Terug in de Indische buurt

Schermafbeelding 2015-04-22 om 15.52.01

Borneostraat 30-34, met rechts het Timorplein. Gezien vanaf de derde etage van de Technische school, Timorplein 21. ( Foto Beeldbank Stadsarchief Amsterdam)

‘Het is of onze jeugdherinneringen zorgvuldig in ons onderbewustzijn opgeborgen liggen als de waardepapieren in de kelders van een bankgebouw. Zij wachten daar rustig totdat een stoutmoedige bankrover hen uit hun isolement verlossen komt. Die bankrover is de ouderdom.’

Aldus schrijft Bertus Aafjes in het boek In de Nederlanden zingt de tijd (1976). Ik kocht het van de week voor 1 Euro bij de Estafette. Het is een prachtig boek dat voornamelijk gaat over jeugdherinneringen. Dicht bij, want ook Bertus Aafjes werd – net als ik – in Amsterdam Oost geboren. Hij op 12 mei 1914 in de Borneostraat 32 1-hoog in de Indische buurt. Ik op 1 december 1947 in de Johannes van der Waalsstaat (destijds nog Van der Waalsstraat) 33 in de Watergraafsmeer. Daar zit ruim 33 jaar tussen, maar we gingen de zelfde weg naar school. Ook Bertus Aafjes ging naar het Ignatiuscollege aan de Hobbemakade. Elke dag met lijn 3, net als ik. Maar daarvoor moest ik eerst nog wel drie haltes met lijn 9. Overstappen op de hoek van de Linnaeusstraat en de Wijttenbachstraat. Ik weet er alles van.

Bertus Aafjes liep vaak naar huis. Ook dat deed ik wel eens als ik in een poëtische bui was. De Borneostraat is niet de meest vrolijke straat om geboren te worden. In mijn herinnering was het een straat waar je niet dood gevonden wilde worden. Misschien is troosteloosheid wel de grondvoorwaarde voor het ontstaan van poëzie. In de herinnering wordt alles mooier dan het was. Je moet op de wereld zijn gekomen in werkelijkheid die nooit heeft bestaan. Eigenlijk heeft de Indische buurt nooit een goeie naam gehad. Nu nog niet. Er hing een grauwsluier over die huizen daar, vooral in die lange, smalle straten met hoge bebouwing, zoals de Balistraat en 1ste en 2de Atjehstraat.

Die straatnamen, daar werd je ook niet vrolijk van. Je zult geboren moeten worden op het Ambonplein of in de Surabajastraat. God bewaar me. Dan zou ik liever in de baarmoeder blijven. En toch, juist in de meest troosteloze buurten worden vaak dichterlijke geesten geboren. Toch is de echte malaise eigenlijk pas later begonnen. In de jaren tachtig werd de Indische buurt volledig gerenoveerd. De meeste huizen gingen tegen de vlakte. Bertus Aafjes schreef zijn boek in 1976, een jaar voordat ik uit Amsterdam wegging. Hij overleed op 22 april 1993, gisteren precies 22 jaar geleden. Over het verval van de Indische buurt schreef hij het volgende:

‘Wat ik wel zag ware de barsten die jaar na jaar in de huizen verschenen. Omdat de bouw van de huizen zo inferieur was vestigde zich daar ook een andere klasse: de arbeidersklasse. Toen op haar buurt de oude Indische buurt verouderde trokken veel middenstanders naar de Watergraafsmeer of elders en zonder nu direct te verpauperen kreeg de buurt in de ogen van de gemiddelde man langzaam maar zeker een veel lagere status die vandaag de dag haar vrucht afwerpt in een terreurgroep als de Hells Angels, die wonende in de Indische buurt, de stad onveilig maakt.’

