Het organisch universum

Slide1

Over tijd en tegencultuur bij Louis G. Le Roy

Het begrip ‘tegencultuur’ komt bij Le Roy voor het eerst naar voren in zijn in 1973 verschenen boek Natuur uitschakelen, natuur inschakelen. Voor een goed begrip van wat Le Roy destijds met deze term ‘tegencultuur’’ bedoelde, is het misschien goed te beginnen met een wat lang citaat. Hierin geeft Le Roy antwoord op de vraag of het in de huidige cultuursituatie – een monocultuur waarin de mens als creator wordt uitgesloten – nog zin heeft om te filosoferen over denkbeelden van Messéqué. Ta-Chai, Tsembaga en anderen, die in het voorafgaande betoog uitgebreid aan bod waren gekomen. Le Roy stelt dan letterlijk het volgende:

‘Beantwoording van deze vraag is mogelijk, als de begrippen ‘cultuur’ en ‘tegencultuur’ op de juiste wijze worden geïnterpreteerd. Onjuist is de zienswijze, waarbij vormen van tegencultuur als bedreiging van bestaande cultuurvormen worden gezien. Juist is de zienswijze, dat de ene vorm van cultuur een andere toekomstige vorm van cultuur a.h.w. oproept en bepaalt. De ene cultuurvorm dankt zijn bestaan aan een voorafgaande cultuur. De een is tegencultuur ten opzichte van de ander. Toynbee stelt – hetgeen op hetzelfde neerkomt dat de afwisselende perioden in de cultuurgeschiedenis hun ontstaan te danken hebben aan twee elementen, namelijk: uitdaging en antwoord.

De eindeloos (circa 4000 jaar) durende priestercultuur van de Egyptenaren (monocultuur) was tenslotte de aanleiding (uitdaging), dat een tegencultuur zich zou gaan vormen (antwoord). Deze tegencultuur werd bepaald door elementen, die door het bestaande regime noodzakelijkerwijs werden bestreden (omwille van handhaving van orde en rust en handhaving van de staande cultuurvorm). In Egypte werd een vorm van tegencultuur geïntroduceerd door Echnaton (circa 1400 voor Christus) , die een meer menselijk beleid voorstond, in tegenstelling tot het strakke regime van de priesters. Na de dood van Echnaton werd alles in het werk gesteld om zijn invloed weer ongedaan te maken. Mogelijkerwijs was de geschiedenis van Egypte anders verlopen, als men meer begrip had getoond voor het verschijnsel ‘tegencultuur’.

Tijdens de Romeinse cultuurperiode vindt een dergelijke ontwikkeling plaats. Zo er één cultuur werkelijk als ‘underground’ is begonnen, dan is het wel de christelijke cultuur geweest! In de ondergrondse catacomben vindt de geboorte van deze tegencultuur plaats. Het valt niet te verwonderen, dat juist de uiterst materialistische cultuur van de Romeinen een tegencultuur oproept, die de liefde als hoogste waarde propageert.

Mogelijk is binnen deze gedachtegang van culturen en tegenculturen te begrijpen dat de huidige technocratische maatschappij een tegencultuur laat ontstaan met als motto. ‘all we need is love’. En evenmin als men vroeger in staat bleek, de tegencultuur reële ontwikkelingsmogelijkheden te geven binnen de bestaande cultuur, evenmin zal men in onze tijd in staat blijken dat te kunnen doen. De harde les die de geschiedenis ons leert, is dat de tegencultuur pas dan gelegenheid heeft zich ten volle te ontplooien, als de bestaande cultuur heeft opgehouden te bestaan. In feite ligt hier de oorzaak van de angst van cultuurdragers, angst voor de opkomst van iedere vorm van tegencultuur, zij zien de ‘halfzachten van de tegencultuur als hun doodgravers. ‘

