De wijsheid van mijn kapper

Slide1

Ik moest nodig naar de kapper, bedacht ik me vorige week. Dit periodieke gebeuren is een noodzakelijk kwaad, waar ik me altijd met enige gelatenheid aan overgeef. Bij de stationskappen ben ik al jaren een vaste klant. ‘Hoe wilt u geknipt worden,’ luidde de obligate openingszet van de verplichte conversatie. Ik heb dan altijd de neiging om te antwoorden: ‘Zonder gekwebbel’, maar ik hield me in. ‘Haal er maar flink wat af!’, zo liet ik weten. Met dat soort woorden maak je een kapper niet gelukkig. Ze miskennen het edele ambacht van de barbier. Een en ander had wel tot gevolg dat ik gedurende enige minuten van een betrekkelijke stilte kon genieten. Mijn woorden hadden kennelijk tot nadenken gestemd. Pas toen vrijwel al mijn grijze lokken op de vloer waren beland, kwam er een begin van een conversatie op gang.

‘Als kapper knip je het haar weg, maar de kunst is juist om het haar te laten zitten.’ Ik liet deze wijze woorden tot mij doordringen en vergeleek ze vervolgens met het spreekwoordelijke ‘half gevulde glas’ dat even goed ‘half leeg’ genoemd kan worden. Mijn kapper echter vond dat niet hetzelfde. ‘Knippen,’ zo verzekerde hij mij, ‘is een kunst. Het gaat om de wijze waarop je dat doet. Juist om die reden is het haar, dat je laat zitten, veel belangrijker dan het haar dat je wegknipt.’ Vervolgens liet hij mij weten, dat hij altijd een beetje een dwarsligger is geweest. ‘Als iemand wat beweert, dan ben ik het daar in eerste instantie niet mee eens.’

Ik kon me daar wel iets bij voorstellen en ik zocht naar gevleugeld woord om deze conclusie samen te vatten.
– ‘Zonder wrijving geen glans,’ zei ik.
– ‘Ja zo is het!’ riep hij en voegde er een tweede vergelijking aan toe:
– ‘Zonder spanning geen licht.’
Zo waren we beiden weer een wijsheid rijker. Opgelucht stapte ik naar buiten. Altijd weer verbaas ik mij erover hoe helder mijn gedachten zijn, als mijn haar is geknipt. Helaas is die ervaring slechts van korte duur.

Maar deze wijsheid die ik bij de kapper had opgedaan bleef nog dagen hangen in mijn hoofd. Het kwam mij voor dat elke uitspraak die je voor waar houdt ook anders opgevat kan worden. Een boodschap kan door de ontvanger zo geïnterpreteerd worden dat hij het tegendeel meent te verstaan van wat de boodschapper in feite heeft bedoeld. Hele godsdiensten zijn van start gegaan door een foutieve interpretatie die de volgelingen hebben gehecht aan de woorden van degene die de godsdienst had gesticht. Het christendom is daar een tragsich voorbeeld van. Maar laat ik daar niet verder over uitweiden en mij beperken tot het misverstand rond één boek. Dat boek is De man zonder eigenschappen van Robert Musil. Wat je noemt een klassieker, maar ook – zoals dat zo vaak gaat met klassiekers – een boek dat vrijwel niemand leest of gelezen heeft. Toch denkt iedereen te weten wat er in staat, en zeker ook wat de titel betekent: De man zonder eigenschappen.

‘Schreef Robert Musil eens over ‘Der Man ohne Eigenschaften’, zo zou je over de huidige Nederlandse architectuur kunnen spreken van een architectuur zonder bedoelingen, een triomfalistisch modernisme, totaal ongevaarlijk, van zijn tanden ontdaan, gesteriliseerd. Niemand zal er van wakker liggen en niemand zal er kwaad van worden.’

