Modernisme was christendom zonder God

mod

Cartoon uit 1922

In het moderne kunstwerk werd een nieuw soort quasireligieuze gewaarwording manifest gemaakt die iets te maken had met de metafysica van het christendom. Het modernisme was de voortzetting van het christendom met andere middelen. Het is zoals Dietrich Bonhoeffer in 1944 schreef over de toekomst van het christendom: ‘Etsi deus non daretur (alsof God niet zou bestaan). Die ewige Jetztzeit van het modernisme was een seculiere variant van het nuc stans uit de tijd van de middeleeuwse scholastiek. In de moderne tijd werd de esthetische ervaring, zoals Borges het ooit heeft verwoord: ‘een ophanden zijnde onthulling die zich niet voltrekt.’ Het moderne kunstwerk is per definitie niet af. De voltooiing moet nog komen. Die voortdurende staat van onvoltooidheid had een eschatologische dimensie, zoals Walter Benjamin vermoedde.

Maar moderne kunst en literatuur hadden een esthetica zonder God. Het modernisme kende geen heimwee naar een metafysische oorsprong, maar wel een verlangen naar een utopisch ideaal in de toekomst. Modernisten waren hemelbestormers die soms overvallen werden door ruimtevrees, een plotselinge opwelling van heimwee en nostalgie. Zowel dat heimwee naar een oorsprong in het verleden, als dat verlangen naar een vervolmaking in de toekomst, kende een bestemming, een basaal punt van oriëntatie. Zo bezien stonden heimwee en utopie niet haaks op elkaar, maar lagen als twee uitersten op dezelfde lijn. Dat was een lijn die stond haaks stond op de altijd veranderende flux van de tijd, het eeuwig stromen, het panta rhei. Modernisme was het geloof in de taal van het heelal die de stroom van de tijd zou overleven.

Panta rhei (Grieks: πάντα εῖ) is een bekende uitspraak van de Griekse filosoof Heraclitus. ‘Men kan niet tweemaal in dezelfde rivier stappen.’ Toch wordt ook wel beweerd dat deze uitspraak niet afkomstig zou zijn van Heraclitus zelf, maar – hoe kan het ook anders – van Plato. Alles komt van Plato, zelfs deze goddeloze gedachte die strijdig is aan zijn eigen denken. Plato zou de heraclitische filosofie verkeerd geïnterpreteerd hebben. Hij dacht dat al het zintuiglijke, dat zich in steeds wisselende gedaanten voordoet aan de mens, dermate aan verandering onderhevig is dat het door de geest niet gekend kan worden. Er moet iets zijn dat beklijft, iets waar alles uit voortkomt, de oerbron van het Zijn. Het modernisme heeft die herinnering aan de zuivere bron aan het begin verplaatst naar een verwachting naar een utopische volmaaktheid die de vooruitgang in petto zou hebben.

Toch is dat maar ten dele waar, want ook het modernisme had in filosofisch opzicht een platonische, en daarmee semi-religieuze kern. Plato formuleerde voor eerst een filosofie van de metafysische herinnering, de leer van de kenbare, eeuwige oer-structuren die achter de vluchtige werkelijkheid schuil zouden gaan. In de beeldende disciplines van het modernisme ging het primair om de formele structuur die aan de zichtbare werkelijkheid vooraf ging. Het formalisme is voortgekomen uit een stroming in de kunst, die de zuiver visuele aspecten heeft geïsoleerd en verbolgens als geestelijke vormen ging herkennen. Dat alles is ontstaan in de tweede helft van de negentiende eeuw als een reactie tegen het bourgeois-academisme dat dreigde te vervallen tot kitsch en entertainment. 
In deze reactie werden twee opvattingen over artistieke expressie met elkaar verbonden: (1) Zij uit zich alleen in termen van het ‘zuiver visuele’. En (2): Zij is gericht op een onmiddellijke ervaring van ideeën, de ‘Eidos’ in platonische zin, die superieur is aan de werkelijkheid.

De ontdekking van de ‘bezielde vorm’ met een intrinsieke waarde – los van een directe verwijzing naar de wereld of een weerspiegeling van de werkelijkheid – was cruciaal voor het ontstaan van de moderne kunst. Het verstaan van deze ‘bezielde vorm’ zou en kwestie zijn van ‘Einfühlen’, een proces dat zich louter en alleen afspeelt op het vlak van de visuele waarneming en een daarbij horend mentaal register. Rond 1900 ging de esthetica op het terrein van de beeldende kunst zich steeds meer beperken tot het herkennen van een esthetische waarde in louter formele beeldorganisaties. Dit puur visuele spel van de geest kon tot een spirituele vorm van zelfgenot leiden of zelfs – in de hoogtijdagen van de abstractie – tot een vorm van op handen zijnde transcendente onthullingen.

