Leven, dood en de blauwe vogel

4 april, 1980(3)0001

DE KUNST EEN SCHIP IN DE GOLVEN TE HOUDEN WORDT BEPAALD DOOR DE MATE VAN LIEFDE VAN DIEGENE DIE HAAR/ZIJN STUURWIEL BEHEERST.
Zomer 2013, Cornelie

Dit is een van de laatste mandala’s die mijn zus Cornelie heeft geschilderd. Ze maakte er vele, geïnspireerd door alles wat Jung erover geschreven heeft. In de herfst van 1982 was zij een maand lang in Canada. Ze schreef mij een brief over hoe mooi de herfst was daar: ‘De Indian Summer heet dit seizoen. De Mapple Leaf verkleurt als een Talens-verfdoos in alle herfstkleuren die je maar kunt bedenken.’  In een boekenwinkel in een Toronto kocht zij de verzamelde werken van Jung.  Cornelie was spiritueel begaafd. Ze was een beelddenker. Ze dacht in symbolen.

De blauwe vogel in haar laatste mandala verwijst naar een sprookje dat ooit werd bedacht door de symbolistische schrijver Maurice Maeterlinck. Cornelie schilderde vaak blauwe vogels. Ze verzamelde ze ook in keramiek en glas. Het verhaal gaat over zoektocht van Tyltyl en Mytyl, twee kinderen van een houthakker, die de blauwe vogel van het geluk en het raadsel van het bestaan willen opsporen. Ze worden daarbij geleid door het Licht. Ook zijn ze in het bezit van een  diamant, waarmee ze de waarheid kunnen achterhalen. Zo komen ze bij de blauwe vogel in ‘Het Land van de Toekomst’. Daar leven de kinderen die nog niet geboren zijn.

Een mens leeft met de niet-levenden aan twee zijden van zijn leven. In het verleden waren de doden rond die ooit geleefd hebben. In de toekomt bevinden zich de niet-levenden die nog geboren moeten worden. Wat als de tijd een illusie is? Dan zijn de doden er nog, en wie nog geboren moet worden is al ergens aanwezig. De scheidslijnen tussen heden, verleden en toekomst berusten immers op een zinsbegoocheling. De doden zijn niet dood. Ze zijn ontwaakt uit het leven. Het leven is slechts een droom

.4 april, 1980(3)0001

Cornelie in 1977

In de afgelopen dagen heb het hele huis afgezocht naar brieven van Cornelie.  Ik heb er een stuk of tien terug kunnen vinden uit de lange reeks die ze me door de jaren heen heeft toegestuurd. De laatste brief ontving ik op 30 november j.l., vlak voordat mijn boek uitkwam. Ze schreef toen weer over haar belangstelling voor Jung, maar ook voor de Zwitserse psychiater Elisabeth Kübler-Ross die zij in de jaren tachtig een aantal malen persoonlijk heeft ontmoet. ‘Het leven is leren sterven’, dat had het levensmotto van Cornelie kunnen zijn. Ze hield intens van het leven en juist daarom kon zij heel goed luisteren naar mensen die wisten dat de dood nabij was. Het begeleiden van stervenden, dat was haar grootste talent. Ook mijn moeder, die langzaam dement werd, heeft zij jarenlang begeleid door haar in huis te nemen en naar haar te luisteren. Totdat het niet meer kon. In november schreef Cornelie:

‘Het herinnert mij aan een hele leuke tijd in mijn laatste baan, kreeg veel gelegenheid workshops te volgen in mijn taak in omgang met stervenden en de familie eromheen. Kern was steeds Elisabeth Kübler-Ross. Maar deze psychiater had vele lijnen met inspiratie en werk van Jung. Volgde ook weken met therapeuten van het Jung Instituut in Zwitserland. Ik bleek een zeer hoog intuïtieniveau te hebben uit testen door deze mensen. Vermoedelijk is dat een erfenis van mama. Ik herinner me zeer krasse uitspraken van haar. Ik heb niet veel van de Friese kant. Het schrijven misschien. Hoor graag als je boek uitkomt. Net als jij heb ik ook die schrijfkant. Altijd maar aan het schrijven….’

 

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)