Schermafbeelding 2015-04-22 om 21.24.55

Flevopark gezien naar het toegangshek. Rechts: de Joodse begraafplaats ( Foto: Beeldbank, Stadsarchief Amsterdam)

Even verderop lag het Flevopark, met daarvoor nog de Joodse begraafplaats met al die grafstenen die schots en scheef naar de hemel wezen. Troostelozer kon het niet. Daar in het Flevopark heb later nog wel eens, vlak na zonsopkomst – waarom weet ik niet – een hele vracht papier in het water gegooid, dagboeken, aantekeningen, teksten over mezelf. Ik schreef en ik schreef. Opeens was ik het zat. Dat weggooien van teksten was een ritueel dat ik mijn hele leven bij tijd en wijle heb herhaald. Weggooien. Bewaren heeft immers geen zin. Om niet, dat is het leven. Ook ben ik in dat park wel eens compleet uit mijn dak gegaan na een van de weinige keren dat ik echt stoned ben geweest na een nacht doorzakken met veel drank en marihuana. Ik raakte daar in hoger sferen samen met Fransje Klink. God hebbe zijn ziel. Ook Bertus Aafjes kwam wel eens op de Joodse begraafplaats. Hij schrijft:

‘Het meest geheimzinnige gebied tussen ons huis en de zee was het Joodse kerkhof, gelegen aan het zwarte weggetje – deze laatste benaming alleen al was geladen met betekenis van mogelijk dreiging. Op het kerkhof plukten wij bossen geurige vlier en keken verbaasd naar het onleesbare Hebreeuws en de Davidster op de verzakte ingevallen grafstenen. Eenmaal opende ik er de deur van een kleine houten schuur, die temidden van de wijdverspreide zerken lag, en bleef ademloos van schrik toekijken. Het schuurtje was geheel gevuld met schedels en beenderen, zij lagen er in zulk een overvloed, dat men er een meterslange dodendans van Dürer mee kon formeren. Voor het eerst drong het toen tot mij door dat dit alles ook in mij aanwezig was – schedels, botten en beenderen – en dat het slechts in mij sluimerde om eens te ontwaken als zaad dat weer ontkiemen zou bij de verrijzenis des vlezes.’

In januari j.l. ben ik met mijn dochter er nog eens door de Indische buurt gefietst. (zie: hier) Het zag er inmiddels weer een stuk beter uit. We fietsten door de Borneostraat, over het Javaplein naar de Molukkenstraat. Ik ben zelfs nog even wezen kijken bij de Gerardus Majella Kerk, waar Bertus Aafjes als kind naar de Mis ging. Ook ben daar wel eens ter kerke gegaan. In die rare neo-byzantijnse kerk met vreemde schilderingen op de muren boven het altaar. In de Molukkenstraat ging ik altijd naar de Openbare Bibliotheek. Daar leende ik mijn eerste boeken van Dostojevski en Camus.

Schermafbeelding 2015-04-22 om 20.56.15

Celebesstraat, met op de achtergrond het Muiderpoortstation (Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam)

Vaak droom ik nog van de Indische buurt. Vannacht nog zelfs. Ik liep door de Celebesstraat in Amsterdam, dicht bij het Muiderpoortstation. Opeens realiseerde ik mij dat ik achtervolgd werd. Ik besloot niet om te kijken. Uit de vage geluiden kon ik opmaken, dat het gezelschap met de dronken B. besloten had om niet aan boord te gaan. Ik liep door langs de spoordijk die hier een flauwe bocht maakte. Langzaam kwam een trein voorbij. Ik zag mensen achter de ramen zitten, allemaal verdiept in hun Iphone, Smartphone, BlackBerry of wat er nog meer van dat spul op de markt is tegenwoordig. Ze waren met kettingen aan elkaar vastgebonden, alsof het ging om een stel zware criminelen dat op proefverlof was. Zat ik maar weer in die trein, dacht ik. Dan was alles duidelijk. Dan wist waar ik naar toe ging en waar ik vandaan kwam. Maar tegelijk realiseerde ik mij dit onmogelijk was, een gepasseerd station zogezegd.

O God, laat mijn ziel zich zo ver als mogelijk openen naar de volheid van het mysterie, maar laat het mysterie zich niet vernauwen om in de krochten van mijn brein te passen. Het geluid achter me verstomde. Leo Horn kwam mij tegemoet met een wedstrijdbal onder zijn arm. Ik groette hem en wij raakten in gesprek over de Koptische teksten die ruim honderd jaar geleden in Egypte gevonden waren en nu bewaard worden op de Egyptologische afdeling van een Museum in Berlijn. En naarmate onze conversatie een hoger niveau bereikte, bleven we klimmen, innerlijker denkend en sprekend over de Europacupfinale van 1962 in het Olympisch Stadion, met Puskás, Di Stéfano en natuurlijk Eusébio. De mooiste finale die ooit is gespeeld en nota bene geleid werd door onze eigen Leo Horn, de makelaar in textiel met een winkel in de Jodenbreestraat of wat daar nog van over was.

