Overal in de lucht is de adelaar thuis

Slide1

In 2005 heb ik dag lang rondgelopen op de Architectuur Biënnale in Rotterdam die dat jaar is gewijd aan het thema De Zondvloed. Het leek opeens of de hele wereld zich bewust was geworden van het gevaar van de waterproblematiek. De stijgende zeespiegel door klimaatsveranderingen, het toenemende smeltwater van rivieren en het dalende bodempeil van de polders zal vooral in Nederland in de komende decennia tot grote problemen gaan leiden. Deze problemen kunnen ook een uitdaging zijn, als architectuur, stedenbouw, landschapsarchitectuur en planologie hier adequaat en creatief op in weten te spelen. De Biënnale liet een vlootschouw zien van plannen die inhaken op vooruitlopen op de naderende zondvloed, niet alleen in Nederland maar elders in de wereld. Dat leverde utopische beelden op van de steden en huizen, die op onverwachte manier een verbintenis aangaan met het water. Je zag zeewiersteden, sponswijken, luchthavens op zee en drijvende huizen.

Ook het verleden kwam ruimschoots aan bod. Zo waren er talrijke maquettes te zien van Nederlandse watersteden zoals Amsterdam, Enkhuizen, Naarden, Boertange en ook Friese watersteden zoals Sloten en Sneek. Daarnaast was er een overzicht in grote maquettes van de polders die Nederland kent. Er zijn er zo’n 4000. De dertig belangrijkste werden uitgelicht mat gigantische maquettes, die schuin overeind stonden, zodat je goed de verschillen kon zien tussen de tijd waarin de polder werd aangelegd en het heden. Zo kon je vergelijkingen maken tussen de principes van polderaanleg tussen de oudste Polder Mastenbroek in de veertiende eeuw en de Lauwersee uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Maar ook met de Wieringermeer (1925-1935), de Noordoostpolder (1935-1955) Oostelijk Flevoland (1955-70), de Zoetermeerse Meerpolder (1614-1616), de Zuidlandpolder (1818-1938) , de Prins Alexanderpoder (1865-1874), de Haarlemmermeerpolder (1840-1852) en de Beemster (1608-1612). Met passer en liniaal is door de eeuwen heen gewerkt aan een kunstmatig landschap van rechte lijnen en rechte hoeken. Zo is Nederland geconstrueerd door ingenieurs op een wijze zoals Spinoza zijn Ethica schreef: ‘De more geometrico demonstrata’. De geometrie werd niet alleen als onderlegger voor de landaanwinning gebruikt maar ook voor het denken in het algemeen. Die onderlegger lag in bodem zelf. De strakke horizon werd een meetlat voor het gevoel.

In de catalogus van de tentoonstelling De Zondvloed werd Aldous Huxley geciteerd die omstreeks 1920 per automobiel een reis door Nederland maakte. Hij schrijft dan: ‘Een reis door Nederland is een reis door de eerste boeken van Euclides. Op een land dat het ideale platte vlak van geometrieboeken is, zijn de wegen en kanalen de kortste afstanden tussen twee punten. In de eindeloze polders snijden de dijkwegen de weerkaatsende sloten in rechte hoeken, en netwerk van volmaakt evenwijdige lijnen. Aan de horizon zwaait een rij molens hun armen als dansers bij een geometrisch ballet. Onafwendbaar leiden de wetten van het perspectief de lange wegen en het glanzende water naar een vaag verdwijnpunt’. Huxley, die ook Friesland bezocht, zag zelfs in een boerderij een geometrische constructie: ‘Wat past die volmaakt in het geometrische systeem! Op een tot op een derde van zijn hoogte afgesneden kubus is een uitgerekte piramide geplaatst. Dat is het huis. Een boombeplanting als de vijf van een dobbelsteen staat eromheen. (…) Geometrie vraagt om geometrie; met een gevoel voor esthetische kenmerken die je niet hoog genoeg kan schatten, hebben de Nederlanders gevolg gegeven aan de roep van het landschap en hebben zij het platte vlak van hun landschap bezaaid met kubussen en piramiden.’ Heerlijk landschap! Ik ken geen enkel landschap waar het geestelijk opbeurender is om in rond te reizen. Geen wonder dat Descartes aan Nederland de voorkeur gaf boven elke andere omgeving. Het is het paradijs voor de rationalist.’