De bron van deze ‘Einfühlungstheorie van de kunst’ ligt bij Conrad Fiedler (1841-1895). Het kunstwerk, zo stelde hij, is als uit zichzelf te creëren als iets dat in zijn eigen vorm zichtbaar los en niet naar een geestelijke inhoud buiten het kunstwerk zelf verwijst. Daarmee nam Fiedler definitief afscheid van de mimesis – de weerspiegeling van de wereld – als basis van de esthetica. De autonomie van het kunstwerk was definitief tot stand gekomen. Fiedlers ontdekking van de bezielde vorm geldt dan ook als sleutel voor het ontstaan van de moderne kunst. Met zijn idealistische kunsttheorie, die teruggaat op Kant, keerde hij zich tegen het positivisme, dat de wetenschap van negentiende eeuw beheerste.

De moderne kunst is ontstaan door een onoverbrugbare geworden kloof tussen natuurwetenschap en geesteswetenschap, tussen positivisme en idealisme. Daardoor groeide het besef dat het kunstwerk geen illusionistisch venster op de wereld is, maar een wereld in zichzelf. ’Sehen is nicht sehen, sehen ist erkennen”, zo stelde Fiedler kort en bondig. Kunst moet niet de natuur nabootsen, maar de plaats van natuur innemen. Door kunst immers kan de mens de natuur begrijpen. Het zijn de begaafde eenlingen, de kunstenaars, die kunst iedere keer weer en in elke tijd opnieuw esthetisch creëren vanuit zichzelf. Door deze intrinsieke en formele benadering van het kunstwerk werd de kunst dan ook historisch vergelijkbaar. Vanuit de optiek van Fiedler wordt het begrijpelijk dat een schilderij van Picasso op één lijn ligt met een Romaans Madonnabeeld of een Afrikaans masker.

Vanuit het formalisme bezien is het kunstwerk louter een ordening van vormen die door hun proportionering en onderlinge relaties een ideëel substraat van de werkelijkheid zichtbaar maken dat hieraan superieur is. Het begrip ‘inhoud’ heeft hier in filosofisch opzicht een ideële betekenis: de ‘Eidos’ die door de 
vorm onthuld moet worden. Maar deze inhoud ligt niet op het niveau van de werkelijkheid zelf. Wat het formalisme negeert is de inhoud als een directe verwijzing naar de werkelijkheid en niet noodzakelijk verbonden met de vorm. Voor 
deze inhoud – een verbeelding, parodie of kritiek, of een directe
confrontatie met de werkelijkheid – heeft formalisme geen oog. De ideële inhoud van het moderne kunstwerk impliceert ook een moeilijke toegankelijkheid. De kunstenaar moet via zijn inspiratie de relaties voelen, en de beschouwer moet worden bekeerd tot een synthetische of impliciete vorm van esthetisch gewaarworden.

Moderne poëzie was de poëzie van het autonome woord. Of zoals Paul Rodenko het ooit verwoordde: ‘Het woord niet als weergave van de werkelijkheid, maar als schepping van de werkelijkheid – en als zodanig middelaar tussen geest en stof, tussen ideaal en werkelijkheid.’ Vergelijkbare formuleringen zijn op het terrein van de beeldende kunsten te vinden, bijvoorbeeld in de woorden van de futurist Boccioni, die het centrale kernpunt van de dingen wilde ontdekken en herscheppen om zo een onzichtbare verbinding te leggen tussen ‘de zichtbare plasticiteit’ en de ‘oneindigheid van de innerlijke plasticiteit.’ Telkens weer werden het ‘buiten’ en het ‘binnen’ op een nieuwe wijze met elkaar verbonden. Het verbond tussen God en wereld met zijn verticale relatie tussen hemel en aarde maakte in de moderne tijd plaats voor een horizontale vlucht vooruit in de toekomst. De existentiële matrix van ruimte en tijd, die het christendom geboden had in Augustinus’ leer van de Drie-eenheid met zijn verstrengelde relaties tussen het’ binnen’ en het ‘buiten’, tussen God en de mens, moest opnieuw worden uitgevonden.

Die verstrengeling van relaties werd aangeduid door het Griekse woord perichorese. Volgens Sloterdijk analyseerde Heidegger in zijn boek Sein und Zeit (1928) de moderne, ontaarde vormen van perichorese, die in feite teruggingen op het vroege christendom en het gnosticisme. De mens raakte vervreemd van zichzelf in de moderne ervaring van de tijd. De tijd liep voor hem leeg als een badkuip. Er was geen volheid meer in het bestaan, omdat het innerlijk allengs verdween. Iedereen is voortaan de ander en niemand is zichzelf. Allen zijn wij onder elkaar waar is het ‘binnen’ gebleven? ‘De hel, dat zijn de anderen,’ schreef Sartre in zijn toneelstuk Huis clos. De moderne mens werd letterlijk veroordeeld tot de vrijheid. Voor deze nieuwe mens stond ook niet vast wie hij was. De mens ontwierp voortaan zichzelf. Hij moet opnieuw een verbinding tot stand brengen tussen het binnen en het buiten. De perichorese werkte niet meer. De Drie-eenheid werd een raar verhaal uit een ver verleden. In de tijd van het blok trok men de lijnen van het verstand. Het heimwee naar de bol was een zaak geworden van het gevoel. De bol werd het onbewuste.