Wat mij intrigeert in deze passage is niet het tijdgebonden karakter, dat tot uiting komt in de verwijzing naar een song van de Beatles, maar het volgende. Hoe is het mogelijk dat Le Roy, die toch bekend staat als een denker die – in het spoor van Henry Bersgon – de tijd primair als ‘duur’ heeft opgevat, zich tegelijk beroept op een lineair, deterministisch model van de geschiedenis, waarin door een altijd weer terugkerende wisselwerking van cultuur en tegencultuur de lijnen van de tijd voor eeuwig vast lijken te liggen? Anders gezegd, hoe is deze tweespalt te verklaren tussen de tijd als ding en de tijd als duur? Onder de ‘tijd als ding’ versta ik de tijd die wordt gezien als een vast en onveranderlijk gegeven. Dat proces van ‘verdinglijking’ (reïficatie) kan op twee manieren plaatsvinden. Je kunt de tijd opvatten als een abstract begrip (een klok, een tijdbalk, een groeimodel) en hem daarmee verplaatsen naar een andere categorie dan de beleefde tijd (de duur). Maar de ‘verdinglijking’ van de tijd kan ook deel gaan uitmaken van de beleving van de tijd zelf. Anders gezegd: de duur kan zelf ook een ding worden. De beleefde tijd wordt dan de tijd van het vervalste of vervreemde bewustzijn, een soort eeuwig nu zonder besef van verleden, traditie, groei en toekomst.

duree_simultaneite_L23   Het gaat mij in dit verhaal over het conflict tussen de ‘tijd als ding’ en ‘tijd als duur’ in het denken van Le Roy. Is de wereld een organisch universum, waar zelfs de geschiedenis deel van uitmaakt, of is de mens tot objectieve kennis en beheersing van de wereld in staat? Het probleem heeft van doen met de natura naturans van Spinoza, als oergrond van de wordende de scheppende natuur zonder doel of eind, tegenover de natura naturata als de reeds geworden of gecreëerde natuur in de modificaties van wat we om ons heen zien als de veranderlijke dingen. Van de Scholastiek tot de Romantiek hebben filosofen geworsteld met dit probleem, dat niet alleen de kern raakt van de werkelijkheid, maar ook de relatie tussen het subject en de wereld. In onze tijd van de techniek, die de wereld niet alleen ‘maakbaar’ maakt. maar ook het bewustzijn van de mens onomkeerbaar verandert, komt het denken over de tijd in een ander licht te staan. Als een soort voortdurende frictie tussen vrijheid en verstarring komt het probleem van de tijd in het denken van Le Roy naar voren. Ook dit conflict ontwikkelt zich bij hem letterlijk in de tijd, naarmate zijn gedachten over natuur en tijd, samenleving en geschiedenis zich verder uitkristalliseren.

Een telkens weer terugkerende cyclus van opkomst, bloei en verval. Zo zag Toynbee de geschiedenis. In dat opzicht zijn Bergson en Toynbee elkaars tegenpolen. De één ziet de natuur als een continue en onomkeerbare stroom, waarin al het leven is gevat, de ander daarentegen ziet de geschiedenis als een grafische weergave van een golfbeweging, waarin beschavingen elkaar afwisselen volgens een ijzeren wet, die bijna door Darwin bedacht had kunnen zijn: opkomst, bloei en verval. Dat is een ruimtelijke opvatting van de tijd. De tijd wordt hier een ‘ding’, een begrip dat haaks staat op de ‘duur’ van de tijd zoals Bergson die zag.

De tijd als duur is per definitie beweging, zo stelde Bergson. De duur is niet iets wat deelbaar is, maar een zich voortstuwend psychisch proces. Het is geen ding maar een voortgang. De duur is zelfs de grondstof, waaruit niet alleen het bewustzijn is gemaakt, maar ook de alom waar te nemen levenskracht (élan vital) die de oorzaak is van een eeuwig worden van telkens iets anders, iets nieuws. De duur was voor Bersgon ook de grondvoorwaarde voor alle creatieve processen (l’évolution creatice). Bergson was dan ook primair de filosoof van de verandering, de beweging, het eeuwige gebeuren, het onvoorspelbare. De theorie van de menselijke kennis was voor hem onlosmakelijk verbonden met de theorie van het leven. Met instinct, intuïtie en verstand borduurt de mens voort op de eeuwig wordende ondergrond van de natuur. De ratio is dan ook niet een domein op zich, maar dient altijd teruggeplaatst te worden in een algemene theorie van het leven zelf en daarmee in de stroom van de tijd. Kennistheorie en levenstheorie zijn voor Bergson dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het biologische en het historische vloeien ineen. Als in een cirkelgang moeten ze elkaar blijven voorstuwen, maar die cirkelgang heeft geen plan, richting of doel. De levensfilosofie van Bergson kent geen determinisme.