Het is tegenwoordig niet meer ‘bon ton’ om te spreken over zoiets troebels als volksaard of volksziel. Toch hebben deze woorden van Huxley mij aan het denken gezet. Ze deden me het verhaal herinneren, dat ik ooit van een Duitser hoorde, die beweerde dat – telkens als hij boven Nederland vloog op weg naar Schiphol en uit het raampje beneden de geometrische vlakken in het landschap zag – hij aan Mondriaan moest denken. Ook kwamen woorden bij mij in herinnering van mijn leermeester professor Hans Jaffé,die ooit een boek schreef over de kunst van De Stijl en ronduit stelde: ‘De geografische structuur van Nederland heeft bij het Nederlandse volk hoedanigheden ontwikkeld, die ook in Mondriaans kunst een belangrijke rol hebben gespeeld: precisie, abstracte berekening en mathematische discipline.’ Als dit allemaal waar is, wat betekent dit dan voor de literatuur en poëzie? Is er ook een geometrische onderlegger aan te duiden die van invloed is geweest op de Nederlandse of Friese letteren? Anders gezegd: wat is de poëtica van de ruimte?

Bij het begin van de tentoonstelling zag ik de grote zaal met poldermaquettes. Een van de eerste maquette was van de Watergraafsmeer, ingepolderd tussen 1628 en 1629 als het meest klassieke polderontwerper wellicht van Nederland, zo besefte ik opeens, zoals Sloten de meest klassieke waterstad is. De ideale stad en de ideale polder. De een in Friesland, de ander aan de rand van Amsterdam. Voor het ontwerpen van de Watergraafsmeer heeft de ingenieur de taart van het nieuwe polderland met een kruis in vier parten verdeeld. Simpeler kan het niet. De verticale lijn werd de Kruislaan, de horizontale de Middenweg. Ik zag buitenhoven in de zeventiende eeuw, het Rechthuis, de Ringdijk, de laan die Vreede Rust heette, waar nu nog een boerderij naar is genoemd. Ik zag de bebouwing in verschillende kaarten dichtgroeien. Een Berlage-achtig plan uit 1907 dat ik nooit eerder had gezien. En dan de bebouwing uit de jaren twintig en dertig. Ik zag mijn geboortehuis opeens van de grond komen, de bovenwoning waar ik op 1 december 1947 het levenslicht zag. Ik zag de sportvelden langs aan het eind van de Radioweg, het Ajaxstadion. Ik zag de plattegrond van Betondorp en ik voelde me als een roofvogel die hoog boven de wereld vloog en opeens toegang had tot alle uithoeken van ruimte en tijd.

Slide1

 Watergraafsmeer & Sloten

‘Overal in de lucht is de adelaar thuis. Op de hele aarde heeft de nobele mens zijn vaderland.’ Die woorden van Euripides lijken op de huid van de moderne mens geschreven. De hele aarde is onze woonplaats. We zijn kosmopoliet geworden in de tijden van Verlichting en moderniteit. Maar is dat ook zo? Het heimwee naar de geboortegrond blijft een mensenleven lang bestaan. Bloed en bodem blijven ons denken beheersen ondanks alle vooruitgang. Het negentiende-eeuwse nationalisme is nooit verdwenen, maar bloeit overal in Europa. Hoe meer globalisering, hoe meer chauvinisme en etnische waan. Een mens zal nooit een adelaar worden. In de kosmos of de gehele aarde voelt niemand zich thuis. In onze diepste gedachten verlaten we nooit de geboortegrond. Sterker nog, we verlaten nooit echt de baarmoeder die in het verdere leven uiteraard groter wordt, andere vormen en andere proporties aanneemt, maar in wezen dezelfde trekken behoudt.