Het modernisme was een aanhoudende poging tot reconstructie van de perichorese. Er moest een nieuwe bol worden uitgevonden, waarin de binnenwereld van de mens zich kon verzoenen met het eindeloze heelal dat sinds Pascal het moderne bewustzijn angst inboezemt. Maar in de zoektocht naar die nieuwe bol ontvouwde zich telkens weer een verschiet van individuele vergezichten. Zo raakte niet alleen mens vervreemd van zichzelf in de moderne ervaring van ruimte de tijd, maar dreigde ook de werkelijkheid zelf onwerkelijk te worden. In die ewige Jetztzeit hield zelfs de geschiedenis op reëel te zijn.

‘Een pijnigende voorstelling dat vanaf een bepaald punt in de tijd 
de geschiedenis ophield reëel te zijn. Zonder het te merken heeft de hele 
mensheid plotseling de realiteit verlaten, alles wat sindsdien is gebeurd 
is absoluut niet waar, maar we kunnen het niet merken. Onze taak is nu
dit punt te ontdekken en zolang we het niet hebben gevonden moeten we in de huidige vernietiging blijven volharden.’

Deze woorden van Elias Canetti worden door Baudrillard geciteerd in zijn boek De fatale strategieën uit 1983. We moeten het spoor terug volgen, terug naar het punt waarop de wereld is opgehouden ‘echt’ te zijn. Dat zou het punt zijn waarop we met zijn allen de realiteit hebben verlaten. Het leven is onecht geworden en zolang we niet weten wanneer dat gebeurd is en vooral ook hoe, zijn we gedoemd om in deze schijnwereld verder te leven zonder exit-strategie. ‘De tijd verdwijnt’ is een cliché dat de werkelijke betekenis van deze drie woorden verhult, namelijk dat de ervaring van het verdwijnen van de tijd uit ons bewustzijn aan het verdwijnen is. Ergens in het verleden zijn we het fatale ‘point of no return’ gepasseerd.

Als het waar is dat er zo’n punt in de tijd bestaat, waar Canetti over schreef, dan moet het wellicht te vinden zijn in de negentiende eeuw. De ontdekking van fenomenen als het onbewuste, de verdringing, de hysterie en de neurosen valt samen met de definitieve teloorgang van de premoderne samenleving met zijn organische verbanden. Daardoor werd ook de persoonlijkheid pluriform en ontstonden er nieuwe ziektebeelden. In zijn roman Madame Bovary (1857) beschreef Flaubert bij de hoofdpersoon een ‘verschoven leven’ dat de rechten van het gewone bestaan had overgenomen. Madame Bovary leefde grotendeels in een gedroomde wereld. Zij had de neiging om twee levens te leven en zo op te gaan in haar verbeelde leven, dat het gewone uit elkaar viel.

Ook de volstrekte scheiding tussen seksualiteit en aseksualiteit, die met deze splitsing in het persoonlijk leven gepaard ging, leidde tot onhoudbare toestanden. Zo ontstond de hysterische vrouw die om de haverklap flauw viel. De flauwvallende vrouw, waar Freud in zijn spreekkamer mee geconfronteerd werd, was in feite in een psychisch vacuüm beland, omdat het intieme leven van haar seksualiteit niet in overeenstemming was te brengen met het sociale leven van haar omgeving, laat staan met de avances van haar minnaar. Maar ook het leven in zijn algemeenheid viel uiteen in verschillende sferen die elk hun eigen rol opeisten. En het bewustzijn zelf viel uiteen in verschillende mentale toestanden die zich simultaan kunnen aandienen: waken en dagdromen, waarnemen en herinneren.

De moderne roman, die met Flaubert een aanvang nam, markeert de ontdekking van dit pluriforme bewustzijn, the stream of consciousness, waarin de droom de werkelijkheid infiltreert. Het onbewuste was in feite het resultaat van een splitsing in de persoonlijkheid, een psychisch proces dat sociologische oorzaken had. Dat proces van desintegratie van de persoon ging steeds verder naarmate de moderne samenleving complexer werd. De moderne mens werd ertoe gedwongen een ‘leven in meervoud’ te leven’. In zijn boek Leven in meervoud (1963) heeft de psychiater Jan Hendrik van den Berg op fenomenologische wijze het ontstaan van dit pluriforme bewustzijn beschreven. Het gemis aan levenseenheid is nog altijd de status quo van het bewustzijn. De leer van Freud is niets anders dan een beschrijving daarvan in pathologische termen. Het onbewuste werd het bewijs bij uitstek van de pluraliteit van de moderne mens.

