Het tweede Mirakel van Amsterdam

aterdag was ik in het Occo-hofje. Dat is een fraai hofje aan de Nieuwe Keizersgracht in Amsterdam, waar mijn zus Lucie als sinds enige jaren woont. Het hofje werd in de achttiende eeuw gesticht door Cornelia Elisabeth Occo en was van begin af aan bestemd voor de huisvesting van oudere alleenstaande vrouwen, aanvankelijk alleen van roomse huize, maar tegenwoordig van alle gezindten. Cornelia Occo was een niet onbemiddelde dame die afstamde van de in Amsterdam bekende groothandelaar en bankier Pompejus Occo. De familie had haar kapitaal bijeen vergaard in de tijd van de VOC. In de regentenkamer van het Occo-hofje staat een met olifantenhuid beklede kist die nog dateert uit die tijd.

Het Occo-hofje is gebouwd in de stijl Lodewijk XVI en is een van de 34 hofjes die in de binnenstad van Amsterdam te vinden zijn. De bekendste is natuurlijk het Begijnhof, het enige hofje dat binnen de Singel ligt. De meeste hofjes bevinden zich in de Jordaan en zijn een stuk kleiner. Het Occo-hofje is redelijk groot, omdat de grond hier aan de andere kant van de Amstel destijds een stuk goedkoper was. Het poortgebouw heeft aan de  grachtzijde een gesloten gevelwand, waarachter je niet zo gauw de fraaie binnentuin vermoedt. Deze binnenplaats werd oorspronkelijk afgesloten door een achtergebouw dat eind 19de eeuw werd gesloopt om plaats te maken voor de lange zijvleugels die er nu zijn. Er is een huiskapel en een regentenkamer, waar fraaie schilderijen hangen uit de achttiende eeuw. In de sacristie van de kapel hangt een geschilderd portret van de enige paus die Nederland heeft voortgebracht: Paus Adrianus VI. Kortom, het Occo-hofje is een klein rooms bolwerk in Amsterdam.

IMG_0003

Familiereünie in het Occohofje

Voor het eerst werd hier gisteren een familiereünie van de Mousen georganiseerd. Mijn vader overleed in 1966 en mijn moeder in 1989. Ik heb vier oudere zussen, variërend van 69 tot 81 jaar. Als Benjamin van het gezin was ik de stamhouder totdat mijn zoon die rol overnam. Na het overlijden van mijn oudste zwager Evert, in december vorig jaar, was het idee voor deze reünie ontstaan. Drie generaties waren gisteren komen opdraven, met kinderen en kleinkinderen en aangetrouwde familie in totaal zo’n dertig mensen. De meesten wonen inmiddels overal verspreid in het land of in het buitenland, maar wonderlijk genoeg trekt de jongere generatie ook weer terug naar Amsterdam. Zo ook mijn eigen dochter, die inmiddels met haar geliefde in de Plantagebuurt woont, op loopafstand van het Occohofje. Vandaar wandelden we gisteren samen naar de reünie. Zo liepen we langs de Hortus Botanicus en de Plantage Muidergracht….

Opeens herinnerde ik mij dat ik hier als kind aan de hand van mijn vader heb gelopen. Toen ik zo’n jaar of tien was, vond mijn vader dat ik moest meelopen met de Stille Omgang elk jaar in maart in de nachtelijke binnenstad van Amsterdam plaatsvond. Nog steeds trouwens. Die stille tocht begon dan om twaalf uur middernacht vanaf onze parochiekerk, de Martelaren van Gorkum, op het Linnaeushof. Van daaruit liepen we naar het Begijnhof in de binnenstad, zo’n vijf kilometer verderop. Daarna begon de stille tocht door de donkere binnenstad, dwars door de rosse buurt en weer terug naar het Begijnhof. Na afloop liepen we dan weer helemaal terug naar de Watergraafsmeer en in de Plantagebuurt kwam dan de zon op. De vogels begonnen te fluiten, maar voor de rest was het helemaal stil in Amsterdam.

Eenmaal terug in onze eigen buurt gingen we eerst naar de vroegmis in de Martelaren van Gorkum. Die Mis werd speciaal opgedragen voor de nachtelijke wandelaars uit de parochie. We waren toen nog altijd nuchter, want voor de communie mocht je in die tijd niets eten na twaalf uur ‘s nachts. Zo kan ik mij herinneren dat ik een keer om zes uur ’s ochtends na die spartaanse nachtelijke marathon tussen de kerkbanken ben flauwgevallen. Mijn moeder was na afloop behoorlijk boos dat mijn vader mij dit als kind had aangedaan. Maar het jaar daarop nam hij mij gewoon weer mee. Ik was een jaartje ouder, dus het kon wel weer, moet hij hebben gedacht.

Mijn vader was een vrome man. Mijn zus Lucie vertelde mij zaterdag, dat hij na vier dochters heel graag een zoon had gehad. Elk jaar liep hij in zijn eentje de nachtelijke Stille Omgang, en op een keer vertelde hij na afloop dat hij verschrikkelijk hard gebeden had, dat Onze Lieve Heer hem een zoon zou schenken. Opeens begreep ik waarom ik als kind zo nodig elk jaar met hem mee moest lopen. Het was uit dankbaarheid dat ik gekomen was. Mijn vaders gebed was verhoord. Zoiets verzin je niet. Het is een smartlap uit het leven gegrepen. Uit het Rijke Roomse Leven wel te verstaan. Voor mijn vader was mijn geboorte het tweede Mirakel van Amsterdam.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)