Onze dagelijkse behuizing is de metamorfose van de baarmoederlijke beschermkring. We wonen in een hut, iglo, huis, of – zoals in Friesland – in een mienskip, een ‘iepen mienskip’ sinds kort. Dat was al zo in primitieve tijden en dat is nog altijd zo. Onze voorouders koesterden hun vuurplaatsen, hun plaggenhutten en de taal waarin zijn woonden. Sinds de natuurmens in steden is gaan wonen, sloop een gevoel van ontheemding binnen in het moderne levensgevoel. De mensen voelden zich belaagd door een ontzielde, kille, stedelijke  buitenruimte. Ze gingen muren bouwen om hun stad te beschermen, verdedigingstorens om de buitenwacht te imponeren en af te schrikken. Stedenbouw is een vorm van ontworteling. In een stedelijke cultuur moet de ruimtelijkheid van de binnenwereld opnieuw worden geformatteerd. Zo ontstaat het semi-bezieling van het huis, het cocoonen in de schijnwereld van het private. De moderne stadsmens heeft een nieuwe ‘sferologie’ nodig, zoals Sloterdijk heeft beweerd. We hebben klimaatmakers nodig, sfeerverspreiders en niet in de laatste plaats goede kunstenaars en architecten, want die zijn onze sfeermakers bij uitstek. Zij zijn de  klimaatvormers van de moderne stadscultuur en geven ons bestaan een woonplaats en een naam.

130-200-crop-12816257193232    “Blokken van steen en kou, kookhoek en nachtkwartier, klaar voor gekruidenier, kanker en huwelijkstrouw”, zo dichtte Gerard den Brabander al in de jaren vijftig. De moderne leegte van stedenbouwkundige ‘stempelplannen’ en betonnen torenflats werd stilaan als onherbergzaam of zelfs als ziekmakend ervaren. Er ontstond nieuw woord: ‘flatneurose’. Van verschillende zijden werd in deze periode de kwaliteit van onze woonomgeving dan ook aan een kritische waardering onderworpen. De patiënt, zo stelde de criticus Cor Blok werd steevast in de Alexanderpolder of de Bijlmermeer gesitueerd. Van de kunstenaar werd een genezend vermogen verwacht. Deze individuele schepper van collectieve betekenis werd gepromoveerd tot ‘psychiater in algemene dienst’.

Het spookbeeld van grauwe buitenwijken doemde ook in Friesland op, bijvoorbeeld in de het stedenbouwkundig plan voor wijk Bilgaard in Leeuwarden dat ontwikkeld was door het befaamde architectenbureau Van den Broek en Bakema dat naam gemaakt had bij de wederopbouw van Rotterdam. Zij kregen in 1958 de opdracht van het gemeentebestuur en hun plan had een idealistische opzet van het gemeenschapsleven in wooneenheden met een terugkerend patroon, waarbij veel ruimte werd opengelaten voor parkachtige groenvoorzieningen. Na de oorlog keerde de structuur van de woonwijk, die van oudsher was ingedeeld door straten die gesloten woonblokken vormden, zich om naar een patroon van vrijstaande bouwmassa’s die in een lege ruimte waren geplaatst volgens een terugkerend raster dat een eigen wooneenheid vormde binnen de wijk.

Daarbij werd in Bilgaard de hoogbouw doelbewust afgewisseld met verschillende typen van laagbouw van etagewoningen en eengezinswoningen. Zo ontstond wat De Broek en Bakema noemden: ‘het wonen boven, tegen en onder de bomen,’ waarbij een nieuwe vorm van gemeenschapsvorming werd beoogd. Het stedenbouwkundig plan van Bilgaard was gericht op ‘mienskip’, al werd het in die tijd nog niet zo genoemd, en zeker ook niet zo door iedereen als zodanig ervaren. De daadwerkelijke bouw van Bilgaard vond zijn beslag tussen 1964 en 1975, maar al in 1964 kwamen de eerste kritische geluiden los. Een van de bestuursleden van de Vrouwenadviescommissie die bij de bouw betrokken was gaf te kennen dat ‘de wijk onmenselijk was’ en in de toekomst tot grote problemen zou leiden. Dat waren profetische woorden want die problemen zouden zich in de jaren nadien nog volop gaan aandienen.

Achteraf is er vaak gediscussieerd of het fiasco van dit soort nieuwe woonwijken te wijten was aan de vele compromissen die de architecten moesten sluiten om tot een optimaal aantal woningen te komen, het eenzijdige toewijzingsbeleid waardoor gettovorming in de hand werd gewerkt, of aan de stedenbouwkundig en architectonische kwaliteit van de wijk zelf. Hoe dan ook, de monotone galerijwoningen wekten bij menigeen al vroeg weerstanden op, ondanks alle goede bedoelingen van de architecten. Abe Bonnema die in Bilgaard tekende voor het ontwerp van de eengezinswoningen, de woningen voor sociale verhuur en de iets grotere premiewoningen, had een optimaal resultaat voor ogen gehad. ‘Bij het tekenen van het ontwerp ben ik uitgegaan van een zo groot mogelijk woonplezier, ‘ liet hij in 1968 optekenen in de Leeuwarder Courant.

