Echo’s van een laatste God

Slide1

‘Op elk moment vroeg ik me af wat ik kon zijn in de ogen van God. Nu wist ik het antwoord. God ziet me niet. God hoort me niet. God kende me niet. Zie die leegte op onze gezichten? Dat is God. Zie je die kier in de deur? Dat is God. Zie je dat gat in de grond? Dat is weer God. De stilte, dat is God. God is de eenzaamheid van de mensen.’

Jean Paul Sartre, De duivel en God, 1951

Volgens Jung verloren de religies in de moderne tijd langzamerhand hun duivelse en kwade goden. God werd goed en ook de natuur werd goddelijk en goed, waarna God uiteindelijk geheel in de natuur verdween. In laatste instantie is de modern goddeloosheid een product van de Romantiek, de periode in de geschiedenis toen de verticale ruimte-as tussen God en wereld zich omkeerde in de horizontale tijd-as van het heimwee naar het verleden en de vlucht vooruit in de toekomst. ‘De hele natuur is een bewusteloos denken,’ stelde Schelling, en zo geredeneerd is het een kleine stap om het idee ‘God’ dan ook niet langer buiten of boven de wereld, maar in de kelder van het onbewuste een plaats te geven. Dat wil zeggen: daar waar de bodem van de menselijke ziel samenvalt met het bloed en de bodem van volk en vaderland. De natuur werd onze nieuwe God. De oude God was in stukken geslagen door de kracht van de ratio.

De Romantiek was een reactie op de doorgeschoten eeuw van de Verlichting. De ratio had een duistere keerzijde en bracht monsters voort. Maar de islamitische wereld heeft geen Verlichting en Romantiek gekend. De islam als religie is premodern en in die zin antimodern. De islam is een fossiel uit een ver verleden dat opeens tot leven komt in de moderniteit. De mondiale terugkeer van de religie staat momenteel volop in de belangstelling. Die hernieuwde belangstelling is niet van de een op de andere dag ontstaan. De terreuraanslagen van 9/11 zijn achteraf bezien duidelijk een keerpunt geweest. Ik kan nog goed herinneren hoe deze dramatische gebeurtenis op mij zelf heeft ingewerkt. In augustus 2001 had ik juist mijn essay Adieu/à Dieu geschreven en ik dacht alles redelijk op een rij te hebben. Dat essay ging over het verlangen naar transcendentie na de dood van God: ‘Achter de ultieme ontkenning van God in de maakbaarheid van de mens, zou een nieuwe gestalte kunnen oprijzen. De gestalte van een God die uit zijn eigen as herrijst na vier eeuwen geleidelijke ontbinding.’

De aanslagen in Amerika brachten mij in grote verwarring en ik besefte instinctief dat er iets fundamenteels zou gaan veranderen. Mijn gedachtegang in Adieu/à Dieu kreeg voor mij een nieuwe betekenis. Ik wilde mij verder gaan verdiepen in de filosofie. Allerlei vragen spookten door mijn hoofd. Hoe is het mogelijk dat in de moderne tijd begrippen als ‘God’ en ‘ziel’ ondenkbaar zijn geworden. Waar ligt de barrière in ons denken? Is het soms mogelijk dat er sprake is van een soort eclips? Verhindert het moderne wereldbeeld, dat in de tijd van de Verlichting is ontstaan, ons om überhaupt de transcendentie nog te kunnen denken? Wat is de relatie tussen terreur en de teloorgang van transcendentie? Ik ging De ziel van Aristoteles lezen en De stad van God van Augustinus. Ik raakte steeds meer geïnteresseerd in de geschiedenis van de theologie, niet alleen de geschriften van de oude kerkvaders, maar ook de theologie van de nieuwere tijd van mensen als Schleiermacher, Otto, Barth, Bultmann, Bonhoeffer, Tillich en Robinson.