toynbee_historyqqqqqqqq  Toynbee daarentegen is in het voetspoor van Spengler op zoek gegaan naar de vaste ontwikkelingswetten van de geschiedenis, waarbij de tijd niet meer als duur wordt opgevat. De tijd wordt door Toynbee ‘verruimtelijkt’. Ze wordt een schema, een grafiek, waarin je niet alleen het verleden, maar zelfs de toekomst kunt aflezen. Zo werd de tijd weer een ‘ding’ in plaats van een ‘fluïdum’ of en ‘stroom’. De tijd viel bij Toynbee ten prooi aan de hoofdwet van de westerse wetenschap: ‘Weten is meten’. En juist daar wilde Bergson niets van weten. Bergson wilde de tijd als duur redden uit de klauwen van deze, in wezen materialistische opvatting van de werkelijkheid. Toynbee smokkelde de tijd als meetbaar ‘ding’ weer het domein van de geesteswetenschap binnen. Maar er is een kloof tussen de tijd van de ratio en de tijd van de geest. Hij deed alsof de geschiedenis een vorm van natuurkunde is, een exacte wetenschap waar je wetten kunt opstellen die voorspellingen in situaties die herhaalbaar zijn. Maar de tijd is per definitie niet herhaalbaar, ondanks het eeuwige gezegde dat l’ histoire se répète’.

Dat spanningsveld tussen ‘tijd als ding’ en ‘tijd als duur’ zit ook in het denken van Le Roy. Het is iets, waar ik altijd weer tegen aanloop. Ik heb hier vaak met hem over gesproken, maar we kwamen er niet uit. Ik zie het als een spagaat, als twee onverzoenbare zienswijzen die toch met elkaar verenigd zijn. Het is ook het spanningsveld tussen de dogmatische profeet en de ludieke goeroe, twee beelden die Le Roy op wonderlijke wijze gezamenlijk personificeert. Maar zelf ziet hij het anders. Dit was voor hem geen spagaat, maar een wezenlijk aspect van zijn denken, misschien wel de motor daarvan. Wat dat betreft was Le Roy – als geen ander – een kind van zijn tijd. Met één been stond hij immers nog in de wereld van het gestolde, vooroorlogse essententie-denken met zijn Spengleriaanse fascinatie voor de wetmatigheid van cultuurontwikkelingen en met het andere been in de tijd van de opkomende tegencultuur, de jaren zestig en zeventig, waarin alle zekerheden omtrent cultuur, tijd en geschiedenis juist leken te ontdooien. Juist in die roerige jaren werd alom geprobeerd om de tijd van zijn ‘verdinglijking’ te ontdoen, niet alleen in het denken, maar ook in de praktijk van het maatschappelijk activisme en zelfs in de kunst. In dat veranderingsproces in de tijd neemt het gedachtegoed van Le Roy een wonderlijke plaats in. Alles wat hij vloeibaar maakt in de tijd, lijkt tegelijk weer te stollen in het dogma van de geschiedenis, en omgekeerd.