Ik bewonderde zijn flamboyante stijl van fluiten, zo liet ik hem weten, autoritair en toch met veel gevoel voor de wedstrijd. En zo kwamen wij, Leo en ik, op een nog hoger niveau en overstegen dat, om het buitenaardse spel te bereiken waar zelfs de voetbewegingen van Messi en Maradonna bij in de schaduw vielen en wij bereikten Brazilië, het land de onuitputtelijke overvloed, het carnaval met de schuddende buiken en billen, waar ook het voetbal al sinds mensenheugenis het hoogst denkbare niveau heeft bereikt, voortgestuwd door de ritmische bewegingen op het strand van Rio, bewegingen waar wij stijve Europeanen geen weet van hebben. Het land waar alle schijnbewegingen geschapen worden, ook de dingen die geweest zijn en die zullen zijn, terwijl zij zelf niet worden, maar zo zijn als zij geweest zijn en zo zullen zijn tot in lengte van dagen.

En terwijl wij praatten en naar dat hoogstaande spel van de bal haakten, gaf hij mij een stomp in de buik en wij slaakten een zucht, lieten de bal achter en keerden terug naar dit aardse tranendal, waar de zon noch de dood zich recht in de ogen laten kijken. Ik zag Leo Horn wegwandelen naar het Muiderpoortstation en opeens liep ik langs de vloedlijn van het strand in Rio waar ik stuitte op een jerrycan. Er bleek wijn in te zitten die ooit water was geweest. Hier spreekt de Logos, zo dacht ik bij mezelf. Of was het toch weer de Mythos? Misschien had mijn droom wel ongemerkt een punt bereikt waarop zich een vorm van antinomisch postfundamentalisme begon te ontwikkelen. Hoe dan ook, ik had het gevoel dat niets nog heilig was, zelfs niet deze jerrycan die toch overduidelijk van een wonder getuigde.

Er zijn mensen die water zien branden. Anderen zien de zon in een gele vlek op een schilderij van Vincent van Gogh. Ik zie niets, maar vind wel in mijn droom een jerrycan met wijn, goede wijn nog wel, uit 1950, een heilig jaar, ja zeker, en zomaar aangespoeld op het strand van Rio de Janeiro. ‘O Rio mio! O Dio mio!’ (2 x schudden met de goddelijke billen). Als je dit punt in je dromen eenmaal hebt bereikt, dan kan zelfs het wreedste en meest kwaadaardige gedrag worden gezien als een positief goed.

Ook in de grootste zonde is dan nog een zweem van vroomheid te ontdekken. In elk geval maakte deze ontdekking voor mij duidelijk dat als mensen eenmaal afscheid van de religie hebben genomen, van de versleten symbolen van het christendom, zij niet zelden een koers inslaan die staat voor een nederlaag van de verbeelding. Des te belangrijker is dat wij leren te aanvaarden wat er schuil gaat achter deze diepe wanhoop en dat wij begrijpen dat aan de religieuze ervaring maar al te vaak eigenschappen worden toegeschreven die in hun uiterste consequentie weldra tot een zondige logica kunnen worden doorgedreven, waardoor de levende deugd in zijn tegendeel wordt gekeerd.

Dit ongetwijfeld belangrijke aspect van de religie zou ons gezonde verstand kunnen verblinden. Alsof de maximale codering van het erotische vuur om dezelfde reden als de verblinding door de zon of de mogelijkheid van de dood zou kunnen leiden tot de deze vergoddelijking van het eigene. Gods volle aanwezigheid kan echter door geen ruimte, geen tijdvorm, geen woord, geen getal, nee door geen enkel concept in deze onvolmaakte wereld worden gevat. Hij is een wezen dat ons aan alle kanten omringt en doordringt, zoiets als een oceaan, een naar alle kanten tot in het onmetelijke enkel maar grenzeloze zee, en alsof dan die zee een spons in zich had.

