Herinneringen aan Wim Bors

IMAGE00012

Op 25 november 2010 overleed Wim Bors (1939- 2010). Wim was een excentriek, warmbloedig, impulsief en bijzonder mens. En hij was ook nog kunstenaar en niet te vergeten de initiatiefnemer en organisator van het eerste videofestival in Friesland, dat in 1995 in Leeuwarden van start ging en onder zijn leiding in de jaren daarop zou uitgroeien tot een internationaal podium van videokunst en nieuwe media: Het Media Art Festival. De belangstelling van Wim Bors voor videokunst stamde nog uit zijn academietijd aan de Vrije Academie in Den Haag, waar Livinus van de Bundt – de pionier van de videokunst in Nederland –  destijds directeur was.

Nieuwe media dienden zich aan in de kunst. Ze brachten ook nieuwe vormen van creativiteit voort en legden onverwachte verbanden met begrippen als markt en economie. Nieuwe containerbegrippen dienden zich aan als beeldcultuur, e-culture en creatieve industrie. De digitalistering van de cultuur voegde niet alleen kunstvormen aaneen die voorheen gescheiden waren, maar stelde ook de grenzen van de kunst ter discussie.

Nieuwe media zijn nog steeds onze wereld aan het veranderen, sterker nog, ze zijn ons zelf aan het veranderen dat we daar altijd erg in hebben. Ze veranderen niet alleen onze blik op de wereld, maar ook ons bewustzijn en ons besef van tijd en ruimte. Ze veranderen zelfs de ervaring van het lichaam. Dat soort veranderingen zijn niet nieuw. Door de eeuwen heen zijn het juist kunstenaars geweest die over uiterst gevoelige antennes beschikken om dit soort processen te registeren, reflecteren en te verbeelden. Binnen die maalstroom van veranderingen was Wim Bors voor mij een baken in de branding. Wim had als initiatiefnemer van het Media Art Festival een profetische blik. Hij was zijn tijd vooruit en moest vechten voor aandacht en erkenning.

Van de honderden kunstenaars, die ik Friesland in de afgelopen decennia heb leren kennen, behoort Wim tot de weinigen met wie ik echt bevriend ben geraakt. We hadden ook iets met elkaar gemeen. Dat was onze liefde voor Frankrijk, het Franse chanson en met name Leo Ferré die Wim persoonlijk goed heeft gekend. Wim’s eerste videoproducties Avec le Temps (1986) en La Solitude (1990) waren beide geïnspireerd op Leo Ferré (1916-1993). Een van de eerste tentoonstellingen die ik in Friesland mocht openen was een expositie van Wim die gewijd was aan Ferré. Het was in april 1986.

Met Wim bezocht ik tentoonstellingen en manifestaties, overal in het land. Hij maakte me wegwijs in de videokunst die zo rond in de jaren tachtig ook in Friesland voet aan de grond kreeg. In zijn kleine huisje aan de Oudebildtdijk werden heel wat plannen beraamd. Er vonden selectierondes plaats voor een nieuw mediafestival, alles op de vierkante meter. Er was een montagestudio en een atelier verderop in de tuin. Wim leefde daar als God in Frankrijk. In de kast stond altijd een goede fles wijn of anders wel een Marc de Bourgogne.

In mijn kamer hangt nog altijd een zeefdruk van Wim met als titel Les anarchistes. Wim had hem ook door Ferré laten signeren met een persoonlijke opdracht van Ferré aan mij. Die woorden, met vulpen geschreven, zijn inmiddels langzaam aan het vervagen door het licht van de zon dat in de kamer valt. Het zal niet lang meer duren en de woorden  zullen onleesbaar zijn. Alsof ze nu nog willen zeggen dat alles voorbij gaat met het verstrijken van de tijd.  ‘Je vergeet het gezicht, je vergeet de stem…,‘ zoals ook Ferré ooit zelf zong in zijn chanson Avec le temps:

Avec le temps…
Avec le temps, va, tout s’en va
On oublie le visage et l’on oublie la voix

Ik wist al een paar maanden dat Wim ongeneselijk ziek was, maar toch kwam het bericht van zijn overlijden als een schok. Hij had gevraagd of ik wilde spreken bij zijn crematie. Zo stond ik in het begin van december weer in die naargeestige aula in Goutum. Buiten was het een witte wereld, maar binnen was het zwart van de mensen. Er waren ook twee chansons van Leo Ferré te horen: Requiem en Pépée. Tot slot werd de video Avec le Temps getoond. De videobeelden van Wim trokken nog eenmaal voorbij en alle woorden van Ferré vielen opeens op hun plaats.

indwwex

14364084

***

Zolang ik in Friesland ben, heb ik Wim gekend. Twee jaar eerder dan ik, in 1975  kwam hij samen met Lucie hier naartoe, helemaal vanuit Den Haag. Het was de tijd dat kunstenaars niet de hectiek van de grote stad zochten, maar de stad juist wilden ontvluchten. Ze verlangden naar een onbesmette horizon, een goedkoop huisje aan de dijk, in het land waar het leven goed was en de Beeldende kunstenaarsregeling nog stipt werd toegepast. In die eerste jaren in Friesland sleepte Wim nog wel eens wat Friese kunstenaars mee de Afsluitdijk over om te exposeren bij Galerie Stahlecker of anders wel om door te zakken bij Pulchri of in zijn eigen stamkroeg in Den Haag. Toch zou het nog acht jaar duren voordat ik zelf  Wim werkelijk leerde kennen. Het was in het voorjaar van 1983 dat Wim samen met Gijs Winkelman de opdracht kreeg mee te helpen aan een tentoonstelling van alle kunstenaars in Friesland, die gebruik maakten van de BKR. Dat  waren er in die tijd maar liefst 81. Die tentoonstelling was  bedoeld als een protest tegen de aangekondigde bezuinigen en moest  zowel in het Fries Museum als het Princessehof in drie weken tijd worden ingericht. Ik wist bij God niet hoe je zo’n grote manifestatie in zo korte tijd aan moest pakken. Wim ook niet, geloof ik. Maar hij was rijkelijk gezegend met iets wat ik niet had: Haagse bluf vermengd met de Franse slag en bovendien een grote dosis humor.

Zo maakte ik voor het eerst kennis met zijn scherpe tong, zijn impulsieve karakter, zijn onnavolgbare improvisatietalent, zijn schaterende en soms hinnikende lach – niet zelden onderbroken door een wat astmatische hoest –  maar vooral ook zijn gouden hart, waarvan hij beslist geen moordkuil maakte. Integendeel, Wim ging door roeien en ruiten, vooral als een wat trage museumconservator niet precies deed wat hij van hem of haar verlangde. Niet te filmen man! riep hij als hij weer iets had geflikt, wat ons niet lukte.  Dat er ook wel eens wat mis ging, mocht de pret niet drukken. Waar gehakt wordt vallen immers spaanders. Zo zag ik een schilderij  krakend de goederenlift uitkomen om vervolgens compleet in barrels uit de lijst te breken. Dat was in het gebouw van de Fryske Academie, waar alle tentoon te stellen werken vooraf werden ingezameld. Wim loste het euvel binnen een kwartiertje op, door de betreffende kunstenaar uit zijn bed te bellen en hem vermanend toe te spreken over de balabberde wijze waarop hij zijn schilderijen placht  in te lijsten. De tentoonstelling werd overigens een groot succes en na afloop  zaten Wim en Lucie tot diep in de nacht bij ons thuis in de tuin, nog niet beseffend dat zowel Lucie als Marijke – mijn vrouw – tegelijk zwanger waren van hun laatste kind, de een zoon, de ander een dochter.