Als het waar is wat Van den Berg al in de jaren zestig heeft beweerd over de meervoudigheid van de het moderne bewustzijn, hoe is het dan met de hedendaagse mens gesteld? De organische verbanden van de premoderne samenleving zijn inmiddels ver achter de horizon verdwenen. Zelfs het modernisme is verdwenen tijd. De postmoderne mens is een ‘zappende mens’ geworden die zijn versplinterde identiteit beleeft in een volledig gemediatiseerde wereld met 100 kanalen op tv en overal op aarde een permanent bereik via Wi-Fi. De toenemende mondialisering creëert ook nieuwe definities van identiteit. Identiteit hoeft niet alleen met traditie of afstamming van doen te hebben. Het is geen eenduidig begrip meer, maar valt uiteen in aspecten als zelfherkenning, beeldvorming, geborgenheid en imago. Er ontstaan nieuwe ervaringen van identiteit door mensen die hun burgerschap verdeeld hebben over diverse naties en nu eens een gastland en dan weer een land van herkomst als identificatiemodel nemen. Identiteit is dus niet langer iets exclusiefs, iets wat alleen voor een gesloten gemeenschap invoelbaar is, maar wordt steeds meer een universeel toegankelijk fenomeen, dat telkens weer vertaalbaar en ervaarbaar kan zijn in nieuwe en onverwachte ensceneringen.

Alles gebeurt tegelijk, en nooit meer synchroon op één moment. De gelijktijdigheid van het ongelijktijdige splijt de wereld voortdurend in een oneindig pluralisme. Er is niet meer één werkelijkheid, maar er zijn voortaan talloze werkelijkheden naast elkaar. De wereld versplintert en wordt één. Dat is de vreemde paradox die de nieuwe media teweeg brengen. Datgene wat nieuwe verbanden creëert is voortaan echt, en niet datgene waar de nieuw gecreëerde verbanden middels taal of beeld naar verwijzen. Wij zijn functionarissen geworden in dienst van apparaten. Maar is dat nieuws? Het verontrustende is dat deze onheilstijding in de afgelopen eeuw in talloze varianten verwoord is, maar inmiddels ‘oud nieuws’ is geworden. Niemand hoort er meer van op. Nietzsche vroeg zich al af hoe zelfs de waarheid een fabel is kunnen worden. En als niets meer waar, dan is niet alleen alles geoorloofd, maar ook alles onwerkelijk geworden.

De zogenaamde essentie of wezenlijke natuur van de dingen, die in de tijd van het modernisme nog gezocht werd in de statische wetten van de wiskunde, moest gaandeweg het veld ruimen voor een perspectivische wijze van kijken naar de wereld. In zijn essay Over waarheid en leugen in buiten-morele zin (1873) schreef Nietzsche: ‘Het woord verschijnsel bevat een groot aantal verleidingen, reden waarom ik het zoveel mogelijk vermijd, want het is niet waar dat het wezen der dingen in de empirische wereld verschijnt.’ En even verderop: ‘Alle wetmatigheden die ons in de omloop der sterren en in chemische processen zo imponeert, valt in wezen samen met die eigenschappen die wij zelf aan de dingen toekennen, zodat we op die manier onszelf imponeren.’ Het perspectivisme was van begin af aan in het modernisme aanwezig, niet alleen in het denken van Nietzsche maar ook in de relativiteitstheorie van Einstein. Het impliceert een overal opduikende meervoudigheid van gezichtspunten en daarmee de altijd aanwezige mogelijkheid van andere gezichtspunten, en op de bodem daarvan de vraag: wat betekent dit alles voor mij als individu.

Zo zijn in de eeuw van het modernisme de grenzen tussen werkelijkheid en onwerkelijkheid ongemerkt gaan vervagen. Vervreemding, depersonalisatie of de-realisatie werden belangrijke thema’s in de literatuur van het modernisme. De oorzaak van dit sluipend proces werd niet zelden gezocht in invloed die de moderne techniek en vooral de moderne media hebben gehad op het bewustzijn. Achteraf beschouwd zijn de jaren zestig in veel opzichten een keerpunt geweest in dit vervreemdingsproces van de moderniteit. Ook het keerpunt van modernisme naar postmodernisme is juist in deze roerige eindfase te vinden toen het denken in termen van maakbaarheid zijn hoogtepunt beleefde.