Dit gezegd hebbende, volgt nu het slot van mijn droom. Een wonderlijk slot, omdat ik er nog steeds geen raad mee weet. Als een slot zonder slot, een open einde zogezegd. Op de terugweg van een bijeenkomst, waarvan ik niet meer weet wie daar aanwezig waren, laat staan waartoe deze bijeenkomst eigenlijk diende, voelde ik een sleutel ik mijn broekzak zitten. Het was de sleutel van een gevangeniscel. Hoe was hij daar gekomen? vroeg ik mij af. Had ik hem misschien per abuis mee naar huis genomen? Maar zo’n sleutel laat je niet slingeren. En dan, wat moet ik er mee? Ik zit niet in de gevangenis. Niemand in mijn kennissenkring die daar iets mee heeft, noch als veroordeelde noch als cipier. Kennelijk had iemand deze sleutel in mijn zak gestopt. Misschien ook was de sleutel al in onbruik op het moment dat hij in mijn bezit kwam. Waarom vind je anders een gevangenissleutel in je eigen broekzak, een sleutel waarvan je niet eens weet op welk slot hij ooit heeft gepast?

aafjesindex

Ook Bertus Aafjes keerde in 1976 – hij was inmiddels 62, vijf jaar jonger dan ik nu –terug naar de Indische buurt. Hij wilde het nog wel eens zien allemaal. En bovendien, zijn moeder woonde er nog in het ouderlijk huis in de Borneostraat. Ze was inmiddels al in de negentig. Hij vierde daar Oud en Nieuw en herinnerde zich een oud gebruik uit zijn jeugd, toen iedereen op de veranda’s met pannendeksels kabaal maakte om de geest van het ouwe jaar te verdrijven. Het werd een desillusie. Aafjes schrijft hierover het volgende:

‘Ook dit jaar sloeg ik als een waanzinnige de deksels tegen elkaar, maar tot mijn diepe ontgoocheling, ja schrik, bemerkte ik dat er zich geen levend wezen in de tuinen en op de veranda’s bevond. Achter de gesloten verandadeuren van de lege veranda’s waren slechts blauwe schijnsels zichtbaar, waarin grillige televisiefiguren zich rond de jaarwisseling bewogen. Alleen verweg klonk geluid van vuurwerk, op straat en open plein. Ik sloeg de deksels steeds uitzinniger tegen elkander alsof ik een leemte in de tijd moest vullen. Maar even plotseling als de bezieling gekomen was sijpelde zij in mij weg en ik voelde mij als een wazige halve eeuw die verstreken was. Eerst de volgende dag hoorde ik dat ik zo hard met de deksels tegen elkaar geslagen had, dat zij niet meer op de pannen pasten.’

7 Reacties »

  1. Wiersma

    23 april 2015 op 02:14

    Ik doe maar even een vrije interpretatie over de gevangenis en de sleutel.

    Voor wie het wil zien: Nederland wordt meer en meer een compleet achterlijk land. Een soort van kansloze bananenrepubliek.

    Er lijkt geen ontsnappen aan. Of je het nu hebt over de economische crisis, de EU, de euro, dalende huizenprijzen, werkloosheid, TTIP, verdampende pensioenen en zorg, graaiende bankiers, zorggraaiers, privatisering van wat dan ook, toenemende armoede, ‘global warming’, GMO’s, afschaffing melkkwota, plastic soup, NOS/MSM media propaganda en demonisering tav Rusland, ISIS, MH17 doofpot van Rutte, de oorlogstaal van Timmerfrans en de EU.
    En uiteraard nog de immense toename van zorgkosten, kansenpareltjes en dobbernegers.

    Oh. En had ik ook al gezegd dat Nederlanders steeds dommer worden? Het staat nu zelfs in de Azijnbode, kejjenagaan.

    “Domheid en onfatsoen zijn eerder regel dan uitzondering. Om dat tegen te gaan is meer cultuureducatie nodig. Dat betoogt Mathieu Weggeman, lid van de Raad voor Cultuur. ”

    http://www.volkskrant.nl/media/nederland-wordt-steeds-dommer~a3303281/

    Uiteraard zij gevangenis en sleutel virtueel, het zijn meer metaforen. Maar aan bovenstaande lijkt niet te ontkomen, dus in weze houden ze je gevangen.

    Maar… je hebt een sleutel. Ondanks dat de situatie hopeloos lijkt, ligt de sleutel bij jezelf.

    Dat is dan ook waarom ik steeds (tot vervelens toe, ik begrijp het) herhaal: stem niet op een politieke partij. Wees tegen de EU. Geloof niet in die fake Global Warming.
    Zeg je abonnement op kranten en lame stream TV op.
    Geef niets aan ‘meer onderzoek naar kanker’.
    Kijk liefst helemaal geen ‘nieuws’ meer op TV.