Zie daar – in de woorden van Rem Koolhaas – het misverstand in optima forma. ‘De man zonder eigenschappen’ is een metafoor geworden voor alles wat geen smaak of kraak heeft. Met het Musil’s boek in gedachten ging Koolhaas tekeer tegen de ‘nikserigheid’ van de moderne architectuur die tot leven komt als de talentloze braafheid hoogtij viert. Het is de architectuur van het eeuwige compromis, van het ingecalculeerde wisselgeld voor de welstandscommissie. Lelijkheid die je niet eens kunt aanwijzen is het ergste wat er is. Het is als een ziekte die je niet in het lichaam kunt lokaliseren, een onzichtbaar virus dat op den duur het hele lichaam in zijn greep krijgt. Het is ‘de architectuur zonder bedoelingen’ waar de roman van Musil model voor gestaan zou hebben, in ieder geval de titel van die roman. Maar niets is minder waar. Zo schrijft Jacques Kruithof in De rijkdom van het onvoltooide (1988) – een fraaie analyse van Musil’s roman – het volgende:

‘Afgezien van de misplaatste journalistieke toepassingen van de ‘man zonder eigenschappen’ zijn er meer misverstanden in omloop: dat Ulrich het lef niet heeft voor iets te staan, dat men – bij uitbreiding – er verstandig aan doet geen enkel standpunt van ganser harte in te nemen of, zoals Maurice Blanchot schrijft: De man zonder eigenschappen is niet enkel de vrije held die elke beperking weigert en die, de essentie weigerend, voorvoelt dat hij ook de existentie moet weigeren, en haar door de mogelijkheid moet vervangen. Hij is allereerst de verwisselbare mens van de grote stad, die niets is, nergens op lijkt, het alledaagse “men”’.’

Die interpretatie klopt dus niet volgens Kruithof. Het epitheton ‘zonder eigenschappen’ is in de roman van Musil afkomstig van Ulrich’s vriend Walter, die het cynisch bedoelt en er de – in zijn tijd – ‘moderne mens’ mee op het oog heeft: ‘een wezen dat alle overgeleverde eigenschappen of kwaliteiten ontbeerde.’ Maar wat veel lezers ontgaat is dat de benaming ‘man zonder eigenschappen’ in de roman feite als een geuzennaam fungeert voor iemand die zich juist niét wil schikken in de cliché’s van het negentiende-eeuwse Kakanië, de vermolmde wereld van de Hongaars-Oostenrijkse Dubbelmonarchie. Dat was de oude wereld die duizend verklaringen opleverde, maar waarvan geen verklaring meer deugdelijk was. De man zonder eigenschappen wilde juist niet meelopen met al die lieden die de waan van de dag vertolkten, die leuterden met hun meninkjes en hun ideetjes en weldra achter vaandels aan zouden lopen.

De hoofdfiguur Ulrich zou zich juist verzetten tegen wat Kruithof noemt ‘de zwendel met de grote woorden en ongefundeerde begrippen, tegen de lieden die de waarheid in pacht lijken te hebben en tegen hulpeloze en armzalige dweperij van hun volgelingen.’ De man zonder eigenschappen koos juist voor ‘het essayistische leven zonder laatste waarheid’ . Musil heeft tot op de dag van zijn dood op 15 april 1942 aan de roman gewerkt, zonder ooit een einde te vinden. Sterker nog een einde zou juist strijdig zijn met alles waar de roman voor staat. Het leven is niet te vatten in een verhaal, een narratieve ordening van gebeurtenissen. Als er een bottomline in deze bodemloze roman bestaat dan moet het zijn dat de taal tekortschiet om de wereld te representeren, laat staan te verklaren.

De woorden schieten heen en weer als apen tussen de takken van een boom, maar de ruimte daartussen blijft onaangeroerd. Het gaat erom de ondeugdelijkheid van de taal aan te tonen in een roman, zoals Schönberg de ondeugdelijkheid van de tonaliteit in de muziek aan de dag legde en Kandinsky de ondeugdelijkheid van de figuratie in de schilderkunst. Zo ontstond er ruimte voor een nieuw soort mystiek, want juist de mystiek is ‘een religie zonder eigenschappen’. Meister Eckhardt sprak al over ‘het leven zonder eigenschap’. Dat zou een leven zijn zonder ‘de energie verslindende bindingen aan bezit, een voorwaarde om zich van de tranendal los te maken.’ Juist de mystiek laat als niets anders de ondeugdelijkheid van de taal zien. Mystiek is volgens Kruithof een ‘opheffing en ontlediging die impliceren dat er geen intact ik meer overblijft om van deze sensatie bericht over te brengen.’ Het zou Musil niet alleen gaan om een nieuw soort mystiek, maar ook om een nieuwe moraal in een versplinterde wereld. De moderne wereld waarin het verband tussen de woorden en de dingen verbroken was.