4 Reacties »

  1. Cees Andriesse

    15 februari 2015 op 16:46

    Huub, nu ik klaar ben met de drukproefcorrectie van “Het verborgen veld – Een nieuwe geschiedenis van de natuurkunde” en het pakket papier naar mijn uitgeverij in Amsterdam verstuurd heb, ben ik ter afwisseling eens precies gaan lezen wat in je laatste blog over kunst zoal beweerd wordt. Dat leek me niet overbodig. Ik zal immers naar je toe komen om over de verwantschap van kunst en de natuurkunde te praten (een verwantschap in het transcendente, in het tonen van het ontoonbare) als je de volgende maand mijn boek ontvangen heb.

    Het zal je niet verbazen dat een natuurkundige een structurele realist is, voor wie werkelijkheid en waarheid zinvolle begrippen zijn. Als er geen realiteit bestaat, dan zou ik niets van de natuur hebben kunnen begrijpen, en zeker niet een fluctuatietheorie van het massaverlies van sterren hebben kunnen bedenken. Voor mij is dus praktisch alles in je erudiete blog door dichte mist onttrokken aan mijn oog. Ik heb eerlijk gezegd moeite gehad om door alle onbestemdheid en vaagheid van je betoog heen het eind te halen. “Postmodern gewauwel” hoor je mij niet zeggen, want daar ben je te serieus voor. Maar ik heb (met dank aan Lyotard) een ander idee van kunst. Dat weet je intussen, want je hebt mijn laatste hoofdstuk in concept gezien. Ik hoop dat we binnenkort zonder misverstanden over de verwantschap van onze wetenschappen kunnen praten.

  2. Huub Mous

    15 februari 2015 op 20:00

    Bedankt Cees, voor je mooie reactie. Ik denk toch echt dat jij iets meer van natuur- en sterrenkunde begrijpt, dan ik van kunst. Maar de sterrenhemel is kleiner dan de echte hemel, mocht hij bestaan. Hoe dan ook, ik zie je komst en je boek tegemoet.

  3. Wiersma

    16 februari 2015 op 03:27

    Even een tussenstukje, min of meer hot from the press:

    Leaked Publication Suggests BICEP2 Big Bang Discovery Was Wrong

    ” Last year, a team of scientists claimed they had made potentially one of the greatest scientific discoveries of the century, having finally picked up evidence for the Big Bang in the form of gravitational waves.
    Now, disappointedly, it seems that the breakthrough has turned to dust, as a new analysis of the results suggests that they were wrong.

    Scientists have eagerly anticipated these results ever since doubt was raised shortly after the discovery was made.
    It was claimed that the team had not adequately excluded the possibility that the signal could have been caused by dust in our own Milky Way, and the scientists behind the discovery soon started to express reduced confidence in the findings as well.”

    http://www.iflscience.com/space/leaked-publication-suggests-bicep2-big-bang-discovery-was-wrong

    Filmpje met interview:

    http://www.kijkbewust.com/aarde/is-de-big-bang-theorie-onzin/

    Ik heb vorig jaar of zo als eens gezegd:

    Volgens mij is er geen sprake geweest van singularieit en één big bang en is het universum véééél ouder dan 16 miljard jaar.

    Maar is het langzaam ‘gegroeid’, uit het niets. Deeltje voor deeltje. En groeit het nog steeds. Punt is dat deeltjes uit ‘het niets’ ontstaan. Dit is recentelijk ook bewezen. En ja, hoe dat kan weet domweg niemand, gaat ons verstand te boven. Maar derhalve is het universum triljarden maal triljarden jaren oud.

    Ik denk verder dat er meerdere medium-bangs zijn geweest op verschillende plekken. Zoiets als exploderende zwarte gaten die bezwijken onder hun eigen aantrekkingskrachten.

    Als er namelijk maar één big bang was geweest was alle materie lineair alle kanten op gevlogen en met de afstand tot het centrum en elkaar neemt de onderlinge aantrekkingskracht af.
    Gevolg: een universum vol met uitdijend ‘stardust’. Geen planeten, sterren, zonnen, niks. Alleen maar stof.

    Het is veel logischer dat het universum langzaam aan op meerdere plekken is gegroeid. Zoiets als het bezaaien van land.

    Deeltjes of materie waren in eerste instantie niet in beweging maar doordat het universum groeide nam de onderlinge aantrekkingskracht toe. Todat deeltjes zich als grote bollen gingen vormen etc etc.

    Als deze bollen te groot werden explodeerden ze weer zodat het universum in beweging kwam!

    En omdat er meerdere bollen waren op verschillende plekken, ontstonden er meerdere ‘draaikolken’ oftwel bewegingen. Zie het als rotjes die op verschillende momenten op verschillende plekken ontploffen.

    En die bewegingen zijn NOODZAAK voor duurzaam intelligent leven! Alles MOET namelijk in beweging zijn. Zowel hele sterrenstelsels, maar ook planeten en zonnen.

