun plannetjes en ideetjes uit te werken.

    Er bestaan mensen die over langere tijd, meerdere generaties nadenken.

    U doet dat niet. U denkt hooguit na over de toekomst van uw kinderen. Daarna houdt het op.

    Maar wat als u multi-miljardair bent.
    Ga je dan niet nadenken over de kinderen van je kinderen van je kinderen van je kinderen? Geld is immers geen probleem.
    Of ovr BV aarde in zijn algemeen?

    Tuurlijk wel, zou ik ook doen.
    En dat doen zij dan ook.

    De aarde is overbevolkt, of wordt dat, in hun ogen.
    Wel, dat klopt dan weer niet, maar je hoort mij niet zeggen dat als je miljardair bent dat je dan ook intelligent bent.

    Maar, even als moment opname qua kwaad: ik denk dat kwaad qua mensen niet nodig is. In de natuur wel. Maar dan alleen voor sukkels die bijv naast een vulkaan wonen. Dat is vragen om moeilijkheden.

    De natuur MOET vernietigen om leven te creeeren/in stand te houden. Bosbranden zijn nodig, tsunami’s, aardverschuivingen, aardbevingen etc. Radioactiviteit en bliksem zijn er niet voor niks.

    Dus. De natuur/God, wat je wilt, offert ~ 5% of minder op om de soort in stand te houden.
    Wreed? Nee.

    Kwestie van goed kijken en interpreteren. Geen sadisme.
    Het KAN niet anders.

    ‘De auto heeft ooit het paard vervangen dus de auto heeft heel wat paarden vermoord’. Of geaborteert.
    Tja….

    Voor wie het wil zien: ALLES, maar dan ook echt alles, staat in het teken van (intelligent) leven. Toeval? Nee, wat mij betreft niet.
    Ook aan toeval zijn grenzen. Zie daarvoor kringlopen.

    Heeft God kwaad in de zin?
    Nee. Absoluut niet. God doet er alles aan om het ons naar de zin te maken, maar we zien zo slecht. De oude Egyptenaren deden dat al een héél stuk beter, hoewel die er ook keihard 100% naast zaten: het leven ontstsaat niet uit de cocon/mummie.
    Ja, bij de mestkever wel, maar bij de overleden mens niet.

    Oh, en kennen jullie dit verhaal?
    “The shimmering, reflective qualities of liquid mercury may have resembled “an underworld river, not that different from the river Styx,” Headrick said, “if only in the concept that it’s the entrance to the supernatural world and the entrance to the underworld.”

    http://www.theguardian.com/world/2015/apr/24/liquid-mercury-mexican-pyramid-teotihuacan

    Geweldig!

    Oh, en ik klikte per ongeluk een andere bookmark aan, maar ook erg leuk: (in kader wetenschap en kunst)

    http://www.boredpanda.com/geometry-symmetry-plants-nature/?fb_action_ids=823735787703331&fb_action_types=og.shares

    En is de natuur wreed? ehm, ja, af en toe wel ja.
    Dus wat ik zei: God offert af en toe op, het KAN niet anders, maar dat is niet bedoeld om te lijden of uit sadisme, maar om te leren.

    En Hitler? Hilter was een puppet van de oligarchen. Toen al.
    Zij die toegang wilden hebben tot een grote europese markt, de patenten op de natuur. De chemici, de pharma boys.

    Zij die (nu) nog steeds de wereldmarkt beheersen qua chemie en medicijnen. BASF, Bayer, Pfeizer, IG Farben, noem maar op. Doneren aan kanker onderzoek is derhalve doneren aan nazaten van fascisten en nazi’s.

    De waren sadisten heden ten dage zijn dit soort bedrijven.
    Hitler was slechts een mietje.
    Die hele tweede wereldoorlog is in feite nooit echt Hitlers oorlog geweest, maar die van de chemische, pharmaceutische, bancaire en olie industrie. Hitler was hooguit de scriptschrijver, dat was het.

    Een beetje afgestudeerde moeder mavo 4 student kan wel nagaan dat een groot europees rijk een onhaalbare zaak is.
    Europa is geen Amerika.
    Hitler was hooguit zo STOM (en zo stoned of drugged) dat ie dat dacht, maar laten we eerlijk zijn: een Ier is geen Pool en een Zweed geen Italiaan.

    Mienskip heeft zo -letterlijk- zijn grenzen.

    En dat zal nooit veranderen.

    Nou zo maar weer eens.

  2. Wiersma

    28 april 2015 op 04:15

    Ik was nog even wat aan het surfen en zo, kwam dit tegen.

    ‘Audi Has Made Diesel From Water And Carbon Dioxide’

    Oftewel: brandstof uit water en lucht.

    http://www.iflscience.com/chemistry/audi-make-diesel-water-and-carbon-dioxide

    Maar waarom dit posten?
    Wel. IG Farben had Hitler destijds wijsgemaakt dat je bommen uit lucht kunt maken. In dit geval vanuit stikstof.

    En kan dat? Ja.

    Samengevat.

    Zowel sadisme, vernietiging maar ook energie zijn ‘gewoon’ uit lucht te halen. Laat staan wat je uit water kunt halen.

    God heeft het zo bedacht: vernietiging is heling.
    Of heling is vernietiging. Als je het maar wilt zien.

    En voor wie verder wil kijken: is er ook een soort ‘regelaar’ die bepaald wat nou net vernietigd wordt en wat niet?

    Ja.

    En dat is nou het het briljante.
    Het is géén ongeleid proces.
    Het leven zelf is er om heen gebouwd. Om die ‘verborgen velden’ zeg maar.

    De mens kan- en mag, zélf aan de knoppen zitten van zijn heling of destructie.

    Die God, waar ik in principe niet eens in geloof, is fucking briljant.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)