Het verhaal van een vondeling

Slide1---- 

‘Symbiogenese, een idee dat is bedacht door de Rus Konstantin Merezhkovsky (1855-1921), verwijst naar het ontstaan van nieuwe organen en organismen door symbiotische samensmeltingen. Het is, zoals ik zal aantonen, een fundamenteel aspect van de evolutie. Alle organismen die groot genoeg zijn om door ons te worden gezien, bestaan uit microben die eens onafhankelijk waren en zich later tot grotere organismen hebben samengevoegd. Bij deze samenvoeging zijn vele hun eerdere identiteit kwijtgeraakt.’

Lynn Margulis, De symbiotische planeet (1999)

Een ochtend in december 2004, een paar dagen voor de kerst. Ik word naar beneden geroepen in de Infirmerie. Er is iemand aan de deur die niet binnen kan komen. Als ik de deur open doe, hoor ik een camera driftig klikken. Niels Westra van de Leeuwarder Courant belaagt me met een spervuur van opnamen. Ik zie een plastic wieg met een grote, roze baby erin. Maar is het wel een baby? Het oogt eerder als een embryo, een brok leven dat nog niet geboren is. Een woekering van samengeklonterde cellen die ontdaan is van zijn cocon, zijn baarmoeder. Een vrouw vraagt of ik de brief wil lezen die er bij hoort. Langzaam dringt het tot me door: het is een vondeling. Van mij wordt verwacht dat ik me over hem ontferm. Ik reageer instinctief, zie dat het kind het koud moet hebben, til het op en neem het mee naar binnen. Of ik het wil of niet: ik heb me over hem ontfermd.

In de dagen daarop heeft de vondeling onder de kerstboom gelegen. Iedereen moest hem even aanraken. De muisjes, die in de wieg lagen, zijn op beschuitjes terecht gekomen. De foto in de krant maakte het verhaal compleet. Yoke Hagen, de geestelijke moeder van de vondeling, had dit alles bedacht. Het was een uitgekiende publiciteitsstunt, bedoeld om aandacht te vragen voor haar werk. Ze wilde een tentoonstelling, het liefst in het Fries Museum of anders in een goede galerie. We hebben erover gepraat hoe dat zou moeten. Uiteindelijk kon ik er niet onder uit. Ik was immers voogd geworden en daarmee medeplichtig aan de hele onderneming.

Schermafbeelding 2015-01-15 om 22.01.20

In de maanden daarna heeft de vondeling in de Infirmerie gewoond, voor zover je dit wonen kunt noemen. Ik kan niet zeggen dat hij liefdevol behandeld is. Vaak zag ik hem ’s ochtends liggen, weggestopt onder een tafel of in het trappenhuis. Ik zette hem dan weer rechtop. Of nam hem mee naar de expo-ruimte , waar ik hem een plaats gaf in de hoek om naar de schilderijen te kijken. Hij was een beetje eenzaam, autistisch misschien wel. Hij heeft ook nooit een naam gekregen. Het bleef een vreemd anoniem wezen, ‘an alien from outer space’.

Op een dag is hij zelfs gekidnapt. Vier weken verbleef hij elders, totdat ik een tip kreeg en hem zelf op de fiets ben gaan halen. De vondeling had ook iets dubbels. Aan de ene kant die ontwapenende kwetsbaarheid van een grote naakte baby die dringend om verzorging vraagt. Aan de andere kant zijn vervreemdende huid van stof, dat grote hoofd met een soort navelstreng erop en niet te vergeten: zijn schaamteloze scrotum dat hij overal zonodig aan Jan en alleman moet laten zien. Het is die ultieme kwetsbaarheid, die niet alleen vertedering, een drang naar bescherming oproept, maar vreemd genoeg ook agressie. Het meest weerloze vraagt immers als geen ander om vernietigd te worden.

Gaandeweg, bijna tegen beter weten in, ben ik me aan de vondeling gaan hechten. Bij mijn collega’s bespeurde ik een vergelijkbaar gevoel. In de weken dat hij gekidnapt was, werd hij gemist. Zijn onnadrukkelijke aanwezigheid werd pas opgemerkt vanaf het moment dat hij er niet meer was. Zoals je het tikken van de klok pas hoort, als hij stilstaat. De vondeling is ongemerkt deel gaan uitmaken van het interieur van de Infirmerie. Of beter gezegd, van de biotoop. Want hoe je het ook wendt of keert, na verloop van tijd is hij tot leven gekomen, een minimale vorm van leven weliswaar, maar wel een leven, dat zich in de psychologische beleving van zijn medebewoners ogenschijnlijk niet van hun biologische staat onderscheidt.

Schermafbeelding 2015-01-15 om 18.15.10

Ik ben me gaan beseffen dat de vondeling meer is dan een van stof gemaakte pop. Deze levenloze pop is een symbiotisch proces aangegaan met de bewoners van de infirmerie. Niet de pop zelf, maar dat proces in zijn geheel zou je een zich in de tijd voortplantend kunstwerk kunnen noemen, dat voortdurend interactie aangaat met zijn directe omgeving. Dit symbiotisch proces staat niet op zich zelf. In de afgelopen maanden is er van alles uit voortgekomen. Er zijn afspraken gemaakt. Ik heb een atelierbezoek afgelegd en me verdiept in het werk van de maker. Er komen ook nieuwe dingen uit voort. Deze tekst bijvoorbeeld. Maar dat niet alleen, ook nieuwe acties, zoals een kortstondige presentatie van het werk van Yoke Hagen in de Infirmerie. En misschien ook dingen, waar ik zelf nog geen weet van heb.

Symbiogenese, zou je het proces kunnen noemen dat deze vondeling teweeg heeft gebracht. In die zin voegt het zich naadloos in het oeuvre van Yoke Hagen, dat in de laatste jaren tot stand is gekomen. Sinds zij in 2001 afstudeerde aan Academie Minerva is een eigenzinnige reeks werken ontstaan, waarin de veranderingsprocessen van het leven het thema vormen in de meest ruime zin van het woord. De metamorfose van een libelle die zich ontpopt uit een cocon – zomaar op een dag gezien in de tuin – heeft bij haar ooit aan de basis gelegen voor een fascinatie, die nadien op allerlei manieren in haar werk tot uiting komt. In films, installaties, acties, foto’s en embryonale textielsculpturen.

Wie de metamorfosen van het leven eenmaal in zijn naakte gedaante heeft waargenomen, heeft misschien wel de formule in handen die aan alle veranderingen in de wereld ten grondslag ligt. Een foetus wordt dan een levende machine in een notendop. De bouw van een motorfiets verandert in het ontstaan van een wonderlijk insect. Zo is het prenatale groeiproces van een motorfiets van textiel een verhaal geworden, dat Yoke Hagen daadwerkelijk heeft geënsceneerd en in een film heeft vastgelegd. Het gaat in haar werk niet alleen om de kwetsbaarheid van het nog ongevormde en ongeborene, maar ook om de vraag naar beschutting en bescherming dat elk leven oproept. Maar bovenal om de fascinerende transformatieprocessen die de levende natuur in petto heeft. Processen die zich voltrekken, zonder dat je er weet van hebt. Soms teder en ontroerend, maar vaak ook onverschillig en wreed, zoals alleen de natuur kan zijn.

(Dit verhaal verscheen eerder in september 2005)

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)