In 2003 werd ik getroffen door een burn out. Vier maanden lang gaf mij dat de gelegenheid om heel veel te lezen. Ik heb me in die tijd vooral verdiept in de theologie, een wonderlijke tak van wetenschap die ik opeens met heel andere ogen ging zien. Meer vanuit een historisch perspectief. Maar ook als een discipline die meer verwant is aan de esthetica dan welke andere vorm van wetenschap. Zo kwam het dat ik in de herfst van 2004 een blok van acht gastcolleges heb gegeven aan Academie Minerva in Groningen over het onderwerp ‘Kunst na de dood van God’. Het jaar daarop volgde een tweede reeks met als onderwerp ‘Kunst in tijden van terreur’.

ee68a9df1200997b07be8fb0bbdb9f29_S   In die tijd had ik het idee dat weinig kunstcritici met deze problematiek bezig waren. Ik moest mijn literatuur overal vandaan sprokkelen. Zo las ik de Sloveense filosoof Slavoi Žižek en de Belg Frank Vande Veire, maar ook Franse filosofen als Badiou, Marion, Nancy en de Italianen Vattimo en Agamben en de Canadees Charles Taylor. Ik nodigde Frank Vande Veire uit voor een lezing in Leeuwarden. En later ook de Nederlandse filosoof Jos de Mul, omdat hij bezig was met een boek Echo’s van een laatste God dat overigens pas veel later zou verschijnen. Nietzsche beweerde dat nog eeuwen zou duren voordat de mens zich de betekenis van de dood van God zal gaan realiseren. Uitgaande van die gedachte stelt De Mul dat de moderne kunst in de vorige eeuw het medium bij uitstek is geweest waarin de echo’s van de dode God hoorbaar zijn gebleven. Die gedachte doet denken aan het korte gedicht Een zoeker van Gerard Reve:

Ik sta op de rand der wereld
en roep: ‘Waar zijt Gij?’
De echo antwoordt: ‘Zijt gij? Gij?”

Ik las ook het boek van Huntington The clash of civilisations. Een belangrijk probleem van deze tijd is immers is de botsing van wereldbeelden. De moderne en de premoderne tijd zijn opnieuw in conflict geraakt in een wereld die snel – wellicht te snel – globaliseert. Wetenschap en religie staan haaks op elkaar langs de geopolitieke grenslijnen van democratisch kapitalisme en islamitisch fundamentalisme. Dat diepingrijpende conflict, dat eigen lijkt aan de 21ste eeuw, kun je in navolging van Fukuyama opvatten als een achterhoedegevecht binnen een hegeliaans proces van vooruitgang, of in navolging van Samuel Huntington als een ‘botsing van beschavingen’ die zich in de nabije toekomst nog wel vaker zal manifesteren, maar in beide benaderingen blijft de kern van de zaak onbesproken. De kern van dit probleem is epistemologisch van aard. Hoe legitimeer je je eigen wereldbeeld? Dat kun je doen op basis van geloof of basis van wetenschap. Sinds de Verlichting hebben wij in het Westen de wetenschap als basis genomen voor de verklaring van de werkelijkheid.

Schermafbeelding 2015-02-20 om 17.10.50

De westerse maatschappij draait op rationele argumenten. Als je een ander wilt overtuigen – of dat nu in de politiek, in de wetenschap, of in het publiek domein is – dan zal je met betere en toetsbare argumenten moeten komen. Geloven in irrationele zaken is toegestaan, maar alleen als individu. Het geloof van het individu mag geen consequenties hebben voor de inrichting van de samenleving of voor de wijze waarop de ander moet leven. Dat is de legitimering van ons maatschappelijk systeem. We geloven collectief in de ratio. Maar – hoe gek het ook klinkt – dat geloof in de ratio is en blijft een geloof, want er is geen rationeel argument te vinden die ons geloof in de ratio ondersteunt. Laat staan dat dit geloof ook morele richtlijnen biedt voor de wijze waarop we moeten handelen. Al met al vinden we het beter zo, maar we kunnen op basis van rationele argumenten niet aantonen dat onze wereld ook noodzakelijkerwijs de beste is.

Precies daar ligt de achilleshiel van het democratisch kapitalisme. Dit systeem is gebaseerd op een paar hele sterke opvattingen, waarin zaken als geloof, religie en irrationaliteit uit het centrum van het systeem zijn verbannen. De premoderne wereldbeelden – zoals de radicale islam dat in feite nog is – heeft dat centrum ingevuld met geloof en irrationaliteit. Tenminste, zo beleven wij dat. Fundamentalistische moslims ervaren precies het tegenovergestelde. Zij zien het Westen als een verworden systeem, waar de ratio te veel het monopolie heeft gekregen, en het geloof uiteindelijk in de gedoogzone van de individuele lifestyle is beland.