De roman De man zonder eigenschappen speelt zich af in in de geboortestad van zionisme en nazisme. Het Wenen van Wittgenstein. Het is ook het Wenen van Freud, de stad van de psychoanalyse, de stad ook waar Hitler ooit kunstenaar wilde worden. De stad van de atonale muziek van Schönberg en de functionele architectuur van Adolf Loos, gebouwen zonder enig ornament, want dat was een misdaad. Het Wenen dat door Karl Kraus ooit is bestempeld tot ‘het onderzoekslaboratorium voor wereldvernietiging’. Het Wenen van Otto Weininger, van antisemitisme, vrouwen- en mensenhaat.

Georg Steiner heeft in dit verband ooit gesproken over het ‘verbroken contract’ tussen de taal en de werkelijkheid, dat zijn repercussies had voor de ethiek. Dat contract zou juist hier zijn verbroken, in het Wenen van Wittgenstein. Deze gedachte komt in het werk van George Steiner telkens weer naar voren. Dat verbroken contract tussen het woord en wereld, dat in het denken van Wittgenstein zo duidelijk aan het licht treedt, is volgens Steiner wellicht de grootste geestelijke revolutie in de westerse geschiedenis, een revolutie die bepalend is geweest voor onze moderne tijd. De door Nietzsche vastgestelde dood van God werd gevolgd door het verbreken van het contract dat van oudsher tussen woord en wereld had bestaan.

Voor Wittgenstein was het niet meer vanzelfsprekend, dat woorden naar dingen in de werkelijkheid verwezen. Ze konden immers ook naar andere woorden verwijzen. Taal verwijst naar taal, en niet naar de wereld. De menselijke geest, zo stelde hij, was behekst door de taal. Daarmee verdween de uiteindelijke theologische aanwezigheid in het proces van betekenen. God zat van oudsher in de Logos, in het contract tussen woord en werkelijkheid, dat wel zeggen: in het betekende fluïdum dat de geest met de wereld verbindt. Maar hoe die verbinding tot stand komt is voor de taal zelf ontoegankelijk. De wijze waarop de woorden de dingen ‘afbeelden’, daar weten wij niets van. Wij weten dat een landkaart een gebied kan voorstellen, maar dat voorstellen op zichzelf, als een proces dat tussen onze oren plaatsgrijpt, daar weten we niets van. Zoals we ook niet lichtstralen zien: we zien alleen licht.

Aanvankelijk maakte Wittgenstein nog onderscheid tussen de taal als als afbeeldingsproces – de representatieve taaluiting – en taal als een bijverschijnsel van een handeling: de performatieve taaluiting. Maar in feite, zo ontdekte hij, is elke taaluiting ‘performatief’. Er voltrekt zich iets in elke taaluiting zelf. Anders gezegd, er wordt iets getoond. Maar hoe toont zich die betekenis? Nogmaals, dat weten we niet. Net zo min – en hier maakte hij de onomkeerbare  gedachtesprong – dat wij weten waarom iets moreel goed is of niet. Er zijn geen rationele criteria om het goede te kunnen onderscheiden. Het goede ‘toont’ zich, zoals de betekenis in de taal. De onzegbaarheid in het contract tussen taal en werkelijkheid is dus niet alleen een linguïstisch, maar ook een ethisch probleem.

Door die ontdekking, die aan de basis lag van de moderniteit, was opeens een gapende afgrond ontstaan tussen het goede en het ware. Die ontdekking werd gedaan in het Wenen van Wittgenstein, waar Karl Kraus al in 1909 had beweerd, dat er in Europa een tijd zou komen ‘waarin er handschoenen gemaakt zouden worden van mensenhuid’. Het was niet Wittgenstein, maar Hitler die deze uiterste conclusie zou trekken uit het verbroken contract tussen taal en werkelijkheid. Bij Hitler ging de taal als het ware rondtollen in zichzelf. Het verbroken contract maakte plaats voor een contract van de onmiddellijkheid, een contract waarin het woord als vanzelfsprekend als ‘waar’ wordt aangenomen.

