Met je eeuwig stijve pik

‘Hoe schoon zijn uw gangen in de schoenen, gij prinsendochter! de omdraaiingen uwer heupen zijn als kostelijke ketens, zijnde het werk van de handen eens kunstenaars. Uw navel is als een ronde beker, dien geen drank ontbreekt; uw buik is als een hoop tarwe, rondom bezet met leliën. Uw twee borsten zijn als twee welpen, tweelingen van een ree. Uw hals is als een elpenbenen toren, uw ogen zijn als de vijvers te Hesbon, bij de poort van Bath-rabbim; uw neus is als de toren van Libanon, die tegen Damaskus ziet. Uw hoofd op u is als Karmel, en de haarband uws hoofds als purper; de koning is als gebonden op de galerijen. Hoe schoon zijt gij, en hoe liefelijk zijt gij, o liefde, in wellusten!’

Hooglied 7:1-6

Ik lig diep verborgen onder een zwarte sluier. Ik ben dood maar leef toch verder. Mijn lichaam lijkt transparant, maar is ondoorzichtig, bleek als van albast. Ik ga nu de ruimte in waar ik eerst niet in durfde te gaan. Ik zie allerlei slaginstrumenten, trommels, pauken, belletjes, triangels. Verder is de ruimte helemaal leeg. Ik pak de muziekinstrumenten en probeer ze te bespelen. Er komt echter geen enkel geluid uit. Er komen gedaanten binnen. Spoken lijken het wel. Ze bewegen in slowmotion en zijn net als ik transparant, maar toch ondoorzichtig. Ik gebaar naar hen om met mij de instrumenten te bespelen. Als ze dit doen en gaan dansen, bewegen ze ritmisch, blij, er ontstaan kleuren bij deze danse macabre…. Ik zie de zon opgaan boven de noordpool. Het is alsof de ijsberen wakker worden. Het noorderlicht verschijnt aan de hemel en het kompas draait dol in mijn binnenzak. Ik ga weg, de trap op, kijken of er nog meer te zien is. Ik kom een andere kamer binnen, de deur is erg zwaar. Er staat een bordje met DOODSGEVAAR 6000 VOLT !!!! Er is iemand, misschien een vrouw. Ook een grote, massieve kist met een mooi rond deksel. Het lijkt een antieke boekenkist. Zo eentje waarin Hugo de Groot ooit is ontsnapt uit het Muiderslot of was het soms slot Loevestein? Dat zoeken we op, dacht ik nog. De persoon is verdrietig en vertelt dat ze al jaren op die kamer is. Oorspronkelijk met iemand anders maar die ander is verdwenen als een dief in de nacht. Ik zie dat de deur alleen aan de buitenkant geopend kan worden. Ze zit voor eeuwig vastgebonden aan haar zelf en kan toch zo weglopen. Het lijkt een metafoor voor het leven. Voor de dood. Memento mori en aan de deur wordt niet verkocht. Ik open de boekenkist omdat dat de enige logische plaats is om te kijken. Verder is er niets in de kamer die opeens de embryonale buik van een walvis blijkt te zijn. Ik voel dat er iets uit de kist komt, als een windvlaag, een vreemde zachte bries. Ik huiver, maar ik zie niets. De vrouw is teleurgesteld want ‘het’ is nou weg. ‘Het’, wat is ‘het’ ? Een spook? Een entiteit? Een dolende geest? Ineens hoor ik verderop gebonk op een deur. Ik ga op het geluid af en open de deur. Achterin een heel grote lege ruimte zit een jong kind op eenzelfde massieve boekenkist als in de vorige kamer. Hij leest in de Koran, die bij nader inzien de Bijbel blijkt te zijn. Opeens stroomt een grote golf water naar binnen toe. Ik hou me vast aan een van de ribben, sla een kruis en krijg terstond een erectie. ‘Waarom zing jij geen ander lied?’, hoor ik nog zeggen.