    Niet alleen voor getijden,(stromend water), maar ook om klimaat/temperatuur verschillen niet te groot te laten zijn, dag en nacht (bio-ritme en bio-diversiteit) opwarmingen afkoeling voorwind en regen, maar vooral ook voor de stabiliteit van een draaiende planeet om een zon bijvoorbeeld.

    Want een zon is absolute noodzaak. Er moet nogal wat energie bij, bij dat leven. Plus water wat zichzelf kan reinigen ook, (dus moet het bewegen) nucleaire energie, om middels bliksem de atmosfeer te reinigen EN CO2 kan afbreken EN als temperatuur ‘regelaar’ dient EN af en toe vuur (bosbrand) maakt om zaden te verspreiden etc etc.

    Plus CO2 wat niet alleen pure plantenvoeding is maar ook een temperatuur REGELgas is. Want: teveel CO2 betekend grotere plantengroei en meer planten betekend meer koeling
    door schaduw en meer verdamping van water wat endotherme energie genereert en dus afkoeling.

    Uiteraard heb je ook koolstof en zuurstof nodig zodat carbon-based lifeforms kunnen ontstaan. Carbon -zuurstof-water based is namelijk het meest efficient qua energie voorziening.
    En die energie heb je nodig om snel te kunnen vluchten of snel te kunnen denken.

    Niet voor niks rijden auto’s op koolwaterstoffen..

    En zelfs ijstijden zijn NODIG… het is ook een onderdeel van een hele grote doch trage kringloop…

    Om dit alles te realiseren is niet alleen een immense hoeveelheid tijd nodig, maar ook een immense hoeveelheid voorwaarden die ook nog eens cyclisch moeten zijn, in balans zijn en kringlopen vormen.

    Zo geredeneerd zou je bijna in God gaan geloven.

    Overigens heb ik de Grote Gemeenschappelijke Deler nog buiten beschouwing gelaten…

    https://www.youtube.com/watch?v=0jHsq36_NTU

    of anders:

    http://www.youtube.com/watch?v=0jHsq36_NTU

    Ook leuk:

    http://www.dailygalaxy.com/my_weblog/2009/07/stephen-hawking-the-planet-has-entered-a-new-phase-of-evolution.html

  4. Wiersma

    16 februari 2015 op 03:42

    “Een pijnigende voorstelling dat vanaf een bepaald punt in de tijd de geschiedenis ophield reëel te zijn. Zonder het te merken heeft de hele 
mensheid plotseling de realiteit verlaten, alles wat sindsdien
    is gebeurd is absoluut niet waar, maar we kunnen het niet merken. Onze taak is nu dit punt te ontdekken en zolang we het niet hebben gevonden moeten we in de huidige vernietiging blijven volharden.’”

    Juist.

    We moeten het spoor terug volgen, terug naar het punt waarop de wereld is opgehouden ‘echt’ te zijn. Dat zou het punt zijn waarop we met zijn allen de realiteit hebben verlaten. Het leven is
    onecht geworden en zolang we niet weten wanneer dat gebeurd is en vooral ook hoe, zijn we gedoemd om in deze schijnwereld verder te leven zonder exit-strategie. Ergens in het verleden zijn we het
    fatale ‘point of no return’ gepasseerd.

    Juist.

    In feite leven we in een soort matrix. In TWEE werelden tegelijk.

    En dat is een paar honderd jaar geleden al ingezet, en in 1913 in feite wettelijk bekrachtigd op Jekyll Island.

    Waar gaat het over?

    Als je het bekijkt uit evolutionair oogpunt (zie docu: Human Evolution) dan is GELD in feite een virtuele vorm van evolutie geweest.

    En geld kun je zien als voedselzekerheid, als housing, energie etc.

    En evolutie GAAT om voedselzekerheid, veiligheid, zekerheden.

    Maar geld gaat ook over tijd en ruimte, want met geld kun je ruimte kopen maar ook tijd. Hetzij door een auto, vliegtuig of fiets te kopen of door de beste medische zorg in te huren.

    Wat is er zo’n honderd jaar geleden gebeurd?

    Sinds 1913 mogen PRIVATE bankiers geld uit het niets creeren. Domweg door het te printen. Ze doen dit onder valse namen zoals ‘Nationale Banken’ etc waarbij het volk gelooft dat
    dit overheidsbanken zijn, maar niets is minder waar.
    Overheden moeten de banken vragen of die geld willen printen en de overheid krijgt dan dit geld tegen RENTE. Vandaar ook STAATSSCHULD.
    Immers, als de overheid zelf geld zou kunnen printen, zou zij hierover gene rente betalen.

    Maar.. met de introductie van fiat-money ontstond er in feite een tweesprong in de evolutie van de mens.