    De eerste stap naar vrijheid is: Free your brain. Daar komt het ongeveer op neer. Mindcontrol werkt namelijk echt. Sublinimaal wordt je op zijn minst een moraal opgedrongen.

    En om met J Cruijff te spreken: ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’.
    Of met Loesje: verwar de mening van de meerderheid niet met de waarheid.
    Of: luister niet naar wat ze zeggen, maar kijk wat ze doen.

    En nee: kijken naar wat ze zeggen helpt niet 🙂

    En wat je ook kunt doen is: steun onsgeld.nu
    Het financiele stelsel is namelijk behoorlijk verrot.
    Voor wie dat nog (steeds) niet doorhad.

    En in het kader bijna 4-5 mei: kap met die Amerikanen alleen als helden te zien, want het waren in eerste instantie Amerikanen die Hitler steunden. Al dan niet met kapitaal, (Opa Bush, ja die ja), olie door Rockefeller (Roggenfelder, Standard Oil) en uiteraard Rotschildt met zijn BIS bank in Zurich die gestolen goud en gouden tanden en kiezen van Joden omzette in kapitaal om Hitler zijn oorlog uit te vechten.

    Die soldaten waren wel ok, maar de Amerikaanse macht was zo mogelijk nog fouter dan Hitler. En er is nu heden ten dage NIETS veranderd, want na de oorlog werden fascistische wetenschappers opgenomen in the US. Alwaar velen te werk kwamen in de oorlogsindustrie, atoombom programma’s en de pharma industrie.

    Begint u het grote plaatje een beetje te zien?
    Ik zeg niet voor niks: geef geen geld aan ‘meer onderzoek voor kanker’ want je wordt keihard in je bek uitgelachen.

    Het is namelijk helemaal de bedoeling niet dat kanker wordt opgelost. Behalve voor de happy few, en daar hoort u helaas niet bij.

    Die ‘gevangenis’ kan ook betekenen dat je langzaam wakker wordt. Het vermoeden krijgt dat er ‘ergens iets niet klopt’. Alleen weet je nog niet wat. Je krijgt er niet echt een vinger achter.

    Overigens. Ik heb geloof ik al eens gezegd: doe tegen 2018 een eigen munt uit brengen. Geldig tot maart 2019 of zo. En uiteindelijk weer inwisselbaar.
    En of: begin (wederom) een Friesland Bank. Een soort van crowdfunding/investeringsbank. Statistisch gezien zit er bij friezen iets van 12 miljard aan -min of meer slapend- kapitaal waar nu niets mee gebeurd. Levert ook geen rente op.

    Ik geeft toe: beetje woest en ongefundeerd idee, maar ik zie/lees/hoor toch steeds meer dingen dat mensen het heft weer meer zelf in handen gaan nemen. Zoals broodfondsen en zo… dus dat beroepsgroepen hun eigen verzekeringen gaan opzetten, dat soort dingen.

    Anders gezegd: er zijn steeds meer mensen die het vertrouwen in het systeem (de ‘gevangenis’) kwijt zijn geraakt en zelf oplossingen (de sleutel) bedenken.

    Zowiezo zou je kunnen concluderen dat die hele globalisering en schaalvergroting (euro en EU bijv) een rampzalig experiment zijn.
    Niet voor die paar graaiers weliswaar, maar wel voor de 500 miljoen EU burgers.

    Verdeel en heers. Hoe haal je de sport uit het spel?
    Door voetballers extreme salarissen te geven.
    Hetzelfde geldt voor privatiseringen etc.
    Daardoor ontstaan monopolies (zoals de euro en EU) met alle gevolgen van dien.

    De sport is uit het spel.
    Aan KH2018 om de sport weer in het spel te brengen.
    Dat is in feite waar Mienskip op neer komt.

    Afijn. Tot zover deze vrije interpretatie. Ik kan het hélemaal mis hebben.

  2. Cees Andriesse

    23 april 2015 op 12:02

    De nacht van 22 op 23 april (waarin Huub zegt van de Indische buurt in Amsterdam gedroomd te hebben en met een mysterie geconfronteerd werd dat zich vernauwen moest om in de krochten van zijn brein te passen) is bij mij sereen verlopen, zonder mysteries die ik me herinner.