De bedreigde religie maakt bij voorkeur gebruik van moderne middelen. Sterker nog, religieus fundamentalisme is in feite ultramodern. Een vergelijkbare gedachte heeft Karen Armstrong uitgewerkt in haar boek over fundamentalisme. De moderne wetenschap is ook extreem letterlijk, objectief en factisch en soms bijna iconisch. Metaforen en symbolen zijn in de wetenschap taboe. Maar de extreem letterlijke opvatting van het teken raakt zijn tegendeel in het icoon: ‘les extrêmes se touchent.’ Ook moslims lezen hun heilige boek strikt letterlijk en in feite dus ultramodern. Elk woord van de Koran is één op één een manifestatie van de goddelijke waarheid. Het woord in het heilige boek is als een icoon. De heiligheid van God is letterlijk aanwezig in de representatie van het teken. Beeld en verbeelding vallen volledig samen, al moet je dat natuurlijk wel geloven, want  te bewijzen is het niet.

Wie op rationele wijze wil bewijzen, dat de afbeelding van God in een icoon daadwerkelijk God is, staat met lege handen. Toch is het wezen van de icoon op dat geloof gebaseerd. Dat geloof is onwankelbaar, net zoals moslims ervan overtuigd zijn dat Allah letterlijk spreekt in de Koran. Geen letter is onwaar. In elk vers van de Koran manifesteert zich als het ware ‘de digitale code van Allah’. Vandaar ook dat moslims geen beelden van Allah dulden. Het woord van de Koran is beeld en verbeelding tegelijk. Het is een manifestatie van het goddelijke, die alle beelden niet alleen overbodig maar ook godslasterlijk maakt. Het christendom herkent het beeld van God niet alleen in de Bijbel, maar ook in de mens die eveneens een beeld is van God: de Imago Dei. Maar in het woord van de Koran slaat God neer als in een blikseminslag. Fundamentalistische moslims ervaren de digitale code van God door het lezen van de Koran, en dat lezen moet op rituele wijze telkens weer herhaald  worden.

thumb_goden_breken  Fundamentalistische moslims verspreiden hun boodschap dan ook bij voorkeur via beelden op het internet. Folteringen en onthoofdingen worden talloze malen herhaald. Het zijn schokkende beelden die diep insnijden in het openliggende zenuwstelsel van het wereldwijde web van het internet. Fundamentalistische moslims zijn in feite gek op beelden. Ze zij er ‘letterlijk idolaat’ van, terwijl hun religie juist iconoclastisch is. Ze hanteren dan ook allerlei wonderlijke regels om aan dit gebod te ontsnappen. Gebruikte of tweedehands videobeelden bijvoorbeeld zijn wèl toegestaan. Zelfs het maken van een foto is toegestaan, als er maar geflitst wordt. In dat geval wordt het te fotograferen object van zijn ziel ontdaan en is het puur buitenkant geworden. Kortom, het islamitisch fundamentalisme is in feite een hypermodern fenomeen. Tot een vergelijkbare conclusie komt ook Marc de Kesel in zijn boek Goden Breken, essays over monotheïsme (2010). Letterlijk stelt hij:

‘Juist die totaalgreep vanuit een zelfverzekerd subject verraadt het moderne van het huidige fundamentalisme. Ondanks de schijn
 van het tegendeel was dus, bijvoorbeeld, Khomeini een moderne man. Het gevaar dat van hem en 
zijn ‘rechtse’ revolutie uitging, lag niet zozeer in de inhoud van zijn boodschap als wel in het feit dat hij ontkende er slechts de eindige, ‘gelovige’ drager van te zijn. Alleen deze ontkenning- of 
zo je wilt, deze moderne loochening van het moderne subject dat hij was – deed hem op de plaats 
van het absolute subject (God) staan, met alle kwalijke gevolgen vandien. Het gevaar van fundamentalistische revoluties schuilt dus exclusief in de moderne manier waarop ze hun ‘traditionele’ boodschap willen realiseren. In dit opzicht moet het fundamentalisme integraal worden onderkend als een moderne ontkenning van de moderniteit.’