Hitler overbrugde de breuk tussen de woorden en de dingen, door de woorden tot een onbetwijfelbare status te verheffen. Zo ontstond het nieuwe fascistische register van de taal, waar geen ‘waarom’ meer bestond, alleen een ‘daarom’: Befehl is Befehl. Symbolen werden iconen. Semantiek werd een nieuwe religie. De taal werd opnieuw heilig in het hier en nu, maar deze hernieuwde heiligheid was van een satanische makelij. Het geweten was immers uitgeschakeld door deze kortsluiting van de taal. Sterker nog de religie, die het menselijke geweten had ontdekt – Mozes, Jezus en Marx waren alle drie Joden geweest – moest als eerste worden vernietigd. De onmiddellijkheid van de nieuwe taal had immers geen boodschap aan het geweten.

In zijn boek Real Presences (1989) stelt George Steiner:  ‘Wij moeten onszelf en de cultuur de vraag stellen of een seculier, in wezen positivistisch model van het begrijpen en van de ervaring, van betekenisvolle vorm (het esthetische) houdbaar is in het licht van, zo u wilt, in het duister van het nihilistisch alternatief.’ Dat besef drong bij Steiner nadat hij de Frankfurter stationsboekhandel een gedichtenbundel had gekocht van Paul Celan, en als door de bliksem werd getroffen door vrijwel de eerste regel die hij las, waarin Celan sprak van een taal die bestond ‘uit woorden ten noorden van de toekomst.’

Volgens Steiner was in Nazi-Duitsland het diabolische van de taal zelf aan het oppervlak van het bewustzijn gekomen. Hij wilde de wereld behoeden voor het verval van het woord, dat in onze moderne tijd steeds verder om zich heen grijpt. In de taal ligt immers onze unieke gave en het fundament van onze humaniteit. Al in zijn essaybundel Lanquage and Silence (1958) pleitte hij voor een nieuwe taalfilosofie, om daardoor zicht te krijgen op de oorzaken van de gedeeltelijke woestenij van onze cultuur. ‘Deze taalfilosofie,’ zo stelde hij, ‘zal de wijsbegeerte zien, zoals Wittgenstein haar geleerd heeft dat te doen, als taal in een conditie van uitzonderlijke afgewogenheid, waarin het woord weigert zichzelf zonder meer als 
waar aan te nemen.’ (..) ’Mijn eigen 
bewustzijn wordt beheerst door de uitbarsting van barbaarsheid in het 
huidige Europa; door de massamoord op de Joden en de vernietiging on
der Nazisme en Stalinisme van wat ik probeer 
te definiëren als de specifieke geest van het ‘Midden-Europese humanisme’.

En toch, het betoog van George Steiner heeft iets tegenstrijdigs. Wij weten nu, zoals hij telkens maar weer herhaalde, dat iemand die ‘s avonds Goethe en Rilke kon lezen, of Bach en Schubert kon spelen, ’s morgens weer doodgemoedereerd naar zijn dagelijks werk in Auschwitz kon gaan. Maar was er inderdaad sprake van een verband tussen enerzijds die zorgwekkende splitsing tussen de cultuur van het Midden-Europese humanisme en de gruweldaden van het Hitler-bewind en anderzijds het ‘verbroken contract tussen taal en werkelijkheid’, waarvan Wittgenstein vaak als de belangrijkste protagonist wordt beschouwd? Wat is de relatie tussen enerzijds het contract tussen de woorden en de dingen en anderzijds ‘een goed mens’? Bestaat er wel een basis voor de moraal in de ratio? Wat leert ons het verstand als het gaat om zaken van goed en kwaad? In hun boek Het Wenen van Wittgenstein (1973) komen Allen Janik en Stephen Toulmin tot een ongemakkelijke conclusie:

‘Wittgenstein was zich er terdege van bewust, evenals Kraus trouwens, dat de rede alleen een instrument van het goede is, wanneer het de rede van een goede man is. Het feit dat de goede man goed is is geen gevolg van zijn denkvermogen maar van de fantasie die hij bezit. Voor de goede man is ethiek een manier van leven, geen systeem van proposities.’