    Dit mag het verschil karakteriseren tussen hem, groot kenner van de beeldende kunst en van het ontoonbare (transcendente) dat daarin vertoond wordt, en mij, eeuwige student van de fysieke werkelijkheid die niets meer zegt te weten als hij geen begrijpelijke structuren ziet.

    Van alles wat hij en ik gisteren besproken hebben, is me het meeste bij gebleven dat de mystieke ervaringen die Teresa van Avila gehad zou hebben bijzonder goed gestructureerd zijn, en dat die structuur te maken kan hebben met een afwijking in haar epileptisch ondermijnde brein.

    Heb ik dat goed begrepen, Huub? En heb ik ook goed begrepen dat ik er niet de conclusie aan moet verbinden dat het mystieke en überhaupt ideeën over het transcendente een biologisch-functionele oorsprong hebben. Voor iemand die onder de indruk is van de argumentatie en sterke suggesties (geen logica) in het indrukwekkende boek van Edward Wilson “Consilience” ligt die conclusie echter wel voor de hand.

    Ik heb ons gesprek trouwens zeer op prijs gesteld en heb in de trein terug naar Arnhem met genoegen en verbazing over je grote belezenheid je boekje “Adieu / a Dieu” doorgelezen.

  3. Huub Mous

    23 april 2015 op 12:52

    Beste Cees, dank voor je vriendelijke woorden. Ons gesprek gisteren heeft mij aan het denken gezet over de grenzen tussen de logica en de mystiek. Wat Teresa van Avila betreft. De mystieke ervaringen die zij beschrijft hebben een terugkerende structuur als het gaat om de ontwikkeling in fasen en de onuitdrukbaarheid in taal van de uiteindelijke ervaring van eenwording ( de ‘unio mystica’). Die terugkerende structuur is ook bij andere mystici – in uiteenlopende religies en culturen – te herkennen. Wat de relatie tussen epilepsie en mystieke ervaring betreft nog het volgende. Er is in het algemeen sprake van een een relatie, maar ik zou niet durven zeggen of dat in het specifieke geval van Teresa van Avila ook het geval is geweest. Als het waar is dat de mystieke ervaring samenhangt met uitzonderlijke elektrochemische toestanden in het brein – en ik neem graag aan dat dit het geval is – dan zegt dat volgens mij nog niets over de inhoud van de mystieke ervaring, laat staan over een verminderde waarde ervan.

  4. Jelle Breuker

    23 april 2015 op 17:47

    Mous en Andriesse kiezen ervoor hun gespreksthema – de onuitdrukbaarheid in taal – te publiceren. Het onderwerp lijkt zich te concentreren op de mystieke ervaringen van Teresa van Avila. Zonder voorbeelden -al was het slechts een – blijven thema en ervaringen abstracties en ik verzoek de beide mannen met een beroep op de openbaarheid van Mous’ weblog de geïnteresseerde leek die ik ben, te proberen wijzer te maken. Waarvoor nu al veel dank.
    Wiersma vraag ik het zelfde, maar dan omtrent het L-water. Wat is L-water? Had ik het kunnen weten of heeft Wiersma het nooit begrijpelijk scheikundig of anderszins uitgelegd? Ook hem wil ik hartelijk dankzeggen.

  5. Cees Andriesse

    23 april 2015 op 21:38

    Antwoord aan Jelle Breuker: het gesprek van Huub Mous met mij ging over de stelling die ik in het laatste hoofdstuk van “Het verborgen veld” heb toegelicht en, volgens mij, ook met succes verdedigd heb.

    Ze luidt: (zie blz 149) “We zouden er veel mee gewonnen hebben als we ook zonder ingewikkelde redeneringen begrijpen konden dat kunst en de natuurkunde samenhangen, ja, in wezen een zijn.”

    Mocht u dit boek willen kopen, dan vrees ik het laatste exemplaar dat bij de boekwinkel van Van der Velde (aan de Nieuwstad te Leeuwarden) in voorraad was gister voor een vriend aldaar gekocht te hebben.