Het is een gewaagde stelling die je overigens tegenwoordig in allerlei varianten tegenkomt. Het islamitisch fundamentalisme is een moderne ontkenning van de moderniteit. Dat is een paradox die enigszins doet denken aan het anti-moderne modernisme waarmee het radicale katholicisme van het interbellum beschreven wordt. Steeds meer wordt het probleem van de radicale religieuze stellingname opgevat in termen van moderniteitskritiek. Het is een enigszins verwarrend debat, omdat daarmee het modernisme als fenomeen nogal glibberig wordt. Het wordt steeds breder opgevat als een ingrijpende verandering, die eigenlijk al kort na de Middeleeuwen is ontstaan met de opkomst van de moderne wetenschap. Een hedendaags filosoof als Charles Taylor schrijft dikke boeken over het ontstaan van het moderne subject in relatie tot de eeuwenlang proces van secularisering van de westerse cultuur.

Moderniteit begint bij het ontstaan van het moderne ‘puntvormig’ subject, dat zich ‘objectief’ tegenover de wereld op stelt. Het modernisme erkent dus primair dat er een kloof bestaat tussen het subject en de waarheid. Een subject kan de waarheid nooit in pacht hebben en dus ook nooit spreken namens of ‘op bevel van’ God of welke hogere macht dan ook. Dat is de grote omkering van de moderniteit die in de zeventiende eeuw in het Westen heeft plaats gevonden, met als definitief keerpunt het methodisch denken van Descartes. Het hedendaagse fundamentalisme ontkent elke kloof tussen waarheid en subject, omdat het zich wonderlijk genoeg boven de waarheid stelt. Met het fundamentalisme is dan ook iets raars aan de hand. Marc De Kesel formuleert het als volgt:

‘Al miskent het hedendaagse fundamentalisme juist elke kloof tussen waarheid en subject, het doet die miskenning uitgerekend vanuit een zich boven elke waarheid 
verheffende subjectpositie. Zo ook pretendeert het in naam van een onwrikbaar in zichzelf ge
gronde waarheid te spreken, terwijl het de facto in zijn spreken altijd postvat tegenover die waarheid, 
zij het dan om vandaar uit te ontkennen dat het er tegenover staat.’

Dat is in de kern de moderne ontkenning van de moderniteit. Als dit zo is, dan rijst de vraag of je het fundamentalisme moet zien als een ontsporing van de moderniteit, of eerder als een ontsporing van het monotheïsme. Die vraag is temeer relevant, omdat De Kesel een duidelijke overeenkomt ziet tussen het monotheïsme en de moderniteit. Die overeenkomst ligt volgens hem in de godsdienstkritiek. Het wezen van het monotheïsme zou godsdienstkritiek zijn, dat wil zeggen: kritiek op valse goden, afgoden, het geloof als bijgeloof. Monotheïsme beroept zich op een hogere waarheid en wil afstand doen van de afgoden die slechts verbeeldingen of wensdromen zijn van de mens. In feite stelt hij dus, dat het modernisme ooit begonnen is met het monotheïsme. Het wezen van de moderniteit is immers de kritiek op het valse geloof, het bijgeloof.

Ook de moderniteit wil goden breken, dat wil zeggen afgoden. In laatste instantie is de moderniteit dan ook de kritiek op het monotheïsme. Dat wil zeggen: kritiek op de ontkenning de absolute waarheid die immers niemand in pacht kan hebben. Maar zelfs uit deze fundamentele kritiek op de absolute waarheid ontstaat weer een laatste geloof in een laatste waarheid. ‘Niets is waar, alles is geoorloofd,’ zei Nietzsche. Daarmee kon hij echter niet ontkennen, dat zelfs deze uitspraak in laatste instantie een beroep doet op het geloof in een waarheid. Zo kom je terug bij een oude paradox: ‘Niets is waar en zelfs dat niet.’ Elke waarheidsclaim is een ontkenning van de grondeloosheid die eigen is aan het bestaan. Voor die afgrond staat de westerse mens nog altijd, ook al wil hij dat maar al te graag ontkennen. Een afgrond boezemt angst in, een angst die de oergrond van wijsheid is. Maar dwazen zijn bang voor wijsheid. Wie is er bang voor God?

2 Reacties »

  1. Wiersma

    21 februari 2015 op 03:32

    Tja, ik weet niet hoor…

    Kijk, aan de ene kant is de menselijke beschaving daar begonnen, tussen het land van de Eufraat en de Tigris.

    Ooit, lang geleden, lagen ze daar evolutionair gezien voor op.

    En wat te denken van Sheherazade, de sprookjes uit 1000 en 1 nacht? Die waren best pikant en vol humor.
    Paul Rodenko heeft dit nadien nog eens dunnetjes overgedaan met zijn sprookjes voor volwassenen. (aanrader)

    Maar wat ging er mis?
    Wel. Kijk eens naar het land daar. Even kort door de bocht: een grote zandbak of anders wel onherbergzaam gebergte.

