De baarmoeder voorbij

Vlucht MH370 van Malaysia Airlines was onderweg van Kuala Lumpur naar Peking toen het contact rond half 3 ’s nachts werd verbroken. In totaal waren 227 passagiers en 12 bemanningsleden aan boord van het vliegtuig, dat boven zee van de radar verdween.

The way we look to a distant constellation that’s dying in a corner of the sky.’ We zien alles maar dit zien we niet. Kennelijk is het anno 2013 nog steeds mogelijk om compleet van de radar te verdwijnen. Het is een raadsel, zo lees ik overal. Maar is dat ook zo? De alomtegenwoordige zichtbaarheid op de radar geldt het heden, maar niet het verleden. Gisteren vond ik deze foto terug. Ik was de boekenkast aan het uitmesten en hij viel zomaar uit een boek. Het is oktober 1964. In Tokio werden er Olympische Spelen gehouden. Ik had zojuist een camera gekocht, een Werra. Dat was destijds een Oost-Duitse camera die zeer goed bekend stond. Hij had een Jena-lens. De prijs was 99 gulden en ik had er lang voor gespaard. Het statief had ik van mijn vader gekregen. Eigenlijk zou ik dat statief pas voor mijn verjaardag krijgen, maar toen mijn vader zag dat ik van oude traproeden zelf een statief in elkaar ging knutselen, heeft hij het me alvast gegeven. Hij had het al gekocht, want het was een aanbieding. ik was dus de koning te rijk. Die Werra-camera heb ik nog steeds en hij doet het ook nog. Al gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat hij een paar jaar geleden is opgeknapt. Een vriend van mij uit Groningen, die een groot liefhebber is van oude camera’s, heeft hem voor mij laten reviseren bij een restaurateur.

Het bijzondere van deze camera was dat er een hele snelle sluitertijd op zat: 1/750 seconde. Die zat toen alleen op hele dure camera’s. De lens was jammer genoeg niet verwisselbaar. Dat type had je wel bij Werra, maar dan betaalde je twee keer zoveel, en dit was al een rib uit mijn lijf. Bovenstaande foto is gemaakt in de slaapkamer van mijn ouders. Daar had je een linnenkast met een grote spiegel. Ik heb niet geflitst. Het zijlicht komt van een grote schemerlamp. De foto is waarschijnlijk met 1/2 seconde sluitertijd genomen, met een groot diafragma want er is weinig scherpte-diepte. Hoe dan ook, ik mocht me absoluut niet bewegen. Mijn houding oogt dan ook bevroren. Dat komt niet zozeer door de klik van de camera, maar vooral door de katatonische pose die ik zelf heb aangenomen. Ik was destijds zestien jaar en zat in de vijfde klas van het gymnasium. Een rimpelloze tijd, of beter gezegd: de stilte voor de storm. Die stropdas droeg ik al vanaf mijn twaalfde. Mijn haar was kortgeknipt. Beslist geen Beatles-kapsel, terwijl  die toch al aardig bezig waren.

Roland Barthes heeft eens beweerd dat elke foto een ‘studium’ en een ‘punctum’ heeft. Het studium is de doelbewuste compositie. Die is op deze foto wel duidelijk. Ik had alles van tevoren zo bedacht. Het  punctum daarentegen is iets dat onbedoeld ‘door het beeld heen breekt’ en je bewustzijn binnendringt. Dat punctum is nooit vooraf geregisseerd en is vaak voor iedereen anders. Het is een soort vishaakje in het beeld dat in het onbewuste blijft vastzitten. Voor mij is het punctum van deze foto de vage vlek op de achtergrond rechts van mijn linkerarm. Het is een wijwatervaatje dat naast het bed aan de muur hing. Zulke dingen zie nog wel eens op rommelmarkten. Maar destijds zat er gewijd water in. Je kon er ’s ochtends en ’s avonds je vingers indopen voordat je een kruisteken maakte. Na Palmpasen zat er een palmtakje in. Dit was wat je noemt het Rijke Roomse leven, zelfs nog in 1964.

Fotograferen was destijds een hobby van me. Ik kan me herinneren dat ik met dit toestel nog foto’s gemaakt heb van Ard Schenk en Kees Verkerk op de Jaap Edenbaan. Ik wilde die snelle sluitertijd wel eens uittesten. Vanuit het raam van de slaapkamer van mijn ouders kon je trouwens ’s avonds de lichten van de Jaap Edenbaan zien. Ik herinner mij een woensdagmiddag op de Jaap Edenbaan. Anneke Grönloh had het in haar hoofd gehaald om even te komen schaatsen. Ze had een lichtblauwe slobbertui aan en van die mooie witte kunstschaatsen. Nog geen minuut stond ze op het ijs of ze had een hele meute tieners om zich heen. Het was geen doen. Eén rondje en ze moest al weer van het ijs af.

Ook bouwde ik van oude brillenglazen een voorzetlens, waarmee ik macro-opnamen kon maken. In de vijfde klas kreeg je optica met natuurkunde en zo kon ik de vereiste onderlinge afstand van de lenzen berekenen. De zomer daarop nam ik de camera mee op vakantie samen met mijn ouders in de Fiat 500 D. Die reis heb ik beschreven in het verhaal Het was in Nevers. De tijd vliegt. De aarde is inmiddels 50 keer om de zon gedraaid. Wie weet wat voor een wonderlijke spiraal zij beide in al die tijd door het heelal hebben afgelegd. Nu ik deze foto terugzie, realiseer ik mij dat dit spiegelbeeld voorgoed achter het glas van de spiegel verdwenen is. Misschien staat de tijd wel stil en is het leven een illusie. Het leven, zei Goethe, is de jeugd van de eeuwigheid. Maar de jeugd, zeg ik, is de eeuwigheid van het leven.