Met andere woorden, de wetenschap helpt ons geen spat verder als het gaat om de vraag hoe wij moeten leven. Maar dat had mijn kapper mij ook wel kunnen vertellen. Altijd weer verbaas ik mij erover hoe helder mijn gedachten zijn als mijn haar is geknipt. Helaas is die ervaring slechts van korte duur.

4 Reacties »

  1. Wiersma

    22 december 2014 op 02:33

    Is een kapper eigenlijk niet gewoon een verkapte pysychiater?

    Maar dan. Hoe we moeten leven, wat het doel is.

    Wat me opvalt de laatste jaren is dat gewone mensen zoals u en ik schijnbaar geen idee (meer) hebben.
    Economische crisis leidt kennelijk ook tot crisis van de mind.
    Of is het de globalisering?

    Mij valt het iig op dat mensen redelijk stuurloos ‘maar wat doen’.
    Bij gebrek aan doel, aan toekomst, zicht op verbetering, noem maar wat. Daarbij voelen ze zich behoorlijk machteloos.

    “Ja, wat kan ik eraan doen”?

    Het lijkt wel alsof de menselijke geest is uitgeschakeld.

    Voorbeeld? Global warming door man made CO2.
    Miljoen miljard artikelen en heftige welles nietes discussies over de global warming. Hel en verdoemenis.

    Maar dus geen één die dus eens op het idee komt om zich af te vragen:
    -Hoeveel CO2 zit er eigenlijk in lucht?
    -Hoeveel procent is daarvan man-made?
    -Hoeveel procent warmte houdt CO2 vast?

    Van alle HONDERDEN MILJOENEN berichten, discussies, krantenartikelen, wetenschappelijk items, blogs, TV items: niet EEN die zich bovenstaande vragen stelt.

    Alleen hier door alleen al zou je kunnen zeggen: de mens leeft als een kip zonder kop. Komt domweg niet meer op het idee om zich zowiezo wat af te vragen. Obey, obey, obey.

    Dat is er goed ingeramd de laatste 30 jaar.

    Ik moet het tot mijn stomme verbazing aanzien.
    En vooral intellectuelen: probeer die maar eens tot logica te brengen: lukt je niet. Too disruptive.
    Doorbreekt hun patroon van ‘ik kan heel goed voor mezelf denken, daar heb ik voor doorgeleerd namelijk, dank u, maar geen dank’.

    Met het antwoord op drie stomme cijfertjes zou de hele global warming ‘discussie ‘ gelijk tot de meest belachelijke, mensonterende randdebiele kluchten worden afgedaan en de veroorzakers met pek, veren en hoongelach over de rand van de aarde worden gekieperd.

    Maar nee hoor, politici, media en ‘wetenschappers’: the debate is over.

    Ik heb dan ook vaak het gevoel in een compleet foute film te zijn beland waarin ‘geloof’ feiten en wetenschap compleet hebben gekaapt. Zoiets als de kerk maar dan nog vele malen erger.

    Ter info voor dummies en grienpiesers:
    lucht bestaat voor 0,039% uit CO2.
    3% daarvan is man-made, 97% is natuurlijk door verrotting bladeren en zo.
    Co2 houdt hooguit minder dan 1% warmte vast, wetend dat methaan 22 keer en stikstof oxide een 256 keer erger broeikas gas is dan CO2.

    Komt neer op dat man made CO2 de aarde hooguit opwarmt voor een 0,0001 graad celsius of zo: compleet verwaarloosbaar dus.

    Maar nee: er moet voor triljarden worden geinvesteerd om deze RAMP te voorkomen waarbij de oplossingen vaker nog erger zijn dan het probleem.

    En dat is: iedereen arm, zit tegen windmolens aan te kijken, energie rekeningen stijgen schrikbarend en totaal oplossing: NUL.
    Pure kapitaal vernietiging, maar dat is dan ook de ware bedoeling.