    Werkt zoiets blik verruimend?
    Niet bepaald. Het werkt meer als: als je een hamer bent ziet elk probleem eruit als een spijker.

    Anders gezegd: economisch gezien is er geen enkele uitdaging dan schapenhoeder, hier en daar wat geiten houden, wat katoen en vooral papaver/opium.

    Mede hierdoor is er ook weinig intellectuele ontwikkeling te verwachten. Kunnen ze niks aan doen, er ZIJN domweg weinig triggers om de geest te activeren.

    Tel daarbij onherbergzaam gebied er bij op en je blijft hangen in ‘stammen’. Die al dan niet om de zoveel tijd met elkaar in oorlog zijn, want ja, je verveelt je daar te pletter, er is geen geld voor niks, dus geen wonder dat ze daar iets ‘zoeken’.

    WAT het ook is.
    En het trieste is dan ook nog eens dat die landen in principe schatrijk zijn, maar die rijkdom zit diep in de grond. Zelf hebben ze geen middelen en technologie en kennis om die olie uit de grond te halen. Westerlingen echter wel. Dus wat gebeurde er? In equality for all: een paar mensen – zowel een paar locals -zie Dubai- als het westen- werden schathemeltje rijk en de rest was nog slechter af.

    Is dat frustrerend? Nou nogal lijkt me.
    Je ziet dat al je rijkdom uit je wordt gezogen maar je bent te onmachtig om er iets tegen te doen.

    In feite is wat er nu in Groningen speelt een EXACTE kopie hiervan.
    Een paar man bepalen wat er gebeurt, politici als ontkennende puppets en spindoctors, en de bevolking betaalt de prijs in de vorm van vervallen woningen en kunnen min of meer letterlijk stikken.

    Dus het gevolg is: woedende Groningers of Moslims/Midden Oostenaren. Is dat gek? Nee tuurlijk niet.

    Evolutionair gezien hebben een x aantal mensen ooit bedacht dat ANDEREN voor je laten werken een super businessmodel is. De alom bekende “VOC menthaliteit” zeg maar. Dat levert maar zo gouden eeuwen op man.

    En als ze niet vrijwillig willen meewerken dan maak je er maar slaven van. Willen ze dan nog niet? Nou, dan knal je ze toch af ‘die luie donders’?

    Amerika is er ‘groot’ mee geworden, NL heeft er de gouden eeuwen mee beleefd. Mede door slavenhandel en opium.
    Het koningshuizen opgeleverd zoals de Oranjes.
    U weet wel, die mensen die u altijd zo adoreert,hun leven betaald, en de arm uit de kom zwaait met wapperende vlaggetjes als zij passeren. Ik bedoel: voorbij schreiden.

    Dus geen wonder dat Groningers en Moslim in opstand komen.
    Punt is wel dat je een mienskippelijk doel/bron moet hebben.
    In Gr is dat aardgas, in M-O is dat de Koran.

    Waar NL min-of-meer de slavernij heeft afgeschaft, heeft de US dat niet. Dus hun business model bestaat er uit andere landen leeg te zuigen. Voor eigen gewin – vooral voor de happy few- en de ‘kosten’ er van zijn voor de rest van de hele wereld.

    Oeroud business model. Bewezen proof.
    Anderen voor je laten werken. In de natuur bestaat dat ook, maar dan anders. Dan heet het symbiose. Beide partijen profiteren.

    Stel nou eens dat alles eens anders was gelopen. Het M-O had geen olie en nauwelijks interessante grondstoffen. Was er dan nog steeds een heilige Jihad tegen het westen geweest?

    Welnee. Ze hebben daar niks, en ze verdienen daar niks. Ze kunnen geen wapens bouwen noch kopen. Dus ALLE wapens die ze daar nu hebben hebben ze op ‘wonderbaarlijke wijze’ kunnen kopen zonder uberhaupt geld te hebben. Ze verdienen BNP/PP is iets van 800 dollar per JAAR of zo.

    Maar wonderbaarlijk is het wel. Ooit stonden ze daar aan top van de evolutie en nu zo’n beetje bungelen ze wat onderaan. Hoe kan dit?
    Overigens geldt hetzelfde ook wel wat voor Egypte. En na Gadaffi ook voor Libie.