In 1973 wist Le Roy zijn gedachten over tegencultuur als een eigentijds Maarten Luther kort en bondig samen te vatten in een beperkt aantal stellingen, die vooral op de praktijk waren gericht. Van groot belang daarbij is de intrinsieke samenhang tussen tijd en ruimte in het voortdurend proces van worden. Natuur is voor Le Roy nooit een bevroren verschijningsvorm in het hier en nu, maar een dynamisch systeem van voortdurende ontwikkeling, dat wil zeggen: een uiterst complex geheel van processen die zich voltrekken in de tijd. En wat voor de natuur opgaat, geldt ook voor de cultuur en samenleving. De natuur heeft geen vooropgezet plan, maar er is wel een voortdurend proces van verandering, waaraan alles – maar dan ook alles – onderworpen is. Het is de dynamiek van de tijd, waaraan alles en iedereen deel aan moet hebben. Inschakelen dus en niet uitschakelen. De historische ontwikkeling in natuur- en cultuurpatronen worden door Le Roy radicaal op één lijn gezet. Dat is de lijn van de continue ontwikkeling die beslist niet doorbroken mag worden. Het is de beweging van de tijd als continuïteit, als ondeelbare duur, kortom de erfenis van Bergson die Le Roy in zijn denken verweven heeft. Maar zijn de ruimtelijke schema’s van Toynbee niet juist een doorbreking bij uitstek van de tijd als ondeelbare duur? Anders gezegd: als je het denken van Bersgon werkelijk serieus neemt, is de beschavingstheorie van Toynbee dan niet bij uitstek – om een woord van Le Roy zelf te gebruiken – een calamiteit?

De Stellingen van Le Roy

  1. De mens is het produkt van cultuur en natuur.

  2. Monocultuur, in welke vorm dan ook, vormt een uitdaging aan de natuur en wordt als zodanig fel bestreden (ziektebeeld).

  3. De historische ontwikkeling in natuur- en cultuurvormen dient als continuïteit te worden opgevat en het verbreken van deze samenhang in ruimte en tijd kan worden opgevat als calamiteit.

  4. Arbeid met vegetatiemateriaal dient zodanig gericht te zijn dat het streven van de natuur wordt gevolgd en gestimuleerd (climaxvorming).

  5. Overgangsvorm tussen stad en land kan worden gevormd door bossen (milieuverbetering).

  6. De stad dient een oase-functie te vervullen (contrast).

  7. De ontwikkeling op gebied van recreatieterreinen is in die zin onjuist te noemen dat hier de mens zelf meer zal moeten worden ingeschakeld (homo ludens) en dat de aanleg op basis van economie geheel achterwege dient te blijven (tot minimum beperken).

  8. Milieuverontreiniging waar deze niet wordt veroorzaakt door industrie of landbouw, kan volledig worden tegengegaan.

  9. Insekten dienen niet steeds als vijanden te worden beschouwd. Ruimere voorlichting gericht op begrip van totaliteit der levensvormen (ecologie) is zeer gewenst.

  10. Insekticiden gebruikt men alleen indien volstrekt nodig en beperkt tot een absoluut minimum – gebruik door amateurs dient te worden verboden (beperkt tot de minst schadelijke soorten).

  11. Zoet water dient zo lang mogelijk op het land te worden gehouden.

  12. Grondarbeid dient tot een minimum te worden beperkt.

( wordt vervolgd)

1 Reactie »

  1. Wiersma

    16 december 2014 op 02:25

    Ik kan me wel redelijk vinden in de stellingen van LeRoy.

    Waarbij ik echter denk dat hij bepaalde dingen nooit geweten heeft…. helaas… want ik vind ze niet terug in zijn betogen.

    Eéntje ervan is bijvoorbeeld phytonciden. De geneeskrachtige en rustgevende werking hiervan. Tevens het verkoelend effect door verdamping van water tegen het (fake) broeikas gevaar en de omzetting van CO2 naar C en O2.

    Maw: nogal natuurlijke argumenten voor de tegencultuur.
    Ik denk dat hij dat intiutief wel wist, maar ik heb het hem nooit horen zeggen.

    Wat mij betreft is tijd domweg lineair. De geschiedenis mag zich misschien herhalen, de tijd zelf doet dat echter niet. Tijd is dus geen kringloop, maar wél een rechtsstandig patroon. Alles, maar dan ook alles is gerelateerd aan tijd.
    Zou tijd ook een kringloop zijn dan zou duurzaam leven niet mogelijk zijn.

    Gebeurtenissen kunnen een kringloop vormen. Daar KAN een patroon inzitten. Oorlogen bijvoorbeeld, ontstaan vaak/meestal uit de manipulatie van de eenling/eenlingen/boek naar de massa.