Slide13

Op 28 april 1965 overleed de schrijver Ferdinand Bordewijk op tachtigjarige leeftijd. Aan zijn dood werd alom veel aandacht besteed. De stem van de oude architect die – opgesloten in zijn reservaat – nog eenmaal tekeer mocht gaan tegen de moderne steden, die opgebouwd waren als blokkendozen, leek voorgoed gesmoord. Het was of met zijn dood een tijdperk werd de afgesloten, de tijd van de machine met zijn ‘machinestijl’ van rechte lijnen, vierkanten, rechthoeken en blokken. De aanvaarding van de machine en de daarop afgestemde vormgeving in toegepaste kunst en architectuur ontwikkelde zich in de twintigste eeuw via figuren als Otto Wagner, Alfred Loos. Frank Loyd Wright, Sullivan en Henry van de Velde. Na de oprichting van de Werkbund is 1907 ontstonden begrippen ‘Sachlichkeit’ en ‘Machinestil’. Deze functionalistische vormgeving vond zijn bekroning in het Bauhaus, waar volgens Pevsner ‘de stijl van de eeuw’ werd gecreëerd die zijn wortels had in de kunst van ingenieurs wier ‘stijlloze’ bruggen en utilitaire gebouwen in de negentiende eeuw hadden bijgedragen aan het overwinnen van stijlhistoricisme en het gebrek aan een eigen stijl.

Het modernisme kwam met Dé Stijl: de machinestijl. Bordewijk had als geen ander de strijd aangebonden met de uitwassen van deze machinestijl. In een necrologie die twee dagen na zijn dood in de Leeuwarder Courant verscheen werden zijn verdiensten breed uitgemeten: ‘Bordewijks werken getuigen vooral van twee objecten, waarvoor hij zich steeds zeer in het bijzonder zelf interesseerde: steden en mensen. Hij was een kind van de stad en in de mens zeer geïnteresseerd man.‘ In die twee zinnen leek een spanningsveld verwoord dat in de jaren daarna zich steeds nadrukkelijker zou gaan manifesteren, ook en misschien wel bij uitstek in Friesland met zijn onmetelijke horizon. Het was een spanning tussen de moderne ruimte en de mens. De utopie van de ruimte had zijn beste tijd gehad. De moderne ruimte werd steeds meer als een leegte ervaren.

1 Reactie »

  1. Wiersma

    28 februari 2015 op 06:16

    Haha, grappig verhaal.

    Waarom grappig?

    Wel, het wordt grappig als je het uit oogpunt van uit evolutie en natuur bekijkt.

    Wat die Nederlanders ooit gedaan hebben -met die rechtlijnigheid in het landschap – is namelijk vanuit evolutionair oogpunt gezien volkomen correct.

    Waarom?
    Evolutie streeft langer leven na met zo weinig mogelijk energie verspilling. En dus de vraag: HOE leef je langer/beter met zo weinig moeite en uitbreiding van je leefgebied?

    Dat is voor een vlak leefgebied domweg: vergroot het en doe het met zo weinig mogelijk moeite. En dat is dan precies wat die Hollanders gedaan hebben.

    Rechte lijnen in de afwatering. Waarom? Rechte sloten/kanalen ‘slijten’ het minst, vergen dus minder onderhoud=minder energie. Nog afgezien van de extra kosten van bochten, slingeringen etc.

    En meer doen met minder energie wordt hier ook wel eens vertaalt als ‘economische groei’. Daar kom ik later op terug, want hier zit een enorme glitch in.

    In bergachtige gebieden kijkt men wel uit om de natuur te dwingen ‘rechtlijnig’ te zijn, want de natuur wint op de lange termijn toch altijd. De zwaartekracht is namelijk sterker dan welke rots(wand) dan ook. Het kan lang goed gaan, maar dan ineens: overstroming en dan was afgezien alle moeite -en kosten- achteraf helemaal voor niks.

    Dus in vlak land is rechtlijnigheid goed, want economisch voordeel, in bergachtig gebied is rechtlijnig doen/denken zelfmoord.