Schermafbeelding 2014-05-28 om 15.15.46

Soms heb je van die dagen. Je wordt wakker en je begrijpt alles. Hoe is het mogelijk dat ik het niet eerder zo heb gezien tussen het stof van de al die boeken om me heen? Ik kan weer helemaal opnieuw beginnen. Alles uithalen. Alle breiwerken die ik in de afgelopen jaren in elkaar heb zitten pennen. Twee rechts twee averechts. Zo moet het dus niet. Het moet helemaal opnieuw. Zelfs mijn manuscript, dat nu eindelijk klaar was, kan in de prullenbak. Hoppa, daar gaat ie! Zuster, hij doet het weer! Het is die akelige man, die altijd over mijn schouders heen kijkt. Het is niks. Het wordt niks. En het zal ook nooit wordt worden. De Schweinhund in je binnenste, die moet je koesteren, beminnen. Je vijand is je minnaar. Het wit mint het zwart, daar gaat het om. Haat is liefde. Het kwaad is in wezen goed en een krokodil moet je in de bek schieten. Aiaiai die Caballero, dat is pas een sigaret! Aion, Aion! De Aion is voorbij. We hebben het tweeduizend jaar vooruit kunnen schuiven, maar nu kan het niet langer zo. De reusachtige rotsblokken in Stonehenge zijn niet meer te begrijpen als uitdrukkingen van het verhevene. Nee, hij was er altijd al, maar we hebben hem nooit gezien. Hij zat al in de bomen. Kijk maar, daar zweeft ie. . De Antichrist! Het wordt tijd voor de Antichrist, en het voorjaar wordt ook niks dit jaar. Tante Ada zei het ook al: ‘Het leven is geen lulletje rozenwater.’ Maar hoe kon zij weten hoe het werkelijk in elkaar zat? De mensenzoon komt op de wolken ten overstaan van alle volken. Dat is andere koek. Hoe had ik dat over het hoofd kunnen zien? Het is zo simpel. Nee, ik ga het niet uitleggen, want dan ben ik weer verkocht. Ik zag het in een flits, en nu is alles uit het verleden waardeloos geworden. Een psychose is gnosis, evenals Jung, Reve en al dat gepsychologiseer in de badkuip. Ik ben een kroket, mijnheer. Een kwekkeboomkroket.

