Bach, Paganini, een giraf en een hinde

Slide1

Ingewikkelde droom vannacht. Meerdere verhaallijnen lopen door elkaar. Zoals in het begin van een film, als je nog niet weet waar het verhaal naar toe moet, zo beland ik van de ene situatie plotseling in de andere. Ik kan de droom alleen navertellen, als ik de scènes uit elkaar trek, maar in feite schoof alles voortdurend door elkaar heen. Het begint met een bergbeklimming. Zwaar bepakt loop ik naar boven. De berg wordt steeds steiler. Ik struikel en sta op. Ik struikel weer. Eventjes lijk ik zelfs weg te glijden, maar ik kan me nog net vastgrijpen aan een boomstronk. Het landschap om me heen wordt kaler en kaler. Het dringt tot mij door dat ik ver van huis ben. Een globetrotter ben ik nooit geweest. Een noordeling, dat zal ik altijd blijven. Ongeveer een kilometer voor de top beland ik bij een kleine hut, waar een oud vrouwtje woont. Ze lijkt op mijn moeder, maar ze is het niet. Met trillende stem vraagt ze me de zware bepakking af te doen. Ik doe er beter aan, verzekert ze me, om zonder ballast mijn tocht naar de top te vervolgen. Ze heeft het goed met me voor, zo lijkt het, en ik geef gehoor aan haar verzoek, wetend dat het zeer gevaarlijk is om zonder proviand naar boven te gaan. Daarna voel ik me zo licht als een veertje en bereik ik zonder verdere problemen de top van de berg, waar een adembenemend uitzicht wacht. De Himalaya ligt aan mijn voeten en ik realiseer me dat ik op het dak van de wereld sta. Ik zie een witte piano en hoog aan de hemel straalt de zon. De ellende is minder erg als de zon schijnt, denk ik bij mezelf. Ik zie Bach, Paganini, een giraf en een hinde. Er zwemmen palingen langs de regenboog. Dan verandert het decor. Opeens, en vroeger dan ooit tevoren, grijpt de angst om zich heen. Ik ben in een gebouw dat me bekend voorkomt. Ik was daar al de hele tijd trouwens, ook toen ik naar boven klom. Nog kort geleden was ik zwaar ziek. Ik voel me nog wat zwak en wil naar huis, maar ik kan niet. Alle deuren zitten op slot. In de ruimte ernaast klinkt opeens rumoer. Er is ruzie uitgebroken. Er wordt gescholden en er vallen zelfs rake klappen. Ik kijk uit het raam en zie op het voorplein een soort schuur die leeg staat. Je kunt er door de kieren naar binnen kijken. Er is daar al jaren niemand geweest. Tenminste, zo ziet het er uit. De ruzie in het naburige vertrek loopt volledig uit de hand. Dan ben ik weer buiten. Ik klim wederom de berg op en tegelijk realiseer ik mij dat ik door een oude straat loop in Angoulême. Ik ben hier ooit eerder geweest, maar wanneer? Heel even hoor ik de stilte van mijn kinderjaren. Een toreador zingt over zeelieden en verre standen. Ik zie een locomotief met een kolenwagen. Een vuurpijl spuit de hemel in en ik heb zomaar een glas wijn in de hand. Er wordt gedanst, maar ik weet bij God niet waarom.

5 Reacties »

  1. Cees Andriesse

    12 december 2014 op 14:35

    Het leek een droom, maar het was echt. Gisteren liep ik door een licht gebogen straat met lage huizen uit het eind van de negentiende eeuw. Bij een daarvan waarvan de ramen deugdelijk gesloten waren, ben ik naar de deur gelopen, want ging het hard regenen. Het kwam niet in me op om aan te bellen, ook niet toen het ineens bliksemde en de donder rolde, wind aan mijn paraplu rukte en harde hagel neerkwam. Hier was niemand thuis. Het was wel zeker. “Even hoor ik de stilte van mijn kinderjaren.” Dat was de droom die geen droom was. Over een paar maanden, als de ramen open zijn, zal ik er nog eens langslopen en ècht aanbellen. “Kunnen mensen die de wereld buiten hun om als werkelijk ervaren,” heb ik geschreven, “mensen die we dus realisten moeten noemen, anders zijn dan structureel realisten? Hun kennis bestaat uit de relaties tussen de dingen en niet, zoals door nominalisten beweerd is, uit de dingen zelf.” Daar gaan we dan over praten, Huub!

  2. Cees Andriesse

    14 december 2014 op 10:14

    mijn reactie staat hier boven.

  3. Huub Mous

    14 december 2014 op 10:38

    Wat is de relatie tussen reactie 1 en 2 ?

  4. Cees Andriesse

    14 december 2014 op 11:07

    Huub, de relatie is dat ik vanmorgen zag dat mijn reactie van vrijdag (nummer 1) niet op de voorziene plaats terecht gekomen was, en dat de nieuwe reactie (nummer 2) er alleen maar toe diende het bestaan van nummer 1 bekend te maken. Donderdag heb ik tijdens een bui voor je deur gestaan, en in het voorjaar hoop ik in beter weer, na een deugdelijke afspraak, nog eens voor he deur te staan. Mijn boek “Het verborgen veld” (ISBN 978 90 450 2891 0) is dan verschenen, ik heb je er een exemplaar van toegestuurd, en we gaan praten over de identiteit van kunst en de natuurkunde, over het tonen van het ontoonbare. Nu zal ik je blog niet langer voor gewone post misbruiken.

  5. Huub Mous

    14 december 2014 op 11:26

    Wat een wonderlijk verhaal in deze donkere dagen voor de kerst. Wij lagen beiden met griep in bed, niet wetend dat er een wijze aan de deur was. Ik las vanochtend een verslag in de Volkskrant over een symposium in Groningen over de ware aard van de ster van Bethlehem. Bètha-wetenschappers zoeken naar serieuze antwoorden over deze eeuwenoude vraag. Alpha-wetenschappers daarentegen zijn alleen maar sceptisch. En toch, er is meer tussen hemel en aarde. Ook dit verhaal kan geen toeval zijn….
    http://www.rug.nl/news/2014/10/1015-ster-van-bethlehem

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)