    Hoe doet de natuur dit? Want nu komt iets leuks. Op microschaal doet de natuur namelijk super rechtlijnig denken. Denk aan kristallen, atomen, moleculen. Kristallen zijn vaak het sterkst omdat ze – drie dimensinaal- rechtlijnig zijn in vormen als driehoeken, vierkanten, hexagons etc. Het is maar net wat er qua STAPELING verwacht wordt.

    Maar nu komt het: de natuur zou het ‘sterkst’ zijn als de aarde rond zou zijn maar verder het oppervlak plat. En DAT is nou juist wat de natuur NIET doet? Want er zijn bergen en dalen, en je zou immers verachten dat de natuur -of evolutie- het meest rendabele nastreeft.

    En dat doet het dus juist niet!

    Maar waarom dan niet!
    Omdat juist IMPERFECTIE leven is. En ‘economische groei’ bestaat bij de gratie van IMPERFECTIE.

    Juist door imperfectie ontstaat chaos en het is nou juist die chaos die het leven ‘leven’ maakt.
    Het is juist die imperfectie die ‘economische groei’ , of beter gezegd, welvaart genereren.

    Andersom geredeneerd. Evolutie gaat immers uit van met zo weinig energie zo veel mogelijk doen. Dat zou betekenen dat de aarde vlak zou zijn, maar tevens dat er geen energie vloeit.

    Economische groei. Wat zou anno nu het meest perfecte model zijn van economische groei?
    Dat robots alle taken zouden overnemen. Robots werken 24 uur per dag zonder zeuren, worden niet moe, klagen niet, hoeven geen loon, ze slijten hooguit een beetje, maar dan vervang je een onderdeel en als ze al obsolete zijn dan kun je ze gewoon recyclen.
    Dus in feite is de mens zelf al compleet obsolete. Je kan ze zelfs niet eens recyclen, hooguit als mest.
    De mens? Zwaar achterhaald economisch business model.

    In feite is de mens al uitgestorven, alleen weet ie dat zelf nog niet.

    Maar dan. WAAROM doet de natuur/evolutie zoveel chaos creeeren?
    Toeval?
    Wel. Wat denkt u zelf. Nee, dat is GEEN toeval.
    Die chaos is nodig om IMPERFECTIE in stand te houden en die IMPERFECTIE is nou net die heilige graal die nou net niet alleen leven mogelijk maakt maar het ook in stand houdt!

    Voorbeeld. Stel dat Doutzen de ultieme perfectie zou zijn.
    Wel. Tenzij ze de komende jaren geen 2 miljard baby’s kan baren, we are lost. We nemen dus kennelijk genoegen met vrouwen die geen miljoen per jaar verdienen, er niet perfect uitzien etc.
    (en dames: voor u geldt ongetwijfeld hetzelfde maar dan omgekeerd 🙂

    Stel dat kankercellen evolutionair/economisch perfect zouden zijn.
    Again, we would be lost. They would kill us all, so there are no more enemy’s for them.

    Stel dat er geen ‘regelmechanisme’ is voor CO2 in relatie tot global warming: we would be lost. The earth would heat up to thousands of degrees C. Infinite loop, till it crashes and explodes.

    En ga zo maar door.
    De ‘grap’ is dus dat de natuur/evolutie zichzelf in feite tegenspreekt. Dus in sommige gevallen is het zéér strict, onverwoestbaar, zoals de kristalstructuur van diamant, de driehoeks verhouding in pyramides of boerderijen, in andere gevallen lijkt het maar wat te doen, zoals natuurrampen genereren of lelijke mannen met mooie vrouwen laten trouwen of andersom.

    Maar als je die visie nou weer eens vertaald naar de economie of naar kh2018.

    Ons wordt geleerd dat ‘perfectie’ idd perfect is.
    Maar zowel Thomas Piketty als Robert Reich tonen in feite aan dat het omgekeerde het geval is. Het is juist IMPERFECTIE die heel veel mensen ‘een economische impuls’ geven.

    En het is juist die imperfectie die leven de moeite waard maken, en de ‘drive for life’ genereren. Er MOET streven zijn, maar in werkelijkheid wordt dat natuurlijk nooit behaald, want dan zou letterlijk de motor stil komen te staan.