    Gek he? Of toch niet zo?
    Perzie was in de jaren 70 super verwesterd onder de Sjah. Kijk nu eens.

    Hoe is het mogelijk dat een geheel land of regio evolutionair gezien achteruit boert? Kan dat uberhaupt? Kan dat ‘van binnen uit’ of kan dat alleen als alles van buiten af gemanipuleerd is?

    Regime changes gefinancierd zijn door.. laten we zeggen het westen? Puppet regeringen installeren?
    Of… centrale banken installeren – geleid en bezit bezit van westerse private bankiers- die de financieen regelen van zo’n puppet regering? En dat je met geld een heel land kunt laten opbloeien,,, of kunt zeggen: ‘we moeten allemaal inleveren en de broekriem strakker aantrekken’?

    Is dat niet een manier om Slavernij 2.0 te realiseren?

    Als ik evil zou zijn dan zou ik het namelijk precies zo doen.
    Ik wil iets hebben van een ander land. Ik zou eerst zoveel mogelijk chaos creeren IN dat land, tussen bevolking en regering en zo, zodat er zoveel mogelijk onrust ontstaat. Al dan niet via huurlingen, propaganda etc. Om het proces wat te versnellen zou ik ze wapens leveren, kunnen ze elkaar mooi afknallen.
    Of de huidige regeringsleiders, zodat ik in die chaos zowel een centrale bank kan installeren (en dus het nationale kapitaal beheers)
    EN een mij gezinde regeringsleider. Het liefst eentje waar het volk alsnog ene bloedhekel heeft, want dan BLIJFT er chaos.

    Terwijl ‘twee honden vechten om een virtueel been, ga ik er met de echte vanheen’. Slavernij bestaat verder bij de gratie van iedereen zo dom en achterlijk mogelijk houden.
    Het best is ook nog eens zo dat je mensen de ILLUSIE geeft van vrijheid, en dat ze kunnen ‘kiezen’. Op een polletieke partij of zo, die ik natuurlijk OOK controleer.

    Het maakt namelijk geen flikker uit WAAROP ze stemmen, of het (de klappen) nou van links komt of van rechts: You loose. Both ways.

    Maar het menselijke brein is van pudding: je kan het kneden zoals je wilt, als de boodschap maar van een autoriteit komt. Via de moderne media. Je kunt ze alles laten geloven, zelfs dat moslims de twin towers zijn ingevlogen.

    Ach… en met beeldmanipulatie kun je ze laten geloven dat James Foley is onthoofd. Wel. Ten eerste was het James Foley niet, ten tweede had ie dan 4 ouders, 2 in Engeland en 2 in the US, ten derde was het niet in het midden oosten, want grazige weiden achter een zand heuvel, vol met watersporen en grind, ws Arizona, ten vierde is er enorm geknipt in de beelden, want de zogenaamd grijze lucht zonder wolken blijken – met enig beeldversterking- toch wel aan te geven dat er een enorm tijdsverschil is tussen de opnamen.

    De vraag zou ook helemaal niet meer moeten gaan over of God nou wel of niet bestaat. het zou moeten gaan over: how fucking deep are you sucked into the Matrix.
    Hoe ver is JOUW brein al overgenomen door anderen.
    In hoeverre ben jij al lang een op afstand bestuurde drone.

    Zonder het zelf te beseffen uiteraard.

    Die veelbelovende 21ste eeuw? Die is er wel degelijk.
    Nee, niet in de vorm van vliegende auto’s of vrije energie of zo.
    Nee. UW brein, dat is waar zij op uit zijn.
    Ieders brein eigenlijk. Totale controle daarover.

    Ze hebben namelijk gemerkt dat dat veel gemakkelijker is dan ze ooit hadden gedacht. Zelfs intellectuelen trappen er in hoor.
    Uw brein is maakbaar, plooibaar, ze kunnen uw brein alles laten denken wat ZIJ willen. Deed de kerk duizenden jaren geleden ook al… dus ja.. ppfff..

    Er is domweg en klein groepje mensen die dusdanig ge-eovolueerd zijn die begrijpen dat deceptie de ultieme slavernij is.

    Slaven die totaal niet in de gaten hebben DAT ze slaaf zijn.