    Mijn toelichting was bedoeld om een kunstkenner als Mous ervan te overtuigen hoe zinnig het is om de grens van het ontoonbare te markeren met de grens die Wittgenstein heeft aangegeven: “Wovon man nicht spreken kann, daruber muss mann schweigen” (zie bladzijde 152 in de uitgave van diens “Tractatus logico-philosophicus” die door Hermans bezorgd en vertaald is).

    Op blz 181 van mijn eigen “Verborgen veld” hamer ik er op hoe belangrijk die grens is voor de wiskunde en de exacte wetenschap (al is Wittgenstein in de “Philosophische Untersuchungen” van zijn oude dag heel wat minder strikt), en ik heb met Mous willen nagaan hoe serieus die grens door kunstenaars en kunstkenners genomen wordt.

    Mijn vraag was: wat laat beeldende kunst nu eigenlijk van de wereld zien? Meer dan het directe of het triviale van een foto. Dat begrijp ik ook wel. Maar wat? Mous heeft me toen verteld over gevoelswerelden en visioenen, dat wil zeggen over zaken die geen functie lijken te hebben en surrealistisch of “hoger” zijn.

    Als hij op uw vraag wil reageren, dan zal hij het wel beter formuleren. Zo hebben we het over de mystieke kennis gehad die mensen beweren gehad te hebben, over Teresa van Avila bijvoorbeeld, en ook over het feit dat zelfs deze kennis een structuur heeft. Maar we hebben het ook over de gevoelsmatige, intuïtieve wiskunde van Luitzen Brouwer gehad en over de grens van Wittgenstein die daarin overschreden wordt.

    In dit verband raad ik u aan het door mij genoemde boekje van Huub Mous te lezen (hij heeft het volgens mij zelf uitgegeven, het is van 2002), met de titel “Adieu / a Dieu – Over denkbeeldige werelden en de ondenkbaarheid van God”. Het gaat over nieuwe vindplaatsen van het transcendente.

  6. Wiersma

    24 april 2015 op 02:50

    @ Jelle Breuker: grappig, u bent de eerste die gewoon eens VRAAGT wat is L water? Soms leidt domweg vragen gewoon tot een antwoord he?

    Maar in dit geval nog even niet. Totdat ik weet hoe ik er mee om wil/moet gaan. Wordt zeker vervolgd, alleen nu even niet.
    Heeft ook te maken met het feit dat het een religieuze waarde heeft gekregen door heilig water.

    Misschien is het derhalve zelfs beter dat het altijd een mysterie blijft. Geloof is immers al 50% van de heling.
    Maar wie gelooft nou een gewone burger?
    Het brein is geprogrammeerd om autoriteit te geloven, en niet zo maar een of andere langs vliegende burger.

    Wederom om de pot pissend zou je kunnen zeggen dat L water ook een ‘verborgen veld’ is. Nu heb ik het boek van de heer Andriesse niet gelezen, maar waar het op neer komt is dat L water een soort van derivaat is van kosmische energie.

    Ik heb het immers ook wel eens over de grote gemeenschappelijke deler als het op leven aankomt. L water is ‘slechts’ een afgeleide van veel grotere krachten. Ik heb het ook vaak over kringlopen. Als je al deze krachten en energieen op die manier bekijkt kun je maar één conclusie trekken: het leven is bedoeld, en is géén toeval.

    En met ‘geen toeval’ bedoel ik dus ook echt 100% geen toeval.
    Voor de twijfelaars: 100 miljoenmiljard procent géén toeval!

    Maar wie of wat heeft dat dan bedacht dat het leven geen ‘schitterend ongeluk’ is? De in principe levenloze natuur, of toch nog weer een grotere kracht daarachter?

    Leven op zich was NIET mogelijk, noch ontstaan zonder L water. Alleen was de hoeveelheid in de oertijd veel groter.

    L water is energie en geneesmiddel tegelijk. Wel, geneesmethode eigenlijk.
    Ik durf het nog sterker te stellen: leven op zich heeft zich gevormd om L water. Het immuunsysteem maakt gebruik van de techniek van L water om zich te verdedigen tegen allerhande pathogenen en ziekten.

    Doet de medische industrie hier iets mee?
    Nee tuurlijk niet. Dat druist zwaar tegen hun businessmodel in.

