Lustmoorden in 1960

Voor mijn bijdrage aan het boek Tegen de tijdgeest, terugzien op een psychose (2011) heb ik mij proberen te verdiepen in de geschiedenis van de Sint Willbrordus-stichting in Heiloo. Ik bezocht deze inrichting in april 2009, en sprak toen met de geneesheer-directeur die mij inzage gaf in mijn eigen medisch dossier uit 1966. Hij wees me ook op het boek  Een bron van zorg en goede werken (2002), dat handelt over de geschiedenis van deze katholieke psychiatrische inrichting, die twee jaar geleden werd gesloten. In Heiloo is na de oorlog veel ervaring opgedaan bij de behandeling van seksuele stoornissen en psychiatrische delinquenten. Zo stuitte ik op het verhaal van een opmerkelijke lustmoord uit 1960, waarover ik vier jaar geleden verslag deed op dit weblog. Voor het relaas van de moord,  die kort daarvoor werd gepleegd en mogelijk met de tweede verband hield, raadpleegde ik het digitaal archief van de Leeuwarder Courant.

*

Dit is Joke van Groenendaal, een knap meisje van zestien jaar. Op 10 mei 196o werd haar lichaam gevonden langs de kant de weg in het bos bij Tegelen. Ze woonde in Venlo, waar ze werkte in een winkel. De moordenaar was een 24-jarige psychiatrische patiënt die kort tevoren was ontsnapt uit de Sint Willbrordus-stichting in Heiloo, die destijds nog een gesloten kliniek had voor psychopaten. De zaak trok destijds veel aandacht in de landelijke pers. Menigeen was geschokt, vooral op de wijze waarop deze moord had kunnen gebeuren.

De dader had zich voorgedaan als een fotograaf die voor een paar foto’s in een geïllustreerd damesblad een model nodig had. In een café in Venlo liet hij dit weten aan een serveerster. Die verwees hem door naar Joke van Groenendaal, die meteen inging op zijn verzoek. De moordenaar werd overigens gauw gevonden. Hij had aan de serveerster laten weten, dat hij een filmrolletje had weggebracht bij een plaatselijke fotohandel in Venlo. Deze man werd ‘s nachts nog uit zijn bed gebeld om de foto’s af te drukken. Zo vond de politie een zelfportret van de dader, want hij had zichzelf in een spiegel gefotografeerd. Deze foto stond in alle kranten en een paar dagen later kon de dader worden ingerekend. Hij kreeg eerst 20 jaar cel, maar die straf werd uiteindelijk – na veel juridisch geharrewar – omgezet in levenslang.

De strafmaat was toen kennelijk wat strenger dan nu. Jasper S. kreeg onlangs voor een vergelijkbare misdaad ‘slechts’ 18 jaar, terwijl hij niet in een inrichting zat en zelfs volledig toerekenisgvatbaar werd verklaard. Destijds richtte de publieke verontwaardiging zich niet alleen op het feit dat de betreffende psychopaat zomaar uit de inrichting in Heiloo had kunnen ontsnappen, maar ook op het slachtoffer dat kennelijk zo gefixeerd was geweest op haar mooie uiterlijk, dat ze zich heel makkelijk had laten meelokken. Er werd een bidprentje gedrukt met haar foto, dat in grote oplage werd verspreid. In hoofdredactionele commentaren werden vergelijkingen gemaakt met de persoonsverering van James Dean. Het was de tijd van de opkomende jeugdcultuur, die met zijn gerichtheid op de seksualiteit en lichamelijke schoonheid verontrusting wekte bij een oudere generatie. De moord in Venlo leek dit alles samen te vatten.

