Voetballen in de jaren vijftig

4 april, 1980(3)0001

Het is zondag 8 december 1957. De week daarvoor – op 1 december – was ik 10 jaar geworden. In het Olympisch Stadion in Amsterdam werden die zondag twee wedstrijden na elkaar gespeeld, zoals dat wel meer gebeurde in die tijd. Blauw Wit en BVC Amsterdam speelden beide hun thuiswedstrijden in het Olympisch Stadion. En ze speelden ook allebei in de Eredivisie dat seizoen. In 1958 fuseerde DWS met BVC Amsterdam tot DWS/A en nam de eredivisieplaats van die club over. In 1962 werd de naam weer DWS, een club die in 1964 zelfs landskampioen werd. In 1972 volgde weer een fusie, ditmaal tussen DWS, Blauw Wit en De Volewijckers tot FC Amsterdam. In 1982 viel het doek voor FC Amsterdam. Maar dat is allemaal voetbalgeschiedenis.

Op die 8ste december van het jaar 1957 speelde Blauw Wit tegen PSV en won maar liefst met 6 -3. Ik was erbij en keek ernaar. Thuisgekomen maakte ik bovenstaande tekening die ik van de week terugvond in een ouwe doos op zolder. Op de achterkant staat de uitslag.

4 april, 1980(3)0001

Ik woonde in die tijd in de Watergraafsmeer en voetbalde vaak op straat. Het liedje JOS-days van de The Nits geeft de sfeer van die jaren goed weer. De velden van JOS waren achter de Nieuwe Oosterbegraafplaats, vlak bij Betondorp. Ik heb daar wel eens gespeeld, maar dat was tégen JOS. Ik zat namelijk op RKAVIC, een katholieke club die helemaal in Amstelveen zijn velden had, aan de Kalfjeslaan. Het voetbal was nog behoorlijk verzuild eind jaren vijftig. In 1959 ging ik bij RKAVIC spelen, eerst bij de welpen en daarna bij de B-junioren. Dat viel vies tegen. Ik was nogal licht gebouwd en ik had daarom erg veel moeite om die zware leren knikker vooruit te krijgen.

4 april, 1980(3)0001

Ik speel met de bal, Huissen 1959

Ook die zware kicksen vond ik maar niks. Op straat kon ik veel beter uit de voeten. Al mijn schijnbewegingen die ik me op straat had aangeleerd, kon ik op het veld niet kwijt. Ik kwam dan ook meteen als linksback in het laagste elftal terecht. Mijn vriendjes speelden allemaal hoger, dat was een traumatische degradatie voor mij. Een keer nam ik wraak. Ik moest als midvoor invallen in een hoger elftal. Ik weet niet wat ik had die dag, maar ik speelde de sterren van de hemel. Scoorde zelfs twee keer, de tweede met een rush vanaf de middellijn.

Het oorlogsmonument bij JOS – dat voorkomt in het liedje JOS days – staat er nog altijd. Ik heb er maar één keer gespeeld. De club kreeg nog enige bekendheid omdat Rinus Michels het eerste elftal van JOS heeft getraind van 1959 tot 1964. In 1964 werd Michels trainer bij Ajax als opvolger van Vick Buckingham. In 1958 heb ik Rinus Michels nog bij Ajax zien spelen als linksbinnen, naast Wim Bleijenberg, die midvoor was, en Donald Feldman die linksbuiten stond. Het Ajaxstadion was toen niet zo ver van het JOS-terrein vandaan. De opnamen van The Nits zijn ook in de Watergraafsmeer gemaakt. Henk Hofstede van The Nits woonde als kind in de Watergraafsmeer en heeft dus kennelijk bij JOS gevoetbald. De videoclip van dat liedje is opgenomen in Amsteldorp, een wijk vlakbij het Amstelstation. Mijn zus Lucie heeft daar een tijdje gewoond in de Reaumurstaat. Het huis was erg vochtig dus ze is er ook gauw weer vertrokken.

Schermafbeelding 2014-03-22 om 18.36.56

Amsteldorp op de kaart van Amsterdam

Eind jaren vijftig werd het weiland tussen de Johannes van der Waalsstraat en de Kruislaan volgebouwd met flatwoningen. Vijf jaar lang heb ik als jongen in één grote bouwplaats kunnen spelen, tussen achtergelaten betonmolens, kuipen met ongebluste kalk, opgestapelde kozijnen en bakstenen. En niet te vergeten, asbest, want daar werd toen niet zuinig mee omgesprongen. Het geluid van de heimachines dreunt nog altijd na in mijn kop: kaboem…kaboem…kaboem… het geluid van de wederopbouw.

Een stuk opgespoten land bleef nog een tijd lang onbebouwd. Daar voetbalden we altijd met jongens uit de buurt. Soms deed Joop de Kubber mee. Die speelde als prof bij FC. Amsterdam en later bij DWS. In 1952 had hij nog meegespeeld in de beroemde benefietwedstrijd in Parijs voor de slachtoffers van de watersnoodramp in Zeeland. Die prestatie gaf hem voor ons het aureool van een echte held. Later kwam ook nog Henk Groot van Ajax tegenover ons wonen, maar die voetbalde nooit mee in de buurt. Het zou me niet verbazen als zijn trainer Rinus Michels hem dat ook uitdrukkelijk verboden had.