    Het patroon van deze manipulatie is meestal het uitschakelen van het rechterbrein. Van ratio naar emotie.

    Het patroon daarvan is: problem, reaction, solution.
    Hitler gebruikte dat patroon en heden ten dage maken de EU en NL politici gebruik van hetzelfde patroon. Keurig gepapagaaid door de media.

    Mede door globalisatie heeft niemand nog enig zicht op wat vioor zekerheden dan ook. Toeval?
    Welnee. Zorgvuldig gepland door hele slimme mannetjes met veel macht… EN een doel.

    Dat doel of beter gezegd doelen, die zien wij echter niet. Compleet afgeleid. Ik kom er nog wel eens op terug.

    Het leven nu LIJKT een puzzel. Heb je morgen nog werk? Hoe lang blijft deze crisis? Krijg ik nog zorg? Het lijkt vooral een puzzel als je het voor-beeld niet hebt gezien. Dan heb je werkelijk geen idee hoe ‘het plaatje’ er uit zal komen te zien. Tenzij je terug kunt rekenen vanaf het voor-beeld, dan ineens vallen alle stukjes in elkaar.

    Wat “zij” doen is je steeds nieuwe kleine puzzelstukjes geven.
    ZONDER het voor-beeld erbij te geven.
    Begint u hem te begrijpen? Snapt u het patroon?

    De natuur redt zich heel best met of zonder mensen.

    Soms gaat het wel eens wat mis zoals de – niet natuurlijke- import van konijnen in Australie. Dat liep volkomen uit de hand. Ze hadden met de import tevens roofdieren zoals havikken oid moeten importeren.
    Van nature heeft de natuur allerlei buffers en feed-back mechanismen.

    Deze zijn ALLEN gebaseerd om duurzaam leven mogelijk te maken en in stand te houden.
    Toeval? Ik denk van niet.
    Als je weet hoe immens veel voorwaarden -en kringlopen- er nodig zijn om uberhaupt duurzaam en intelligent leven mogelijk te maken.

    Planten staan – na een x aantal andere voorwaarden – aan de basis van deze intelligentie en duurzaamheid. In dat opzicht had LeRoy dus helemaal gelijk.

    Maar wij mensen willen nog wel eens teveel vanuit ons eigen perceptie denken.

    Zo is een vulkaanuitbarsting een ramp, evenals bosbranden, aardbevingen, tectonische verschuivingen of tsunami’s.
    Vanuit de mens zijn ze een ramp ja, maar vanuit de natuur gezien zijn ze een zegen!

    Geen vulkaan uitbarstingen? Oke, dan geen wijdverbreide plantengroei want geen zwavel. Geen bosbranden? Oke, dan geen wereldwijde zaadverspreiding. Geen tectonische verschuivingen? Oke, dan geen zouten, geen mineralen en dus alleen leven aan de kusten mogelijk.

    Alles MOET wel in beweging zijn om duurzaam leven mogelijk te houden.

    “De natuur heeft geen vooropgezet plan, maar er is wel een voortdurend proces van verandering, waaraan alles – maar dan ook alles – onderworpen is. ”

    De natuur heeft WEL degelijk een plan.
    Het maakt de natuur echter niet uit WIE er leeft of WAT er leeft ALS het maar leeft en doet er alles aan om dat leven zo wijdverspreid mogelijk te maken!

    Dat kost echter offers, en vergt slachtoffers. De natuur denkt niet in individuen maar in groepen.

    De natuur laat het verder aan het individu over of deze een Darwin Award wil verdienen of niet. Ben je een sukkel? Wel, dan val je misschien te pletter van de DNA ladder. Jammer voor jou, maar beter voor de soort.