Waarom begin ik hierover? Ik had een vreemde droom vannacht. Ik bevond me in een grote ronde ruimte die veel weg had van een voormalige kapel. De muren waren van een zacht soort grijze zandsteen. Het was niet helemaal duidelijk wat de huidige functie van de ruimte nu eigenlijk was. Het leek er op dat er kunsttentoonstellingen werden georganiseerd. Maar er waren ook restanten te zien die nog altijd duidden op liturgische activiteiten. Bij de ingang stond een gigantische kaars die brandde en op de preekstoel lag een opengeslagen Bijbel. In de hoge glas-in-loodramen aan rondom in de muur waren taferelen te zien van hedendaagse beroepen: een computerprogrammeur, een hypnotherapeut, een veranderingsmanager en een communicatiedeskundige. In een donkere hoek aan het eind was een stel jongens bezig met een computergame. Het ging er heftig aan toe. Er werd gescholden.

Dit is vloeken in de kerk, zo dacht ik nog bij mijzelf. Op de plek, waar ooit het altaar was, stond een groot Heilig Hart beeld, eveneens uitgevoerd in een zacht soort grijze zandsteen. Het bleek tegelijk een tabernakel te zijn, want er zat een deurtje in dat open kon. Een uitgestoken hand fungeerde als deurknop. Toen ik die hand vastpakte brak hij af. Ik probeerde het deurtje alsnog te openen, met als gevolg dat het hele beeld onder mijn ogen verpulverde en in elkaar stortte. Tegelijk stak er een vreemde bries op in de ruimte. Ik zag dat er een windvlaag naar binnen kwam, dwars door de glas in lood ramen die kleine gaten bleken te hebben. De wind voelde zwoel aan. Langzaam ging het harder waaien, zodat de ramen begonnen te trillen. Op dat moment was ik naakt en kreeg ik een erectie. Ik stortte mij op de dichtstbijzijnde muur en priemde mijn lans van vlees in de zachte, grijze zandsteen. Ik huiverde. De ruimte om me heen smolt weg in een vloeibaar universum.

Wat moet dit betekenen, zo vroeg ik mij af. ‘Het vloeibaar worden van de ruimte nadat ik mijn lans van vlees in de zachte zandsteen heb gepriemd , duidt natuurlijk op een narcistische almachtsfantasie. Een weblog is de ruimte bij uitstek voor almachtsfantasieën. Je kunt jezelf een God wanen op internet. De virtuele ruimte biedt de mogelijkheid om het eigen ego te vergoddelijken. Je kunt jezelf adoreren – of laten adoreren – in een andere gedaante die tegelijk je spiegelbeeld is. Het scherm van je pc ontsluit een onpeilbare diepte, maar ook het oppervlak van de spiegel waarin Narcissus zichzelf kan bewonderen. Ik weet nog goed dat ik een Walt Whitman-achtig gedicht schreef toen ik voor het eerst de beschikking kreeg over een computer. Ik groette de hele wereld om me heen. ‘I sing my body electric’, dat is niet alleen de extase van de virtuele verwijding, maar ook de narcistische narcose die het computertijdperk in petto heeft. Het internet is een soort gigantische baarmoeder waar je in weg kunt zweven. ‘I am the boy in the bubble’. Er is een symbiotische wisselwerking tussen schrijven op het net en zweven in het virtuele vruchtwater dat dit gebeuren omgeeft.

Ik merk dat mijn narcistische fantasieën bij sommige mensen grote irritaties kunnen oproepen. Ik kan mij daar wel iets bij voorstellen. Ik gedraag mij ook onuitstaanbaar af en toe. Maar dit is all in the game. Sterker nog, Narcissus is the name of this game en…. Narcissus is geen lieverdje, daar helpt geen lieve moeder aan. Ik ben een monster in het diepst van mijn gedachten. Misschien is mijn grootste angst wel dat ik ooit zal worden wie ik werkelijk ben. Deep down schuilt er een kannibaal in mij. Er zitten duivels in mijn brein, die ik graag loslaat vliegen als ik daar even de ruimte voor krijg. Het internet is zo’n ruimte. Het is een elektronische capsule waarin je jezelf kunt laten gaan, wat natuurlijk niet wil zeggen dat binnenin deze capsule alles geoorloofd zou zijn. Maar heel veel wel. De regels van het spel zijn ook nog niet exact geformuleerd. De grenslijnen tussen privé en openbaar zijn op het net moeilijk te trekken. Ze lopen hier langs andere natuurlijke grenzen. Of beter gezegd, ze lopen hier langs onnatuurlijke grenzen.

Eigenlijk wordt alles op internet privé terwijl het private zich juist omkeert in de openbaarheid. Internet is niet alleen een open podium voor the meeting of minds maar ook een nieuw privédomein voor de psyche. Het internet is een nieuwe hybride realiteit. Een divan op een vierbaans snelweg. Een nachtclub op het station. Een bordeel in de hal van een luchthaven. Internet is een nieuw binnenste buiten, maar tegelijk ook nieuw buitenste binnen. Alles loopt hier door elkaar heen, terwijl er toch ook scheidslijnen zijn. Poreuze scheidslijnen, zachte muren die onder je ogen kunnen verpulveren. In dat ijdele schijndomein van de osmotische communicatie heerst onze oudste en meest intieme vriend: Narcissus. We worden gezien. Niets blijft onopgemerkt. Alles wordt zichtbaar en transparant. We beleven de tijd van de big data. Big Brother is watching you. We zijn de baarmoeder voorbij.

 

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)