Ik heb het voorrecht dat ik de grote Nederlandse voetballers uit de jaren vijftig nog live heb mogen zien spelen: Abe Lenstra, Faas Wilkes, Jan Klaassens, Kees Rijvers, Coen Dillen, Pietje van der Kuil, Cor van der Hart, Frans de Munck, Piet Kraak, Jan Notermans…. Gisteren vond ik na wat zoeken in een digitaal krantenarchief het wedstrijdverslag terug van de wedstrijd Blauw Wit – PSV op 8 december 1957. Dit verslag geeft mijn tekening wat meer reliëf. Als ik het zo lees, schat ik in dat mijn tekening het tweede doelpunt van Blauw Wit in beeld brengt: een eenvoudige combinatie die werd afgerond door de spits van Blauw Wit: Piet Koekebakker.

De bezoekers van het Olympisch Stadion hebben gistermiddag waar voor hun geld gekregen. Eerst zagen zij hoe Blauw Wit met niet minder dan 6—3 een volledige PSV-ploeg (met Trevor Ford) versloeg en daarna won een goed spelend Amsterdam met 4—l van Fortuna. Veertien’ doelpunten en twee hoofdstedelijke overwinningen, de vreugde kon niet op voor de Amsterdammers deze middag en het akelige winderige weer werd er vrijwel door vergeten. Blauw Wit heeft op sensationele en verrassende wijze het sterke PSV met een grote nederlaag naar huis gestuurd. Geestdrift, tempo en het verrassingselement speelden hierbij een grote rol.

Na ‘de eerste verkenningen kwam PSV los met enige gevaarlijke aanvallen. Kruiver besloot één hiervan met een hard laag schot, waarvoor Van Heeswijk al zijn (groeiende) capaciteiten nodig had. Nog geen minuut later moest de Blauw Wit-doelman de bal toch uit het net vissen. Onbereikbaar voor hem had Trevor Ford de bal van dichtbij ingeschoten. Hierna kwam het heilige vuur over Blauw Wit. Koers en Dahrs stelden Bekkering op de proef en hierbij bleek, dat de vijandelijke verdediging allesbehalve safe was. Nadat eerst D’Hooghe met een onverwachte verre kogel Van Heeswijk nog moeilijk werk gaf, profiteerde Koers van een misverstand tussen De Jong en Rensen, waarna Koekebakker op rustige wijze het leer langs Bekkering knalde. Pas toen kwam Blauw Wit op toeren. Koekebakker was onvermoeibaar in de pogingen de fouten van de rood-witte verdediging uit te buiten.

Tien minuten voor rust was het reeds 3—1 voor de Amsterdammers. Het tweede doelpunt ontstond uit een eenvoudige combinatie van Dahrs en Van der Zant, afgewerkt door Koekebakker en het tweede doelpunt uit een vrije trap van Engelander, waarop Koekebakker doorliep — – langs de verbijsterde PSV-verdediging — en Bekkering met een kopbal kansloos maakte. De veel te weinig in het spel betrokken Sparendam kreeg een vrije schietkans, maar werd door Wiersma ten val gebracht. De hiervoor toegekende vrije trc.p werd niet benut. PSV besefte dat het Blauw Wit ernst was en er volgden angstige ogenblikken voor het Amsterdamse doel. Via het been van Engelander verkleinde Fransen de achterstand.

Na rust bleef Blauw Wit geestdriftig aanvallen. Na 25 minuten kreeg Koers een prachtige pass van Althof en scoorde het mooiste doelpunt van Blauw Wit. De vijandelijke defensie bezweek en er volgden nog twee fraaie doelpunten van Van ’t Zand en Sparendam. Fransen verkleinde met een diagonaal schot de grote achterstand tot 6—3.

In het seizoen 1957-1958 werd DOS kampioen, na een beslissingswedstrijd tegen Sportclub Enschede in de Goffert in Nijmegen. Na verlenging won DOS met 1-0. Het beslissende doelpunt werd gemaakt door Tonny van der Linden. Er werd in die tijd nog niet gewerkt met een doelsaldo. Daardoor gebeurde het wel meer dat clubs gelijk eindigden. Twee jaar later in het seizoen 1959-1960 was het weer raak. Ajax en Feyenoord speelden een beslissingswedstrijd in het Olympisch Stadion. Ajax won verrassend met 5-1, na bij de rust met 0-1 te hebben achtergestaan. Wim Bleijenberg werd de held van de middag. Hij verkeerde al in zijn nadagen. Acht maanden lang was hij verbannen geweest naar het tweede elftal, maar nog één keer mocht hij meedoen. Hij scoorde een hattrick, zodat Ajax voor de tiende keer landskampioen werd. Gisteren ben ik nog even in mijn oude plakboeken gaan zoeken naar de elftalfoto van Ajax uit 1960.

Op de foto staand (v.l.n.r) Van Mourik, Andriessen, Hoogerman (die vervangen werd door Pieters Graafland), Schaaphok, Muller en Smit. Zittend (v.l.n.r.) Swart, Henk Groot, Bleijenberg, Prins, en Feldmann. De trainer van het kampioenselftal was Vick Buckingham. Hij zou vier jaar later worden opgevolgd door Rinus Michels, die in 1960 al twee jaar met voetballen was gestopt en inmiddels jeugdtrainer was bij J.O.S. Het waren zijn J.O.S.-days.

Overigens speelt niet alleen de videoclip van JOS-days zich af in Amsteldorp. Ook het laatste deel van hun beroemde clip The Ducht Mountains is in Amsteldorp opgenomen. Van iemand die het weten kan vernam ik het volgende:.

‘De fietser begint te fietsen op de t-splitsing von Guerrickestraat / Reaumurstraat tot aan de Weesperzijde. Dan rechts af naar de Fahrenheitstraat en opnieuw rechts af naar de Torricellistraat om dan bij de Celsiusstraat nummer 30 (waar mijn tante Annie Willemsen woonde in het woonhuis van haar vader Henrik Willemsen) naar links af te buigen aan het einde van de video. De video begint met overhead shots vanaf Fahrenheitstraat 59.’

 

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)