    Overigens nog wat. Ik heb heus zelf L water niet uitgevonden. Dat hadden anderen 100 jaar geleden al. Uiteraard zijn die kallt gesteld.
    Zoals Rife en op ander gebied Tesla.
    Zo is (alle) hennep bijvoorbeeld gedemoniseerd vanwege staal belangen van bankiers. (auto’s, spoorwegen, treinen etc) Ford wilde auto’s van hennepvezel, rijdend op biodiesel van hennep.
    100 jaar geleden dus al he?

    Dus schakelden ze Hollywood in om een film te maken waarin iemand die hennep gerookt had een halve stad uitmoordde, en ondertussen wilde het leger niemand die wiet rookte want die hadden helemaal geen zin om iemand anders dood te maken.

    Dus ja. Zo bizar is het.

    Maar ook hennep, in alle vormen, kun je zien als een gift from God.
    Doen we daar iets mee? Welnee. Ja, demoniseren ja. In de 17de eeuw maakten we daar zeilen van en touw. Voor de VOC. Hennep heeft dus een immense bijdrage geleverd aan de welvaart van NL.
    Want probeer maar eens te zeilen zonder zeil of touw.
    Schiet niet echt op dan he?

    Ik dat opzicht zou je gerust kunnen stellen: we leven allang in de Matrix.

    @ Cees Andriesse:

    “We zouden er veel mee gewonnen hebben als we ook zonder ingewikkelde redeneringen begrijpen konden dat kunst en de natuurkunde samenhangen, ja, in wezen een zijn.”

    Ben ik wel met u eens.
    Kijk naar de ‘gewone’ wis/meetkunde, fractals, Fibonacci reeksen etc.
    Wat dat betreft zou KH2018 ook best kunnen inzetten op wetenschap en kunst.

    Naast overigens, ook het op zijn MINST eens overwégen van soort van eigen geld/tijdelijke munt/bank. Immers. Ook economie, werkgelegenheid, welvaart zijn immers ‘maar’ derivaten van… GELD.

    ‘Economische impuls’ is in feite slap Orwelliaans voor ‘meer geld’!

    Stel: Friesland zou schathemeltje rijk zijn. Zou er zich dan iemand druk maken over economie? Of werkgelegenheid? Haha, welnee.

    Ik vermoed zelfs dat meer mensen ook kunst gingen maken. Gewoon omdat ze er het geld en tijd voor hebben. Of vanwege zelfontplooing.

    Gebrek aan geld kan wel 15 punten- of meer op je IQ schelen.
    Dus: focus op overleven ipv zelfontplooing of kunst.
    Niet bekend is wat een overvloed aan geld teweeg kan brengen mbt IQ. Dat hangt sterk van de persoon af denk ik.

    Overigens een aardig verhaal over wat een een ‘economische impuls’ teweeg kan brengen.
    Pink Floyd.

    Die hadden een rijke tante. Die hebben ze wijsgemaakt dat ze hun geld moest geven om dure en exotische instrumenten te kopen. Dat heeft ze gedaan.
    Het resultaat is bekend: Pink Floyd werd een wereldband en de investering heeft zich wellicht duizend dubbel terug betaald.

    Maar ook als je gewoon kijkt naar een muziek instrument: dat is toch gewoon natuur en natuurkunde wat gebruikt wordt om kunst mee te maken?

    Ik bedoel maar.
    Ik weet niet of dat van dat lenen hier instaat, maar hoe dan ook is deze docu ALLE moeite waard om te bekijken.
    Pink Floyd – Live at Pompeii, directors cut.

    https://www.itstream.tv/play/MTA4OTQ=

    En anders hebben we immers Nigel Stanford nog.
    In korte tijd toch al meer dan 6 miljoen keer bekeken dus ja…
    CYMATICS: Science Vs. Music

    Wat ik er onbedoeld ook mee wil zeggen is: je moet zorgen dat geld bij mensen terechtkomt. Voor je het weet gaan ze daar hele maffe dingen mee doen die uiteindelijk veel méér geld opleveren.

    En ja. 95% geeft het alleen maar uit aan onzin. Aan een nieuwe auto bijvoorbeeld. Het gaat om die 5% die dat geld wél gebruikt voor zelfontplooiing. Dat zijn de nieuwe ondernemers. Of kunstenaars, of wetenschappers, wat je wilt.
    En zéér gedreven.

  7. Wiersma

    24 april 2015 op 03:12

    Overigens nog een swat.

    Vandaag (gisteren) in het nieuws.

    Zie je het? Valt je iets op?

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)