    Ik gebruik nu even de global warming -staat van het klimaat- als metafoor voor staat van het menselijke brein.

    Wel. Ik kan u gerust meedelen: da`s niet best.
    Ik geloof nog eerder in God dan in Global Warming.

    Weet je wie WEL een doel hebben?
    De ware puppetmasters.

    Oh man oh man. Nou en of die een doel hebben!

    Hun doel? Weg met die wandelende strontfabrieken. Dat vervuild de aarde alleen maar, soupeert alle grondstoffen op, en 97% van al dat spul heeft zowiezo al geen enkele toegevoegde waarde, dus hup, vort ermee. Over de kling met dat wrakke vee.

    Het lastige alleen is dat je hun dat niet recht in het gezicht kunt zeggen he? Zo van” ga es dood man, gek!”.

    En dus moet je van alles verzinnen, zoals global warming bijvoorbeeld, of een crisis, om te voorkomen dat dat spul rijk wordt en onafhankelijk.

    Nee. Beter is ze tot op het bot uitkleden, evenals de zorg.
    Als ze arm zijn vervuilen ze minder, maken minder resources op.
    Als ze ziek worden: ha, onze vrinden van de pharma weten daar wel raad mee: peperdure medicijnen die uiteindelijk toch niet werken want er is ‘meer geld nodig voor onderzoek!”

    Doe er er nog een stukje milieu bij zoals zure regen, (mislukt businessmodel), gaten in ozonlagen (half gelukt), en global warming (behoorlijk gelukt) en je zult zien: die stomme opvreters trappen er wel in!
    Oh, en fake oorlogen doen het ook altijd goed.
    Oorlog is namelijk een waan-zin-nig ge-wel-di-ge kapitaal vernietiger. Net als windmolens. Zo krijg je landen ook mooi onder controle, want grote leningen nodig.

    En zo geschiedde.

    En de mens?

    Hij kwam niet. Hij zag niets. Behalve horizon vervuiling, slagschaduw en een oplopende energie rekening door ‘gratis energie’. Hij overwon niets.

    Zijn modernste Iphone was gericht op de spiegel. Voor de zoveelste selfie. Hopend dat al zijn/haar sociale media vrienden de foto zouden ‘liken’. “Ik selfie, dus ik besta”.

    Als je haar maar goed zit en je schoenen niet kraken.
    Dan heb je het als mens tegenwoordig maar ver geschopt.
    Niet te kritisch zijn… want anders val je op social media buiten de groep.

    Beter kun je zeggen dat je nieuwe schoentjes hebt gekocht.. of LOL roepen bij een gekke kattenfoto… en ‘sterke’ wensen als iemand kanker heeft.

    Tja. Zelf nadenken komt bij de meesten domweg niet meer op.

    In 30 jaar is de maatschappij geglobaliseerd. Ongemerkt, onder de radar door. De mens kan dit helemaal niet aan.
    En de problemen daarbij horend ook al helemaal niet.
    De ‘moderne’ mens is volkomen ontheemd.

    Heeft geen enkel idee meer wat het zelf kan doen.
    Is machteloos gemaakt, en mede daardoor doelloos.
    Want ja, “wat kan ik er aan doen”?

    Dan maar meelopen met hypes als het Glazen Huis.
    “Laat ik zien dat ik ook iets goeds doe. Daarbij behoor ik tot een groep”. Ook al doe ik in feite helemaal niks.
    Als er al een doel is is het een lege show-off.

    Het is allang oorlog jongens. Voor wie het wil zien.
    De wapens zijn alleen veranderd, maar het patroon niet.
    Een oorlog gericht op uw brein en uw geld.

    Wat “ze” willen is het hok opruimen. Hup, al dat wrakke vee der uit, da’s 95% van de wereldbevolking dus, en met die kleinere high-tech club doorgaan. En u en ik horen niet bij die club. Snappu?
    De boerderij is te groot. En genocide? Oh, u dacht dat die ideeen uitgeroeid waren omdat we zo ‘beschaafd’ zijn?
    Hahaha! Hou toch op man, wordt wakker.
    Niet wakker worden is straks keihard van die DNA ladder afflikkeren.