    De echte werkelijkheid, de echte mens, en de virtuele werkelijkheid, dat wat hij na ging jagen: geld.

    Het DOEL van de mens veranderde hiermee.

    Het lastige van virtueel geld is is dat het een RELATIEVE waarde heeft. Zelf is papiergeld helemaal niks waard. Een papiertje met opdruk. Daarom is de economie ook gebaseerd op ‘geloof en vertrouwen’ en niet op zekerheid.

    Een appel of een peer of een hert of vis heeft ABSOLUTE waarde en derhalve absolute zekerheid. Want als je die opeet is je voedselzekerheid voor de dag of langer veilig gesteld.

    Geld kan van de een op andere dag onderhevig zijn aan inflatie of deflatie.

    Alsof ineens alle appels aan de boom twee keer zo klein zijn en de herten half zo groot.

    Een brood kan zo maar ineens 1 miljard DM kosten, duurder dan een huis een maand terug. Maar de absolute waarde van een brood zou nog steeds 10 eieren zijn of zo of een kilo graan.

    Ik heb het al eerder over hele slimme jongetjes gehad. Wel deze (kleine) groep topbankiers hebben in feite alls wat wij najagen virtueel gemaakt.

    En alles wat virtueel is, is in feite op ALLE manieren te manipuleren.
    Te suggereren dat er te weinig van is (cisis), of het overvloedig laten stromen (hoogconjunctuur).

    Wat er dus gebeurd is: een heel klein groepje mensen hebben in feite totalitaire macht gekregen over onze ‘voedselzekerheid’. Ook regeringen hebben ze in hun macht.
    De topbankiers zijn in één klap, in één coup aan de absolute wereldtop van de voedselketen komen te staan. In feite evolutie 10.0 of zo.

    Zij bepalen who lives, who dies, zij bepalen min of meer de rijkdom van een geheel land of continent. Zij leveren niet alleen het geld, maar ze beheren het ook. Aangezien geld zelf al virtueel is en het in zware kluizen ligt, is voor zowel burgers als regeringen niet meer te overzien hoeveel er eigenlijk van is.

    Een hert kun je zien lopen, de hoeveelheid graan op het land zien, en kijken hoeveel appels er aan de boom hangen. Je kun het overzien. Als er van alles te weinig is kun je besluiten te verhuizen.
    Je kunt pro-actief handelen. Je kunt ‘in de toekomst kijken’ zeg maar.

    Met geld kun je dit niet of veel minder.

    Temeer daar de wereld is geglobaliseert kan dus het omvallen van een huizenbank in Amerika zorgen voor een wereldwijde crisis. Met als gevolg massaontslagen, zware bezuinigingen op de zorg,
    ‘hervormingen’ in de hele wereld, het sluiten van Parnas etc etc etc.

    Omdat er -zogenaamd- geen geld is.

    Wat er in werkelijkheid gebeurd is, is dat de topbanken in eerste instantie, zeg maar de tijd van de wederopbouw de geldkraan (lees printer) vol open hebben gezet, en nu willen ze alles weer terug.

    Waarom? Omdat ze aan BEIDE processen geld verdienen! Maar dan écht geld waarvoor échte arbeid is verricht en échte produkten zijn gemaakt.

    De virtuele wereld is de werkelijke wereld gaan bepalen.
    De bank werkt ongeveer zo: ‘Je kunt een paraplu lenen als de zon schijnt maar we willen hem terug als het regent’.

    En een oud Tibetaans spreekword zegt: Als je één staf hebt krijg je er één bij, als je géén staf hebt, willen we hem hebben!

    Die virtuele werkelijkheid, die nieuwe God zou je bijna kunnen zeggen, heeft zo ook zijn eigen taal gevormd.
    Je moet dan denken aan worden als ‘derivaten, hedge-funds, rente, inflatie, deflatie, beleggingen, investeringen, activa, beursindex, bankrun, credit default-swaps, stockmarket, kapitaalinjecties’ etc.

    En het volk krijgt in ALLES les… behalve in de taal van het Grote Geld. Juist datgene waar we allemaal achteraann lopen… krijgen we GEEN les in!
    Toeval? Welnee!

    De virtuele wereld moet zo schimmig, ondoorzichtig en ongrijpbaar mogelijk gehouden worden.

    Ik heb al eens eerder gezegd: wil je terug naar het pad VOOR de tweesprong, moet je ongeveer 100 jaar terug.

    En toevallig(?) op datzelfde moment werden niet alleen zéér grote uitvindingen gedaan, maar kwam ook de industrie en de pharmacie goed op stoom!

    Het gevolg daar weer van: we rijden in autos van staal. Waarom? Staalbelangen van bankiers! Henry Ford had al een auto van bioplastic van hennep die niet alleen lichter was maar ook sterker en
    dus zuiniger in gebruik. Daarbij was zijn wens: auto’s van hennepvezels rijden op bio olie van hennep.