    De natuur heeft allemaal feed-back patronen om zichzelf in stand te houden. Wordt het warmer? Oke, dan verdampt er meer water. Niet alleen absorbeert het verdampen alleen al veel energie, ook wolken reflecteren zonlicht. Teveel CO2 in lucht? Oke dan groeien planten domweg twee keer zo snel.
    CO2 is een regelGAS en water is een regelDAMP.
    (beide genegeerd door IPCC en derhalve door politici, hemelbestormers en juichaapjes van grienpies, WNF, media en zelfbenoemd groen GoedVolk)

    Beide spelen een immens belangrijke rol. De uitkomst is tevens dat het zuurstof gehalte in lucht op peil blijft. En laten wij mensjes en diertjes daar nou eens gek op zijn op dat zuurstof.

    Maw: de natuur doet behoorlijk zijn best om het de mensjes en diertjes behoorlijk naar de zin te maken. Toeval?
    Tja… zeg het maar…

    Friesland krijgt naar ik meen te horen nogal wat windmolens.
    Is dat de oplossing van het probleem CO2? Welnee.

    Pure kapitaal vernietiging. Maar dit is ook de bedoeling, kom ik later op terug. Kapitaal verbranding en iedereen arm is namelijk hoofdonderdeel van een geheel ander plan. Minder mensen, weg met die wandelende methaangas fabrieken. DAT is pas een echte oplossing. Dieren en planten rijden geen auto, hebben geen CV en gooien geen plastic in zee.

    Het werkelijke probleem is minder zuurstof in lucht (remember CO2 is 1 atoom koolstofatoom erbij en TWEE atomen zuurstof minder!), fijnstof in lucht door slechte verbranding van motoren.

    En de ware kunstenaars die houden ook van schone lucht en schoon water. Hoe meer mensen, hoe minder van dat.

    Hoe krijg je minder mensen? Door ze financieel aan de grond te laten lopen. Door ze bang te maken met wat dan ook. Door verzonnen problemen als crisis, global warming, verdampende ozonlagen, zielige ijsbeertjes, uitstervende panda’s en noem maar op. En dan oplossingen bedenken die groter zijn dan het probleem.

    De mens is veel te klein om tegen die grote natuur op te kunnen.
    De aarde kan makkelijk 50 miljard mensen herbergen en voeden.

    Bedenk dat alle aardolie en steenkool ed ooit planten waren die op aarde leefden. Dus dat terugbrengen? Zou dat een probleem moeten zijn?

    Het is wel enigszins een probleem als je twee dingen tegelijk doet: EN die C weer in omloop brengen EN tegelijk bossen gaat kappen.
    DAT is een probleem.

    De oplossing is dus niet windmolens maar ga maar bomen planten.
    Plant planten op daken zodat ze zomers koel zijn en `s winters warm. De grap is ook nog eens dat als die boom dan dood gaat je er een leuke tafel van kunt maken of zoiets. En planten kun je opeten en als dank schijt je het land dan weer onder zodat weer nieuwe planten groeien.

    Ook alle mineraaltjes geef je dan weer terug he?
    Ook magnesium. Planten zijn gek op magnesium.
    En natrium, kalium etc.
    Komt uit zeewater by the way, dankzij overstromingen en zo.

    (om maar eens iets te noemen: stel goud was een onmisbaar mineraal. Hoeveel leven zou er dan op aarde zijn? En waar?)

    Kringlopen: man oh man, die zijn me der eentje.

    Maar verder is het hoog tijd om die kringlopen van systeemzombies eens te doorbreken. Daarom ook: NIET stemmen. Op geen enkele partij. Ontneem ze de macht. WEL stemmen betekent straks massaal van de DNA ladder afflikkeren. Bij twijfel NIET inhalen zeg ik altijd maar. Politici zijn slechts puppets van een veel groter plan. Zonder het zelf door te hebben trouwens want daar zijn ze te stom voor. Dat plan moet niet doorgaan.

    Niet dat ik alles met hem eens ben maar toch… zeer aangrijpend. Kijk dit soort mensen zouden in de politiek moeten zitten en niet een stelletje narcistische spindoctors met driedubbele agenda’s.
    En let ook even op de blauwe kleur van de upper atmosfeer ergens in een fragment.

    https://www.youtube.com/watch?v=6rDG6pE-GGY

    En off topic: ook best een goede/leuke docu over Frl/Lwd.

    http://www.mijnstad.tv/

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)