    En reken maar dat wij, de massa, jaren achterlopen op technische ontwikkelingen.

    YOU are the target. The enemy.

    Robots kunnen straks zowiezo toch alles wel beter, sneller, slimmer langer en gecontroleerder dan u.

    “Ze mogen alles van me weten want ik heb niks te verbergen”.
    Juist. Met die big data voeden ze straks de breinen van robots die straks uw baan inpikken. Met hier en daar wat verbeteringen uiteraard.

    Patroonherkenning.
    Het zou zo maar een verplicht vak op shcool moeten worden.

    Over die oorlog gesproken: lees maar eens iets van iemand die er verstand van heeft en toevallig nog astronaut ook.
    Ik kan even de goeie link niet zo snel terug vinden maar CC gaat over overheveling van KAPITAAL. Van arme U naar rijke hullie.

    “Climate alarmism is “the biggest fraud in the field of science” and the 97% consensus claim is nonsensical, Apollo 7 astronaut Walter Cunningham tells MRCTV in a preview of his presentation at the upcoming Heartland Institute climate conference, July 7-9.”

    http://cnsnews.com/mrctv-blog/craig-bannister/apollo-astronaut-climate-alarmism-biggest-fraud-field-science

    http://www.livescience.com/19643-nasa-astronauts-letter-global-warming.html

    http://www.naturalnews.com/048041_Big_Government_independent_thought_climate_change.html

    Nou ja, zo maar weer eens.

    De mens heeft anno nu doelen zat! Maar je moet het wel zien dan…
    Ten eerste in het bestrijden van de psychopaten die dit feestje hier komen verstoren.

  2. Wiersma

    22 december 2014 op 03:05

    Nog eentje.

    Welk doel denk je dat integratie heeft?
    De ‘multiculturele samenleving’.

    Ik noem slechts een trefwoord: chaos.

    Toeval?
    Welnee.

    Dat wrakke vee moet kapot. Allemaal.

    Het best is dan ze ‘te mengen’.
    Dan vreten ze elkaar wel op.

    Sociaal? Welnee.

    Alsof een islamiet zich zal bekeren tot het christendom of andersom.

    Daarbij is het een ideale manier om kapitaal te vernietigen.
    Vluchtelingen/asielzoekers bijvoorbeeld mogen niet werken. Maar kosten de gemeenschap wel geld.

    Hoe zou een werkelijke oplossingen er uit kunnen zien dat mensen hun land niet meer ontvluchten?

    Economische sancties. Das voldoende.

    Geen import, geen export, buitenlandse banktegoeden bevriezen van de dictator(s) en het is in no time einde oefening.

    ISIS?
    Geen olie afnemen, geen wapens leveren, in no time einde oefening.

    Maar gebeurd dit? Welnee.

    Waarom houdt dit systeem stand?

    Omdat u nieuws kijkt. Omdat u kranten koopt. Omdat u stemt op een politieke partij. Omdat u geeft aan ‘goede doelen’ . Omdat u uw brein hebt uitbesteed aan media en puppets.

    DAAROM houdt u mede een systeem in stand wat u zelf niet wilt,
    maar het is u vakkundig afgeleerd om zelf na te denken of zelf zaken te onderzoeken.

    U herkent spindoctors niet, psychopaten niet, geopolitiek niet.

    En ineens.. komt u erachter dat u een doelloos leven leidt… niets lijkt echt tot een oplossing te leiden… ineens verdampt uw pensioen, zwarte piet, uw huiswaarde, uw vrije artsenkeuze, uw baan, uw 1600 Wattstofzuiger, uw 100 Watt lamp, uw ziekenhuis, uw spaargeld, uw diploma waarde, ja duh!

    Ineens moet uw 500 asielzoekers opvangen.

    Out of the blue. Zomaar. Ineens.

    Hoezoudatnoutochkomen.nl?

  3. Henk van der Veer

    22 december 2014 op 14:17

    Niet een halfvol glas, niet een halfleeg glas: loop naar de kraan en vul het glas! Omdenken nou?!

  4. Huub Mous

    22 december 2014 op 15:57

    @ Henk

    Ik weet nooit of de kraan nu geduldig of ongeduldig is.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)