Op 7 april 1960, een maand voordat de gruwelijke moord in Venlo plaatsvond, werd een 17-jarig meisje, dat uit Leeuwarden afkomstig was, gewurgd aangetroffen in de woning van een Amsterdamse hoofdinspecteur van politie. Het slachtoffer was Engelina Feenstra. Kort tevoren was ze naar Amsterdam vertrokken om daar bij de PTT te gaan werken. Het was een avontuurlijk meisje. Ze wilde graag naar Londen, maar haar vader vond dat niet goed. In Amsterdam woonde ze op kamers in een stille straat vlak bij het Muiderpoortstation. Ook deze zaak trok destijds veel aandacht, niet alleen in Leeuwarden, maar ook landelijk. Bij de begrafenis in Huizum-dorp waren ruim duizend mensen aanwezig. Drie weken lang verschenen er berichten in alle kranten over de voortgang van het het politieonderzoek. De hoofdinspecteur zelf werd al gauw van elke blaam gezuiverd, want zijn bloed kwam niet overeen met de bloedsporen die bij het slachtoffer gevonden waren.

Engelina Feenstra werd gewurgd met een snaar van een gitaar. Dat was een curieus gegeven dat tot allerlei speculaties leidde. De eerste verdenking ging uit naar een man die ze in een café aan de Middenweg had ontmoet. Ik kan me de zaak nog vaag herinneren. Ik was destijds twaalf jaar oud en ik woonde vlak bij de Middenweg. Uiteindelijk werd een man uit Kattenburg gearresteerd. Hij bekende al gauw de moord te hebben gepleegd. Hij was vader van vier kinderen en stond in de buurt bekend als voyeur. Door een tuimelraam was hij het huis van de politiecommissaris binnengegaan en zo was van het een het ander gekomen. Ook hij kreeg uiteindelijk levenslang.

Het zijn twee wonderlijke zaken die verder niets met elkaar van doen hebben. Toch werd door menigeen destijds gedacht dat ze met elkaar samenhingen. De dader in Venlo zou door de moord in Amsterdam op het idee zijn gebracht. Maar het verband is nooit bewezen. Deskundigen onderzochten of er soms verbanden waren met het toenemend geweld dat in films en op tv was te zien. Maar ook dat bewijs werd niet geleverd. De moord op Joke van Groenendaal bleef de gemoederen nog het langst bezig houden, ook omdat de slepende rechtszaak een paar jaar duurde. Zo werd vooral dit ‘meisje van zestien’ begin jaren zestig een symbool van alles wat mis was in de snel veranderende samenleving. Te snel, in de ogen van velen.

Ik stuitte op dit verhaal in het boek Een bron van zorg en goede werken (2002), waarin de geschiedenis wordt beschreven van de Sint Willbrordus-stichting in Heiloo. De commotie in deze zaak leidde ertoe dat de kliniek voor psychopaten, die hier in het Sint Pauluspaviljoen was ondergebracht, in 1960 werd gesloten. Kort daarop werd de Pompekliniek in Nijmegen geopend als alternatief. Beide moordzaken werden als schokkend ervaren, omdat ze het breukvlak leken te markeren van een nieuwe tijd: de jaren zestig die net begonnen waren. De wereld was opeens vol gevaar, maar de jeugd was niet meer te stoppen. Een meisje van zestien was in de publieke opinie het toppunt van kwetsbaarheid geworden. Het gelijknamige liedje van Boudewijn de Groot werd in 1965 niet zomaar een hit: ‘Arm kind, ach wat lig je hier stil…’ Alles hangt met alles samen, soms in een onvermoed verband.  Zoals het koren wuift in de wind en ‘stormwind speelt met een enkel blad’.

3 Reacties »

  1. Rob Jungen

    24 januari 2017 op 15:46

    Moord op Engelina Feenstra werd opgelost doordat collega Zaaiman van de Technische Recherche op de gitaarhals de vingerafdruk van de latere voyeur/moordenaar vond. De gitaar hing overigens aan de muur tijdens het PD (plaats Delict) -onderzoek.

  2. Huub Mous

    24 januari 2017 op 16:25

    Heel bijzonder om dit detail na zoveel jaren te vernemen.

  3. H.Reede-Boersma

    30 juli 2017 op 14:05

    Nu in 2017 houdt het mijn gemoederen zo af en toe nog bezig. Engelina Feenstra haar zusje zat bij mij in de klas op de lagere school. Toen Sjoukje weer op school kwam mochten we er niet over praten.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)