    Hoeveel mensen plegen geen zelfmoord die alles lijken te hebben?
    Economisch/evolutionair gezien perfect, maar de motor viel stil.

    De grap anno nu is eigenlijk dat de mens voor een bizar tegenstrijdig probleem komt te staan. Om dingen béter te doen moet je ze eigenlijk -economisch gezien- SLECHTER doen.

    Er zijn grenzen aan economische groei namelijk.
    Maar er zijn ook grenzen aan evolutionaire groei, TENZIJ je verhuisd naar een andere planteen met andere voorwaarden.

    Want slechter/imperfecter, leidt domweg tot meer biodiversiteit.
    Stel dat iedereen wolf is of snoek. Nou, ook de snoek of wolf zou snel zijn uitgestorven. Er MOET strijd zijn en dus imperfectie.

    Er MOET ook biodiversiteit zijn, want stel, meteoriet inslag en alle leven op land sterft uit. Wel, alle leven in zee zal NIET uitsterven, dus biodiversiteit en imperfectie zijn een BACK-UP plan.

    Oftewel: Je kunt eigenlijk maar één conclusie trekken: ALLES wat op aarde en omstreken gebeurd is bedoeld voor LEVEN.
    ALLES! We (h)erkennen misschien niet altijd de patronen, kringlopen en mechanismen en energieen hiervan.

    Soort van conclusie.
    Het huidige systeem is gebaseerd op perfectie van – met name -economische groei. In feite is die volkomen tegennatuurlijk.
    De natuur laat in ALLES zien dat het zo niet werkt.
    JUIST bio-diversiteit leidt tot leven, en niet monocultuur.

    Derhalve zou je je ook moeten afvragen: als je dat vertaald naar cultuur: is mienskip nou juist monocultuur, we zijn/denken/doen allemaal hetzelfde want dat genereert ‘herkenning’?

    En ‘herkenning’ betekent geen gevaar dus kost geen energie?
    En iets wat geen energie kost betekent evolutionair voordeel?

    Maar stel dat we allemaal aardappels zouden zijn. We zijn het allemaal met elkaar eens: we zijn een aardappel. We LOVE klei!
    Denk je nou echt dat op een gegeven moment er niet een aardappel op het idee komt van: ik ben veel liever appel! Laat dat ‘aard’ maar weg!

    Of nou ja, doe dat maar als voornaam: Aart. (oude spelling)

    (James Bond modus on:)
    And who are you? “Appel. Aart Appel. For friends ‘Bintje'”.

    Even samengevat dan maar: in een vlak land zijn rechte lijnen een evolutionair voordeel. Kost minder energie in aanleg en tevens in onderhoud. Is dat een deel van je cultuur? Ja, want het is deel van je DNA. Van ieders DNA in feite.

    Tevens geven rechte lijnen RICHTING aan. Dat kan in bergen niet, daar geeft de stroom van de rivier of gletsjer (de zwaartekracht) de richting aan.

    En misschien, héél misschien, is dit wel een van de hoofdredenen waarom/waarop het hele EU systeem mede vastloopt.

    Ze proberen 2D denkers (platlanders) met 3D denkers (berglanders) te laten combineren, hetzelfde te laten denken en hetzelfde te laten nastreven.

    Dat KAN dus niet, never ever nooit niet!

    Peuter een berglander maar eens aan het verstand dat ie rechte lijnen en patronen moet volgen voor ‘evolutionair voordeel’ en peuter een platlander maar eens aan zijn verstand dat ie bergen en dalen moet volgen voor ‘het juiste pad van evolutionair voordeel’.

    Anders gezegd: vlak land of bergland zijn twee TOTAAL andere ‘talen’. Niet zozeer in taal zelf, maar in sort of biodiversiteit.

    Wat Huxley misschien gezien/verbaasd heeft in NL/Frl, is de ontdekking van een ‘andere taal’. Het is/was geen gesproken taal, het is een beeldtaal. Een andere vorm van evolutie.

    En in het kader van evolutie?
    Het is ZELDEN slim om met de wolven mee te huilen, want je bent alsnog slaaf. Ze laten je in leven omdat je even geen gevaar bent, maar als ze echt honger hebben vreten ze je toch alsnog op.
    Beter is je eigen evolutie in eigen hand te nemen.

    En evolutie betekent: fuck you all!
    We doen het zelf wel. Maar dan oars!

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)