Schermafbeelding 2014-05-28 om 15.09.22

Ik kwek de oren van uw kop. Niet poetsen, maar lullen. Niet twee keer, maar één keer. Eén keer is genoeg. De openbaring is reeds geschied en niet voor herhaling vatbaar. Het is openbaar, daar is alles mee gezegd. Open de baar. Open de baarmoeder. Dood. Leven. Ik word opnieuw geboren, maar nu goed. Het breiwerk is uitgehaald en alles wordt opnieuw op de pen gezet. Twee rechts. Twee averechts. Ik zei het al. En nu geen steek meer laten vallen, want de vurige tongen komen eraan. Over tien dagen is het Pinksteren. De Heilige Geest waait waarheen hij wil. Hoe heb ik die godsgloeiende waarheid uit het oog kunnen verliezen? Ik was stekeblind en ik werd kaal. Op de kale kop van Drees houden de vlooien een motorrace. Mijn kunstgebit klappert in de wind. Waar is mijn Kukident? Klukkluk, leeft de nog? En Mamaloe? Dappere Dodo is dood, dat weet ik. Ik moet nu pissen als een Makkebeeër, maar dat is een ander verhaal. Ik ben nu even bezig. Stil, want ik zeg het maar één keer. Eigenlijk zijn er maar twee bewegingen denkbaar: centripetaal en centrifugaal. Je vliegt naar binnen of je vliegt naar buiten. Als er teveel vorm komt, dan valt de hele boel als een kaartenhuis in elkaar. Als er teveel vormloosheid ontstaat, dan nemen de mierenneukers weer het voortouw. Friezen zijn mierenneukers, dat heb ik het altijd al gezegd. En ik ben dol op radijs. Het is zo, het was zo, en het zal altijd zo zijn. Hypertrofie vervalt tot atrofie. Totalitair wordt solitair. Dada wordt De Stijl en omgekeerd. Hup Holland! Laat de Leeuw niet in zijn hempie staan! We gaan naar Rome met Beb Bakhuys! En dan verschijnt er op een wit scherm het beeld van een soort kubistische wajangpop die weldra beweegbaar zal blijken te zijn. Zonder liefde, warme liefde lijdt het licht het donker licht. Robin van Persie speelt nog de mars van de mier en dan is het rust. RUST? JA, RUST! Gevulde koeken. Spritsen, weet je wel? Rivella, Exota in het vagevuur en dan knallen met de ballen en stoten met de kloten. ‘Knal!’ zei Marcel van Dam. Daar helpt geen lieve moeder aan. Harry Mulisch ook niet, die geperverteerde salonsocialist. Die is nu ook zo dood als een pier. Mullis is Vullis. Voelt u hem? Maar over de doden niets dan goeds. God is ook dood trouwens en nu krijgen we christendom 2.0, een seculiere religie die je zomaar kunt downloaden. God is een app en de mens was een aap. We gaan morgen demonstreren op het Malieveld, want we willen Indië terug. En de gulden natuurlijk. We willen God terug. God! Kom van dat dak af. Ik waarschuw niet meer. Ja.ja, we gaan demonstreren. God, kom terug! Alleen Emile Roemer is tegen, maar die is tegen alles, zelfs tegen het slachten van olifanten op Tweede Paasdag om zo de kleine spaarders te redden. Weg met die knoflooklanden. Luiwammesen zijn het! Potverteerders. Nee, geef mij maar de Jordaan, want dat is mooier dan Parijs. Afgelikte lolly’s, wat heb je eraan? Wat moet ik met die snolllen? Ik wil rollebollen. Maar die Roemer wil  het nog steeds niet horen, zelfs niet met die uitgelubberde flaporen van hem. Ooit hoorde hij bij de bende van Oss, maar toen kwam Jan Nagel aan mijn doodskist. Vijftig Plus? Ik wil een kus! Ach, laat ook maar. Het hoeft ook niet meer Het offer is opnieuw volbracht. Niemand had het in de gaten, maar het is gebeurd, zo waar als mijn vorm-naam Franciscus is. Jazeker. Ik ben gevormd door de bisschop. Hubertus Johannes Franciscus. Die derde naam heb ik zelf gekozen, toen ik van Pastoor Nolet alles moest leren over het Concilie van Nicea. De hernieuwing van de doopbeloften, dat is het vormsel. En bij de doop wordt de duivel uitgedreven, die ik nu wil omarmen in een nieuw sacrament. Integratie en individuatie, dat zijn de sleutelwoorden voor de toekomst van Europa. Ienemienemutte. Tien pond Rutte!  Schoft! Een kurk in je reet dat je ploft. ’s Nachts midden op de bruiloft. Maar ik dwaal af. Hoe moet het nu verder? Hé verdomd, ik hoor eens stem. Het is Flip Bloemendaal van het Polygoon-jourmaal. Het licht gaat uit. Ik zie beelden! Een ober rekent af op het Campo Santo in Siena. Op het Piazza Navona wordt een foto genomen. Het gaat regenen boven Anqoulême en er valt een porseleinen stilte. Tussen Gent en Brugge hoor ik de noordenwind in een chanson van Brel. Het is Indian Summer in Manhattan. In de Dokkumer Ee drijft bij wijlen een kurk voorbij. De woorden gaan vanzelf. Er klopt iets niet.