Sindsdien liepen er meer dingen parallel in ons leven.  Wim en ik ontdekten dat we veel met elkaar gemeen hadden, hoezeer onze karakters ook verschilden, We deelden een liefde voor Frankrijk. Voor de poëzie van Baudelaire en  Rimbaud, maar vooral ook voor de chansons van Leo Ferré. Wim nam me mee naar tentoonstellingen en videomanifestaties elders in het land, hij deed me voor hoe je een busreis voor vijftig kunstenaars organiseerde, maar hij regelde ook een vrijkaartje voor het laatste concert van Leo Ferré in Vredenburg in Utrecht. Zelfs zorgde er voor dat de oude meester speciaal voor mij een handgeschreven opdracht schreef op één van zijn vele litho’s die Wim aan Ferre had gewijd. Les anarchistes, want dat vond ik de mooiste. A toi Huub, avec mes sentiments fraternels, schreef Ferré. Want voor Wim deed zelfs de oude Ferré precies wat hij hem vroeg. Het zal niet zozeer zijn Haagse bluf zijn geweest, als wel een zielsverwantschap, die Ferré in Wim moet hebben herkend. Hij gaf hem in ieder geval zijn volledig vertrouwen om al zijn  teksten te gebruiken en het vriendschappelijk contact tussen die twee bleef bestaan tot de dood van Ferré in ‘93, en ook daarna nog met zijn vrouw Marie-Christine.

Ferré hield ook van mensen die het hart op de tong hebben, die de moed hebben hun eigen weg te gaan en zich door niets en niemand laten weerhouden.  Want zo was Wim. Evenals Ferré was hij diep in zijn hart een anarchist. Door de jaren heen liet hij zich niet alleen kennen als een
eigenzinnig kunstenaar, maar ook als een gedreven organisator die kunst verstond om dingen van de grond te tillen, zelfs hier in Friesland, waar alles vaak wat trager gaat dan destijds in Den Haag, waar hij – als het moest – het hele Kurhaus op zijn kop kon zetten, of in no time tien piano’s regelde voor een concert. Zo tilde Wim ook het internationaal videofestival Friesland van de grond, dat later – mede door zijn dochter Nadine – uitgroeide tot het huidige Media Art Festival. Wim verstond de kunst om anderen enthousiast te maken voor zijn ideeën. De periode, waarin hij geïnspireerd werd door Leo Ferré, blijkt achteraf in fase te 
zijn geweest in een proces van een veel langere adem. Zijn 
fotografie, zijn kwaliteiten als graficus. zijn hang naar 
poëzie, zijn voorliefde voor bibliofiele uitgaven at alles bij elkaar heeft door de jaren heen geleid tot een indrukwekkende 
productie.

In augustus hoorde ik van Lucie het trieste bericht dat Wim ongeneeslijk ziek was en niet lang meer te leven had. Het was op een mooie nazomerdag dat ik de fiets pakte voor een tocht naar zijn huisje aan de dijk. Ik fietste door weidse landschap van ‘t Bildt met zijn hoge luchten boven eindeloze vlaktes, het licht waar Wim zo van hield, dat hij zo graag fotografeerde en dat hem aan het licht van Noord-Franse kust deed denken. Wim en spraken die middag over van alles en nog wat, maar vooral ook over het al het moois dat wij samen hebben beleefd, en wat hij mij zo vaak liet beleven, als kunstenaar, maar vooral ook als levenskunstenaar, want dat was hij.

Toen ik aanstalten maakte om op te stappen, hield hij mij tegen. ‘Wacht even,’ zei hij en verdween in het achterhuis, om kort daarop terug te keren met een mooie fes wijn, die hij in mijn fietstas stopte.

‘‘Zie je dat licht’, zei ik, ‘dat is jouw licht!’
‘Ja niet te filmen man’, zei Wim.
Ik reed weg en zwaaide nog.
‘Dag Wim!’

Hij was een bijzonder mens. Een mens om van te houden.

KLEIN11

Het licht van ’t Bildt, foto: Wim Bors, 2005

.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)