    Vervolgens werd ALLE hennep gedemoniseerd, dus ook industriele.

    Maar ook het patentrecht op de natuur leverde de phama industrie triljarden vermogens op.

    Daarvoor had een dokter geen enkel belang om een patient NIET te genezen, maar daarna hadden artsen belang bij langdurige BEHANDELING van een patient en NIET bij genezing.

    Dus even kort samengevat:

    Sinds 100 jaar of zo zijn een aantal zaken in feite volkomen leugens geworden, maar die door de tijd als waarheid in ons brein zijn geplant.

    1] de auto van staal ipv bioplastics als hennep,
    2] tegengesteld belang in de genezing van patienten, behandelen met gepatenteerde medicijnen levert véél meer op,
    3] de demonisering van hennep, de demonisering van wiet plus strafbaar,
    4] de demonisering en kalltstellung van belangrijke uitvindingen, zoals van Rife en Tesla,
    5] de leugen dat aardolie ‘fossiele’ en eindige brandstoffen zijn, (olie is abiotisch, wordt door de aarde aangemaakt)
    6] oorlogen zijn BIG MONEY makers voor bankiers geworden,
    7] geldmanipulatie en bubbels zijn eveneens BIG MONEY generatoren voor topbankiers,
    8] elke crisis is in feite een dikke leugen want geld kan zo worden bijgedrukt,
    9] geld ‘verdwijnt’ zomaar in het niets. Want ineens heeft NIEMAND geld meer… waar is het gebleven?
    10] de noodzaak van economische groei is in feite een leugen want waarom MOET er steeds meer geld verdiend worden?
    11] de man-made global warming is een dikke leugen. Het gaat om economische controle van hele landen EN het
    verder verarmen van de regeringen en bevolking door peperdure nep-oplossing in de hele ‘duurzaamheids industrie’.
    12] een groot deel van uw blastinggeld gaat naar TOPBANKIERS in de vorm van rente op staatsschuld.
    13] naar schatting is 60 tot 95% (!!!) van alle ECHTE geld al uit de economie gehaald (lees burger/regering) en is een soort van virtueel-niet produktief leven gaan leiden in de vorm van derivaten, bedrijven, bubbles of het prive aankopen van land, infrastructuur etc.

    14] Misdaad LOONT wel degelijk. Alleen moet je het GROOT doen. ZO groot dat het idereeen boven de pet gaat en in feite iedereen wel met je mee wil heulen -zoals politici- vanwege hun macht en invloed.

    15] de hele democratie is in feite een hele leugen. Over zaken van belang kan de burger niet stemmen.

    16] geld in handen van topbankiers is een (stealth) WAPEN geworden waarmee je hele landen economisch op de knieen kunt krijgen. Hier kunnen geen tanks of leger tegen op.
    To big to fail, remember?

    Enzovoorts enzovoorts enzovoorts.

    Wil je terug naar ‘de waarheid’ zul je ongeveer 100 jaar terug in de tijd moeten en rechtzetten wat toen krom is getrokken.

    Is een hele waarheid binnen een leugen een halve waarheid of nog steeds een hele leugen?

    Die vraag zou 2018 zich eens moeten stellen.

    Ga maar eens na. Je hebt je hele leven hard gewerkt, en dat was nog stééds niet genoeg want je hebt per inwoner van NL nog steeds een schuld van tienduizenden euro’s per inwoner.
    Per gezin misschien twee ton.

    In feite betekent dat dat de mens evolutionair gezien helemaal niet uit kan! Zou allang uitgestorven moeten zijn!
    In feite KAN hij niet eens leven of bestaan want daar heeft ie veel te weinig geld voor! Hoe kan dit? Hoe kan het dat de mens evolutionair gezien ACHTERUIT is/heeft geboerd?

    http://www.destaatsschuldmeter.nl/

    Zoek maar eens uit wie al die ‘voedsel reserves’ plundert want die schuur is lekker dan de Titanic. Just Follow the money en dan kom je vanzelf achter alle halve waarheden en hele leugens.

    Terug naar 1900.

    Overigens zijn er zat en zat insiders en klokkenluiders maar ook wetenschappers en historici die hier gewag van maken .. maar ja… niet in het nieuws ‘dus bestaat niet’.

    “In this exclusive 80 minute video interview, legendary conspiracy author G. Edward Griffin explains how his research, which spans no less than 5 decades, has revealed a banking elite obsessed with enforcing a world government under a collectivist model that will crush individualism and eventually institute martial law as a response to the inevitable backlash that will be generated as a result of a fundamental re-shaping of society.”

    https://www.youtube.com/watch?v=jAdu0N1-tvU

    of anders:

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)