    Hoe herken je die moderne slaven?
    – Ze stemmen op een politieke partij. Eender welke.
    – Ze hebben een abonnement op een lame stream krant.
    – Ze zijn ervan overtuigd dat de crisis het gevolg is van de ‘economie’.
    – Ze zijn ervan overtuigd dat de mens de oorzaak is van Global Warming. Niet alleen is dat alleen al een Hoax, maar ze komen ook echt niet meer op het idee dat die immens kleine hoeveelheid CO2 de aarde never ever kan opwarmen. Ze denken in ‘meningen’ maar niet in METINGEN. Ze zijn niet meer in staat te REKENEN en FEITEN na te gaan of te checken. Dit soort pudding brains staat ook wel bekend als zelfbenoemd ‘GoedVolk’ . Je kent ze wel: de types die de aarde wil redden. En er ondertussen zelf geld aan willen verdienen.
    Want het zijn immers mini-godjes. Nee, Gotspe, that is.
    – Ze zijn Eurofeil.
    – Ze zijn VOOR de Euro.
    – Ze zijn VOOR massale immigratie/integratie.
    – Ze doneren aan ‘meer geld tegen de war on cancer’.

    Nou ja, en en en en en en en en en.
    Puddingbrains. Zo met zichzelf bezig, zo overtuigd van zichzelf, gevoed door media en de massa, en de laatste tijd nepwetenschap, dat ze domweg vergeten echt zelf na te denken of eens zelf eens aan factchecks te doen.

    Maar dan. God.
    Hoe kun je God eens even factchecken.
    Nog even afgezien dat er daarvoor gigantisch veel energie voor nodig is voor intelligent leven, moet dit ook duurzaam zijn.
    Oftewel: een planeet moet in staat zijn zichzelf te voeden maar ook zichzelf kan schoonmaken. Als hier geen systeem voor is, geen kringloop, is het einde oefening intelligent leven.

    Ik geef een paar voorbeelden. “Hoe God heeft gedacht”.
    Een vulkaan uitbarsting is het ‘zaaien’ van plantenvoedsel, in dit geval met name Zwavel. Planten hebben zwavel nodig. Stikstof zit al in de lucht. Maar planten hebben ook CO2 nodig, dus koolwatererstoffen. Die zitten deels in de aarde. Planten mloeten zich ook kunnen voortplanten. Hiervoor is de wind, of anders bosbranden. Ook dit zijn ‘zaaiers’.
    Maar hoe weet een plant dat ie zaden vuurbestendig moet maken?
    Is dat niet fucking intelligent?

    Dus. Ook al is er nog geen dier te bekennen, dan zijn planten al zo intelligent dat ze weten hoe ze hun zaden moeten verspreiden door bijvoorbeeld vuur. Maar hoe ontstond vuur in de oertijd? Enkel door bliksem of vulkaan uitbarstingen. HOE kan in Godsnaam een plant hierop anticiperen? Hoe WEET een plant dit?
    HOE heeft en planten dit ooit kunnen leren?

    Wel. Toeval?
    En hoe kan de aarde zichzelf schonen van bijv een meteoriet inslag?
    Deels zwaartekracht ja. Maar verder?

    En nu hou ik op.

    Als God namelijk bestaat, dan zul je in compleet andere patronen moeten denken. “Luister niet niet wat hij ‘zegt’ of de mens heeft opgetekend heeft in boeken, maar kijk wat ie doet’.

    En dan ineens, kom je in een héél andere wereld. Een ander rabbithole. In een heel ander universum van denken. En da`s best te gek hoor, want ineens klopt ook echt alles.
    En ineens zijn antwoorden op super ingewikkelde vragen in feite best simpel te beantwoorden.

    Waarom bestaan er uberhaupt planten denk je.
    Wat is hun functie?

    Zoveelvoornu.

  2. nand braam

    21 februari 2015 op 15:31

    “Het christendom herkent het beeld van God niet alleen in de Bijbel, maar ook in de mens die eveneens een beeld is van God: de Imago Dei. Maar in het woord van de Koran slaat God neer als in een blikseminslag. Fundamentalistische moslims ervaren de digitale code van God door het lezen van de Koran, en dat lezen moet op rituele wijze telkens weer herhaald worden.”

    Jezus als “middelaar” tussen God en mens is een soort “hitteschild” voor de mens. En als Jezus nog als te “heet” wordt ervaren, kan Maria nog ingezet worden (alleen voor katholieken). De islam heeft zulke “hitteschilden” niet met alle “fundamentalistische” gevolgen van dien.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)