Schermafbeelding 2014-05-28 om 15.05.40

Wat betekenen deze zinnen? Ze zijn niet ongrammaticaal en ook niet zinloos. De in het duister hangende betekenis verwijst ergens naar, nergens naar of beide? Is het soms aangeslibd land dat nog niet is ingepolderd? Of zijn het wat schelpen en restanten van een wrak? Telkens weer verschijnen er beelden op het scherm van mijn computer. Droom ik? Ik kijk in de spiegel. Twee starende ogen zie ik. Ik kijk om me heen en sla de handen voor mijn ogen. Overal en nergens ben ik. Ik val in een stroom. Ik heb alles al gezegd. Telkens weer wil ik het opnieuw formuleren, terwijl het al geschreven staat. Je stopt het erin en het komt er weer dubbel en dwars uit. Ja, inderdaad. Dat is Jung in het kwadraat. Geen zelfkritiek. Geen methodische zuivering. Ik wilde illuminatio zonder purificatio. Verlichting zonder zuivering. Hoe kun je in de gestalte van Christus nu een parallel voor het beeld ‘het Zelf’ herkennen? Dan met je toch wel van Lotje getikt zijn. Vis moet zwemmen! Daar kunnen al die christenhonden nog een puntje aan zuigen. Puntje, puntje puntje… nou ja, dan weet je het wel. Als ik twee keer met de fietsbel bel. Spring maar achterop. De Antichrist is mijn oogschaduw. En ik? Ik ben een geitenneuker. Ja, wat dacht je? Ik wil de schaduw van je schaduw zijn. Ik wil je voetstap zijn. Ik wil je steunkous zijn. Ik wil je tandsteen zijn. Ik wil je oorsmeer zijn. Ik wil je  witte adem zijn in de winterkou. Want de winter was lang zonder jouw liefde. Te lang, als je het mij vraagt. Als je in mijn hart kon kijken, wat zou daar geschreven staan? Je kan barsten! Maar morgen bloeien de abrikozen. Het Spaanse graan heet de orkaan doorstaan en hoe vaak zien we niet uit oude grond het graan heel wat hoger staan. Hij staat! Hij staat! Wat een afsprong! Ik zwaai af. Wij zwaaien af. Ons soldatenpak gaat in de mottenzak en onze veldbaret wordt weer een burgerpet. Maar niet getreurd! Ik sticht een nieuwe vennootschap, maar dan zonder aandeelhouders. Cyprus is pas het begin en wij gaan door met de strijd! Wat heet? We shall overcome! Want uit een vulkaan die is uitgeblust, breekt zich na wat rust toch het vuur weer baan. Maar Saskia Bak zei het al: het wordt niet makkelijk om deze boodschap aan de man te brengen in tijden van bezuiniging. De koek is op. Ook op het Zaailand. Het is alleen nog koek en zopie. Zelfs de visboer moet zijn eigen broek ophouden, want de bretel wordt duur betaald. In deze jaren van schaarste, ook op cultureel gebied, laat het geloof in je eigen schaduw zich moeilijk rijmen met een nieuwe tijdgeest van radicale verandering en experiment. Het schijnt, zoals ik las in het Handelsblad, dat de dadaïsten de chaos van hun eigen tijd als vertrekpunt namen. Kijk, dat noem ik nou eens een nieuw begin. Hoort u mij?

Schermafbeelding 2014-05-28 om 15.12.40

Het wit mint het zwart, zwakheid mint de kracht, daglicht mint de nacht en Vincent mint de sterrenpracht. Starry, starry night. De tegendelen vallen samen en keren zich om in twee andere uitersten. Dat is het nieuwe denken. Het nieuwe leren. Het nieuwe epibreren. Carmiggelt rookte ook Caballero. Dat is pas een sigaret. We inhaleren niet meer. Alles is in rook opgegaan. Zelfs de mythe van Sisyphus. Wie vandaag nog denkt vanuit de mythe zal diep in de problemen komen in deze tijd van ontmythologisering. We moeten helemaal opnieuw beginnen. Alles vergeten en vergeven. Inderdaad, il faut oublier. We moeten het probleem onder ogen zien en ons niet verschansen in heimwee en nostalgie. Kom aan, we gaan er tegenaan. Door de straat over ’t plein met je tingeltamboerijn. We gaan los! We doen het! Yes we can! Weg met de deemoed. Aan mijn reet met de weemoed! Niet te vlug niet te snel met je pingpongspel. Met je loensende blik en je eeuwig stijve pik. Zo breekt een conflict zich baan, zij het niet altijd en overal openlijk dan toch wel latent, waarbij in het geding is zowel de toekomst van het volk als die van het christendom en de humanitas. Nee, nog is Friesland niet verloren. We moeten vergeven en vergeten. Ik heb het altijd al gezegd. Ik heb het nooit gezegd. Nooit, nooit. Het moet nog. Ik zal het zeggen in woorden rood en blauw. Niets kan mij nog tegenhouden. Ik kom eraan. Ik hoor mijn moeders stem. O dood die waarheid zijt. We gaan. We gaan. Hé kom aan! We gaan op hemelvaart !

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)